Archief van de 'Aanschaf JSF' Categorie

Mrt 14 2013

Denmark: second JSF partner country with total new fighter evaluation

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

UPDATED

Copenhagen DK – In an official press release Denmark confirmed it has restarted a competition to select a fighter jet to replace the fleet of F-16s of the Danish Air Force. The evaluation is part of the Danish multi-year planning 2013-2017. Planning is to prepare a final political decision in June 2015.

Denmark is a JSF partner country (development contribution in 2002), but will held an open competition. It is the second country that re-evaluatie an earlier JSF decision. In December 2012 Canada also on a re-evaluation for its fighter acquisition process though no official competition has yet been put in place and cancelled the sole-source decision (2010) to procure the F-35 after a very critical auditor and KPMG report.

The competition was frozen in April 2010, but Boeing, Eurofighter, Lockheed Martin and Saab all received an official letter Wednesday March 13, 2013 informing them that the Danish MoD resumed the purchase process for new fighters. Last autumn some preparations were done by visiting the USA manufacturers Boeing and the JSF Program Office. Remarkable fact is the confirmation that the Eurofighter Typhoon will re-enter the bidding process, after leaving it in 2007. Eurofighter withdrew in December 2007 from the Danish and Norwegian competition, as it believed that the F-35 Joint Strike Fighter was favored in the evaluation.

Current Fleet

The Royal Danish Air Force (RDAF or Kongelige Danske Flyvevåben) has one main operating base located at Skrydstrup with one fighter wing with two multi-role frontline squadrons (Esk 727 and Esk 730). A total of only 30 Lockheed Martin F-16AM/BM is still operational. Most of the twoseat 16BM are operated by Esk (Sqd)727 in its training role and the Esk (Sqd) 730 contributes to the NATO Rapid Reaction Force. Last operation was during the military intervention in Libya in 2011 when 6 Danish F-16 operated from Sigonella in Italy. In 2004, 2009 and 2010 the RDAF contributed to the NATO Operation Baltic Air Policing in Lithuania.

In the 1960s and 1970s the RDAF operated a number of US financed Lockheed F-104G Starfighters, North American F-100D and F-100F Super Sabres, and a fleet of Saab Draken fighter aircraft.

Low Operating and Support costs important

Danish Parliament knows a decision will have huge influence on the defence procurement budget for nearly a decade. Also the operating and support cost will affect the entire defense budget over 30-40 years ahead. Therefore low long term operating and support costs are important for Denmark.

Comeback of Eurofighter Typhoon

The comeback of Eurofighter is the most interesting fact. It may be a relatively strong candidate, because the plane is used by the close NATO allies Germany and Britain. Also Germany is a very important trading partner and the most important country for Danish export. There is some speculation about a possibility for Denmark to buying Eurofighters destined for the German Tranche 3b series or buying used Eurofighters Tranche ½ version from Germany, so that Germany can shift to the new Tranche 3b version. There were no legal or evaluation conditions that could give objections to a comeback of Eurofighter in the competition.
Eurofighter welcomed the invitation to join the New Danish Combat Aircraft Competition. Eurofighter CEO, Enzo Casolini, said: “We welcome the invitation of the Danish Government and we are pleased to enter into this international competition. Eurofighter Typhoon is the most advanced new generation combat aircraft that can fulfill the specific Danish requirements, including Arctic surveillance. We are ready to develop a strategic partnership with Denmark and provide opportunities for significant collaboration with Europe’s leading industrial nations.” In a press release they point at the fact that the Eurofighter programme has strong reliability in terms of delivery and price. “The aircraft itself is an effective, proven and trusted weapon system. A decision in favour of Eurofighter Typhoon would be a long-term investment into Denmark’s security and defence. Selecting Eurofighter Typhoon which is fully NATO-compatible would lead to reduced costs for Denmark with respect to logistics, training and interoperability during coalition missions. A total of about 650 Typhoon are ordered by Germany, the United Kingdom, Italy, Spain, Austria, Saudi Arabia and Oman.

SAAB claims “stronger than ever” position

Lennart Sindahl, Head of Saab’s business area Aeronautics, said in a reaction: “Our position to export Gripen to the world market is stronger than ever, particularly after the historical procurement order placed last month by Sweden for 60 Gripen and another possible 22 Gripen fighters for Switzerland“. Today Saab is in the unique postion to have a firm development contract for the next generation fighter with Sweden and Switzerland as customers. A strong competitive advantage of the new Gripen E are the low operating and support cost; NATO interoperability; long term Industrial contacts between SAAB and several companies in Denmark.
We note a great interest for Gripen worldwide and we follow the decision that has just been announced in Denmark. Now we are looking forward to receiving more information about the process,” explains Lennart Sindahl.

Dassault not invited

Dassault Aviation has not been invited to compete, and will not attempt to do so, company chief executive Eric Trappier told Defense-aerospace.com after the company’s March 14 press conference in Paris. He said that the European partners are the least likely to withdraw from the Joint Strike Fighter program. He added that this explains why Dassault did not re-compete in the Netherlands, which he said had made a lot of noise about holding a new competition but had ultimately stayed with the JSF. “It probably allowed them to obtain a better price from the Americans,” he said.

Evaluation process

Other candidates are the F-35 from Lockheed Martin; the Boeing Super Hornet and Saab’s Gripen Next Generation. There is requirement for 24-32 fighter aircraft dependent on price and budget.
The new evaluation process and final recommendation will be ready at the end of 2014. Final political decision has to be taken around June 2015.

Sources:
MoD Denmark; 13-mar-2013; Press Release “Valget af nyt kampfly starter igen”
Inside information Forsvarsministeriet and Kongelige Danske Flyvevåben

JSFNieuws130314-JB/jb

4 reacties op dit bericht...

Mrt 13 2013

Elsevier meent: “Minister Hennis-Plasschaert opent weg voor JSF ……”

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

UPDATED

Elsevier komt met het bericht, dat minister van defensie Hennis-Plasschaert concludeert dat Nederland het beste JSF’s kan aanschaffen en dat hier voldoende budget voor is.

Inmiddels heeft minister Hennis-Plasschaert aan de Tweede Kamer verteld “dat het hele bericht van Elsevier een ‘canard’ is“. En dat er geen enkel besluit over de vervanging is genomen door de regering.

In een document dat de titel heeft “In het belang van Nederland – De krijgsmacht voor vrijheid, veiligheid en welvaart” zou worden gezegd, dat voor de opvolging van de F-16, de Amerikaanse JSF een betere keus is, dan andere jachtvliegtuigen zoals de Zweedse Saab Gripen.
Elsevier bericht tevens, dat bronnen bij het ministerie zeggen dat hiermee de weg wordt geopend voor de aanschaf van 50 tot 55 JSF-toestellen door het kabinet-Rutte II. Hoe men dit binnen het ministerie van defensie denkt te financieren, het budget bedraagt circa €4,5 miljard wordt niet vermeld. Vandaag liet het Noorse Ministerie van Defensie in een samenvatting onder een persbericht over het JSM wapen nog weten, dat met de aanschaf van 52 toestellen een totaalbedrag van € 8,9 miljard (NOK 62 miljard) gemoeid zal zijn. Aangezien Nederland het zelfde type F-35A gaat kopen, betekent een budget van € 4,5 miljard een aantal van 26 toestellen, indien wij dezelfde prijs betalen als Noorwegen.

De Tweede Kamer werd verrast door het bericht in Elsevier en was inhoudelijk vandaag nog niet op de hoogte van het rapport.
Het lekken van het rapport naar Elsevier, lijkt dan ook eerder op een poging van medewerkers van Defensie vooruit te lopen op het debat in de Tweede Kamer, dat voor begin april gepland staat. Defensie woordvoerder Raymond de Roon (PVV) liet onmiddellijk weten: “Wat mijn fractie betreft: de PVV stelt zich nog steeds op het standpunt dat de F-16’s niet moeten worden vervangen door de F-35.

Vandaag werd overigens in Denemarken bekend, dat een keuze voor de JSF niet vanzelfsprekend is. Het parlement werd meegedeeld, dat in navolging van Canada, een volledig nieuwe evaluatie zal worden uitgevoerd voor de opvolging van de F-16. Kandidaten hierbij zijn de Boeing Super Hornet, Eurofighter Typhoon, Lockheed Martin F-35 en Saab Gripen E.

Bron: Elsevier, 13-maart-2013 “Minister opent weg naar aanschaf JSF

JSFnieuws130313-JB/jb

Een reactie op dit bericht...

Mrt 04 2013

Canada: JSF geen vanzelfsprekende keuze meer in nieuwe evaluatie

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

Kesteren NL – In december 2012 besloot Canada tot herziening van de Joint Strike Fighter (JSF) keuze. Vandaag heeft het Canadese National Fighter Procurement Secretariat (NFPS) een nieuwe vragenlijst (questionnaire) publiek gemaakt, bestemd voor vijf leveranciers van gevechtsvliegtuigen. Deze nieuwe questionnaire zal de basis vormen van de nieuwe evaluatie. Daarbij is de JSF zeker niet langer een vanzelfsprekende keuze.

Vorig jaar kwam in Canaa aan het licht dat het Ministerie van Defensie de keuze voor de Joint Strike Fighter (JSF) in 2010 had gedaan op basis van een vooringenomen standpunt en zonder deugdelijke analyse van beschikbare informatie, onder andere inzake de aanschafkosten en levensduurkosten. Daarna werd besloten het keuzeproces volledig opnieuw uit te voeren.
Hiervoor is een speciaal Zeven Punten Plan opgesteld om de transparantie te waarborgen.

Evaluatie losgekoppeld van defensie

Het National Fighter Procurement Secretariat (NFPS) valt onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Publieke Werken en is onafhankelijk van het Ministerie van Defensie. Canada streeft naar maximale openheid bij de evaluatie van een opvolger van de verouderde CF18 gevechtsvliegtuigen. Het Canadese publiek kan op een speciaal hiervoor geopende website de stappen en voortgang in het keuzeproces continu volgen (zie National Fighter Procurement Secretariat website).
De questionnnaire is er op gericht informatie te verzamelen over mogelijke toestellen, die op de markt zijn, om de huidige gevechtstoestellen te vervangen en hoe deze zouden kunnen voldoen aan de missies, zoals beschreven in de defensie toekomstvisie “Canada First Defence Strategy.”

Maximale transparantie; vijf fabrikanten

De questionnaire is gebaseerd op een eerste orientatieronde in januari 2013 bij fabrikanten. Doel is om een voor een breder publiek toegankelijke en begrijpelijke evaluatie te krijgen op een zo kort mogelijke termijn en met maximale transparantie. Deze moet uitmonden in een eindrapport met een volledige analyse van capaciteiten, kosten en risico’s voor elke optie.
Deelnemers aan de evaluatie zijn (in alfabetische volgorde): Boeing Company, Dassault Aviation, EADS Eurofighter, Lockheed Martin and Saab Group.
De eerste questionnaire moet uiterlijk 15 april 2013 beantwoord zijn. Een vervolg questionnaire om informatie te verkrijgen over de kosten zal later aan de bedrijven worden toegezonden.

