Archief van de 'Ontwikkeling JSF' Categorie

Jun 07 2010

Eerste vlucht JSF F-35C versie voor US Navy

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Fort Worth, Texas (USA) – Op zondag 6 juni 2010 maakte de Lockheed F-35C Lightning II, de US Navy variant, zijn langverwachte eerste vlucht. De F-35C verschilt van de andere F-35 versies door zijn mogelijkheden om te opereren vanaf vliegdekschepen. Hiervoor beschikt het toestel over een andere vleugel met meer spanwijdte, grotere flappen en staartvlakken. De luchtmacht versie van de F-35A vloog voor het eerst in december 2006 en de zogeheten STOVL versie (verticaal landen) F-35B voor de Mariniers vloog voor het eerst in juni 2008.
Het is de bedoeling dat de F-35Cl rond 2016 operationeel wordt bij de US Navy.

De eerste F-35C startte om 11.46 uur vanaf het fabrieksvliegveld in Fort Worth voor een vlucht van 57 minuten. De missie werd uitgevoerd door Lockheed Martin testvlieger Jeff Knowles, een gepensioneerde marine(test)vlieger die voorheen operationeel vloog met de Grumman F-14A en F-14D Tomcat, en die tevens diende als chef testpiloot in het F-117 stealth bommenwerper programma.

Vice-admiraal Kilcline: “Nieuw hoofdstuk voor de US Navy”

Vice-admiraal Thomas J. Kilcline, commandant van de Naval Air Forces hierover: “Het doet me wat dat de F-35C deze mijlpaal heeft bereikt, deze vlucht markeert het begin van een nieuw hoofdstuk voor de marine luchtvaart. De missiesystemen aan boord van dit toestel zullen de Carrier Strike Group voorzien van een niet eerder vertoonde mogelijkheid om een breed dreigingsspectrum te weerstaan en voordeel te behalen in operationele scenario’s waarin bestaande toestellen tekort schieten”. Bedoeld als lange-afstands, stealth, op vliegdekschepen gestationeerde aanvalsbommenwerper zal de F-35C voor de marine vliegers als 5e generatie vliegtuig de meest geavanceerde technologie bieden die denkbaar is om de gevechtsmissies voor ons land uit te voeren.” En vervolgde Vice-admiraal Kilcline: “Ik zie er uit naar de verdere voortgang van het testvliegen op (de marinebasis) Patuxent River later deze zomer”.

Burbage: “Ongekende mogelijkheden voor Dag Een aanvallen”

Lockheed Martin zei in een persbericht dat deze eerste vlucht de US Navy een toekomst verzekert van lange-afstands eerste dags, stealth aanvalscapaciteit.
Tom Burbage. Vice-president van Lockheed Martin en General Manager van het F-35 project hierover: “Voor de eerste keer ooit, en vanaf nu altijd, zijn we in staat een 98.000 ton nucleair vliegdekschip op welke oceaan waar ook ter wereld te positioneren, van waar we een lange-afstands dodelijke stealth aanval kunnen lanceren, waarbij we de meest complexe luchtverdedigingssystemen kunnen weerstaan.” Burbage zei dat “De vlucht van zondag markeert het begin van de werkelijke introductie van een nieuwe generatie wapensystemen, in staat om te voorzien in gezamenlijke coalitie aanvallen te doen op Dag nummer één, zowel vanaf land- als zeebasis.”.

Bron: Persbericht Lockheed Martin; 7 juni 2010

JSFNIEUWS100607-KR/kr

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Mei 18 2010

Status testvliegen JSF mei 2010

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Fort Worth, TX (USA) – Maandag 17 mei zijn de eerste twee F-35A toestellen vertrokken naar de vliegbasis Edwards voor uitvoering van het testprogramma van de luchtmachtversie. Tijd om een update te geven van de totale voortgang in het testvliegprogramma van de Joint Strike Fighter.

Realisatie testplanning

In de sinds 2008 geldende (inmiddels zesde) versie van de SDD fase (ontwikkelingsfase) wordt uitgegaan van 4991 testvluchten. Hier een overzicht van de testvluchten per fiscaal jaar (1 oktober tot 30 september) ten opzichte van deze planning uit 2008:
FY 2007: planning 27, realisatie 19
FY 2008: planning 97, realisatie 50
FY 2009: planning 317, realisatie 51
FY 2010: planning 1243, realisatie 90 vluchten tot heden
FY 2011: planning 1425
FY 2012: planning 1299
FY 2013: planning 593
Totaal planning 4991 vluchten, realisatie 210 vluchten (= 4% voltooid )
Totaal planning 11.000 vlieguren, realisatie 275 vlieguren (=2,5% voltooid).
Voor de goede orde vermelden we dat de testplanning nu wordt herzien en in de herziene planning voor 2010 is sprake van rond de 390 testvluchten. Maar ook dit zal nog een flinke klus worden om te halen. Bedoeling was in september 2008 nog om eind 2010 ruim 3.000 testvlieguren gehaald te hebben, met 275 gerealiseerde vlieguren op dit moment is hier een flinke achterstand zichtbaar.
Uit de beschikbaar komende gegevens van de laatste vier maanden blijkt dat met de luchtmachtversie F-35A CTOL in relatief korte tijd veel vluchten zijn gemaakt, zonder veel oponthoud. Dit is positief. Daarentegen lijken de problemen die er zijn zich met name te concentreren rond de veel complexere F-35B STOVL versie, bestemd voor gebruik door o.a. de US Marines. Hier zien we geregeld langdurige pauzes voor modificaties.

Prototype AA-1

Dit niet productie representatieve prototype vloog voor het eerst in december 2006 en werd in de herfst van 2009 na 91 vluchten uitgefaseerd. Het zal deze zomer gebruikt worden als “life firing” object. Tot nu toe is dit de enige F-35 die een keer supersoon heeft gevlogen, namelijk eind 2008, toen Mach 1.05 werd bereikt, de maximale snelheid waarmee de F-35 tot op heden heeft gevlogen.

Prototype AF-1 (Edwards AFB; 18 vluchten)

Prototype van de F-35A versie voor het testen van het airframe, bediening en de aerodynamica. Dit is het eerste productie representatieve prototype dat structureel gelijk moet zijn aan de door Nederland aan te schaffen F-35A, waarvan de eerste productietoestellen begin 2010 operationeel aan de US Air Force op Eglin AFB geleverd hadden moeten worden.
Langdurig was het de bedoeling dat het toestel begin 2009 zou vliegen. Uiteindelijk maakte het toestel de eerste vlucht op 14 november 2009. Na de derde vlucht op 19 november 2009 stond het toestel tot 20 april 2010 aan de grond vanwege aanvullende grondtests en modificaties. Vanaf 20 april 2010 werd intensief gevlogen, in een maand tijd werden 15 vluchten gemaakt, afgesloten met het vertrek naar Edwards AFB op 17 mei 2010.

Prototype AF-2 (Edwards AFB; 16 vluchten)

Prototype van de F-35A versie voor het testen van het airframe, bediening en de aerodynamica. Op 20 april 2010 maakte dit toestel de eerste vlucht. Inmiddels zijn 16 vluchten afgerond en vertrok het toestel op 17 mei 2010 in gezelschap van de AF-1 naar Edwards AFB voor verdere testen. Dit toestel is tot nu toe het meest succesvolle toestel in het programma en geeft een indicatie van de te verwachten positieve ontwikkelingen bij de meer recent afgebouwde prototypes.

Prototype AF-3 (productielijn)

Dit is een uiterst belangrijk toestel, de eerste F-35A met alle missiesystemen aan boord. Het testen hiervan is essentieel voor het tijdig voorbereiden van operationeel gebruik.
Eind 2008 was de verwachting nog dat dit toestel in mei of juni 2009 zou vliegen, maar er wordt nog steeds gewacht op de eerste vlucht.

Prototype AF-4 en AF-5 (productielijn)
Deze zijn nog steeds in afbouwfase. Zouden naar verwachting al eind 2009 vliegen, maar komen nu later in 2010 beschikbaar voor intensivering van het testprogramma.

