Archief van de 'Aanschaf JSF' Categorie

Feb 13 2013

Dutch F-35 IOT&E and the reliability of the US Government

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Kesteren – In May 2008 the Dutch government signed the MOU Initial Operational Test and Evaluation F-35. Conclusion after five years: the US Government seems to be an unreliable contractpartner. The contracted cost ceiling and promised dates will be broken.

After inense debates in The Netherlands a parliamentary majority voted to participate in the Initial Operational Test and Evaluation phase of the F-35 Program, together with the US forces and the United Kingdom.

Situation 2008: promises

In the MOU, signed by Dutch secretary of state Jack de Vries on the 30th of May 2008, we can find in paragraph 5.2.4:
“ The NL MOD share of the Financial Cost Ceiling is 30M TY U.S, dollars. The NL MOD Non-financial Cost contribution includes, but is not limited to, munitions, use of two (2) JSF Air Systems, and the services of trained personnel for IOT&E efforts.”
The planning was that the IOT&E would take place from mid-2012 until mid-2014, 2 years, separated in a Block 2 and a Block 3 part.

Situation 2013: deception

This week the Dutch parliament received a surprising letter, telling the members of parliament:
- The cost ceiling will be broken, cost of IOT&E participation will be about € 54 million (US$ 73 million)
- The IOT&E will take 4 years, not 2 years
- The IOT&E planning is now from 2015 until 2018, however it may be a little later
- The two Dutch F-35s can not be used until that moment (2015)
- We have to pay “parking costs” several millions a year

We could have bought the Dutch F-35As some years later, now we bought potential “hangar queens” from the much more expensive, early LRIP3 and LRIP4 series (having saved about US$ 100 million). We invested over US$ 250 million in these two planes, that will be parked for several years, useless investment by a country with a defence budget under high pressure.

My questions as a Dutch taxpayer

My way of doing business within my own company is yes=yes and no=no; no cure, no pay.
Reading this letter, and reading the MOU-IOT&E signed in 2008, reading the Tom Burbage PowerPoints and all documents send to Dutch parliament in 2008-2010, as a Dutch taxpayer I am wondering, having the question: “What value has a signed contract with the US Government”? (May be the US ambassador in The Hague may explain it to me)

Who, who is responsible fort his? And why fails the Parliament to stop this in a country where since 2007 a minimum of 70% of the population in polls votes against the F-35?

Author: Johan Boeder

JSFNieuws130213-JB/jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 12 2013

JSF – Joint Strike FYRA en de misgelopen 125 miljoen euro

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Kesteren – De minister van defensie heeft afgelopen week een brief gestuurd aan de Tweede Kamer om mededelingen te doen over de laatste stand van zaken rond de beoogde aankoop van de F-35, de luchtmacht variant van de Fyra. Enkele aspecten uit de brief over de JSF – Joint Strike Fyra halen we voor het voetlicht. Allereerst is altijd gezegd: de F-35 is het beste toestel van de diverse kandidaten. Het tegendeel is waar. Vervolgens gaan we in op het feit, dat al in 2008 bekend was dat de testfase nooit en te nimmer zou kunnen aanvangen in 2012/2013. Het was toen al bekend, dat de aanschaf van de testtoestellen uitgesteld had kunnen worden. Dit zou heel aantoonbaar zeker 125 miljoen euro hebben bespaard.

Toetsing criterium kwaliteit……….

Eerst gaat de minister van defensie in op het rapport van het Pentagon testbureau, de Director Operational Test and Evaluation (DOT&E). Ze schrijft dan “Ik ben content met het feit dat een onafhankelijke organisatie het programma kritisch volgt. Dit komt de kwaliteit en de veiligheid ten goede.”.
Dat zou winst kunnen zijn in een organisatie, die in het verleden de onafhankelijke benadering van de Amerikaanse rekenkamer en dit DOT&E testbureau afdeed als “beroepsmatige critici” die kritiek zouden leveren omwille van het kritiek leveren.
Die onafhankelijke benadering heeft in ieder geval ten tijde van de kandidatenevaluatie in 2008 ontbroken bij DMO, TNO en NLR. Eenparig stelden ze vast “de F-35 voldoet het meest aan de criteria kwaliteit, prijs en levertijd”. De prijs is inmiddels verdubbeld, de levertijd met 9 jaar opgelopen en over de kwaliteit komt steeds meer informatie naar buiten.

