Den Haag – Het is vandaag precies een jaar geleden dat het proefschrift van Bart Kreemers “Hete hangijzers” verscheen over het aankopen van straaljagers door de Koninklijke Luchtmacht. Naar aanleiding van dit proefschrift werden door de Kamer prompt vragen ingediend over de haalbaarheid om toch een endlife update uit te voeren. De Kamer wilde tevens met spoed de antwoorden. Een week later, op 18 februari 2009 vond hiervoor in een sfeer van politiek wantrouwen een debat plaats. Dit werd veroorzaakt doordat in de antwoorden via een Kamerbrief (16 februari) plotseling sprake was van 200 uur per F-16 per jaar, tegen 175 uur per F-16 per jaar in een brief twee maanden eerder. Inmiddels blijkt dat in 2009 er 183 uur per F-16 is gevlogen.
December 2008: 175 uur per F-16 per jaar
In december 2008 kreeg de Kamer de uitslag van de Kandidatenvergelijking en tevens een Kamerbrief inzake de end-life update.
De conclusie van dit onderzoek, uitgevoerd intern door de Koninklijke Luchtmacht, was dat de nuttige levensduur van de F-16’s niet onbeperkt kan worden verlengd. Met een endlife update zouden de F-16’s aan het einde van de jaren twintig ongeveer veertig jaar oud zijn en tegen de 8.000 vlieguren hebben. Een nóg langere operationele en technische levensduur is niet voorstelbaar en vervanging van de F-16 is dan niet meer uit te stellen. Volgens Defensie zouden investeringen in een endlife update zouden dus hoe dan ook een beperkt rendement hebben, terwijl omvangrijke vervangingsinvesteringen slechts zouden worden uitgesteld. De conclusie was dan ook dat een endlife update van de F-16 geen begaanbare weg is.
Ook wordt gemeld dat de 87 F-16’s naar verwachting in de periode 2015 tot 2021 worden afgestoten, als ze dan gemiddeld, met 175 vlieguren per jaar, tegen de 6.000 vlieguren hebben gemaakt en ongeveer dertig jaar oud zijn.
Debat 18 februari 2009: 200 uur per F-16 per jaar
Eijsink (PvdA) bracht naar voren dat in het verleden was toegezegd dat de F-16 8000 uur zou meekunnen na uitvoering van de Mid-Life update en dat wel allerlei argumenten waren aangegeven waarom Defensie het ongewenst vond een endlife update te doen, maar dat de noodzakelijke, feitelijke informatie over de mogelijkheden ontbrak. Daarnaast legde ze de vinger bij het verschil tussen de 200 uur/jaar waar nu – februari 2009 - plotseling mee gewerkt werd in vergelijking met de 175 uur/jaar uit de decemberbrief 2008. Onbetrouwbare informatie volgens haar.
Nieuwe vragen over de urenstand: 183 uur per F-16 per jaar
Met dit debat in het achterhoofd zal Eijsink (PvdA) wellicht de vragen van 6 januari 2010 ingediend hebben, opnieuw over de vlieguren per F-16.
Inmiddels heeft de Staatssecretaris van Defensie antwoord gegeven.
Daaruit blijkt dat het jaarlijkse aantal vlieguren per toestel is gestegen van 142,3 uur in 2005 tot 174,4 uur in 2008. Het gemiddelde aantal vlieguren per toestel in 2009 was 183,3 uur. Dit aantal heeft betrekking op de 87 toestellen die Defensie aanhoudt. Omdat het politiek mogelijk opnieuw een heet hangijzer wordt (minder uren = meer jaren levensduur = latere behoefte aan vervanging volgens sommige partijen), wordt door defensie direct uitgelegd waarom naar verwachting het aantal uren toch 200 uur per F-16 per jaar zal worden.
Hieronder de letterlijke vragen en antwoorden:
“Vraag 1:
Kunt u de Kamer een actualisering geven van het overzicht “totaal aantal vlieguren F-16 (per tail nummer) per 20 september 2007” voor de volgende data: 31 december 2007, 31 december 2008 en 31 december 2009?
Antwoord Defensie:
Een overzicht van de gevraagde aantallen vlieguren is in de bijlage opgenomen. Het betreft een overzicht van zowel de 87 F-16 toestellen die Defensie aanhoudt als van de achttien F-16 toestellen die worden afgestoten als gevolg van de maatregelen uit de beleidsbrief ‘Wereldwijd dienstbaar’ (Kamerstuk 31 243, nr. 1). Daarin is gemeld dat het aantal F-16’s, inclusief opleidingstoestellen, wordt verminderd van 105 naar 87. Zoals bekend zijn de achttien overtollige toestellen verkocht aan Chili. Nederland zal deze toestellen dit jaar en in 2011 in drie batches aan dat land overdragen (Kamerstukken 26 488 nrs. 183 en 186 van 25 mei en 17 juni 2009). De tailnummers van de Chileense toestellen zijn in het overzicht met een asterisk aangegeven.
Vraag 2 en 3:
Tot welke ontwikkeling leidt dit voor het aantal gemiddelde vlieguren per F-16 over de afgelopen vijf jaar?
Indien de ontwikkeling van dit gemiddelde aantal vlieguren afwijkt van uw verwachting eerder dit jaar, welke oorzaken kunt u daarvoor dan aangeven?
Antwoord Defensie:
In de brief van 31 maart 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 161) zijn de gemiddelde aantallen vlieguren per toestel in de afgelopen jaren tot en met 2008 vermeld. Daaruit blijkt dat het jaarlijkse aantal vlieguren per toestel is gestegen van 142,3 uur in 2005 tot 174,4 uur in 2008. Het gemiddelde aantal vlieguren per toestel in 2009 was 183,3 uur. Dit aantal heeft betrekking op de 87 toestellen die Defensie aanhoudt.
Het totale aantal begrote vlieguren in 2009 bedroeg 17.000. Dit aantal komt goed overeen met het in dat jaar gerealiseerde aantal vlieguren dat 16.895 bedraagt. Van deze vlieguren zijn er bijna 16.000 gemaakt door de 87 F-16’s die Defensie aanhoudt en bijna 1.000 door de overige toestellen. Als de laatste verkochte toestellen eenmaal aan Chili zullen zijn overgedragen, zal het begrote aantal van 17.000 vlieguren worden gerealiseerd met alleen de 87 eigen toestellen van Defensie. Dit levert jaarlijks gemiddeld bijna 200 vlieguren per toestel op, zoals ook vermeld in de brief van 31 maart 2009.”
In een Bijlage heeft Defensie alle staartnummers en urenstanden in detail vermeld, inclusief de toestellen die aan Chili zijn verkocht. De meeste toestellen hebben tussen pakweg 3.300 en 4.300 vlieguren op de urenteller staan.
Bron:
Brief Ministerie van Defensie aan Tweede Kamer; 3 februari 2010.
JSFNIEUWS100210-JG/jg