Prototype BF-1 (NAS Patuxent River; 45 vluchten)

Het tweede prototype is een F-35B STOVL type, de BF-1. Deze vloog voor het eerst op 11 juni 2008, maar deze stond na 14 vluchten sinds september 2008 een jaar aan de grond.
Hover pit testing als voorbereiding voor verticale landen werd pas in september 2009 hervat, maar weer afgebroken vanwege problemen. In november 2009 vertrok het toestel naar NAS Patuxent River als voorbereiding voor de belangrijke mijlpaal: het uitvoeren van een verticale landing. Deze vond succesvol plaats op 18 maart 2010 tijdens de 42ste vlucht van dit toestel, 21 maanden later dan gepland. Daarna stond het toestel tot 5 mei 2010 aan de grond voor onderhoudswerkzaamheden. Ingewijden hier melden problemen met de aandrijving/clutch na de eerste verticale landing.

Prototype BF-2 (NAS Patuxent River; 26 vluchten)

Zou al eind 2008 vliegen. Maakte de eerste vlucht op 25 februari 2009, juist rond het bezoek van onze Tweede Kamer delegatie in Fort Worth. Stond daarna vijf maanden aan de grond vanwege op te lossen technische problemen tot 13 juli 2009. Hierna werden 9 vluchten gemaakt, alvorens vanaf 22 augustus een nieuwe hangarpauze in te gaan van twee maanden. Na de 11e en 12e vlucht, om uitgevoerde modificaties te testen, stond het toestel aan de grond tot 13 december 2009 om toen succesvol de 13e testvlucht af te ronden. Kort daarna werd het toestel overgevlogen naar Patuxent River. Tussen 24 februari en 29 april werd opnieuw een pauze ingelast voor modificaties. Inmiddels zijn 26 vluchten voltooid.

Prototype BF-3 (NAS Patuxent River; 13 vluchten)

Op 2 februari maakte dit derde F-35B prototype de eerste vlucht, bijna een jaar later dan de planning was in 2008. Aanvankelijk werden in hoog tempo een serie testvluchten afgewerkt, maar begin april 2010 kwam hier na de 13e vlucht een eind aan. Momenteel worden motortests uitgevoerd en verwacht wordt dat het vliegprogramma binnenkort hervat zal worden.

Prototype BF-4 (Fort Worth, 1 vlucht)

Op 7 april 2010 werd middels een uitgebreid persbericht melding gemaakt van de eerste succesvolle vlucht van een JSF met alle (allerlei) missiesystemen aan boord. Deze eerste F-35B met alle missiesystemen aan boord is essentieel voor het tijdig voorbereiden van operationeel gebruik. Het toestel is geladen met een (beperkte) softwareversie, Block 0.5.
Bij deze eerste vlucht is het gebleven, naar verluid vanwege een softwareprobleem in de aansturing van de centrale display in de cockpit. Er wordt nu gewerkt aan een software update, waarna een volgende vlucht zal kunnen plaats vinden. Teleurstellend voor het team dat na slechts een vlucht een dergelijk probleem naar boven kwam. Na een oponthoud van zes weken is de verwachting dat binnenkort de tweede vlucht zal plaats vinden.

Prototypes F-35C versie (productielijn)

Van de CF-1 t/m CF-3 zou volgens de planning van herfst 2008 de roll-out plaatsvinden tussen april en juni 2009. De eerste vlucht zou vervolgens plaatsvinden in oktober en november 2009. De roll-out ceremonie van de CF-1 vond plaats op 28 juli 2009, maar de eerste vlucht is nog telkens uitgesteld. Zo ver bekend zijn er (structurele) problemen met de vleugels ontdekt. Inmiddels zijn er berichten over een eerste vlucht van de CF-1 eind van het tweede kwartaal 2010 zal plaats vinden. De CF-2 en CF-3 zullen dan later in 2010 moeten volgen.

Uitstel operationele levering tot begin 2011

Vanwege de vertraging met het F-35A prototype, is ook de levering van de eerste productietoestellen uit de eerste aanloop productieserie (LRIP-1) vertraagd. Oorspronkelijk zou dit eind 2009 zijn, daarna werd langdurig vastgehouden aan een overdracht in februari 2010. Toen werd een nieuwe datum vastgesteld in augustus 2010. Inmiddels is onzeker of het nog in kalenderjaar 2010 zal lukken. Dit leidt tot vertraging in het opleidingsschema voor de eerste operationele vliegers (vlieginstructeurs) van de US Air Force en kan leiden tot verdere vertraging in het totale opleidingsschema in aanloop naar de IOT&E fase.
Terwijl twee prototypes van de F-35A nog geen veertig vluchten hebben gemaakt, een F-35A toestel met missiesystemen en Block 0.5 software nog nooit heeft gevlogen zijn er al acht F-35A productietoestellen (twee uit serie LRIP-1 en zes uit serie LRIP-2) vrijwel voltooid in de fabriek en zijn er 14 uit de LRIP-3 serie reeds in aanbouw. Wat we dan ook zien in Fort Worth is dat geregeld toestellen die nog nooit gevlogen hebben al weer gemodificeerd moeten worden aan de hand van nieuwe testresultaten. De verwachting is dat dit de komende tijd verder zal afnemen en dat meer en meer een strak productieproces kan ontstaan, zonder dat toestellen geparkeerd hoeven worden in afwachting van modificaties.

JSFNIEUWS100518-KR/kr

Een reactie op dit bericht...

Apr 10 2010

Brief Tweede Kamer over herstructurering JSF in de USA

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Den Haag – Op 23 maart 2010 ontving de Tweede Kamer een aanvullende brief van de Staatssecretaris van Defensie De Vries inzake de “Herstructurering van het F-35 programma”.

Onderstaande laten we de brief integraal volgen:

Met de brief van 16 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 217) heb ik de Kamer geïnformeerd over de herstructurering van het F-35-programma en de maatregelen die de Amerikaanse minister van Defensie Gates op 1 februari jl. op hoofdlijnen heeft gepresenteerd. Inmiddels is informatie bekend over de nadere uitwerking van deze herstructureringsmaatregelen en over de onderzoeken die daartoe hebben geleid. Met deze brief informeer ik de Kamer daarover. Deze informatie is besproken tijdens de JSF CEO Conference die gehouden werd op 4 maart jl. in de Verenigde Staten. De conferentie werd voorgezeten door de Amerikaanse onderminister van Defensie voor Acquisition, Technology and Logistics, Dr. Carter. Namens het ministerie van Defensie heeft de directeur van de Defensie Materieel Organisatie aan de conferentie deelgenomen. Voorts heeft op 11 maart jl. de Amerikaanse Senaatscommissie voor Defensie een hoorzitting gehouden over de herstructurering van het F-35-programma, waarbij onder meer Dr. Carter en de Director Cost Assessment and Program Evaluation van het Pentagon, mevr. C.H. Fox, een verklaring hebben afgelegd.

Planning F-35-programma

Minister Gates heeft op 1 februari jl. gemeld dat de System Development and Demonstration (SDD)-fase met dertien maanden wordt verlengd tot november 2015. Dit besluit is genomen op basis van de resultaten van onderzoek door het Joint Estimating Team (JET), bestaande uit deskundigen van het Amerikaanse ministerie van Defensie. Het betreft een actualisatie (JET II) van een eerste onderzoek uit 2008 (JET I). In eerste instantie leverde JET II de conclusie op dat de SDD-fase met dertig maanden zou moeten worden verlengd. Op grond van herstructureringsmaatregelen die het Pentagon heeft vastgesteld heeft het JET geconcludeerd dat een verlenging met dertien maanden (revised JET II) in plaats van dertig maanden kan volstaan. Deze verlenging betreft specifiek de ontwikkelings- en testfase van Lockheed Martin. Inmiddels heeft het Pentagon besloten het formele einde van de SDD-fase, waarbij het programma overschakelt van Low Rate Initial Production naar Full Rate Production, niet in november 2015 te plannen maar vijf maanden later in april 2016.

Ook de voltooiing van de Initiële Operationele Test en Evaluatie (IOT&E)-fase, waaraan Nederland met twee testtoestellen wil deelnemen, schuift op naar begin 2016. De IOT&E kan beginnen op het moment dat wordt voldaan aan de criteria van het IOT&E-testplan. Volgens de huidige planning van het Pentagon is dat begin 2015, dat wil zeggen twee jaar later dan vorig jaar werd voorzien. Het Pentagon laat wel de mogelijkheid open dat de IOT&E eerder aanvangt als aan de startcriteria wordt voldaan.