De minister van defensie schrijft nu zelf:
“In het afgelopen jaar is bij de F-35A variant een aantal nieuwe gebreken geconstateerd. Het betreft twee nieuwe scheurtjes in de dragende structuur van het toestel en bovendien functioneert het systeem voor het bijtanken van het toestel in de lucht nog niet goed.
(…..)
“…. bij langdurig gebruik van de naverbrander worden de staartvlakken worden beschadigd, connectoren van bepaalde antennes functioneren niet goed, de processors voor de beeldschermen in de cockpit hebben onvoldoende capaciteit”
(…..)
“De ontwikkeling van de vliegtuigsoftware verloopt trager dan gepland. De achterstand bedraagt drie tot zes maanden (redactie: ten opzichte van het laatste officiële plan, ten opzichte van eerste plannen is het vele, vele jaren!). Als gevolg hiervan beschikken de inmiddels afgeleverde productietoestellen over minder operationele capaciteiten dan was voorzien.
(….)
….. proeven laten zien dat de kwetsbaarheid van het toestel is vergroot door een eerder besluit om enkele veiligheidssystemen te verwijderen. Die stap is in het verleden genomen om gewicht te besparen. Volgens DOT&E voldoet de F-35 hierdoor niet meer aan de eis dat het toestel minder kwetsbaar is dan oudere toestellen.
(…..)
Een brandstoftank bevat naast brandstof een luchtmengsel. Om te voorkomen dat dit luchtmengsel kan ontbranden is de F-35 voorzien van een systeem om de samenstelling van dit mengsel aan te passen. In bepaalde omstandigheden functioneert dit systeem nog niet voldoende, waardoor uit veiligheidsoverwegingen onder meer nog niet gevlogen mag worden in de buurt van onweer.

En dit is maar het topje van de kwaliteits ijsberg van problemen. Overigens werden door het ministerie van defensie eerdere rapporten van het testbureau (bijvoorbeeld over FY2009) feitelijk volkomen genegeerd, terwijl deze zeker onder de aandacht zijn gebracht (zie o.a. publieke briefing 22 februari 2010). Hierin werden min of meer dezelfde feiten al aangekaart. Wie denkt, dat dit soort ontwerptechnische zaken in dit stadium nog makkelijk te herstellen zijn, heeft geen verstand van het ontwerpproces en het bouwen van een complex technisch product. Er is mijns inziens sprake van elementaire conceptuele fouten, onherstelbaar. Inmiddels heeft Nederland wel voor een kwart miljard geïnvesteerd in twee testtoestellen, die dus vol gebreken zitten. Herstel hiervan kost tientallen miljoenen voor de reeds gebouwde toestellen, alleen dit jaar is al circa US$ 100 miljoen aan “upgrade” contracten (zie een van de voorbeelden) verstrekt voor pas gebouwde toestellen. JSF, de Joint Strike Fyra, in aantocht. In september 2008 waarschuwde de Amerikaanse defensie analist Winslow Wheeler op televisie in KRO Reporter “The F-35 is a flying piano”.

Uitstel IOT&E testfase al in 2008 voorzien

Dan schrijft de minister: “Het Pentagon heeft de planning van de operationele testfase, waaraan de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nederland deelnemen, nog niet formeel vastgesteld. Zoals vermeld heeft DOT&E bezwaar tegen de overlap van de technische ontwikkelingsfase en de operationele testfase. Het overleg in het Pentagon hierover wordt voortgezet. Indien het Pentagon tegemoet komt aan deze aanbeveling van DOT&E, kan dat gevolgen hebben voor de planning van de operationele testfase.”.

Dit was echter al in 2008 het geval en volstrekt bekend, nog voor het debat begon over de aanschaf van het eerste testtoestel. Toen in de periode 2008-2010 tot tweemaal toe de ontwikkelingsfase verschoven werd, was telkens onmiddellijk bekend, dat de IOT&E fase mee zou schuiven.

In een uitgebreid artikel op 4 november 2008 zijn we hier op ingegaan. Het is waard om de door ons aangehaalde feiten na te lezen in “Kamerdebat : Wanneer start de IOT&E fase van de JSF?