Eerst: Canadese behoeftestelling

Canada heeft een operationele behoefte om de bestaande vloot van 80 Boeing CF-18 gevechtstoestellen te vervangen door een nieuw toestel. Dit nieuwe toestel moet passen in de behoeften, zoals vastgesteld in de “Canada First Defence Strategy (CFDS)” uit mei 2008.
Hierin worden drie rollen en zes missies gespecificeerd voor de Canadian Armed Forces.
De CFDS is het basis uitgangspunt voor de Canadese regering bij de evaluatie van de diverse opties voor de komende 30 jaar.
De huidige multi-role Boeing CF-18 Hornet kwam in dienst in 1982 en zou oorspronkelijk rond 2003 vervangen moeten worden. Door intensief onderhoud en structurele reparatieprogramma’s is dit opgerekt tot ongeveer 2017-2020. Indien een opvolger niet tijdig beschikbaar is, valt er een aanzienlijk capaciteitsgat en kunnen bepaalde essentiële defensietaken niet worden uitgevoerd. Daarom is keuze van een opvolger dringend nodig.

De CFDS geeft de Canadian Armed Forces duidelijk aan wat de belangrijkste taken zijn:
1. Eerst en vooral, verdediging grondgebied van Canada;
2. Verdedigen van Noord-Amerikaanse continent; en
3. Bijdragen aan internationale vrede en veiligheid

Passend ambitieniveau binnen Canadese kaders centraal

Gebaseerd op de CFDS, heeft de regering van Canada een ambitieniveau vastgesteld. Op dit passende ambitieniveau zijn de vereisten voor een nieuw gevechtstoestel in de questionnaire afegstemd. Deze missies moeten, in potentie, tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden:
(1). Uitvoeren dagelijkse missies in het kader van de verdediging van het eigen grondgebied en het Noordamerikaanse continent, inclusief de Poolstreken binnen het jader van de NORAD (North American Aerospace Defense Command);
(2). Ondersteunig van de civiele autoriteiten in crisissituaties, bijvoorbeeld natuurrampen;
(3). Ondersteuning bij grote internationale evenementen in Canada, zoals in 2010 de Olympische Spelen;
(4). Leiden van of deelnemen aan grote internationale operaties voor een langere tijd;
(5). Reageren op grote terreuraanvallen; en
(6). Uitzenden van strijdkrachten als reactie op een crisis ergens in de wereld voor een korte periode.

Canada zal een nieuw gevechtstoestel beoordelen op de mogelijkheden deze ambities te kunnen waarmaken. Hierbij wordt rekening gehouden met het kunnen uitvoeren van missies samen met bondgenoten. Er zijn missieprioriteiten vastgesteld door de regering

Gevolgde methodiek

In de evaluatie zullen de hoofdmissies van de Canadian Armed Forces uitgangspunt zijn en de evaluatie moet een diepgaande analyse opleveren van de kosten, capaciteiten en risico’s van de diverse potentiële opvolgers van de CF-18. Hierbij zal gelet worden op de nog resterende levensduur van de CF-18. Na dit eerste evaluatieproces zullen alle vijf toestellen in beeld blijven voor de volgende stap.

Op basis van de defensie doctrine en de Canadian Armed Forces Capability Based Planning, zijn er zeven Aerospace Capabilities vastgesteld, die een de opvolger van de CF-18 moet kunnen uitvoeren om te kunnen voldoen aan de zes kern Canadian First Defence Strategy (CFDS) missies.
De Aerospace Capabilities zijn:
- Defensive Counter Air (DCA)
- Offensive Counter Air (OCA)
- Strategic Attack
- Close Air Support (CAS)
- Land Strike
- Tactical Support to Maritime Operations (TASMO)
- Intelligence, Surveillance, and Reconnaissance (ISR)

Deze Aerospace Capabilities zijn afgeleid van de rollen en missies, zoals vastgesteld in de CFDS. Elke Aerospace Capability is opgedeeld in zogeheten Measures of Effectiveness (MOEs). Deze MOEs bieden kwalitatieve aanknooppunten om te beoordelen hoe de prestaties van de vele onafhankelijke subsystemen een totaal en zelfstandig wapensysteem effect kunnen bereiken.
Door combinatie van de MOEs kan een risico analyse per Aerospace Capability opgesteld worden. De prestaties van onderliggende systemen zal worden gemeten middels zogenaamde Measures of Performance (MOPs). Deze MOPs meten een invididuele (sub-)systeem capaciteit en leveren het basis materiaal voor het meten van de systeem effect, zoals weergegeven in de MOEs.
Tevens zal een beoordeling plaats vinden van de strategische en operationele geschiktheid voor de CFDS missies op langere termijn door gebruik te maken van twee tijdshorizonnen. De eerste horizon betreft de periode 2020-2030 (kort na introductie) en de tweede 2030+ (toekomstige omgeving). Voor elk van de twee horizonnen zijn bepaalde dreigingselementen opgesteld. Een leverancier moet laten zien hoe met deze toekomstige dreigingen wordt omgegaan.

Hierna volgt de stap van kostenevaluatie, dan pas de baten voor de industrie

In het evaluatieproces heeft het National Fighter Procurement Secretariat (NFPS) de leiding in samenwerking met het Ministerie van Defensie, de Canadse strijdkrachten, het Ministerie van
Publieke Werken en Overheidsdiensten en de Canadese Industrie.
De evaluatie wordt uitgevoerd door het laten indienen van antwoorden op twee aan elkaar gerelateerde vragenlijsten (questionnaires). De eerste vragenlijst is hiervoor beschreven en omvat gedetailleerde vragen over technische capaciteiten en missiemogelijkheden en bijbehorende onderhouds- en upgrade kwesties.
De tweede (nog uit te brengen) questionnaire zal ingaan op kostenschattingen van de vliegtuigen conform de methode van KPMG, de “ Life-Cycle Cost Framework”, dat eerder door de Canadese Treasury Board Secretariat is uitgebracht.
Er zal geen shortlist of prekwalificatie gemaakt worden. In dit stadium mag aan de industrie geen enkele belofte gedaan worden, gebaseerd op de evaluatie. Informatie over potentieel profijt voor de industrie (compensatie orders, andere vormen van participatie) zullen pas later aan de orde komen.

Conclusie

De geschiktheid en betaalbaarheid voor defensie staat voorop, de industrie komt pas daarna. Dit is anders dan bij de JSF rond 2002: het industrieel belang stond sterk centraal, dit leidde tot een tunnelvisie, waarna defensie de eisen zo opstelde, dat alleen de JSF daar aan kon voldoen. Van een serieus keuzeproces vanuit een echte behoeftestelling was geen sprake. Ook in andere landen dan Canada was dit in mindere of meerdere mate het geval.

Bron:
National Fighter Procurement Secretariat; 4-Mar-2013; Industry Engagement Request: Capability, Production and Supportability Information Questionnaire Replacement CF18

Auteur: Johan Boeder

JSFNieuws130304-JB/jb

Een reactie op dit bericht...

Feb 23 2013

Vliegverbod voor alle JSF’s na hernieuwde motorproblemen

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Ontwikkeling JSF

Kesteren – Het Pentagon heeft vrijdag 22 februari 2013 met directe ingang een vliegverbod ingesteld voor alle F-35 toestellen, nadat bij een routinecontrole op de vliegbasis Edwards een scheur was ontdekt in een turbineblad in een van de motoren van een F-35A. Al eerder waren er herhaaldelijk problemen met gescheurde turbinebladen in de periode 2007-2009, wat heeft geleid tot aanzienlijke vertragingen in het testprogramma en tot een gedeeltelijk herontwerp van bepaalde gedeelten van de motor.

Op 19 februari 2013 vond een routinecontrole plaats van een Pratt & Whitney F135 motor op Edwards AFB, USA. Bij een inspectie met behulp van een boroscoop waren er indicaties dat sprake was van een scheur, dit werd na verder onderzoek bevestigd. Het turbineblad is naar Pratt & Whitney in Middletown (CT), USA verstuurd voor nader onderzoek.

Wat is er aan de hand ?

Het betrof een motor met 700 draaiuren, waarvan 409 vlieguren. De scheur werd gevonden in een turbineblad van het “low pressure” gedeelte. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat het is ontstaan door zogeheten FOD (Foreign Object Damage), bijvoorbeeld een vogelaanvaring, omdat voor het “low pressure” gedeelte een dergelijk object dan de Fan (3 kransen); Compressor (6 kransen), combustor en “high pressure” turbine gedeelte moet passeren. Scheuren in turbinebladen in het “low pressure” gedeelte zijn meestal het gevolg van hitte of andere sterke belastingen van het turbineblad. De krachten in de (omgerekend) 29.000 pk leverende motor zijn enorm. Een vliegverbod na een dergelijke ontdekking duurt meestal relatief kort (bijvoorbeeld een week); meestal is sprake van een productiefout of andere duidelijk aanwijsbare oorzaak. Dit is waar vooralsnog van uit gegaan moet worden. Tot die tijd blijven alle 51 aan het test- en training programma afgeleverde JSF’s van alle versies (F-35A, B en C) aan de grond.

Lange historie van motorproblemen sinds 2006

Het is niet onmogelijk dat het probleem structureler is, dan een simpele productiefout of een eenmalig incident. Sinds 2006 is er een sprake van een lange rij van aan het licht gekomen motorproblemen.
Al in mei 2006 schreef Aviation Week reporter David A. Fulghum een uitvoerig artikel “Joint Strike Fighter F135 Engine Burns Hotter Than Desired” en kwam het risico van een kortere levensduur of beschadiging door de groter dan verwachte temperaturen aan de orde.
In augustus 2007 en februari 2008 deden zich serieuze problemen voor. Turbine bladen braken daarbij telkens plotseling af door een vorm van metaalmoeheid. Een oorzaak wordt gezocht in een combinatie van factoren.
Op 30 augustus 2007 brak in testmotor FX634 na 122 testuren een turbineblad in de 3e LPT compleet af. Op 4 februari 2008 gebeurde iets soortgelijks bij motor FTE06, eveneens in de 3e LPT, na 19 draaiuren.
De problemen met de motor droegen in hoge mate bij aan de vertraging in het JSF testprogramma de periode 2007-2008.

Herontwerp van de motor in 2008

Begin 2008 werd een motor, de FX640 grondtest motor, voorzien van tal van sensoren en instrumenten. Hiermee gingen op 21 april 2008 proeven van start om de oorzaak te achterhalen. Middels een nauwkeurig testplan is werd geprobeerd de krachten en spanningen die ontstaan in de motor precies in kaart te brengen bij een verschillend vermogens bereik. Het leek primair vooral een probleem te zijn van de F-35B STOVL (verticaal landende) versie. De breuken in de turbinebladen ontstonden op precies dezelfde plaats, en leken op te treden wanneer overgegaan werd van voorwaartse naar verticale aandrijving. Later in 2008 kwamen de resultaten beschikbaar. De oorzaak bleken bepaalde trillingen te zijn die tot materiaalbreuk leidden.
Dit leidde tot een herontwerp van een aantal elementen in de motor. Een van de aanpassingen betrof een verandering van de turbinebladen en de afstand tussen de turbinebladen. Hierna werd de motor opnieuw getest en gecertificeerd. Eind 2008 gaf de fabriek in een persverklaring aan dat ze ervan overtuigd waren dat de problemen nu achter de rug waren.