Met de brief van 16 februari jl. is de Kamer ook gemeld dat het nog onzeker was of de grens van 50 procent kostenstijging in het kader van de Amerikaanse Nunn-McCurdy wetgeving zou worden bereikt. Deze grens geldt onder meer voor de Program Acquisition Unit Costs (PAUC), waartoe de ontwikkelingskosten, de aanschafkosten en de kosten van militaire infrastructuur van het F-35-programma voor de Verenigde Staten behoren. Ook de stijging van de SDD-kosten met $ 2,8 miljard en een nieuwe raming van de stuksprijzen van toestellen op basis van de JET II-conclusies moeten hierbij worden betrokken. Nederland neemt aan de SDD-fase van het JSF-programma deel op basis van een vaste bijdrage van $ 800 miljoen en hoeft dan ook niet mee te betalen aan de stijging van de SDD-kosten. Op basis van de JSF CEO Conference is op 11 maart jl. in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (kenmerk BS/2010006899) gemeld dat het Pentagon de overschrijding van de Nunn-McCurdy grens in april zal bekendmaken bij de formele toezending aan het Congres van het Selected Acquisition Report (SAR) over 2009. Tijdens de hoorzitting op diezelfde 11 maart jl. heeft Dr. Carter gemeld dat de overschrijding op kortere termijn zal worden gemeld.

Zodra de grens van 50 procent kostenstijging ten opzichte van de Acquisition Program Baseline wordt overschreden, moet het Pentagon het desbetreffende project binnen 60 dagen herbevestigen in het Amerikaanse Congres. De Acquisition Program Baseline is voor het F-35-programma de start van de SDD-fase in 2001. Het Pentagon is aan de voorbereidingen voor de hernieuwde certificering van het F-35 programma begonnen, maar voor de verdere behandeling door het Congres geldt geen termijn. Dr. Carter heeft onderstreept dat de nieuwe planning van het F-35-programma realistisch is en dat de onderzoeken van de afgelopen maanden geen fundamentele technische problemen hebben aan het licht hebben gebracht op het gebied van de ontwikkeling en de productie van de F-35. Ook de operationele prestatie-eisen van de F-35 staan niet ter discussie.

Het Pentagon werkt in het kader van het SAR-rapport en de voorbereiding op de hernieuwde certificering van het programma aan een nieuwe raming van onder meer de stuksprijzen van F-35-toestellen. Met het SAR-rapport van april zullen de eerste resultaten beschikbaar komen. Directeur Fox heeft tijdens de hoorzitting uiteengezet dat de uiteindelijke cijfers begin juni aan het Congres beschikbaar zullen worden gesteld. De raming van de stuksprijzen moet worden aangepast op grond van de verschuiving van per saldo 121 Amerikaanse toestellen (122 toestellen worden in de planning verschoven, maar voor het begrotingsjaar 2011 wordt voorgesteld een extra toestel (42+1) aan te schaffen in LRIP-5 ter vervanging van een afgeschreven F-15. Dit is de Kamer gemeld in de brief van 16 februari jl.), de aanpassingen in de geplande bestelreeksen van andere partnerlanden en de bevindingen van het JET.
De verschuiving in de bestelreeksen van de Verenigde Staten en andere partnerlanden verlaagt het aantal toestellen in de desbetreffende productieseries en vertraagt de productieleercurve. Als gevolg hiervan zullen de stuksprijzen van toestellen in de productieseries LRIP-5 tot en met LRIP-9 stijgen ten opzichte van eerdere ramingen. De vertraging in de productieleercurve heeft geen invloed op de gemiddelde stuksprijs in de gehele productieperiode. De nieuwe raming van de gemiddelde stuksprijs wordt vooral bepaald door de bevindingen van het JET. De prognoses van het JET voor de komende jaren staan los van de concrete prijsonderhandelingen tussen de Amerikaanse overheid en Lockheed Martin over de LRIP-4 toestellen, waarvan het geplande tweede Nederlandse F-35 testtoestel deel uitmaakt.

Tijdens de hoorzitting op 11 maart jl. is tevens de nieuwe planning bekendgemaakt voor de F-35 Initial Operational Capability (IOC) van het United States Marine Corps (ongewijzigd in 2012), de United States Air Force (van 2013 naar 2016) en de United States Navy (van 2014 naar 2016). De IOC-planning geeft weer wanneer de eerste eenheden operationeel kunnen worden ingezet.

Aanvullende informatie over herstructureringsmaatregelen
Over andere onderzoeken van het Pentagon en de nadere uitwerking van de herstructureringsmaatregelen die minister Gates 1 februari jl. aankondigde, kan het volgende worden gemeld:
- Een Joint Assessment Team (JAT) heeft het F135-motorprogramma van Pratt & Whitney onderzocht en heeft melding gemaakt van een toename van de kosten van de F135-motor. Inmiddels heeft het JAT de maatregelen gevalideerd die Pratt & Whitney heeft voorgesteld om deze ontwikkeling te corrigeren en deze zullen worden uitgevoerd.
- Het Independent Manufacturing Review Team (IMRT) heeft de productielijn van Lockheed Martin onderzocht en aanbevelingen gedaan om de geplande stijging in de jaarlijkse productieaantallen mogelijk te maken. Deze aanbevelingen worden uitgevoerd.
- Om de nieuwe planning van de testfase te halen schaft het Pentagon voor de SDD-fase een extra F-35C (Carrier Variant (CV)-versie) testvliegtuig aan en leent het drie Amerikaanse LRIP-toestellen uit voor het testprogramma van Lockheed Martin.
- Om te voorkomen dat de geconstateerde vertraging in de ontwikkeling van software een knelpunt wordt voor de aflevering van toestellen en de voortgang van de testfase, wordt geïnvesteerd in extra capaciteit voor de ontwikkeling en het testen van software.
- Minister Gates heeft 1 februari jl. de aanschaf van 43 toestellen in de LRIP-5-productieserie aangekondigd. Dat is ten opzichte van de planning een vermindering met negen toestellen. De minister had al laten weten dat het uiteindelijke aantal toestellen in de productieseries vanaf LRIP 5 hoger kan uitvallen, aangezien het Pentagon het Congres heeft voorgesteld meer toestellen aan te schaffen als dat op grond van de uitonderhandelde stuksprijs binnen het budget past.
Om de levering van meer dan 43 LRIP-5 toestellen mogelijk te maken, worden naar verwachting voor 48 LRIP-5 toestellen de onderdelen met een lange levertijd aangeschaft (long lead items).
- Voorts heeft het Pentagon opdracht gegeven bij de contracten voor de productie van toestellen en motoren zo spoedig mogelijk over te schakelen op contracten met vaste prijzen, waarbij betere resultaten worden beloond (fixed price incentive fee contracts).

Gevolgen voor Nederland

Het Pentagon heeft aangekondigd dat in april geactualiseerde SAR-kosteninformatie beschikbaar komt, begin juni gevolgd door de uiteindelijke Nunn-McCurdy cijfers. Hiermee kunnen de gevolgen voor de stuksprijs van F-35-toestellen en vervolgens voor de financiële ramingen van het project Vervanging F-16 worden vastgesteld.
Met de brief van 16 februari jl. is gemeld dat de LRIP-4-onderhandelingen, waarvan het geplande tweede Nederlandse F-35-testtoestel deel uitmaakt, naar verwachting eind april worden voltooid, waardoor het JSF Program Office (JPO) en Lockheed Martin eind mei het contract zouden kunnen sluiten. Er treedt verdere vertraging op aangezien de certificering van het programma in het kader van de Nunn-McCurdy wetgeving eind mei nog niet zal zijn voltooid. Het JPO mag namelijk in afwachting van de uitkomst van dat proces geen contracten sluiten. Met de beantwoording op 11 maart jl. van vragen van het lid Van Velzen is de Kamer gemeld dat het demissionaire kabinet geen besluit tot aanschaf van een tweede F-35-testtoestel meer zal voorleggen aan de Kamer. Dat geldt de facto ook voor de effectuering van het besluit tot deelneming aan de IOT&E-fase, aangezien voor deelneming aan de IOT&E en de daaraan voorafgaande opleidingen van vliegers minimaal twee testtoestellen moeten worden aangeschaft.”

Bron: Brief Ministerie van Defensie aan Tweede Kamer d.d. 23 maart 2010

JSFNIEUWS100410-NB/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 10 2010

JSF F-35B bereikt twee nieuwe mijlpalen

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Fort Worth, Texas (USA) – De afgelopen maand meldde Lockheed Martin twee belangrijke mijlpalen in het JSF programma. Op 18 maart 2010 werd door een F-35B toestel de eerste verticale landing gemaakt. En op 7 april 2010 volgde de eerste vlucht van het vierde prototype van de F-35B, het eerste toestel dat voorzien is van radar, sensoren en de nieuwere softwareversie Block 0.5.