We schreven “Overigens geldt een strikte scheiding tussen de Development Test & Evaluation (DT&E) fase met verantwoordelijkheden voor met name de fabrikant en vervolgens de Initial Operational Test & Evaluation fase onder verantwoordelijkheid van de strijdkrachten. De definitie van deze scheiding is wettelijk vastgelegd in de wet. Deze wet (US Title 10) is tamelijk duidelijk hierover en bij grote Defensieprojecten met argusogen door leden van het Amerikaanse Congres en de Amerikaanse Rekenkamer bewaakt. Nu de DT&E fase doorloopt tot minimaal maart 2013 is het wettelijk onmogelijk eerder met de IOT&E fase te beginnen, tenzij een ontheffing is of wordt verleend. Maar daarvoor is geen enkele aanwijzing.”
In februari 2010 werd de waarschuwing door ons herhaald, nadat opnieuw geen openheid van zaken werd gegeven in een misleidende brief van toenmalig staatssecretaris Jack de Vries aan de Kamer.

Minister hoopt nu op beperkt geheugen Kamer

In 2008 was al bekend, dat de testfase nooit zou kunnen aanvangen in 2011 (zoals toen ten onrechte en misleidend) door het ministerie van defensie aan de Kamer werd geschreven. Maar om de aankoop van de eerste twee toestellen door te drukken en verder de JSF fuik in te zwemmen, probeerde de toenmalige CDA/VVD regering dit onder tafel te houden.
De minister schrijft nu “In 2008, bij de voorbereiding van de besluitvorming over de twee F-35 testtoestellen, was de verwachting dat de gehele operationele testfase zou duren van het voorjaar van 2012 tot augustus 2014, een periode van tweeëneenhalf jaar (brief van 17 november 2008, Kamerstuk 26 488, nr. 121).”
Op 29 februari 2008 schreef de minister echter letterlijk “De IOT&E is gepland in de periode 2011 tot 2013”. Dus wat ze nu schrijft verschilt met wat in 2008 daadwerkelijk werd geschreven aan de Kamer (ze hoopt wellicht dat de Kamerleden deze brief vergeten zijn). Maar in de USA en in de UK was toen al bekend, dat 2011 of 2013 onhaalbaar zouden zijn.

Twee keer zo lang en twee keer zo duur

In 2008 schreef de minister: “Naar schatting zijn voor een nationale IOT&E-variant gedurende bijna drie jaar tien Nederlandse JSF-toestellen en ruim 300 vluchten nodig.”. Meedoen aan de US-variant zou korter duren (twee jaar) en minder kosten. Nu blijkt dat het vier jaar duurt en veel meer, 55 miljoen in plaats van 27 miljoen, gaat kosten. Alle eerdere berekeningen van de “deskundigen” van defensie blijken dus misleidend en/of foutief geweest te zijn. Tijd om wat carrierepaden van incompetente rekenmeesters bij DMO af tegaan breken of ze met vervroegd pensioen te sturen.

De misgelopen 125 miljoen euro

In november 2008 had besloten kunnen worden twee jaar te wachten met aanschaf. We schreven toen, dat dit een besparing zou opleveren van circa € 125 miljoen. We citeren:
Als we gaan schuiven als volgt:
1 toestel van LRIP-3 naar LRIP-5 (levering 2013) besparing ca. US$ 81 miljoen
1 toeste van LRIP-4 naar LRIP-5 (levering 2013) besparing ca. US$ 44 miljoen
Kortom een besparing van ca. US$ 125 miljoen ofwel bijna € 100 miljoen euro.

Dus niet alleen kost de testfase nu tientallen miljoenen meer, dan toen gepland; ook een potentiële besparing van ruim € 100 miljoen is de minister misgelopen door de veel te vroege aanschaf van de testtoestellen. Totaal gaat het om 125 miljoen euro.
Bovendien had dit opgeleverd:
- Latere F-35As, dus minder herstelacties/kinderziektes (10 miljoen per toestel)
- Nederland zou de handen (net als Canada) nog vrij gehad hebben
- Investering in twee testtoestellen van totaal ruim 200 miljoen nog in kas

Dit was in 2008 al voorzien, maar door de zogenaamde “deskundigen” van Defensie, NLR en TNO willens en wetens op basis van hun pro-JSF tunnelvisie genegeerd. Wanneer wordt, net als bij de banken, incompetente topmensen bij defensie de wacht aan gezegd door de minister? Of anders door de Tweede Kamer? De mensen aan de basis van de diverse krijgsmachtonderdelen draaien op voor deze geldverspilling. Hun arbeidsplaatsen en arbeidsvoorwaarden staan onder druk vanwege het wanbeleid aan de top.