In 2009 problemen met aangepaste motor

In juli 2009 gaf het toenmalig hoofd van het JSF Program Office, generaal Heinz nog duidelijk te kennen niet blij te zijn met de F-135 problemen, hij zei toen: “The problems include too many individual blades that fail to meet specifications, as well as combined “stack-ups” of blades that fail early. I’m not satisfied with the rates that I’m getting.“
Ook gaf hij aan ontevreden te zijn over de kostenontwikkeling van de motor. Enkele dagen later kreeg hij opdracht van het Pentagon zich niet meer in het openbaar uit te laten over problemen met de F-135 motor.
In september 2009 kwamen opnieuw serieuze motorproblemen aan het licht tijdens het testen van de Pratt & Whitney F-135 motor van de JSF. Op een cruciaal moment in de discussie in het Amerikaanse Congres over de keuze voor twee concurrerende motortypen, waarbij uit bezuinigingsoverwegingen het Pentagon de tweede motorkeuze (GE/Rolls Royce F-136) wilde schrappen liep een Pratt & Whitney F-135 motor kapot. Opnieuw bleek de oorzaak te liggen in afgebroken rotorbladen. Nu deed het probleem zich voor in het vernieuwde type motor met de herontworpen turbinebladen.

Motorproblemen lijken ook in 2011 niet echt opgelost

Na de problemen in 2009 lieten officials zich niet meer publiekelijk uit over de motorenproblematiek. Er waren evenmin indicaties dat er nog daadwerkelijk problemen waren met de motor of dat de betrouwbaarheid in het geding was. Daardoor verlegde de aandacht zich van de F-135 motor, naar andere componenten.
In april 2011 echter moest admiraal Venlet, het toenmalig hoofd van JSF Program Office, opnieuw tegen verslaggevers toegeven dat er opnieuw motorproblemen waren, die invloed hadden op het afleverschema.
Het vliegverbod van afgelopen vrijdag 22 februari 2013 zet de motor opnieuw volop in de schijnwerpers van de publiciteit. Nu betreft het echter niet de complexere F-35B STVOL versie, maar een motor in een F-35A, de luchtmacht versie. Het is voor Pratt & Whitney te hopen dat het een eenmalig, en geen structureel, probleem betreft.

Overzicht artikelen motorproblemen 2006-2011

Aviation Week; 28-mei-2006; David Fulghum; “Joint Strike Fighter F135 Engine Burns Hotter Than Desired”

JSFNieuws; 8-feb-2008; “Nieuwe motorproblemen Pratt&Whitney

JSFNieuws; 28-mrt-2008; “Intensieve tests beide motortypes

JSFNieuws; 26-apr-2008; “Cruciale weken voor F-35B en motoren

JSFNieuws; 25-11-2008; “Motorprobleem leidt tot nieuwe vertraging JSF F-35B”

JSFNieuws; 03-02-2009 “JSF F-135 motor kan test hervatten”

Aviation Week; 13-sep-2009; Graham Warwick; “BREAKING NEWS: F135 damaged in ground test

Reuters; 13-sep-2009; Andrea Shalal-Esa “F-35 engine damaged in test”

Flight International; 27-apr-2011; Stephen Trimble; New engine snag upsets F-35 manfacturing progress

Auteur: Johan Boeder

JSFNieuws130223-JB/jb?

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 18 2013

Australian TV reveals: JSF deal after secret meeting in 2002

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

In Australia is growing critisicism on the JSF project. Today, Australian ABC Television program “Four Corners” tries to find an answer at the question “how and why did Australia lock itself into a project that both experts and senior US politicians say is dangerously flawed?” The program reveals that back in 2002 John Howard as Prime Minister signed a secreat deal with Lockheed Martin.

ABC TV Four Corners (see link) asks three crucial questions:
(1) Why was the JSF chosen without an open and competitive tender?
(2) Why did the Air Force top give the JSF project his stamp of approval when it was barely off the drawing board?
(3) And will the JSF capabilities have to be downgraded before it gets into service?

Choice of F-35 after secret meeting with Lockheed Martin

ABC TV Four Corners reveals that John Howard as Prime Minister signed Australia up to the F-35 development program in a secret deal with the American manufacturer Lockheed Martin in a Washington hotel ten years ago.
In June 2002, just around the corner from the White House, at the Willard Hotel, he sat down with representatives of Lockheed Martin. At this secret meeting, John Howard signed up Australia to the JSF program.”

A deal without any public tender

In the meantime other aircraft companies were preparing to go head to head for a lucrative Australian contract. One of the was the French aircraft manufacturer Dassault, that produces the Rafale fighter jet. They were preparing dor for a five year campaign to sell the French plane. The French representative Daniel Fremont arrived June 27, 2002 in Canberra to discuss the opportunities of the Rafae. But the same day , the then Defence Minister Senator Robert Hill was giving a press conference, announcingL at a press conference: “What we’re announcing today is that we’ve decided to, as a government, to participate in the system development and demonstration phase of the Lockheed Martin Joint Strike Fighter, and ultimately this will be the largest military procurement in Australia’s history.” Without real competition, without a competitive tender the Lockheed Martin F-35 had been choosen by Australia. Daniel Fremont: “I was so shocked that I could not believe it. It’s just as simple as that.”

Pierrre Sprey’s opinion, (co-)designer of A-10 and F-16 about the F-35

The Australian TV also asked Pierre Sprey to comment on the F-35. Pierre Sprey is the father of the well-known Fairchild A-10 tank-killer and co-designer of the very successfull F-16 fighter jet. So, his opinion about the F-35 is very interesting:
So we have an airplane that can’t turn to escape fighters, can’t turn to escape missiles, sluggish in acceleration because it’s so big and fat and draggy and doesn’t have enough motor for the weight. ”
And:
We haven’t even scratched the surface of the failures because we’ve done all the easy flight testing so far. The hard flight testing, you know, that’s all in front of us, that hasn’t been done yet.”
Also:
Because of the enormous complexity, every aspect of that airplane is basically a failure waiting to happen and super hard to fix. The computer system is a nightmare and they’re so behind schedule. They’re more behind schedule on software than on anything else.

No normal, independent competitive tender

ABC TV “Four Corners” reveals that 10 years ago the head of the RAAF, Air Chief Marshal Angus Houston, was warned the JSF might be late and the RAAF should opt for a mixed fleet rather than a single-type air force made up solely of JSF aircraft. “Four Corners” reporters tried to find an answer to te question: “The JSF project could cost Australian taxpayers tens of billions of dollars. Is this plane a super fighter or a massive waste of money.. However, in a separate statement Angus Houston defends the decision to choose the F-35 for the RAAF, saying: “I am still convinced that the JSF is the right air combat aircraft to meet Australia’s future security needs ?”

A former Defence official closely involved in the oversight of the replacement program agreed to talk to Four Corners on condition that his identity was protected: “Australia would normally have gone through a competitive tendering process to work out “what the aeroplane could do, what its costs and its schedule was. But this had not happened in the case of the JSF.”

Pentagon General Bogdan, head JSF Program office: still risks and problems

Four Corners reporter Andrew Fowler travels to the United States in search of answers. He goes to Lockheed Martin’s top secret factory in Texas. He had the first television interview with the Pentagon’s new head man on the project, US Air Force Lieutenant General Chris Bogdan, who has recently taken over as head of the JSF project team. Lt.general Bodgan said int the interview: “Let’s make no mistake about it. This program still has risks, technical risks, it has cost issues, it has problems we’ll have to fix in the future.
And the head of JSF Program Office Bodgan confirms: “If you promise that you’re getting a Ferrari and you deliver a Chevy - um, no offence to the Chevy company - you’re not going to sell as many. It’s as simple as that.” And about the price-quantity deadly embracing: “Sure. It’s-it’s a, it’s a death spiral.”.

Concurrency in development and production caused problems

Bogdan confirms that that putting the plane into production before it has been tested properly - a process called concurrency - has caused major problems: “Concurrency has created a complexity in this program that we have to deal with today. And while I would not dare to go back and criticise the decisions that were made in the past, what I probably would’ve thought about was how much development work and how much testing was really done to solidify the design of the airplane before we started producing airplanes.
A large amount of concurrency - i.e. beginning in production long before your design is stable and long before you’ve found problems in test, creates downstream issues where now you have to go back and retrofit airplanes and make sure that the production line has those fixes in them. And that drives complexity and cost.”

Read more:
ABC News; 18-feb-2013; “Pentagon general issues warning on JSF blow-outs

Statement of Air Chief Marshal Angus Houston, AC, AFC (Ret’d) 13 February 2013 (PDF)

Source:
“Reach for the Sky”, reported by Andrew Fowler and presented by Kerry O’Brien, goes to air on Monday 18th February at 8.30pm on ABC1 (local time). It is replayed on Tuesday 19th February at 11.35pm. It can also be seen on ABC News 24 at 8.00pm Saturday, on ABC iview and at abc.net.au/4corners.

Een reactie op dit bericht...

Feb 15 2013

Australian MP about JSF: Why did Lockheed give misleading information?

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

In a speech delivered by Dr Dennis Jensen in the Parliament (Federation Chamber) on 13-feb-2013 in the Australian Parliament he gives a clear overview of the Australian JSF project. Most of the criticism may be applied to all other JSF partner countries. The speech of Dr. Jensen is a clear summary of a project that ran into irreversible problems, due to its wrong concept and design.

Here the plain text of the speech of Dr. Dennis Jensen about the JSF Program:
The truth is incontrovertible. “Malice may attack it, ignorance may deride it, but in the end there it is.” So said Winston Churchill. The Department of Defence has a problem with accepting the truth.

Late delivery, false expectations

Questioned in 2004 regarding the joint strike fighter, Air Marshal Houston stated, ‘The expectation is they will begin arriving in Australia by 2012.’ He went on to say, ‘It is a conservative estimate. That is when we would expect.’
In 2005 he said, ‘We are still planning on 2012.’
In 2007, he again stated delivery would be in 2012 and the initial operational capability, or IOC, would be in 2014-15.

In 2009 Dr Gumley, head of the Defence Materiel Organisation, said, ‘The JSF is on schedule. I think the test program is running four or five months late.’ To reiterate—’running on schedule’. We have been talking about 2012 and initial aircraft in 2014 with IOC—well, initially 2013 IOC—and he said, ‘It is not something I lose much sleep about.’ I do. And if I were Dr Gumley, he should have. Because ultimately these aircraft are not experiments in marketeering; rather they are tools young men and women in uniform will use to defend this great nation from enemies with superior technologies. It is a question about lives, not maintaining the extravagant livelihoods of Lockheed Martin executives.

In 2011, Air Vice Marshal Osley told parliament that the US JSF program manager, Vice Admiral Venlet, said, ‘The program is now founded on a great deal of realism.’ Air Vice Marshal Osley said, ‘I think our estimate is now becoming a realistic estimate instead of a conservative estimate.’

Then the IOC was taken to be 2018, and he reiterated his confidence on this numerous times in testimony. But a few months ago we were told that this has now slipped to 2020, and Bill Sweetman of Aviation Week and Space Technology, the trade bible, states that IOC in the US is only likely to be in 2020. Even if this does not slip, how would you like to order a 1991 (Holden) VN Commodore (editor’s note: Australian produced car) and finally take delivery when the competition is producing the FG, or current model, Falcons?
How competitive would that (Holden) VN Commodore be? Should you stick with your VN Commodore? The Department of Defence seems to think so. On Defence’s risk management matrix, a slip of merely 12 months is considered an extreme level of risk, yet the program is now over half a decade late and there are no flags being thrown up.

Why no red flags after price explosion since 2005?