Op 18 maart 2010 werd op de marinebasis NAS Patuxent River door F-35 STOVL testpiloot Graham Tomlinson, na een serie van circa 10 voorbereidende vluchten sinds januari, de eerste verticale landing uitgevoerd. Deze mijlpaal, oorspronkelijk voorzien voor de zomer van 2008, begon met een zeer korte startaanloop, waarbij Tomlinson met 80 knots loskwam van de grond. Na een vlucht van 13 minuten keerde hij terug boven de vliegbasis en positioneerde het toestel op 150 voet hoogte in “hover mode” boven het vliegveld en bleef zo circa een minuut stil hangen in de lucht. Daarna zette hij de daling in om te landen op de landingsbaan. Het was de 42e testvlucht van prototype BF1. Totaal waren tot en met 18 maart 74 testvluchten uitgevoerd met de drie prototypes van de F-35B versie sinds de eerste vlucht van deze versie in juni 2008.

Tevreden reacties betrokkenen over deze mijlpaal

Tomlinson, een voormalige Royal Airforce vlieger op de Harrier en sinds 1986 werkzaam voor BAE Systems was zeer te spreken over het gemak waarmee de F-35B te bedienen is in vergelijking met de Harrier. Hij zei hierover na afloop: “The low workload in the cockpit contrasted sharply with legacy short takeoff/vertical landing (STOVL) platforms. Together with the work already completed for slow-speed handling and landings, this provides a robust platform to expand the fleet’s STOVL capabilities.”
Robert J. Stevens, Lockheed Martin chairman en chief executive officer, zei na afloop: “Today’s vertical landing of the F-35 BF-1 aircraft was a vivid demonstration of innovative technology that will serve the global security needs of the U.S. and its allies for decades to come. I am extremely proud of the F-35 team for their dedication, service and performance in achieving this major milestone for the program.”

Eerste F-35 met missie sytemen vliegt

Het eerste van missie systemen voorziene F-35 Lightning II toestel maakte woensdag 7 april 2010 de eerste vlucht. Het toestel, een F-35B STOVL variant voor de US Marines is het zesde prototype dat vliegt en het vierde F-35B prototype. Dit prototype, de BF-4 is het eerste dat voorzien is van radar en sensoren; in de andere prototypes waren deze nog weggelaten.
Gedurende de vlucht, uitgevoerd door F-35 Testvlieger David Nelson klom het toestel naar 15.500 voet (4700 meter) hoogte en controleerde de motor response met verschillende throttle standen en voerde een serie manoeuvres uit om diverse besturingsfuncties van het toestel te testen. Het toestel startte om 10:04 uur vanaf het fabrieksvliegveld van Fort Worth en landde daar weer veilig om 10:59 uur.
Het was de 171ste vlucht van een F-35 prototype sinds de start van het testvliegen in 2006. Totaal moeten circa 5.000 testvluchten worden uitgevoerd. In de bijgewerkte planning van september 2008 was de eerste vlucht nog voorzien voor 24 maart 2009, door onvoorziene omstandigheden is dit ruim een jaar vertraagd.

Lockheed Martin: uniek moment

Eric Branyan, Lockheed Martin F-35 deputy program manager, na afloop over deze vlucht: “Today’s flight initiates a level of avionics capability that no fighter has ever achieved. The F-35’s next-generation sensor suite enables a new capability for multi role aircraft, collecting vast amounts of data and fusing the information into a single, highly comprehensible display that will enable the pilot to make faster and more
effective tactical decisions
.”

De F-35 missiesystemen verwerken en combineren data van een breed scala aan sensoren om de piloot van optimale informatie te voorzien. De F-35’s missiesystemen omvatten:
- Northrop Grumman AN/APG-81 Active Electronically Scanned Array radar
- Lockheed Martin Electro-Optical Targeting System (EOTS)
- Lange-afstands passie infrarood search and track system
- Northrop Grumman Electro-Optical Distributed Aperture System (EO-DAS)
- Passieve systemen voor lange-afstands dreigingsdetectie
- BAE Systems Electronic Warfare (EW) system
- VSI Helmet Mounted Display System (HMDS)
- Helm met integraal virtueel head-up dislay en informatieprojectie
- Northrop Grumman Integrated Communication, Navigation & Identification
- Honeywell Inertial Navigation System
- Raytheon Global Positioning System

Deze systemen zullen de komende tijd in dit F-35 prototype BF-4 worden getest, nadat deze al eerder in laboratoria en in een omgebouwd Boeing 737 vliegend laboratorium gedurende duizenden uren zijn getest.
De BF-4 is het eerste toestel voorzien van softwareversie Block 0.5. De andere F-35’s vliegen nog met de basale Block 0.1 versie. De uiteindelijke operationele variant, zoals voor Nederland voorzien, moet worden uitgerust met softwareversie Block 3.0. De Block 0.5 versie bevat reeds circa 50% van de functionaliteit van Block 3.0.
Het is de bedoeling dat de BF-4 binenkort naar de vliegbasis Naval Air Station Patuxent River verhuist, waar ook de andere 3 F-35B prototypes zijn gehuisvest.

Bron:
Persbericht Lockheed Martin 18 maart 2010
Persbericht Lockheed Martin 7 april 2010

JSFNIEUWS100410-KR/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 10 2010

Succesvolle naverbrander test voor F136 JSF-motor

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Arnhem - Het GE Rolls-Royce Fighter Engine Team, dat de alternatieve motor voor de JSF ontwikkelt, heeft een volledige naverbrander test uitgevoerd met de derde F136-motor, die gebouwd is volgens de nieuwe productie-configuratie. De test is een belangrijke mijlpaal in een jaar, waarin het F136-programm al grote vooruitgang heeft geboekt.

De naverbrandertests werden uitgevoerd in een geavanceerde testomgeving bij GE. Tijdens
deze testfase werden alle doelstellingen gerealiseerd, waaronder ook een test met de nozzle, die gebruikt wordt in de beide motorprogramma’s voor de JSF. Vanaf het eerste ontwerp van de JSF is voorzien in de uitwisselbaarheid van de beide motoren.

Positieve ontwikkeling F136 motortests

De ontwikkeling van de F136-motor vordert in snel tempo en telkens worden belangrijke
mijlpalen bereikt. Er worden dit jaar zes F136-motoren getest, waarbij de motorprestaties
en levensduur worden gemeten. Nu al is duidelijk dat de prestaties van de motor voldoen aan alle verwachtingen als het gaat om stuwkracht, temperatuur en brandstofverbruik. Die prestaties bevestigen, dat de F136-motor een essentiële rol gaat spelen in de concurrentieslag tussen de beide motoren van het JSF-programma.
Al DiLibero, president van het GE Rolls-Royce Fighter Engine Team: “We zitten goed op koers in de ontwikkeling van de motor en boeken elke dag vooruitgang. Het bereiken van volledige naverbranding in onze nieuwste motor bewijst de kwaliteit en het succes van het F136-team. Het betekent voor het JSF-programma, dat ook het moment dichterbij is gekomen dat het de vruchten kan plukken van de concurrentiestrijd tussen de beide motorenprogramma’s.
Mark Rhodes, senior vice-president van het GE Rolls-Royce Fighter Engine Team over de vooruitgang die geboekt wordt: “Dit jaar wordt het belangrijkste jaar tot nu toe voor de F136-motor, aangezien we ons testprogramma verder gaan uitbreiden en ook vliegtests gaan uitvoeren. De F136-motor is speciaal ontwikkeld voor de F35-toestellen met een concept, dat geschikt is voor zowel de huidige als toekomstige eisen, die aan het toestel gesteld worden”.

Over de F136 motor

De F136 motor wordt geproduceerd door het Fighter Engine Team, een samenwerking tussen GE en Rolls-Royce, twee toonaangevende producenten van vliegtuigmotoren. GE - Aviation, dat verantwoordelijk is voor 60 procent van het F136 programma, ontwikkelt de hoofdcompressor en de gekoppelde hoge druk/lage druk componenten van het turbinesysteem, de controlesystemen en de naverbrander. Rolls-Royce, dat 40 procent van het F136 programma uitvoert, is verantwoordelijk voor de voorste fan, de combustor, de tweede en derde stage van de lage druk turbine en de versnellingsbakken. De internationale partnerlanden leveren ook een bijdrage aan de F136 door hun betrokkenheid in de ontwikkeling van de motor en de productie van componenten.
In Nederland zijn Atkins Nedtech, DutchAero, het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), Sulzer-Eldim en de TU Delft betrokken bij de ontwikkeling van de F136. Onderdeel van de F136 is de zogenaamde “Dutch Fancase”, die zijn naam dankt aan de grote betrokkenheid van de Nederlandse bedrijven Atkins Nedtech en DutchAero bij het ontwerp en de productie van het component.