100 jaar militair vliegen: van Brik tot Brik

Ter ere van 100 jaar militair vliegen 1913-2013 heeft de luchtmacht vlaggen en stickers ontworpen. Rechts staat een JSF. Links staat een toestel uit 1913, de Farman, het eerste toestel van de Luchtmacht. Het had in die tijd de toepasselijke bijnaam had “De Brik“, het tweede toestel van de luchtmacht was de “Grote Brik”. Wat dat betreft is de sticker erg toepasselijk. Iedereen die straks op de Open Dag en bij de feestelijkheden er naar kijkt, kan dan denken: het eerste en tweede JSF testtoestel, de “Brik” en de “Grote Brik”. Honderd jaar militair vliegen. De geschiedenis herhaalt zich, alleen leren we er weinig van.

JSFNieuws130212-JB/jb

Een reactie op dit bericht...

Feb 01 2013

Opvolging F-16: onafhankelijkheid waarborgen bij nieuwe evaluatie

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Ontwikkeling JSF

Gouda – In 2002 werd met kennis en de vooruitzichten van dat moment naar beste inzicht door defensie en politiek een principe keuze gemaakt voor de JSF. Twaalf jaar later blijkt het toestel dubbel zo duur in aanschaf en ruim dubbel zo duur in gebruik; de levertijd is al 9 jaar vertraagd. Een stroom van verontrustende berichten over kinderziektes en ontwerpfouten houdt aan. Bovendien is de wereld sterk veranderd, het defensiebudget is gedaald.
Zoals aangegeven in de uitzending Een Vandaag van 31 januari 2013 is het zinvol de vraag te stellen: is het geen tijd voor een volledig nieuwe kandidatenvergelijking, uitgaande van het perspectief van 2013. Dit opiniestuk van auteur Christiaan Meinen gaat nader in op de afwegingen omtrent die vraag.

Appels met peren vergelijken, kan dat bij project Vervanging F-16 (PV-F16)?

Soms wordt gesteld: “De JSF vergelijken met een ander toestel, is als het vergelijken van appels met peren. De vraag is dan, is dat dan niet mogelijk. In dit opiniestuk geeft defensiespecialist Chris Meinen zijn mening over het antwoord op deze vraag: Ja, dat kan zeker. Het betekent namelijk dat beide vruchten een eigen smaak hebben en aan bepaalde eisen moeten voldoen. Als je appels met peren wilt vergelijken moet je in feite ook open staan voor beide vruchten. Als je bijvoorbeeld niet van peren houdt, kan je geen neutrale vergelijking houden, dan moet je daar ook eerlijk voor uitkomen. Datzelfde is van toepassing op de kandidatenvergelijking in het kader van het project Vervanging F-16.

Achtergrond JSF keuze

Het is door velen al vaker gezegd dat de keuze voor de Joint Strike Fighter (JSF ook wel F-35A genoemd), die het ministerie van Defensie, bepaalde politici en de industrie al in de vorige eeuw gemaakt hebben niet zozeer ingegeven is door strategische noodzaak, maar door de behoefte om het failliet van Fokker te compenseren. Er was dus een economische “noodzaak”.
Gedurende het proces heeft men kunnen zien dat er vreemde dingen gebeurden rondom de JSF. De Key Performance Indicators (KPI ), dat zijn doelen waarop de JSF behoort te worden beoordeeld, werden naar beneden bijgesteld, de aantallen idem dito terwijl het prijskaartje opliep. Kritiek op dit proces, die zelfs in de VS niet gering was, werd in het Nederlandse politieke debat weggewuifd. Men bleef vasthouden aan de businesscase en het “heilige” planningsaantal van 85 JSF voor de Nederlandse luchtmacht. Dit terwijl al jarenlang duidelijk is dat het beschikbare budget niet genoeg is voor dit aantal toestellen. Ook heeft men inmiddels het aantal in gebruik zijnde F-16’s verminderd tot 68 en overwoog men tijdens de Catshuisoverleggen van Rutte I (PVV, VVD en CDA) dit aantal nog verder te verminderen tot 42. Opmerkelijk is, zowel de JSF als Nederlandse ambtenaren, politici en lobbyisten kwamen veelvuldig voor in de ‘geheime Amerikaanse berichten’ beter bekend als Wikileaks. Zie hier en hier (NRC: VS beter ingelicht over JSF dan Kamer).