In 2005, Air Marshal Houston said, ‘Currently the indicators are that the flyaway costs for the F-35 will be about $45 million.’
In 2006, Air Commodore Harvey is talking about “approximately $US47 million on 2002 base year”.
We are getting them early, so Harvey said ‘approximately $55 million average for our fleet’. Then in 2008, Dr. Gumley stated that he would be surprised if we paid more than about $75 million a copy for the aircraft measured in 2008 dollars, ‘assuming we buy at least 75, or three squadrons’. I was told by Defence in then Minister Nelson’s office that the average unit procurement cost that was being worked on by Defence was $131 million per unit.
So why did Dr Gumley say he would be surprised if we paid more than $75 million each? Defence deliberately talk costs that make up the price instead of the price, so that they can obfuscate.
In 2010, then Air Vice Marshal Harvey, in talking about fleet, said it was $75 million in 2008 dollars at a 0.92 exchange rate. The Government Accountability Office in the United States, talking about average procurement cost of the JSF, said it has gone up from $69 million in October 2001. In April 2010 it was up to $114 million each.
In June 2010, after a Nunn-McCurdy breach, it was revised to $133 million per copy. Using the risk management matrix at 10 per cent, increase in cost is severe and a combination of severe and almost certainly means that you will have a category of extreme level of risk. Once again, why no red flags?

Air Power Australia are routinely denigrated by Defence which will obviously have a negative impact on the work they get as well as organisations such as REPSIM. The reason they are denigrated is that they have the audacity to criticise the JSF program. Problematically for Defence they tend to be accurate, whereas Defence woefully fails. Take cost, for example. In 2006-07, Air Power Australia had an estimate of between $136 million and $176 million, far more accurate than Defence talking about significantly less than $100 million. Were they
just deliberately misleading parliament, given they had admitted the $131 million average unit procurement cost to me in 2007? They tend to hide behind many definitions of cost, deliberately obfuscating failed projects by throwing various prices and costs out there.

Other countries also critical

Vice Marshal Osley also boasted of no foreign customers having pulled out and he even boasted of it ‘not being beyond my level of expertise to comment on politics in Canada’ before assuring us that it was just politics in Canada and Canada would stay in.
In fact Canada has pulled out of the program. The Danes have ordered advanced F-16s as a stopgap which I am told will likely become the final capability—in other words, they will
dump the JSF as well. The Dutch are prevaricating and the probability is that they will pull out.

Failing aerodynamic performance

As I have said, there has been unfair criticism of APA by Defence. As an example, Air Vice Marshal Osley stated of APA’s criticisms of the F-35’s aerodynamic performance that it was:
… inconsistent with years of detailed analysis undertaken by Defence, the JSF Program Office, Lockheed Martin and the eight other partner nations.
He further stated that their analysis was:
… basically flawed through incorrect assumptions and the lack of knowledge of the classified F-35 performance information.

The Joint Operational Requirements Document, or JORD, had specifications on various measures of performance. For acceleration at 30,000 feet the objective was 40 seconds or less and the threshold or bare minimum was 55 seconds.
We were told by Defence that it would meet spec and Tom Burbage, head of the JSF
program with Lockheed Martin, misled parliament in March last year by stating: ‘The airplane will continue to be well in excess of its basic requirement. The aircraft is meeting all other requirements to date.’ He stated ‘other’ because it failed to meet the range requirement of 590 nautical miles and they have conveniently changed the definition of the requirement for the A-model which Defence recommends we get so that it could reach spec.

Acceleration and turnrate similar to 50-year old Vietnam-era F-4 Phantom

In terms of that acceleration spec, the JSF program office in the US has asked the Joint Requirements Oversight Committee, or JROC, to relax the requirement to 63 seconds which is similar to the performance of a 50-year-old F-4 Phantom—so much for meetings spec. In 2006, APA calculated the A-model would take over 60 seconds for acceleration which has now proven correct. This is on record at the same time that Defence and LockMart were telling us it was meeting or exceeding spec. Whose analysis is flawed now?

Similarly, for turn performance, the aircraft had an objective to sustain six g at 15,000 feet with a bare minimum threshold of 5.3 g. In 2006, APA calculated it could only sustain 4.7 g, at the same time that Defence and LockMart were assuring us that it would meet spec. Once again, JPO has requested JROC to relax the spec to 4.6 g. This is less than said 50-year-old F-4 Phantom, which was known as a truck for its turn performance at the time. Whose analysis is flawed now? So much for the years of detailed analysis undertaken by Defence, the
JSF program office, Lockheed Martin and eight other partner nations.

Weight problems restricts future changes

This aircraft has had very austere specifications placed on it in the JORD, and LockMart has designed the aircraft not to meet the objectives—which were not much of a stretch anyway—but with the bare minimum threshold specs, and have failed to even meet them. They have a weight problem with the aircraft, and military aircraft always put on weight. This aircraft is only 270 pounds under the maximum allowable empty weight according to the Director of Operational Test and Evaluation. They have even gone so far as to remove fuel stop valves and extinguishers in the dry bays, which, according to the DOT&E, increases the aircraft’s vulnerability to ground fire by 25 per cent compared with legacy aircraft.

JSF program based on magic!

But this program is based on magic! Because, in terms of the fundamentals of air combat, this aircraft is a comprehensive and hugely expensive failure. It is a $1 trillion program over its life, so no wonder we are getting so much spin and so little substance. By every measure, the aircraft is an outlier. We are told that this aircraft will let the missiles do the work—no need for high aerodynamic performance; it will all occur at beyond visual range.
So why do they crow about the 50 degree angle of attack capability which is only important in close combat? The reason is that, according to Defence and LockMart, the JSF is the answer, and therefore anything it can do is important and great but what it cannot do is irrelevant. They are quite willing to mislead, lie and obfuscate— anything to ensure the continuation of this white elephant.
Remember, even if it achieves the 2020 IOC, this turkey will be in service until 2060 or so. Do you really think it will be remotely competitive then? Why are the Russians, the Chinese, the Europeans and indeed LockMart with its other fighter, the F-22, spending so much money for these aircraft to have supermanoeuvrability and supercruise—or the ability to cruise supersonically without using afterburner—if it is not important? Indeed, the JSF will have to light up the sky to get into a position to fight using a lot of fuel-hungry and very hot afterburners which can be seen from a long distance away, just to get to the speed required to do that.

Does Lockheed have be the only correct view of air combat?

Does the JSF program really have the ultimate and only correct view of air combat, a view that bets against the basics of air combat that have been shown to be fundamental to air combat time and again over the last century, despite people having bet against said fundamentals on numerous occasions? Are those who designed the J-20, J-31, F-22, Eurofighter, Gripen and Rafale all wrong? Are the fundamentals of air combat and the wisdom of the likes of John Boyd and von Clausewitz all wrong, and only the mighty Lockheed Martin Fort Worth division is correct?

Why did Tom Burbage give misleading information?

I want Tom Burbage, the head of the JSF program with Lockheed Martin, to come to parliament and explain why he did not give false and misleading information to this parliament. If we do not insist on full transparency, our fighting men and women will be the ones to pay the price, not those in Russell offices or the boardrooms of Lockheed Martin. Finally, no doubt Defence and LockMart will state that the magic is classified and hidden, and we will have to take them on trust that it truly is revolutionary, it will change the nature of air combat, and that is why it is a world-beater. The problem is, on all unclassified measures where we have had the opportunity to compare the facts with what they have assured us is correct, they have been shown to be wrong.

Independent experts demonstrated to be correct

Furthermore, when independent experts have been demonstrated to be correct on these measures where Defence and Lockheed Martin have failed so dismally, when they warn us that the JSF is uncompetitive, I believe we should take what they have to say extremely seriously and demand evidence from Defence and LockMart. We should demand that they show us, not simply assure us.

In the final analysis, facts are stubborn things and I am more stubborn still.

Author: Dr. Dennis Jensen, Member of Parliament, Australia

Background:
Dr Dennis Jensen (born 28 February 1962 in Johannesburg, South Africa), Australian politician, was elected to the Australian House of Representatives at the 9 October 2004 federal election for the Division of Tangney, Western Australia, for the Liberal Party.
He was educated at RMIT University, Melbourne University and Monash University, from where he has a PhD in materials engineering on ceramics. He was a research scientist with the CSIRO and a defence analyst before entering politics.

Source:
Austrlian House of Representatives; proof; Federation Chamber;
Bills Appropriation Bill (No. 3) 2012-2013 and Appropriation Bill (No. 4) 2012-2013
Second Reading Speech MP Dr. Dennis Jensen; Wednesday, 13 February 2013; by authority of the house of representatives.

JSFNieuws130214-DJ/pg

2 reacties op dit bericht...

Feb 13 2013

Dutch F-35 IOT&E and the reliability of the US Government

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Kesteren – In May 2008 the Dutch government signed the MOU Initial Operational Test and Evaluation F-35. Conclusion after five years: the US Government seems to be an unreliable contractpartner. The contracted cost ceiling and promised dates will be broken.

After inense debates in The Netherlands a parliamentary majority voted to participate in the Initial Operational Test and Evaluation phase of the F-35 Program, together with the US forces and the United Kingdom.

Situation 2008: promises

In the MOU, signed by Dutch secretary of state Jack de Vries on the 30th of May 2008, we can find in paragraph 5.2.4:
“ The NL MOD share of the Financial Cost Ceiling is 30M TY U.S, dollars. The NL MOD Non-financial Cost contribution includes, but is not limited to, munitions, use of two (2) JSF Air Systems, and the services of trained personnel for IOT&E efforts.”
The planning was that the IOT&E would take place from mid-2012 until mid-2014, 2 years, separated in a Block 2 and a Block 3 part.

Situation 2013: deception

This week the Dutch parliament received a surprising letter, telling the members of parliament:
- The cost ceiling will be broken, cost of IOT&E participation will be about € 54 million (US$ 73 million)
- The IOT&E will take 4 years, not 2 years
- The IOT&E planning is now from 2015 until 2018, however it may be a little later
- The two Dutch F-35s can not be used until that moment (2015)
- We have to pay “parking costs” several millions a year

We could have bought the Dutch F-35As some years later, now we bought potential “hangar queens” from the much more expensive, early LRIP3 and LRIP4 series (having saved about US$ 100 million). We invested over US$ 250 million in these two planes, that will be parked for several years, useless investment by a country with a defence budget under high pressure.

My questions as a Dutch taxpayer

My way of doing business within my own company is yes=yes and no=no; no cure, no pay.
Reading this letter, and reading the MOU-IOT&E signed in 2008, reading the Tom Burbage PowerPoints and all documents send to Dutch parliament in 2008-2010, as a Dutch taxpayer I am wondering, having the question: “What value has a signed contract with the US Government”? (May be the US ambassador in The Hague may explain it to me)

Who, who is responsible fort his? And why fails the Parliament to stop this in a country where since 2007 a minimum of 70% of the population in polls votes against the F-35?

Author: Johan Boeder

JSFNieuws130213-JB/jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 12 2013

JSF – Joint Strike FYRA en de misgelopen 125 miljoen euro

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Kesteren – De minister van defensie heeft afgelopen week een brief gestuurd aan de Tweede Kamer om mededelingen te doen over de laatste stand van zaken rond de beoogde aankoop van de F-35, de luchtmacht variant van de Fyra. Enkele aspecten uit de brief over de JSF – Joint Strike Fyra halen we voor het voetlicht. Allereerst is altijd gezegd: de F-35 is het beste toestel van de diverse kandidaten. Het tegendeel is waar. Vervolgens gaan we in op het feit, dat al in 2008 bekend was dat de testfase nooit en te nimmer zou kunnen aanvangen in 2012/2013. Het was toen al bekend, dat de aanschaf van de testtoestellen uitgesteld had kunnen worden. Dit zou heel aantoonbaar zeker 125 miljoen euro hebben bespaard.