De F136 is met een enkele configuratie geschikt voor alle drie de versies van de JSF: de STOVL voor de Amerikaanse en Britse marine, de Carrier Variant (CV) voor de Amerikaanse
marine en de CTOL, die door de Amerikaanse en wellicht ook de Nederlandse luchtmacht
zal worden aangeschaft. Dankzij de toepassing van best practices en verbeterde technologie zal de F136 ruimschoots voldoen aan de eisen voor onderhoudsvriendelijkheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid voor alle F-35 varianten.
De motor verbetert bovendien de samenwerking tussen het Amerikaanse leger en zijn internationale partners in gezamenlijke missies.

Bij het F136 programma, dat uitgevoerd wordt in het complex van GE Aviation in Ohio en
de Rolls-Royce vestigingen in Indianapolis en Bristol, zijn zo’n 900 engineers en technici betrokken.

Bron: Persbericht Fighter Engine Team GE-Rolls Royce

JSFNIEUWS100410-MT/nb

Een reactie op dit bericht...

Apr 07 2010

Nieuw Pentagon rapport: JSF nog eens vele miljarden duurder

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Den Haag – Het Amerikaanse InsideDefense heeft het bestaan van een rapport onthuld, waarin wordt gewaarschuwd dat de kosten van de Joint Strike Fighter nog veel hoger uit zullen komen, dan vorige maand door Minister Gates en materieel-chef Ashton Carter in hoorzittingen van de Amerikaanse Senaat is gemeld. Er is sprake van mogelijk nog eens maximaal US$50 tot US $60 miljard extra kostenstijgingen tot een totaal van tussen de US$ 378 en US$388 miljard voor 2443 toestellen. Omgerekend komt dit neer op een prijskaartje van gemiddeld US$ 155 miljoen per stuk (inclusief ontwikkelingskosten).

De onderzoekers van InsideDefense kregen inzicht in een niet eerder onthuld rapport. In het 53 bladzijden tellend rapport geeft het Pentagon aan tegenover leden van het Congres dat er rekening mee moet worden gehouden dat deze zomer een nieuwe prijsstijging zal worden gerapporteerd.
Het rapport laat zien hoe de kosten zich ontwikkelen:

Overzicht totale projectkosten:
In 2002: US$ 231 miljard (voor 2852 toestellen)
In 2007: US$ 276 miljard (voor 2443 toestellen)
In 2008: US$ 298 miljard (idem)
In 2009: US$ 328 miljard (idem; rapportage maart 2010)
In 2010: US$ 380 miljard (te rapporten juni 2010)

Gemiddelde aanschafprijs per toestel (exclusief ontwikkelingskosten):
In 2002: US$ 69 miljoen
In 2007: US$ 95 miljoen
In 2008: US$ 103 miljoen
In 2009: US$ 112 miljoen
In 2010: US$ 130 miljoen

Kosten sinds 2008 met US$ 90 miljard gestegen

Vorige week is formeel een nieuw onafhankelijk kostenonderzoek van het F-35 programma begonnen, dat in juni 2010 moet leiden tot een nieuwe rapportage over de prijs per stuk en de operationele kosten. In het rapport staat “The department expects this analysis will result in increases” van nog eens 18,4% (US$ 60,4 miljard) bovenop de laatste kostenschatting van US$ 328,2 miljard voor het totale JSF programma. Hiermee komt de totale kostengroei sinds 2008 op liefst US$ 90 miljard. In april 2008 werd nog uitgegaan van US$ 298 miljard. Toen al werden daar door Aviation Week vraagtekens bijgezet als zijnde “creatief boekhouden” en in onze Tweede Kamer werden daar vragen over gesteld.
Doel van het rapport is te komen met een definitieve en betrouwbare kostenschatting van de gemiddelde aanschafprijs als basis voor toekomstige defensiebegrotingen.

Rapportage Gates in maart gebaseerd op “onorthodoxe rekenmethode”

Vorige week zei Robert Gates nog tegenover leden van het Congres dat hij uitging van US$ 328,2 miljard. Maar ingewijden bij het Pentagon zeggen dat er een wat “onorthodoxe” rekenmethode is gebruikt door nieuwe hogere kostenschattingen van de komende vijf jaar te mengen met de (oude) lage kostenschattingen voor de resterende 24 jaar. Wordt deze oneigenlijke rekenmethode losgelaten en een zuivere calculatie gebruikt, dan komen de bedragen veel hoger uit. In 2009 voerde een Joint Estimate Team (JET) van accountants en deskundigen een herberekening uit van de kosten. Zij kwamen op veel hogere bedragen uit dan het JSF Program Office (JPO) en de fabrikant. De hogere JET kosten zijn maar voor 5 jaar gebruikt, de lage JPO schattingen wogen mee voor de overige 24 jaar. In het nu onthulde rapport zijn de hogere kosten doorgerekend voor de hele periode. Het rapport meldt: “Production costs reported in the SAR beyond the FYDP are currently based on Joint Program Office estimates and will be updated pending the department’s ongoing cost review”.

De enorme kostenstijgingen moeten gefinancierd worden door andere grote projecten te vertragen of geheel te schrappen. Daarnaast zal het vrijwel zeker – net als indertijd bij de F-22 Raptor – leiden tot lagere aantallen per jaar. Dit roept echter grote vragen op vanwege de dringende noodzaak tot vervanging van grote aantallen gemiddeld bijna 30 jaar oude F-15, F-16 en F-18 toestellen.

Materieel chef Ashton Carter wilde gisteren niet reageren tegen InsideDefense die het bestaan van het rapport met de veel hogere cijfers naar buiten bracht.

Bron: INSIDE DEFENSE 06 april 2010

JSFNIEUWS100407-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 22 2010

Kamerbriefing actuele situatie Joint Strike Fighter project

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Ontwikkeling JSF

Den Haag – Op verzoek van enkele fracties uit de Tweede Kamer gaf JSF-specialist Johan Boeder op 17 februari 2010 een briefing over de actuele status van het Joint Strike Fighter project. De komende maanden wordt de discussie rond de aanschaf van dit toestel opnieuw actueel in verband met de beslissing die genomen moet worden over de koop van een tweede testtoestel, hoewel de kabinetscrisis de situatie nu extra onzeker maakt.

Gebaseerd op feitenmateriaal uit officiële rapporten hield JSF-specialist Johan Boeder de aanwezige Kamerleden van CDA, PvdA, SP, GL en PVV opnieuw voor dat sprake is van een risicovolle strategie bij de ontwikkeling van de JSF vanwege het feit dat de productie al begonnen is, terwijl het testen nog maar voor 2% voltooid is. Tot op heden zijn slechts 150 van 5000 testvluchten voltooid en de ontwikkelperiode is recent opnieuw verlengd met 13 maanden, tot eind 2015. Er zijn tal van technische problemen met de motor, de koeling en elektrische systemen. Maar met name de software ontwikkeling loopt achter op schema. Van de vorig jaar door Lockheed Martin toegezegde “acceleratie van de ontwikkeling” is niets terecht gekomen, zo blijkt uit Amerikaanse rapporten. Boeder ging hierbij specifiek in op het zeer kritische Annual Report 2009 van de Pentagon Director Operational Test & Evaluation inzake het JSF Program.

Steeds verder achter op schema

Inmiddels is het project, dat in 2001 startte, meer dan vier jaar achter op het oorspronkelijke schema. De kosten zijn circa 40% gestegen, wat zich vertaalt in een hogere aanschafprijs. “Dit, in combinatie met begrotingsproblemen in diverse landen”, zo betoogde Boeder, “leidt tot een dodelijke prijs-aantal spiraal, waarbij hogere prijzen leiden tot steeds lagere verkochte aantallen. En andersom.” De voorspelling dat er uiteindelijk 4500 Joint Strike Fighters gebouwd zullen worden, ziet Boeder als te optimistisch, hooguit de helft daarvan zal op termijn haalbaar zijn.
Dit leidt tot aanzienlijk minder omzet voor de Nederlandse industrie dan oorspronkelijk beloofd. Boeder liet zien dat diverse andere landen de JSF aankoop hebben verschoven naar een verdere toekomst, nadelig voor Nederland die daardoor duurdere vroege toestellen moet kopen. In de briefing werd ingegaan op de oorspronkelijke belofte dat de JSF per vlieguur goedkoper zou zijn dan de F-16. Inmiddels blijkt uit cijfers dat de exploitatiekosten van het toestel wellicht dubbel zo hoog zullen zijn dan in 2001 verwacht.
Dit heeft tot gevolg dat het aantal aan te schaffen toestellen onder druk komt te staan en er mogelijk nog meer squadrons moeten worden afgestoten.