Overduidelijke tunnelvisie vorige kandidatenevaluatie

Uit bovenstaande voorbeelden blijkt een overduidelijke tunnelvisie ten aanzien van de JSF. Toch tracht de Nederlandse regering c.q. het Ministerie van Defensie, een beeld op te houden van objectiviteit en een eerlijke kandidatenvergelijking . Waar dat bij de eerste kandidatenvergelijking nog enigszins mogelijk was, kwam de 2e er behoorlijk slechter vanaf. Op meerdere gebieden schreef men die kandidatenvergelijking toe naar één winnaar: de JSF. Regelmatig las men in de beoordelingen en in de rapportages aan de Tweede kamer dat informatie over andere kanshebbers uit publieke bronnen kwam. Zo werd de Gripen bijvoorbeeld, de ene keer vermeld als een oud airframe net als onze huidige F-16MLU, dat dus niet aan de ‘tijdseisen’ kan voldoen. De andere keer bestond de Gripen nog niet eens en liep de ontwikkeling ver achter bij de JSF. Feitelijk is het zo dat de teller van een airframe pas ingaat op het moment dat het gebouwd is en de JSF is al even feitelijk een ontwerp uit de jaren 90 van de vorige eeuw. Dus wat dat betreft bestaat er weinig verschil tussen de Gripen C/D, de Rafale en de Eurofighter en de JSF. Men heeft ook letterlijk beweerd dat de JSF het enige toestel is dat over Datalinks, lage RCS, geavanceerde sensoren en wapensystemen beschikt. Dat deze beweringen aantoonbaar volstrekt onjuist zijn lijkt niet veel politici te deren. Maar wat zegt het over de betrouwbaarheid van de politici, ambtenaren, het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen verbonden aan het JSF project? Dat is een vraag van het hoogste belang. In naam zijn al deze partijen, anders dan lobbyisten, neutraal.

Hoe neutraal zijn NLR en TNO werkelijk?

Onderzoeksinstellingen TNO en NLR houden zich naar alle waarschijnlijkheid aan hun neutraliteitsbeginsel. Medewerkers die onderzoek doen specifiek voor de JSF mochten bijvoorbeeld niet geluidsvergelijkende onderzoeken uitvoeren. Maar is daarmee de neutraliteit van het instituut TNO gegarandeerd? In deze tijd van economische krimp is TNO afhankelijk van onderzoek voor de JSF. Een groot gedeelte van hun inkomsten is direct te herleiden tot dit project en dat geldt net zo voor NLR. Zullen de marketingmanagers of financieel directeuren van deze onderzoeksinstellingen het op prijs stellen als er vanuit die onderzoeksinstellingen een kritische notitie komt over de vreemde manier van projectmanagement (zie o.a. JSF perikelen : technische fundament blijft wankel) c.q. het fabriceren van productietoestellen terwijl de test & evaluatiefase nog niet eens volledig op gang is? Of als uit een simulatie (studie RAND, 2008) blijkt dat de JSF niet opgewassen blijkt te zijn tegen de dreiging van de realiteit.
De studie van het Amerikaanse RAND instituut is vervolgens nooit officieel door RAND gepubliceerd en de kritische senior analist John Stillion blijkt vanwege zijn kritische houding ontslagen te zijn.
Iedereen in projectmanagementland weet dat dit tegen alle project management principes ingaat. Ander voorbeeld: het geluidsrapport, waarbij men het geluid van de Gripen E/F berekende aan de hand van de Super Hornet (F/A-18SH). Dit toestel is van een heel ander kaliber (zwaarder, groter vleugeloppervlak etc.) dan de Gripen E/F demonstrator. De voornaamste overeenkomst is dat beide dezelfde GE F414 motor hebben. Maar de Super Hornet heeft er twee, de Gripen is eenmotorig. Toch heeft men beide aan elkaar gelijkgesteld. Waarom? De Gripen E/F demonstrator is beschikbaar voor dergelijke tests zoals deze ook in Zwitserland zijn uitgevoerd.