Toetsing criterium kwaliteit……….

Eerst gaat de minister van defensie in op het rapport van het Pentagon testbureau, de Director Operational Test and Evaluation (DOT&E). Ze schrijft dan “Ik ben content met het feit dat een onafhankelijke organisatie het programma kritisch volgt. Dit komt de kwaliteit en de veiligheid ten goede.”.
Dat zou winst kunnen zijn in een organisatie, die in het verleden de onafhankelijke benadering van de Amerikaanse rekenkamer en dit DOT&E testbureau afdeed als “beroepsmatige critici” die kritiek zouden leveren omwille van het kritiek leveren.
Die onafhankelijke benadering heeft in ieder geval ten tijde van de kandidatenevaluatie in 2008 ontbroken bij DMO, TNO en NLR. Eenparig stelden ze vast “de F-35 voldoet het meest aan de criteria kwaliteit, prijs en levertijd”. De prijs is inmiddels verdubbeld, de levertijd met 9 jaar opgelopen en over de kwaliteit komt steeds meer informatie naar buiten.

De minister van defensie schrijft nu zelf:
“In het afgelopen jaar is bij de F-35A variant een aantal nieuwe gebreken geconstateerd. Het betreft twee nieuwe scheurtjes in de dragende structuur van het toestel en bovendien functioneert het systeem voor het bijtanken van het toestel in de lucht nog niet goed.
(…..)
“…. bij langdurig gebruik van de naverbrander worden de staartvlakken worden beschadigd, connectoren van bepaalde antennes functioneren niet goed, de processors voor de beeldschermen in de cockpit hebben onvoldoende capaciteit”
(…..)
“De ontwikkeling van de vliegtuigsoftware verloopt trager dan gepland. De achterstand bedraagt drie tot zes maanden (redactie: ten opzichte van het laatste officiële plan, ten opzichte van eerste plannen is het vele, vele jaren!). Als gevolg hiervan beschikken de inmiddels afgeleverde productietoestellen over minder operationele capaciteiten dan was voorzien.
(….)
….. proeven laten zien dat de kwetsbaarheid van het toestel is vergroot door een eerder besluit om enkele veiligheidssystemen te verwijderen. Die stap is in het verleden genomen om gewicht te besparen. Volgens DOT&E voldoet de F-35 hierdoor niet meer aan de eis dat het toestel minder kwetsbaar is dan oudere toestellen.
(…..)
Een brandstoftank bevat naast brandstof een luchtmengsel. Om te voorkomen dat dit luchtmengsel kan ontbranden is de F-35 voorzien van een systeem om de samenstelling van dit mengsel aan te passen. In bepaalde omstandigheden functioneert dit systeem nog niet voldoende, waardoor uit veiligheidsoverwegingen onder meer nog niet gevlogen mag worden in de buurt van onweer.

En dit is maar het topje van de kwaliteits ijsberg van problemen. Overigens werden door het ministerie van defensie eerdere rapporten van het testbureau (bijvoorbeeld over FY2009) feitelijk volkomen genegeerd, terwijl deze zeker onder de aandacht zijn gebracht (zie o.a. publieke briefing 22 februari 2010). Hierin werden min of meer dezelfde feiten al aangekaart. Wie denkt, dat dit soort ontwerptechnische zaken in dit stadium nog makkelijk te herstellen zijn, heeft geen verstand van het ontwerpproces en het bouwen van een complex technisch product. Er is mijns inziens sprake van elementaire conceptuele fouten, onherstelbaar. Inmiddels heeft Nederland wel voor een kwart miljard geïnvesteerd in twee testtoestellen, die dus vol gebreken zitten. Herstel hiervan kost tientallen miljoenen voor de reeds gebouwde toestellen, alleen dit jaar is al circa US$ 100 miljoen aan “upgrade” contracten (zie een van de voorbeelden) verstrekt voor pas gebouwde toestellen. JSF, de Joint Strike Fyra, in aantocht. In september 2008 waarschuwde de Amerikaanse defensie analist Winslow Wheeler op televisie in KRO Reporter “The F-35 is a flying piano”.

Uitstel IOT&E testfase al in 2008 voorzien

Dan schrijft de minister: “Het Pentagon heeft de planning van de operationele testfase, waaraan de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland deelnemen, nog niet formeel vastgesteld. Zoals vermeld heeft DOT&E bezwaar tegen de overlap van de technische ontwikkelingsfase en de operationele testfase. Het overleg in het Pentagon hierover wordt voortgezet. Indien het Pentagon tegemoet komt aan deze aanbeveling van DOT&E, kan dat gevolgen hebben voor de planning van de operationele testfase.”.

Dit was echter al in 2008 het geval en volstrekt bekend, nog voor het debat begon over de aanschaf van het eerste testtoestel. Toen in de periode 2008-2010 tot tweemaal toe de ontwikkelingsfase verschoven werd, was telkens onmiddellijk bekend, dat de IOT&E fase mee zou schuiven.

In een uitgebreid artikel op 4 november 2008 zijn we hier op ingegaan. Het is waard om de door ons aangehaalde feiten na te lezen in “Kamerdebat : Wanneer start de IOT&E fase van de JSF?

We schreven “Overigens geldt een strikte scheiding tussen de Development Test & Evaluation (DT&E) fase met verantwoordelijkheden voor met name de fabrikant en vervolgens de Initial Operational Test & Evaluation fase onder verantwoordelijkheid van de strijdkrachten. De definitie van deze scheiding is wettelijk vastgelegd in de wet. Deze wet (US Title 10) is tamelijk duidelijk hierover en bij grote Defensieprojecten met argusogen door leden van het Amerikaanse Congres en de Amerikaanse Rekenkamer bewaakt. Nu de DT&E fase doorloopt tot minimaal maart 2013 is het wettelijk onmogelijk eerder met de IOT&E fase te beginnen, tenzij een ontheffing is of wordt verleend. Maar daarvoor is geen enkele aanwijzing.”
In februari 2010 werd de waarschuwing door ons herhaald, nadat opnieuw geen openheid van zaken werd gegeven in een misleidende brief van toenmalig staatssecretaris Jack de Vries aan de Kamer.

Minister hoopt nu op beperkt geheugen Kamer

In 2008 was al bekend, dat de testfase nooit zou kunnen aanvangen in 2011 (zoals toen ten onrechte en misleidend) door het ministerie van defensie aan de Kamer werd geschreven. Maar om de aankoop van de eerste twee toestellen door te drukken en verder de JSF fuik in te zwemmen, probeerde de toenmalige CDA/VVD regering dit onder tafel te houden.
De minister schrijft nu “In 2008, bij de voorbereiding van de besluitvorming over de twee F-35 testtoestellen, was de verwachting dat de gehele operationele testfase zou duren van het voorjaar van 2012 tot augustus 2014, een periode van tweeëneenhalf jaar (brief van 17 november 2008, Kamerstuk 26 488, nr. 121).”
Op 29 februari 2008 schreef de minister echter letterlijk “De IOT&E is gepland in de periode 2011 tot 2013”. Dus wat ze nu schrijft verschilt met wat in 2008 daadwerkelijk werd geschreven aan de Kamer (ze hoopt wellicht dat de Kamerleden deze brief vergeten zijn). Maar in de USA en in de UK was toen al bekend, dat 2011 of 2013 onhaalbaar zouden zijn.

Twee keer zo lang en twee keer zo duur

In 2008 schreef de minister: “Naar schatting zijn voor een nationale IOT&E-variant gedurende bijna drie jaar tien Nederlandse JSF-toestellen en ruim 300 vluchten nodig.”. Meedoen aan de US-variant zou korter duren (twee jaar) en minder kosten. Nu blijkt dat het vier jaar duurt en veel meer, 55 miljoen in plaats van 27 miljoen, gaat kosten. Alle eerdere berekeningen van de “deskundigen” van defensie blijken dus misleidend en/of foutief geweest te zijn. Tijd om wat carrierepaden van incompetente rekenmeesters bij DMO af tegaan breken of ze met vervroegd pensioen te sturen.

De misgelopen 125 miljoen euro

In november 2008 had besloten kunnen worden twee jaar te wachten met aanschaf. We schreven toen, dat dit een besparing zou opleveren van circa € 125 miljoen. We citeren:
Als we gaan schuiven als volgt:
1 toestel van LRIP-3 naar LRIP-5 (levering 2013) besparing ca. US$ 81 miljoen
1 toeste van LRIP-4 naar LRIP-5 (levering 2013) besparing ca. US$ 44 miljoen
Kortom een besparing van ca. US$ 125 miljoen ofwel bijna € 100 miljoen euro.

Dus niet alleen kost de testfase nu tientallen miljoenen meer, dan toen gepland; ook een potentiële besparing van ruim € 100 miljoen is de minister misgelopen door de veel te vroege aanschaf van de testtoestellen. Totaal gaat het om 125 miljoen euro.
Bovendien had dit opgeleverd:
- Latere F-35As, dus minder herstelacties/kinderziektes (10 miljoen per toestel)
- Nederland zou de handen (net als Canada) nog vrij gehad hebben
- Investering in twee testtoestellen van totaal ruim 200 miljoen nog in kas

Dit was in 2008 al voorzien, maar door de zogenaamde “deskundigen” van Defensie, NLR en TNO willens en wetens op basis van hun pro-JSF tunnelvisie genegeerd. Wanneer wordt, net als bij de banken, incompetente topmensen bij defensie de wacht aan gezegd door de minister? Of anders door de Tweede Kamer? De mensen aan de basis van de diverse krijgsmachtonderdelen draaien op voor deze geldverspilling. Hun arbeidsplaatsen en arbeidsvoorwaarden staan onder druk vanwege het wanbeleid aan de top.

100 jaar militair vliegen: van Brik tot Brik

Ter ere van 100 jaar militair vliegen 1913-2013 heeft de luchtmacht vlaggen en stickers ontworpen. Rechts staat een JSF. Links staat een toestel uit 1913, de Farman, het eerste toestel van de Luchtmacht. Het had in die tijd de toepasselijke bijnaam had “De Brik“, het tweede toestel van de luchtmacht was de “Grote Brik”. Wat dat betreft is de sticker erg toepasselijk. Iedereen die straks op de Open Dag en bij de feestelijkheden er naar kijkt, kan dan denken: het eerste en tweede JSF testtoestel, de “Brik” en de “Grote Brik”. Honderd jaar militair vliegen. De geschiedenis herhaalt zich, alleen leren we er weinig van.

JSFNieuws130212-JB/jb

Een reactie op dit bericht...

Feb 01 2013

Opvolging F-16: onafhankelijkheid waarborgen bij nieuwe evaluatie

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Ontwikkeling JSF

Gouda – In 2002 werd met kennis en de vooruitzichten van dat moment naar beste inzicht door defensie en politiek een principe keuze gemaakt voor de JSF. Twaalf jaar later blijkt het toestel dubbel zo duur in aanschaf en ruim dubbel zo duur in gebruik; de levertijd is al 9 jaar vertraagd. Een stroom van verontrustende berichten over kinderziektes en ontwerpfouten houdt aan. Bovendien is de wereld sterk veranderd, het defensiebudget is gedaald.
Zoals aangegeven in de uitzending Een Vandaag van 31 januari 2013 is het zinvol de vraag te stellen: is het geen tijd voor een volledig nieuwe kandidatenvergelijking, uitgaande van het perspectief van 2013. Dit opiniestuk van auteur Christiaan Meinen gaat nader in op de afwegingen omtrent die vraag.