De Vries bevestigt problemen

De briefing kreeg een actueel karakter, vanwege een brief die Staatssecretaris van Defensie De Vries op dinsdag 16 februari 2010 stuurde, waarin hij melding maakte van een vertraging in de aflevering van het eerste door Nederland bestelde toestel. Daarnaast werd de nieuwe uitloop van de ontwikkelingstijd van de JSF officieel bevestigd en het schrappen van de aanschaf van 121 toestellen door de Verenigde Staten de komende paar jaar. Dit zal er tevens toe leiden dat de aanvang van de test- en evaluatiefase in de Verenigde Staten, waaraan Nederland deelneemt pas in 2014 kan aanvangen. De Vries deelde tevens mee dat het zelfs mogelijk is dat in de Verenigde Staten plaats het JSF project tegen de grenzen van de zogeheten Nunn-McCurdy wet aanloopt die voorschrijft dat een herstructurering van een wapenproject noodzakelijk is bij 50% kostenoverschrijding. Dit percentage wordt inmiddels benaderd door de JSF.

Bronnen/downloads:
Briefing 17 februari 2010 VK Defensie Tweede Kamer inzake Actuele Status JSF Project

Engelse vertaling beschikbaar:
Briefing 17 februari 2010 NL Parliament Current Status JSF Project

Extract Annual Report 2009 Director Operational Test & Evaluation JSF Program

Eerder hebben we aandacht aan dit rapport besteed, lees en download dit het complete rapport: “Market Analysis JSF september 2009”.

JSFNIEUWS100222-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 18 2010

Opinie: zijn JSF ontwikkelingen werkelijk positief?

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Ingezonden opinie

Delft - In reactie op de ingezonden opinie “JSF ontwikkelingen positiever dan gedacht” van 10 februari 2010 reageert een lezer als volgt:

Net als iedereen bent u gerechtigd een opinie te hebben. Ik kan u er op wijzen dat vele argumenten die u aanhaalt om het JSF project in een positief daglicht te stellen op zijn vriendelijkst gezegt nogal vergezocht zijn en veelal niet door objectieve argumenten ondersteund worden.

Allereerst wil ik u er op attent maken dat erg veel critici bepaald geen ‘linkse rakkers’ zijn dan wel ‘pacifistisch’ of ‘anti-Amerikaans’ zijn. Uw poging om die verbinding te leggen werp ik verre van mij en ik denk dat vele (kritische) respondenten dat met mij doen.

Uw allereerste argument is dat de ook de Obama regering het JSF programma ondersteunt. Dat is inderdaad zo. In ieder geval mondeling. Maar er is een gezegde: ‘Put your money where your mouth is’. En het feit is dat in de QDR slechts sprake is van zo’n 10 wings. Inclusief reserve en trainings vliegtuigen komt dit neer op ~1300 vliegtuigen voor de USAF. Dat is zeker 500 stuks minder dan beleden wordt. Het is al langer duidelijk –dit gegeven was al voor de crediet crisis duidelijk !!!- dat in de lange termijnsplannen niet genoeg geld was om de genoemde aantallen te kopen. Ondertussen word teen deel van het JSF budget gebruikt om F18 (!!!) vliegtuigen aan te schaffen voor de USNavy die ondertussen erg kritisch aan het worden is over de ratio van de JSF. Dit budget zal niet terugkomen. Ergo, minder vliegtuigen. En deze getallen veronderstellen dat Lockheed de genoemde lage prijs voor de JSF kan bewerkstelligen. Iets waar de meeste luchtvaartdeskundigen een hard hoofd in hebben, zeker omdat het een terugkerend thema is dat JSF doelstellingen niet haalt en critici keer op keer wel gelijk kregen. De veronderstelling dat NU dan toch alles goed zal komen is niet op objectieve gegevens gebaseerd maar op wishfull thinking. Ergo; uw genoemd argument ‘Alles is in orde want de Obama regering steunt het project’ wordt niet gesteund door de feiten ‘op de grond’.

Journalist Bill Sweetman liet haarfijn zien hoe keer op keer de productie aantallen teruggeschroeft zijn. Het aanroepen van de verlengde SDD fase als positief nieuws vereist enige hersen gymnastiek. Feitelijk zegt u ‘het feit dat het pentagon (tegenstribbelend) toegeeft dat de planningen niet gehaald zijn en dat nog heel veel geld en tijd nodig is die oorspronkelijk niet begroot is –en we praten niet over een paar luttele procenten-‘ is goed nieuws. Als u van uw auto leverancier te horen krijgt dat de door u bestelde auto 50% duurder is dan wat u dacht , en oh ja, hij kan minder lading vervoeren en is minder veilig dan belooft en is duurder in onderhoud’ dan vind u dat vast geen goed nieuws (tenzij u wellicht koste wat kost een uniek merk wilt rijden om u zich van het plebs te onderscheiden). Geen enkele bron met kennis van zaken (inclusief de USAF en het Pentagon notabene) gelooft dat de kosten werkelijk naar het beloofde niveau zullen dalen. De teruggeschroefde aantallen te bestellen vliegtuigen zijn daar getuige van. Lockheed zelf heeft aangegeven dat prijs stabilisatie pas rond de 1600 stuks zal plaatsvinden. Met de teruggeschroefde aantallen ligt dit moment veel verder in de toekomst dan eerder belooft, als dat moment uberhaupt komt. LM heeft niet bepaald een goed track record op dit gebied. Enige sommen uitvoerend kan gezien worden dat de lage kosten voor de JSF waar u melding van maakt een leercurve zonder precedent nodig heeft. Ofwel LM moet beter presteren dat wat historisch materiaal laat zien dat mogelijk is. LM heeft tot zover laten zien dat ze slechter presteerd dan historisch gebruikelijk is. Uw mening hierover wordt niet door feiten ondersteund.

Uw standpunt dat genraal Heinz ontslagen is vanwege de F136 motor (ook een pikant detail trouwens inzake het Nederlandse werkaandeel) doet mij de wenkbrauwen fronsen. Ik hou de internationale pers over dit onderwerp nauwgezet bij en u bent de eerste die zijn ontslag in dit verband noemt. Nergens wordt general Heinz standpunt over de F136 als reden tot ontslag genoemd (het zou ook te gek voor woorden zijn als dat het geval was) en overal wordt de ellende in het JSF programma als argument aangehaald. Sommige bronnen geven aan dat general Heinz ter bescherming van anderen ‘op zijn zwaard viel’. Uw klacht dat de Europese landen geen geld steken in de motor ontwikkeling is verder een simpelweg niet waar. Die 880 miljoen dollar aanbetaling (in het geval van Nederland) deden we in het JSF project INCLUSIEF (en dat staat zo in de overeenkomst) de F136 motor. Dit geldt zeker voor het UK. U zegt in feite dat de USA wel kan bepalen waar onze bijdrage in de ontwikkeling besteed moet worden zonder inspraak van de partners. En het feit dat het project (buiten schuld van RR etc) in de problemen zit is dan een argument om Europese bedrijven af te snijden van werkaandeel waarvoor men –ander dan u beweerd- betaald heeft? Behartigt u de belangen van LM of die van Nederland (in breedste zin)?

Uw opmerking dat de regering Obama het risico voor verdure overschrijdingen bij LM neerlegt is op zijn vriendelijkst gezegt prematuur. Het onthouden van de prestatie bonus (voor welke prestatie trouwens?) heeft niks te maken met risico leggen bij de producent. Het neemt alleen een niet verdiende bonus weg. De USA (taxpayer) draait nog steeds voor tegenvallers op. Ik begrijp niet waarom de PvdA (of wie dan ook) daar blij mee moet zijn want de gevolgen zijn niet goed. Verder inkrimpen van de aantallen te bestellen vliegtuigen en het inkrimpen van de capaciteiten van de JSF die in later upgrades (blocks) zouden moeten komen. Wie daar voor gaat betalen is nog onduidelijk. Het is goed mogelijk dat de klanten later met een half klaar vliegtuig opgescheept zitten en de beloofde ectra capaciteiten allen tegen extra betaling zullen krijgen. Linksom of rechtsom zullen ook wij voor de tegenvaller opdraaien.