Appels met peren vergelijken, kan dat bij project Vervanging F-16 (PV-F16)?

Soms wordt gesteld: “De JSF vergelijken met een ander toestel, is als het vergelijken van appels met peren. De vraag is dan, is dat dan niet mogelijk. In dit opiniestuk geeft defensiespecialist Chris Meinen zijn mening over het antwoord op deze vraag: Ja, dat kan zeker. Het betekent namelijk dat beide vruchten een eigen smaak hebben en aan bepaalde eisen moeten voldoen. Als je appels met peren wilt vergelijken moet je in feite ook open staan voor beide vruchten. Als je bijvoorbeeld niet van peren houdt, kan je geen neutrale vergelijking houden, dan moet je daar ook eerlijk voor uitkomen. Datzelfde is van toepassing op de kandidatenvergelijking in het kader van het project Vervanging F-16.

Achtergrond JSF keuze

Het is door velen al vaker gezegd dat de keuze voor de Joint Strike Fighter (JSF ook wel F-35A genoemd), die het ministerie van Defensie, bepaalde politici en de industrie al in de vorige eeuw gemaakt hebben niet zozeer ingegeven is door strategische noodzaak, maar door de behoefte om het failliet van Fokker te compenseren. Er was dus een economische “noodzaak”.
Gedurende het proces heeft men kunnen zien dat er vreemde dingen gebeurden rondom de JSF. De Key Performance Indicators (KPI ), dat zijn doelen waarop de JSF behoort te worden beoordeeld, werden naar beneden bijgesteld, de aantallen idem dito terwijl het prijskaartje opliep. Kritiek op dit proces, die zelfs in de VS niet gering was, werd in het Nederlandse politieke debat weggewuifd. Men bleef vasthouden aan de businesscase en het “heilige” planningsaantal van 85 JSF voor de Nederlandse luchtmacht. Dit terwijl al jarenlang duidelijk is dat het beschikbare budget niet genoeg is voor dit aantal toestellen. Ook heeft men inmiddels het aantal in gebruik zijnde F-16’s verminderd tot 68 en overwoog men tijdens de Catshuisoverleggen van Rutte I (PVV, VVD en CDA) dit aantal nog verder te verminderen tot 42. Opmerkelijk is, zowel de JSF als Nederlandse ambtenaren, politici en lobbyisten kwamen veelvuldig voor in de ‘geheime Amerikaanse berichten’ beter bekend als Wikileaks. Zie hier en hier (NRC: VS beter ingelicht over JSF dan Kamer).

Overduidelijke tunnelvisie vorige kandidatenevaluatie

Uit bovenstaande voorbeelden blijkt een overduidelijke tunnelvisie ten aanzien van de JSF. Toch tracht de Nederlandse regering c.q. het Ministerie van Defensie, een beeld op te houden van objectiviteit en een eerlijke kandidatenvergelijking . Waar dat bij de eerste kandidatenvergelijking nog enigszins mogelijk was, kwam de 2e er behoorlijk slechter vanaf. Op meerdere gebieden schreef men die kandidatenvergelijking toe naar één winnaar: de JSF. Regelmatig las men in de beoordelingen en in de rapportages aan de Tweede kamer dat informatie over andere kanshebbers uit publieke bronnen kwam. Zo werd de Gripen bijvoorbeeld, de ene keer vermeld als een oud airframe net als onze huidige F-16MLU, dat dus niet aan de ‘tijdseisen’ kan voldoen. De andere keer bestond de Gripen nog niet eens en liep de ontwikkeling ver achter bij de JSF. Feitelijk is het zo dat de teller van een airframe pas ingaat op het moment dat het gebouwd is en de JSF is al even feitelijk een ontwerp uit de jaren 90 van de vorige eeuw. Dus wat dat betreft bestaat er weinig verschil tussen de Gripen C/D, de Rafale en de Eurofighter en de JSF. Men heeft ook letterlijk beweerd dat de JSF het enige toestel is dat over Datalinks, lage RCS, geavanceerde sensoren en wapensystemen beschikt. Dat deze beweringen aantoonbaar volstrekt onjuist zijn lijkt niet veel politici te deren. Maar wat zegt het over de betrouwbaarheid van de politici, ambtenaren, het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen verbonden aan het JSF project? Dat is een vraag van het hoogste belang. In naam zijn al deze partijen, anders dan lobbyisten, neutraal.

Hoe neutraal zijn NLR en TNO werkelijk?

Onderzoeksinstellingen TNO en NLR houden zich naar alle waarschijnlijkheid aan hun neutraliteitsbeginsel. Medewerkers die onderzoek doen specifiek voor de JSF mochten bijvoorbeeld niet geluidsvergelijkende onderzoeken uitvoeren. Maar is daarmee de neutraliteit van het instituut TNO gegarandeerd? In deze tijd van economische krimp is TNO afhankelijk van onderzoek voor de JSF. Een groot gedeelte van hun inkomsten is direct te herleiden tot dit project en dat geldt net zo voor NLR. Zullen de marketingmanagers of financieel directeuren van deze onderzoeksinstellingen het op prijs stellen als er vanuit die onderzoeksinstellingen een kritische notitie komt over de vreemde manier van projectmanagement (zie o.a. JSF perikelen : technische fundament blijft wankel) c.q. het fabriceren van productietoestellen terwijl de test & evaluatiefase nog niet eens volledig op gang is? Of als uit een simulatie (studie RAND, 2008) blijkt dat de JSF niet opgewassen blijkt te zijn tegen de dreiging van de realiteit.
De studie van het Amerikaanse RAND instituut is vervolgens nooit officieel door RAND gepubliceerd en de kritische senior analist John Stillion blijkt vanwege zijn kritische houding ontslagen te zijn.
Iedereen in projectmanagementland weet dat dit tegen alle project management principes ingaat. Ander voorbeeld: het geluidsrapport, waarbij men het geluid van de Gripen E/F berekende aan de hand van de Super Hornet (F/A-18SH). Dit toestel is van een heel ander kaliber (zwaarder, groter vleugeloppervlak etc.) dan de Gripen E/F demonstrator. De voornaamste overeenkomst is dat beide dezelfde GE F414 motor hebben. Maar de Super Hornet heeft er twee, de Gripen is eenmotorig. Toch heeft men beide aan elkaar gelijkgesteld. Waarom? De Gripen E/F demonstrator is beschikbaar voor dergelijke tests zoals deze ook in Zwitserland zijn uitgevoerd.

Politieke realiteit van 2013

Vlak na uitbrengen van een nieuw rapport van de Algemene Rekenkamer over de uitstapkosten van het JSF project is ook de kabinetsformatie tussen VVD en PvdA in zeer korte tijd rondgekomen. Over het PV F-16 staat er het volgende:

De oorspronkelijke voornemens met betrekking tot de vervanging van de F16 zijn niet uitvoerbaar zonder aanpassing hiervan of herprioritering binnen het totale Defensiebudget. De minister van Financiën verzoekt de Algemene Rekenkamer een onderzoek in te stellen naar de ontwikkeling van de financiële perspectieven ten aanzien van de aanschaf en exploitatie van de vervanger van de F16 en de informatievoorziening daarover in de afgelopen periode. …. Mede op basis van beide rapportages zal het kabinet eind 2013 een beslissing nemen over de vervanging van de F16. Gelet op het rapport van de Algemene Rekenkamer ter zake zetten we de ontwikkel- en testprogramma’s conform de MOU’s voort.”

Tijdens de Kamerdebatten en naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer merkte de heer Samsom (PvdA) het volgende op: “Ik was bereid een besluit te nemen: we kopen die krengen wel of niet”. Volgens Samsom was ook de VVD bereid een besluit te nemen en zo een einde te maken aan de jaren slepende discussie. Toen kwam echter het nieuws van het ministerie van Defensie dat het huidige budget slechts genoeg was voor 35 JSF-toestellen, in plaats van de geplande 68. “En dan heb je dus geen volwaardige luchtmacht meer“, zei Samsom. Positief hieraan is dat we kunnen concluderen dat Samsom een luchtmacht met maar 35 toestellen geen luchtmacht waardig vindt.

Financiële realiteit

Nu wil ik u het één en ander aan actuele bedragen voorrekenen. We moeten beseffen dat het budget voor de aanschaf van een vervanger van de huidige F-16’s (PV F-16) een bedrag van €4,5 miljard omvat. Van dat totale bedrag is inmiddels al een flink deel uitgegeven aan de JSF, namelijk €450 miljoen (testprog + 2 toestellen) Dan resteert ons dus nog €4,05 miljard. Het gaat vervolgens nog eens €334 miljoen kosten indien we de huidige F-16’s moeten modificeren in verband met het langer doorvliegen van deze toestellen (tot 2019). Als er vervolgens nog 2 jaar extra langer doorgevlogen moet worden gaat dit een extra €180 miljoen euro kosten (2021). Wat hebben we dan te besteden? Per saldo resteert een bedrag van “slechts” € 3,716 miljard of zelfs € 3,536 miljard voor onze geliefde Next Generation Fighter! Dan komen daar bovenop de kosten voor gebruik gedurende 30, 40 of 50 jaar (Operations &Sustainment, O&S). De ARK rekent het keurig voor maar zelfs bij een aantal van 35 JSF redt de Koninklijke Luchtmacht het al niet binnen het bestaande exploitatie budget. U begrijpt dat beide factoren belemmeringen zijn die de Nederlandse regering mee moet nemen in haar afwegingen. Men zou 35 JSF kunnen kopen mits de kosten daarvoor niet verder oplopen, maar dan komt men in het gedrang met de O&S kosten die niet binnen het huidige budget passen.

Uitgangspunten nieuwe kandidatenvergelijking

Feitelijk roept de regering op om te komen tot een nieuwe kandidatenvergelijking die past binnen de nieuwe visie die de nieuwe minister van defensie moet ontwikkelen. Maar is het dan mogelijk om zo’n kandidatenvergelijking te maken waarbij appels met peren vergeleken kunnen worden? En daarbij alle kandidaten recht te doen? Volgens mij kan dat mits men de kandidatenvergelijking met open vizier ingaat en als uitgangspunt neemt dat er meerdere wegen naar Rome leiden ieder met geheel eigen karakteristieke eigenschappen, kwaliteiten en wellicht minpunten/nadelen. Met klem wil ik dus benadrukken dat men afmoet, in bepaalde kringen, van de utopie dat de JSF met niks te vergelijken is! Onzin natuurlijk; het is ook maar gewoon een vliegtuig met een vlieger, een motor, vleugels, stuurvlakken, bewapening, avionics; van alles dus wat je ook in een Boeing 747 vindt, inclusief bewapening (laser)! Hieronder volgt een kort stappenplan om te komen tot zo’n vergelijking. Ik baseer dit stappenplan op een uitgebreide studie van de Amerikaanse professor Francois Melese. Dr. Francois Melese is Professor of Economics & Deputy Executive Director van het Defense Resources Management Institute (DRMI). Hij schrijft in de samenvatting op pagina 5:
This study offers a comprehensive set of approaches for procurement officials
to structure public investment decisions. Designed to improve acquisition outcomes, the “Economic Evaluation of Alternatives” (EEoA) addresses a significant weakness in most contemporary military applications of the current methodology—the Analysis of Alternatives (AoAs). While AoAs correctly focus on lifecycle costs and the operational effectiveness of alternatives, “affordability” is an after-thought—at best only implicitly addressed as a weight placed on cost in the final stages of the analysis. In sharp contrast, the EEoA encourages senior analysts and decisionmakers to include affordability explicitly and up-front in structuring an AoA. This requires working with vendors to build alternatives based on a reasonable spectrum of possible funding (budget or affordability) scenarios. A key difference between traditional AoAs and the EEoA approach is that instead of modeling competing vendors as points in cost-effectiveness space, the EEoA solicits vendor proposals as functions of optimistic, pessimistic, and most-likely funding (budget) scenarios.

Algemene Defensie Strategie

Het opstellen van die visie is niet zoveel werk, er ligt namelijk al een zeer gedegen studie: Verkenningen van defensie uit 2008, die in opdracht van voormalig Minister van Defensie, Van Middelkoop (CU) is uitgevoerd. Deze studie was zeer grondig en behelsde ook diverse adviezen om te komen tot een toekomstbestendige krijgsmacht. De bezuinigingen van het laatste kabinet Balkenende en het eerste kabinet Rutte hebben uiteindelijk gedaan wat het adviesrapport juist nadrukkelijk afraadde: meer dan € 1 miljard structurele bezuinigingen afdwingen zonder eerst de vijf strategische vragen op pagina 299 te hebben beantwoord.

Vijf strategische vragen voor de politiek

Politieke besluiten over de toekomst van de krijgsmacht moeten bovenal berusten op een integrale afweging waarin de belangen en de doelstellingen van het Koninkrijk voorop staan. Bij deze afweging doen zich voor de politiek de hieronder gestelde vijf strategische vragen voor:

Vraag 1: Welke militaire bijdrage wil Nederland in internationaal verband en ten opzichte van andere landen leveren? Wat willen we in de wereld betekenen? Voor welke belangen en waarden staan we pal? Wie zijn we?

Vraag 2: Welke defensie-inspanning is nodig of wenselijk in het licht van de omgevingsanalyse van de Verkenningen? Hoe gaan we om met de fundamentele onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen?

Vraag 3: Welke balans moet worden getroffen tussen de bescherming en zo nodig verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied en het optreden bij de bron van bedreigingen van onze veiligheid (al dan niet ter bevordering van de internationale rechtsorde)?

Vraag 4: Welke bijdrage moet de krijgsmacht binnen de landsgrenzen leveren aan de veiligheid van onze samenleving in het licht van de groeiende kwetsbaarheid voor maatschappelijke ontwrichting?

Vraag 5: Welke afhankelijkheden van andere landen kan Nederland op veiligheids- en defensiegebied aanvaarden? Tot welk punt willen we onze autonomie behouden?

Deze vijf vragen hebben allemaal betrekking op de algemene capaciteiten van de krijgsmacht dus zeker ook op de vervanging van al onze huidige straaljagers. Deze vragen zouden leidend moeten zijn voor alle beleid en voor materieelkwesties bij defensie. Toch is gebleken, sinds het uitkomen van het rapport verkenningen, dat daar niets mee is gedaan, behalve af en toe wat selectief gebruik van termen als ”veelzijdig inzetbaar”. Waarbij opgemerkt mag worden dat de woorden niet overeenkomen met de in het rapport omschreven / verwachte / benodigde daden.

Economische Evaluatie van Alternatieven

Het door Nederland gebruikte FELSALDO van TNO hoort bij de normale evaluatiemethoden die veel landen gebruiken (AoAs). Waar de heer Melese en ondergetekende voor pleiten is in dit geval te kiezen voor een andere methode, namelijk de Economic Evaluation of Alternatives (EEoA). Gezien de budgettaire situatie, de voortdurende crisis en tegelijkertijd de noodzaak om toch ook over een capabele krijgsmacht te beschikken, zoals blijkt uit het rapport Verkenningen van defensie, de voortdurende crisis en de noodzaak om toch ook over een capabele krijgsmacht te beschikken, kan het alleen maar goed zijn om een analytische methode te hanteren die rekening houdt met economische factoren en met efficiëntie, ook wel the biggest bang for the buck genoemd.

In de studie The Economic Evaluation of Alternatives (voetnoot 14, o.a. pagina 50 figuur 10) kunnen we 6 manieren om de kandidatenvergelijking uit te voeren terugvinden. Binnen deze 6 manieren past FELSALDO in categorie 1 “Select lowest Buck bid”. Melese adviseert een andere aanpak voor Nederland om een onafhankelijke en neutrale vergelijking te krijgen en wel op basis van zijn methode 3: “Select Bang for the Buck, based on chosen Budget or MOE”. Hierbij gaat hij er van uit dat er nog geen keuze gemaakt is, niet in het openbaar en niet in stilte. Kortom, men zou moeten breken met een voorkeur voor een bepaald toestel, waarbij men er eigenlijk al vanuit gaat dat toestel X het ook gaat worden. Ook moet men niet denken dat omdat men nu 68 F-16’s gebruikt, dat bij het volgende toestel ook zo zal moeten zijn. Breken dus met alle vooringenomen stellingen, emoties en openlijke of verborgen belangen. Men dient in dit soort analyse ook mee te nemen dat er opties zijn die verder gaan dan de aanschaf van alleen maar nieuwe toestellen. De volgende opties staan dan open:
- nieuwe toestellen: enkel type;
- mix van nieuwe en oude vliegtuigen: dubbele vloten;
- mix van meerdere typen nieuw: dubbele vloten;
- alleen maar huidige toestellen;
- mix bemand + onbemand: dubbele vloten;

Bij deze analysemethode moet men er met gezond boerenverstand en helemaal transparant van uitgaan dat er meerdere wegen naar Rome leiden.

Meetbaarheid van effectiviteit

Omdat de Measures of Effectiveness (MOE), de metingen van effectiviteit, bij de verschillende mogelijkheden niet makkelijk zijn om te verfijnen c.q. te meten en omdat er op dit moment geen duidelijk budget is voor de toekomst, adviseert de heer Melese om verschillende (budgettaire) alternatieven uit te laten werken door de verschillende concurrerende fabrikanten. Men kan deze vragen drie budgettaire scenario’s uit te werken. Iedere fabrikant kan dan naar eigen inzicht deze scenario’s uitvoeren. Deze drie scenario’s zijn dan:
- optimistisch scenario;
- meest waarschijnlijk scenario;
- pessimistisch scenario.

Op deze manier kan men voor ieder scenario MOE’s ontwikkelen waaruit het Defensie Materieel Organisatie (DMO) van het Ministerie van Defensie in overleg met het Ministerie van Financiën en laten we dat nu eens niet vergeten, het parlement, een keuze kan maken op basis van deze drietallen MOE’s en een realistisch budget voor het project Vervanging F-16. De eerste stap om deze nieuwe manier van evalueren te realiseren is het opstellen van doelen en benodigde capaciteiten. Deze moeten opgesteld worden door beleidsdeskundigen, militaire strategen en technische experts alsmede experts op het gebied van economische gevolgen etc. Het lijkt me een goede aanbeveling dat deze experts neutraal zijn, dat wil dus zeggen: zowel politiek als wel economisch en sociaal.

Stap 1 - Doel vaststellen

Allereerst zullen aan de hand van de vastgestelde Algemene Defensie Strategie (ADS) bepaalde behoeftes en taken naar boven komen waar de opvolger van de F-16 aan moet voldoen. Wat draagt PV-F16 bij aan de ADS? Aan de hand van de antwoorden op die vraag komen we bij de eerste vraag voor het PV-F16. Wat is het overkoepelende doel van het project? Hoe gaat dit project bijdragen aan de realisatie van de ADS? Hoe past het binnen de Internationale taken en verplichtingen ?

Stap 2 – Meetbaarheid garanderen

Om de doelen van het project te kunnen meten moet de effectiviteit van de verschillende opties in de drie scenario’s meetbaar worden gemaakt. Deze meetbaarheid is in de praktijk op andere gebieden ook mogelijk. Denk aan de vergelijkingsites of computerbladen waarbij zeer verschillende computers toch met elkaar vergeleken kunnen worden. Ook de huis-tuin-en-keuken consumentenbond kan deze vergelijkingen voor tal van producten, diensten zeer goed en duidelijk vormgeven. Denk maar eens aan alle SOORTEN stofzuigers, die de CB dan toch in 1 grafiek weet te zetten! Men kan heel goed meten en vergelijken aan zeer verschillende soorten objecten! Op basis van deze scenario’s kunnen de verschillende mogelijkheden / kanshebbers / kandidaten worden doorgerekend op prestaties gedurende een vooraf vastgestelde tijdsperiode.

Stap 3 - Drie Scenario’s uitwerken

Wat zijn de meest waarschijnlijke, optimistische en pessimistische scenario’s voor het budget van dit project en wat zijn de verschillende faseringen voor invoering van PV-F16? De resultaten zullen zijn dat verschillende fabrikanten met binnen de scenario’s passende biedingen komen waarbij verschillende aantallen, support en dergelijke factoren met elkaar op effectiviteit vergeleken kunnen worden.

Stap 4 - Biedingen fabrikanten per scenario

Biedt de fabrikanten voldoende gelegenheid om hun biedingen per scenario uitgewerkt in te leveren. Vervolgens moet de MOE op de volledige biedingen (totale pakketten, aantal toestellen, reservedelen, motoren, training, wapens etc.) worden doorgerekend en vergeleken. Hierbij moeten we rekening houden met compensatie, productie (banen) en toekomstige MLU plannen.
Als men uiteindelijk een bepaalde voorkeur heeft voor een bepaalde fabrikant, bijvoorbeeld Lockheed Martin met JSF, dan zullen de kosten die voortkomen uit die voorkeur, daarvoor van het budget afgetrokken moeten worden. Formuleer dan pas een aanbeveling aan de regering en het parlement en doe dit op de meest transparante manier.

Stap 5 - Feitelijke beslissing

Het kabinet legt een voorstel aan de Tweede Kamer voor op basis waarvan gekozen kan worden. De Kamer controleert dan of de keuze die gemaakt is op open, eerlijke en transparante vergelijkingen berust. Dan kan er echt gekozen worden. Blijkt aan een van deze eisen niet voldaan te zijn, dan stuurt de Kamer het geheel terug naar het kabinet en eventueel zelfs terug de selectieprocedure in. Alleen op basis van dit proces met navenante uitkomsten kan het PV-F16 worden uitgevoerd en kunnen de daadwerkelijke onderhandelingen met de fabrikanten beginnen.