U heeft het waarschijnlijk niet gemerkt (of wel) maar het Nederlandse budget voor de JSF is tussentijds al stiekum opgeschroeft. Desondanks kunnen er waarschijnlijk maar zo’n 40 tot 50 stuks voor het Hogere budget aangeschaft worden. Hiermee komt de vraag naar boven wat we in vredesnaam met zo’n kleine luchtmacht moeten. Met dit kleine aantal vliegtuigen kan geen zinvolle gevechtstaak ondersteund worden.
Wat ik wel begrijp uit uw woorden is dat u een voorstander bent van de JSF. Dat is uw goed recht. U gelooft dat de JSF goed voor Nederland is (al kan ik niet uit uw argumenten opmaken waarom). Dat is uw goed recht. Anderen zijn kritisch en veelal op hele zakelijke gronden (zowel economisch als militair) en hebben evenveel recht op hun mening. Maar hun mening als links of onzinnig wegzetten omdat hun (vaak beter gefundeerde argumenten) de uw gewenste uitkomst in de weg staan kan ik niet zien als een bijdrage aan een zinvolle discussie.”

JSFNIEUWS100217-BR-DLF/jg

2 reacties op dit bericht...

Feb 17 2010

De Vries meldt jaar vertraging start IOT&E fase

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Den Haag - Gisteravond heeft Staatssecretaris De Vries een brief gestuurd over de actuele situatie rhij melding maakte van een vertraging in de aflevering van het eerste door Nederland bestelde toestel. In de brief maakt de Staatssecretaris melding van de nieuwe uitloop van de ontwikkelingstijd van de JSF met 13 maanden en van het feit dat de
aanschaf door de Verenigde Staten de komende paar jaar met 121 toestellen wordt verminderd.

De aanvang van de test- en evaluatiefase in de Verenigde Staten, waaraan Nederland deelneemt, kan nu pas in 2014 kan aanvangen. De Vries deelde tevens mee dat het zelfs mogelijk is dat in de Verenigde Staten plaats het JSF project tegen de grenzen van de zogeheten Nunn-McCurdy wet aanloopt die voorschrijft dat een herstructurering van een wapenproject noodzakelijk is bij 50% kostenoverschrijding. Dit percentage wordt inmiddels benaderd door de JSFond het Joint Strike Fighter programma.

Vanmiddag geeft JSF specialist Johan Boeder uit Kesteren een briefing voor een aantal leden van de Vaste Kamercommissie voor Defensie. Hij zal daarbij ingaan op een aantal actuele zaken rond testen, ontwikkelingsproblemen, prijsontwikkeling en planning. De nu gerapporteerde vertraging in de IOT&E fase werd door hem in een artikel op JSFNieuws al aan de orde gesteld. Zie “Wanneer start de IOT&E fase van de JSF” ?” van 4 november 2008.

Hieronder de volledige tekst van de brief van Staatssecretaris De Vries van 16 februari 2010 aan de Tweede Kamer:
Met de brief van 28 januari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 213) heb ik de Kamer gemeld dat het Pentagon naar verwachting begin februari besluiten bekend zou maken over het F-35-programma, naar aanleiding van het geactualiseerde rapport van het Joint Estimating Team (JET-II) en van rapportages van het JSF Program Office (JPO), Lockheed Martin, de motorfabrikanten en andere deskundigen. Daarbij heb ik toegezegd de Kamer te informeren. Het Pentagon heeft de resultaten van de rapportages gebruikt bij de opstelling van de conceptdefensiebegroting voor het begrotingsjaar 2011 die de Amerikaanse minister van Defensie Gates op 1 februari jl. heeft gepresenteerd.

Minister Gates heeft een herstructurering van het F-35-programma aangekondigd en de relevante maatregelen worden in deze brief toegelicht. Defensie heeft hierbij gebruik gemaakt van informatie uit de presentatie van minister Gates en door het Pentagon gepubliceerde begrotingsdocumenten. Vervolgens wordt uiteengezet wat de maatregelen betekenen voor de planning van de besluitvorming van de Kamer over de motie-Hamer c.s. inzake het tweede Nederlandse F-35-testtoestel en voor de kostenramingen voor het project Vervanging F-16 in ons land.

Planning F-35-programma

Minister Gates heeft op 1 februari jl. gemeld dat in de afgelopen twee jaar een aantal doelstellingen van het F-35 programma niet is gehaald. Hij doelt daarmee op vertragingen in de productie en de testfase. De Kamer is in de tweede helft van 2009 op een aantal momenten geïnformeerd over deze vertragingen op grond van de destijds bekende informatie (Handelingen TK 2008–2009, aanhangsel nr. 3623, Kamerstuk 26 488, nr. 202, Handelingen TK 2009–2010, aanhangsel nr. 1093). Minister Gates kondigde aan dat Lockheed Martin $ 614 miljoen minder krijgt betaald dan geraamd. Lockheed Martin ontwikkelt en bouwt de F-35 op basis van cost plus incentive contracten, waarbij een deel van de betalingen pas volgt als de afgesproken doelstellingen worden gehaald. De Amerikaanse overheid acht deze vorm van contracteren per saldo beter dan het vroegtijdig afspreken van een vaste prijs, omdat de fabrikant dan alle resterende risico’s in het contract zal willen afdekken, met een hoge prijs als gevolg.

In Washington DC wordt de directeur van het JPO, een tweesterrengeneraal van het Marine Corps, vervangen door een driesterrengeneraal.

Minister Gates verklaarde dat de geconstateerde problemen niet onoverkomelijk zijn en dat de aangekondigde herstructurering zal voorkomen dat de pessimistische schattingen van het geactualiseerde JET-rapport bewaarheid worden. Defensie beschikt overigens niet over het interne JET-rapport en het is nog onbekend of het Pentagon het beschikbaar zal stellen.

De herstructurering houdt onder meer in dat de System Development and Demonstration (SDD)-fase met dertien maanden wordt verlengd tot november 2015. Voorts wordt de aanvang van de IOT&E-fase, waaraan Nederland met twee testtoestellen wil deelnemen, met dertien maanden vertraagd. Dat wil zeggen dat, voorafgegaan door een opleidingstraject van vliegers en technici, de voorbereidende fase (spin up) van de IOT&E in maart 2014 aanvangt, gevolgd door de IOT&E zelf. De vertraging is onder meer een gevolg van het feit dat de productie van F-35-toestellen inmiddels ruim een half jaar bij de planning achterloopt, waardoor ook de testfase vertraging ondervindt. Ook is er sprake van een beperkte vertraging in de softwareontwikkeling. De maatregelen die nu zijn getroffen beogen de overlap tussen de productie van toestellen, het testprogramma van Lockheed Martin en de IOT&E-fase te beperken. Voorts wordt er extra geïnvesteerd in testfaciliteiten voor software. Met de herstructurering van de SDD-fase is een bedrag van $ 2,8 miljard gemoeid. Nederland neemt deel aan de SDD-fase van het JSF-programma op basis van een vaste bijdrage van $ 800 miljoen en hoeft dan ook niet mee te betalen aan de budgetverhoging.

Minister Gates heeft op 1 februari jl. de aanschaf van 43 toestellen in de LRIP-5-productieserie aangekondigd. Dat is ten opzichte van de planning een vermindering met negen toestellen. Van deze productieserie maken geen Nederlandse toestellen deel uit. Over de eerdere planning met 52 Amerikaanse toestellen in LRIP-5 is de Kamer geïnformeerd met de brief van 20 november 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 205). Ook in de vier productieseries na LRIP-5 is het aantal toestellen verlaagd, waardoor in totaal 121 toestellen naar latere besteljaren (na 2015) worden verschoven. Minister Gates heeft laten weten dat het aantal toestellen in deze productieseries uiteindelijk hoger kan worden, aangezien het JPO toestemming krijgt meer toestellen aan te schaffen als dat op grond van de uitonderhandelde stuksprijs binnen het budget past. Uit de eveneens op 1 februari jl. gepubliceerde bijbehorende begrotingsdocumenten blijkt dat het totale aantal te produceren toestellen voor de Amerikaanse strijdkrachten ongewijzigd op 2.443 staat.