Economische afwegingen

Omdat de economische voor- en nadelen bij dit project zeer zwaar mee zullen wegen wil ik daarover graag nog een slotopmerking maken. Zeer geregeld tracht de Nederlandse industrie, het ministerie van defensie en economische zaken, evenals bepaalde politieke partijen (CDA, VVD, CU en SGP) te doen geloven dat alleen aan de JSF verdiend kan worden. Dit is een pertinent onjuist weergave van de zaken. Ook het niveau van de mogelijke werkzaamheden verschilt per fabrikant en kan zelfs aanzienlijker en hoogwaardiger werk opleveren dan thans het geval is met de JSF deelname. Voor alle duidelijkheid daarom hier de opmerking dat compensatie bij concurrenten van de JSF echt niet gaat over de fabricage van wasmachines zoals sommige industriëlen willen doen geloven.
Nifarp-woordvoerder Frans van der Grint:
Bij Nifarp denken ze daar anders over. ‘Het JSF-werk is hoogwaardig en is nodig om onze luchtvaartindustrie op niveau te houden’, zegt Van der Grint. ‘De supersterke lichtgewicht wanden in de nieuwe Airbus A380 zijn bijvoorbeeld eigenlijk een militaire vinding van Fokker. Wel iets anders dan een compensatieorder voor wasmachines.’

Potentie van compensatie

Over deze compensatie moet echter wel goed onderhandeld worden, het is bij deelname aan de JSF al meermalen gebleken dat onze deelname economisch geen succes is. De regering die uiteindelijk de keuze maakt voor de opvolger van de F-16 dient zich daar zeer zeker bewust van te zijn. Ook hoeft het dus niet per definitie zo te zijn dat aan de JSF (als enige) veel te verdienen valt. Dit blijkt uit een analyse van de Verenigde Noorse Defensie Industrie, vergelijkbaar met de Nederlandse NIDV. De mening van de Noorse Defensie Industrie Vereniging is als volgt samengevat:

Selecteren van de Gripen biedt een aantal voordelen. Het zal zorgen voor contracten voor een verscheidenheid aan bedrijven en voor werkgelegenheid in de hightech-industrie en grote positieve spill-over-effecten geven voor de civiele industrie. Een keuze voor de Gripen zal leiden tot meer toegevoegde waarde, werkgelegenheid en onderzoek en ontwikkeling activiteit in het hele land.”

Deze analyse (download gehele PDF bestand hier) van de Noorse Defensie Industrie Vereniging concludeert:

New combat aircraft for Norway-The industrial perspective (4 November 2008)

Gripen has the highest score in most areas
- Potential volume
- Committed volume
- Distribution of technology areas
- Contribution to technology and product development
- Number of companies and clusters involved
- Spin-off beyond defence activities

JSF is superior in a few areas
- Market potential for the involved companies may be huge
- Large production volumes
- Prestigious program

JSF is an excellent choice for a few companies but does not:
- cater for the Norwegian defence industry at large
- offer research and development opportunities that broadly strengthen the industry’s core capabilities
- guarantee industrial cooperation

Gripen offers guaranteed opportunities that:
- contribute significantly to strengthen and develop further core capabilities in the Norwegian Defence industry
- create strategic partnerships that may facilitate anindustrial restructuring in a Nordic context.
- The combat aircraft program is a unique opportunity to accelerate Nordic defence cooperation
- and thus enhanced Nordic industrial cooperation

Gripen has the highest score on vital criteria for the Norwegian Defence Industry
- Distribution of projects and companies involved
- Guaranteed Value Added
- Research, development and upgrading of skills
- Overall quality

Hoopvolle toekomst

Dus om op de eerste vraag terug te komen: Kunnen appels met peren vergeleken worden? Wat denkt u? Wat denken de landen om ons heen? In diverse JSF partnerlanden ontstaan twijfels over de noodzaak om de JSF aan te schaffen. Een onafhankelijke vergelijking kan, maar dan op basis van kwaliteiten die echte waarde hebben. Zuid-Korea, Denemarken , Canada, Australië
en, zeer recentelijk, Turkije zijn landen waar steeds kritischere geluiden te horen zijn over de JSF en men zoekt naar eventuele alternatieven. Veel van deze landen hebben aangegeven opnieuw te willen onderzoeken aan welke eisen een nieuw (toekomstbestendig) jachtvliegtuig zou moeten voldoen. Nu maar hopen, dat de verenigde JSF lobbyisten bestaande uit industriëlen, luchtmachtmedewerkers en politici, hun vingers uit de pap kunnen houden en er een echt onafhankelijke kandidatenvergelijking plaats kan vinden. Ik zou de regering en alle politieke partijen willen oproepen om de overwegingen in dit artikel ter harte te nemen, er hangt meer van af dan economisch gewin en internationaal aanzien.

Concluderend:

De keuze voor de vervanger van de huidige F-16 is van grote invloed op de toekomst van de gehele krijgsmacht en moet bovenal berusten op een integrale afweging waarin de belangen en de doelstellingen van het Koninkrijk voorop staan.

Auteur: Christiaan Meinen

U kunt de auteur mailen jcmeinen@hotmail.com

JSFNieuws130201-CM/jb

5 reacties op dit bericht...

Jan 29 2013

Canada besluit tot volledige herziening keuze Joint Strike Fighter

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

Kesteren – Canada start een volledige nieuwe kandidaten evaluatie voor de opvolger van de verouderde F-18 straaljager. Dat is deze week bekend gemaakt. Canada zet daarmee de eerdere keuze van de JSF op losse schroeven. Een vijftal fabrikanten is uitgenodigde om een voorstel in te dienen, waaronder de drie Europese fabrikanten Dassault, Eurofighter en Saab.

Sinds ruim twee jaar staan de JSF aankoopplannen – net als in Nederland het grootste verwervingsproject ooit voor de strijdkrachten – stevig ter discussie. De roering ontstond nadat de Auditor General Michael Ferguson (Rekenkamer) rapporteerde dat de defensie organisatie en in het verlengde daarvan de regering het Canadese publiek misleid had over de hoogte van de werkelijke kosten van de aanschaf en de exploitatie van de JSF.
In december 2012 werd besloten het keuzeproces opnieuw te doen en niet langer te laten uitvoeren door de – totaal bevooroordeelde – defensie organisatie. Deze beslissing werd genomen na een onafhankelijk onderzoek van KPMG, waaruit bleek dat misleidende informatie verstrekt is over de JSF aan het Canadese parlement door de regering

Kosten op misleidende wijze te laag voorgesteld

De Canadese defensie gaf aan dat de totale kosten circa US$ 30 miljard zouden zijn voor de totale gebruiksperiode van 30 jaar, inclusief ontwikkelingskosten. De onafhankelijke KPMG audit gaf aan dat voor dezelfde periode (42 jaar, opgeteld 12 jaar ontwikkeling vanaf 2002 en daarna 30 jaar gebruik vanaf 2014) sprake is van 50% hogere kosten, ofwel ruim US$ 44 miljard. Per gebruiksjaar is dat bijna US$ 750 miljoen meer bij een aantal van 65 toestellen, wat een enorme jaarlijkse extra aanslag op het Canadese defensiebudget zou inhouden.
Door het naar buiten komen van deze cijfers, werd de eenzijdige Canadese beslissing, zonder enige daadwerkelijke competitie genomen, op losse schroeven gezet.

Totale herziening JSF besluit

Na half december is er door defensieminister Peter MacKay en de minister van publieke werken Rona Ambrose (die nu toezicht heeft over het keuze proces), gewerkt aan voorstellen om tegemoet te komen aan de vernietigende kritiek uit het KPMG rapport van december 2012.
Nu is bekend gemaakt dat de volgende stap is: “Volledige herziening van JSF besluit en alle opties onafhankelijk onderzoeken en beoordelen”. Op dit onderzoek zal toezicht worden gehouden door een panel van onafhankelijke politieke en financiële experts.

Vijf kandidaten uitgenodigd

De Canadese regering heeft vijf fabrikanten uitgenodigd om informatie toe te sturen voor een een eerste informatieronde, op basis waarvan een definitief programma van eisen zal worden afgestemd en toegezonden aan de fabrikanten.
De kandidaten zullen zijn (in alfabetische volgorde):

De eerste kandidaat is de Boeing F/A-18 Super Hornet. Door velen in Canada beschouwd als een optimale kandidaaat. Het toestel is Amerikaans, er zijn er reeds honderden geleverd aan de Amerikaanse strijdkrachten. Vanwege de vertragingen met de JSF kocht Australië eerder al 24 Super Hornets en zal mogelijk nog eens 24 toestellen aanschaffen. De toestellen werden op tijd en binnen budget geleverd. De prijs per stuk zijn US$ 40 miljoen lager en de kosten per vlieguur 50% lager. Het toestel heeft twee motoren, een voordeel in de Canadese arctische omgeving, heeft een groter vliegbereik en kan aanzienlijk meer wapens meevoeren. Bovendien is het toestel uitgerust met de meest moderne (Amerikaanse) electronica en zogeheten “network-centric” en (in tegenstelling tot de F-35A) in staat gebruik te maken van de bestaande tankervloot van Canada.
De andere kandidaten zijn de tweemotorige Dassault Rafale C en de Eurofighter Typhoon.
Over de (mogelijk hoge) kosten van deze op zich zeer competente toestellen zijn op dit moment de nodige twijfels.
De vierde kandidaat is opnieuw de Lockheed Martin F-35A, die vanwege de reeds gedane investeringen en industriële betrokkenheid, daardoor bepaalde voordelen heeft in deze evaluatie.
Tot slot zal aan het Zweedse Saab Technology gevraagd worden offerte uit te brengen voor de nieuw ontwikkelde E-versie van de Saab JAS 39 Gripen. Dit toestel heeft voor Canada als nadeel, dat het net als de F-16 en F-35 eenmotorig is. De lage aanschafprijs en vooral de lage gebruikskosten (kosten per vlieguur minder dan 50% van de kosten per vlieguur van een JSF) zijn belangrijke voordelen voor een land, waar het defensiebudget stevig onder druk staat.
Het toestel heeft de meest moderne boordcomputers, nieuwe AESA radar en tal van sensoren, waardoor het volledig en bewezen netwerk-centric kan opereren in coalitieverband.

Loos dreigement Lockheed Martin

Uit de KPMG audit kwam naar voren dat er mogelijke “kansen” zijn op het verwerven van US$9.8 miljard aan industrieel werk. De KPMG audit liet zien dat 72 Canadese bedrijven, na ruim 10 jaar medewerking, tot heden slechts US $438 millioen aan daadwerkelijke contracten hadden binnengehaald. In tegenstelling tot Lockheed Martin bieden alle andere kandidaten vaste en gegarandeerde industriële compensatie. Deze kan – contractueel vooraf gegarandeerd – veel hoger uitpakken, dan de voorwaardelijke en onzekere Lockheed Martin methode waar continue “tegen laagste prijs en beste kwaliteit” geknokt zal moeten worden om werk binnen te halen.
Lockheed Martin topman Steve O’Bryan waarschuwde echter al, dat deze nieuwe kandiatenvergelijking Canada werk zal kosten: “Right now, we will honour all existing contracts. After that, all F-35 work will be directed into countries that are buying the airplane.” Een totale loos dreigement, werk schuiven in de richting van landen die het toestel wel kopen…….. Welke landen zijn dat? Immers Australië lijkt voorlopig te gaan voor de Boeing Super Hornet; Turkije,Italië, Nederland, Denemarken en Groot-Britannië stelden hun beslissingen jaren uit. Zelfs de Verenigde Staten verschuiven de aantallen steeds verder naar de toekomst. Dit loze dreigement laat Lockheed Martin in al deze landen horen.

Bron:
Ottawa Citizen; 29-jan-2013; “F-35 fallout blamed for collapse of another military procurement program

JSFNieuws130129-JB/jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Volgende »