Met de beantwoording van vragen op 7 mei 2008 (Kamerstuk 26 488, nr. 69) is de Kamer geïnformeerd over de Nunn-McCurdy wetgeving in de Verenigde Staten. De Nunn-McCurdy wetgeving schrijft voor dat het Amerikaanse Congres

wordt geïnformeerd als een project bepaalde financiële grenzen overschrijdt. Die grenzen worden bijvoorbeeld toegepast op de Program Acquisition Unit Costs (PAUC). De PAUC bestaan uit de ontwikkelingskosten, de aanschafkosten en de kosten van militaire infrastructuur van het F-35-programma voor de Verenigde Staten, omgeslagen per toestel. In het kader van de Nunn-McCurdy wetgeving wordt de actuele schatting van de PAUC vergeleken met de geschatte kosten bij aanvang, de Approved Baseline (APB).

In het JSF-project stamt de APB uit 2001. Een project dient door het Pentagon binnen 60 dagen te worden herbevestigd aan het Amerikaanse Congres zodra de grens van 50 procent kostenstijging ten opzichte van de APB wordt bereikt. Voor de behandeling door het Congres is geen termijn voorgeschreven. Minister Gates achtte het nog onzeker of op basis van de voornoemde herstructurering, die mede gepaard gaat met een stijging van de SDD-kosten met $ 2,8 miljard, de grens van 50 procent wordt bereikt. Daarover kan ik dus nog geen uitsluitsel geven. De Kamer zal afzonderlijk worden geïnformeerd zodra er duidelijkheid ontstaat.

Nederland

Het is van belang dat het aantal Amerikaanse F-35-toestellen in LRIP-4, de productieserie waar het tweede geplande Nederlandse testtoestel deel van uitmaakt, niet is gewijzigd. Eerder heb ik de Kamer gemeld dat de LRIP-4-contractondertekening niet eerder dan eind maart was voorzien (Kamerstuk 26 488, nr. 209). Thans is het de verwachting dat de LRIP-4-onderhandelingen naar verwachting eind april worden voltooid, waardoor het JPO en Lockheed Martin eind mei het contract zouden kunnen sluiten. Het uitstel wordt veroorzaakt doordat het JPO de komende maanden de aandacht richt op de herstructurering van het F-35-programma. Als het Pentagon op korte termijn constateert dat de Nunn-McCurdy grens van 50 procent wordt bereikt, zal verdere vertraging optreden als de hercertificering van het programma eind mei nog niet is voltooid. Het JPO mag namelijk geen contracten sluiten gedurende het proces van hercertificering door het Pentagon en het Congres. Vanzelfsprekend zal ik de Kamer informeren zodra er nadere informatie beschikbaar komt over de LRIP-4 planning, gelet op het gestelde in de motie-Hamer c.s. en het algemeen overleg dat de vaste commissie voor Defensie in mei heeft gepland.

De verschuivingen in het Amerikaanse bestelschema betekenen dat de met de brief van 20 november 2009 gemelde versnelde aanschaf van 28 Amerikaanse toestellen komt te vervallen. Deze maatregel vertraagt de productieleercurve en verlaagt het aantal toestellen in de desbetreffende productieseries, waardoor de stuksprijs van toestellen vanaf LRIP-5 zal stijgen. Nederland betaalt zoals bekend als partner in de SDD-fase bij aanschaf van de toestellen geen opslag voor ontwikkelingskosten. Het Pentagon heeft nog niet gemeld in welke productiejaren de 121 toestellen worden gepland. De eerste geplande Nederlandse productietoestellen maken deel uit van LRIP-6. Defensie maakt voor de kostenramingen van het project Vervanging F-16 gebruik van door het Pentagon vastgestelde Selected Acquisition Report (SAR-)kosteninformatie over het F-35-programma. Naar verwachting zal het Pentagon in april a.s. met het SAR-rapport over 2009 de geactualiseerde kosteninformatie over het F-35 programma bekendmaken.

Aangezien de Kamer in overeenstemming met de Regeling Grote Projecten de jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over 2009 uiterlijk begin april ontvangt, zal deze actualisering niet in de jaarrapportage kunnen worden opgenomen tenzij het SAR-rapport eerder beschikbaar komt. Zo nodig zal de Kamer afzonderlijk worden geïnformeerd over de geactualiseerde kosteninformatie.

Defensie bestudeert de gevolgen van het uitstel van de IOT&E-fase met dertien maanden.

Er wordt informatie ingewonnen met het oog op de planning van de opleiding van Nederlandse vliegers en technici voorafgaand aan de IOT&E-fase. De aanvang van die opleidingen zou beginnen in het voorjaar van 2011, maar ook dat wordt later. Defensie zal ook de achterstand in de productie van toestellen bij de beoordeling betrekken. De uitkomsten zal ik aan de Kamer voorleggen voorafgaand aan de besluitvorming over het tweede Nederlandse F-35-testtoestel.”

JSFNIEUWS100211-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 10 2010

Brief Tom Burbage aan Nederlandse JSF belanghebbenden

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Zoetermeer - Het Nederlandse bedrijf Vimac Consultancy (het public relations bureau voor de JSF in Nederland) heeft op verzoek van de heer Tom Burbage, Programmaleider JSF en Senior Vice-President van Lockheed Martin een “Message to Stakeholders” gedistribueerd onder defensiemedewerkers en medewerkers van NLR/TNO ten aanzien van de recente ontwikkelingen omtrent het JSF – F-35 programma. Duidelijk is dat Lockheed Martin de ontwikkelingen juist positief inziet en een negatieve uitleg stellig afwijst. De brief heeft deze inhoud:

Dear F-35 Stakeholders:

In our last letter we highlighted recent accomplishments of the program and some of the acquisition challenges facing us as we waited to see what the FY 2011 President’s Budget would hold for us. As expected, the U.S. Administration showed strong support for the F-35 program. In fact, Secretary Gates said, “The program is on track to become the backbone of U.S. air superiority for the next generation.” The announced funding line of ~$11B in FY2011 validates that support, and while the program remains a top priority for the department, there were some adjustments made to the production profile, schedule and funding to ensure program success.

As anticipated, The Department of Defense in its budgeting process adopted the very conservative estimates of the Cost Assessment and Program Evaluation (CAPE) team’s recommendations. This more conservative approach was strongly endorsed by the 2009 Weapons System Acquisition Reform Act directed by the U.S. Congress, which introduced a new, higher-confidence budgeting process for this year. In keeping with this new process, Secretary Gates specifically called out the plan to transfer some funds from procurement to research and development to reduce risk on the remaining SDD tasks. The primary focus for these funds will be on additional software test resources and the potential procurement of a fourth CV variant flight-sciences test airplane. The more conservative FY-11 procurement funding is now expected to fund 43 aircraft. As you are aware, this is a downward adjustment from the 52 aircraft previously planned for LRIP 5. The U.S. intends to adopt a “Buy to Budget” plan, which would allow the U.S. to procure more aircraft if the program continues to track to the affordability targets. The Secretary also took specific actions to hold the program more accountable. He directed an elevation of the level of the F-35 PEO to a three-star flag officer, based on the importance of the program to the Department of Defense. For the contractor team, he also announced he was withholding the remaining $614M in SDD contract fee and would tie that fee to specific milestones to ensure completion of SDD tasks.

So what does all this mean? In many respects it is good news. These adjustments to the program ensure that we have adequate resources and time for the successful completion of SDD. While these changes necessitated a change to the buy profile for the U.S., there is no plan to scale back the ultimate numbers of aircraft or change the Initial Operational Capability dates for the three U.S. military services or international delivery plans. For our part, we plan to outperform the CAPE estimates and support the Buy to Budget strategy.

In closing, let us say that you have every reason to remain confident in the program. The aircraft remains technically sound and we are rapidly gaining back production efficiencies that will allow us deliver desired capability on our promised schedule. Lockheed Martin is vigorously pursuing the ongoing steep reductions in F-35 cost during Low-Rate Initial Production so that the government can buy more aircraft within the existing budget at a lower cost. Our team remains strong, and we greatly appreciate your continuing confidence in the program. We are committed to ensuring the acquisition objective of delivering a lethal, survivable, supportable and affordable air system for the U.S. Government, our eight international partners and future FMS countries.

Tom Burbage and Dan Crowley”.

JSFNIEUWS100209-JE/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Volgende »