Politieke realiteit van 2013

Vlak na uitbrengen van een nieuw rapport van de Algemene Rekenkamer over de uitstapkosten van het JSF project is ook de kabinetsformatie tussen VVD en PvdA in zeer korte tijd rondgekomen. Over het PV F-16 staat er het volgende:

De oorspronkelijke voornemens met betrekking tot de vervanging van de F16 zijn niet uitvoerbaar zonder aanpassing hiervan of herprioritering binnen het totale Defensiebudget. De minister van Financiën verzoekt de Algemene Rekenkamer een onderzoek in te stellen naar de ontwikkeling van de financiële perspectieven ten aanzien van de aanschaf en exploitatie van de vervanger van de F16 en de informatievoorziening daarover in de afgelopen periode. …. Mede op basis van beide rapportages zal het kabinet eind 2013 een beslissing nemen over de vervanging van de F16. Gelet op het rapport van de Algemene Rekenkamer ter zake zetten we de ontwikkel- en testprogramma’s conform de MOU’s voort.”

Tijdens de Kamerdebatten en naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer merkte de heer Samsom (PvdA) het volgende op: “Ik was bereid een besluit te nemen: we kopen die krengen wel of niet”. Volgens Samsom was ook de VVD bereid een besluit te nemen en zo een einde te maken aan de jaren slepende discussie. Toen kwam echter het nieuws van het ministerie van Defensie dat het huidige budget slechts genoeg was voor 35 JSF-toestellen, in plaats van de geplande 68. “En dan heb je dus geen volwaardige luchtmacht meer“, zei Samsom. Positief hieraan is dat we kunnen concluderen dat Samsom een luchtmacht met maar 35 toestellen geen luchtmacht waardig vindt.

Financiële realiteit

Nu wil ik u het één en ander aan actuele bedragen voorrekenen. We moeten beseffen dat het budget voor de aanschaf van een vervanger van de huidige F-16’s (PV F-16) een bedrag van €4,5 miljard omvat. Van dat totale bedrag is inmiddels al een flink deel uitgegeven aan de JSF, namelijk €450 miljoen (testprog + 2 toestellen) Dan resteert ons dus nog €4,05 miljard. Het gaat vervolgens nog eens €334 miljoen kosten indien we de huidige F-16’s moeten modificeren in verband met het langer doorvliegen van deze toestellen (tot 2019). Als er vervolgens nog 2 jaar extra langer doorgevlogen moet worden gaat dit een extra €180 miljoen euro kosten (2021). Wat hebben we dan te besteden? Per saldo resteert een bedrag van “slechts” € 3,716 miljard of zelfs € 3,536 miljard voor onze geliefde Next Generation Fighter! Dan komen daar bovenop de kosten voor gebruik gedurende 30, 40 of 50 jaar (Operations &Sustainment, O&S). De ARK rekent het keurig voor maar zelfs bij een aantal van 35 JSF redt de Koninklijke Luchtmacht het al niet binnen het bestaande exploitatie budget. U begrijpt dat beide factoren belemmeringen zijn die de Nederlandse regering mee moet nemen in haar afwegingen. Men zou 35 JSF kunnen kopen mits de kosten daarvoor niet verder oplopen, maar dan komt men in het gedrang met de O&S kosten die niet binnen het huidige budget passen.

Uitgangspunten nieuwe kandidatenvergelijking

Feitelijk roept de regering op om te komen tot een nieuwe kandidatenvergelijking die past binnen de nieuwe visie die de nieuwe minister van defensie moet ontwikkelen. Maar is het dan mogelijk om zo’n kandidatenvergelijking te maken waarbij appels met peren vergeleken kunnen worden? En daarbij alle kandidaten recht te doen? Volgens mij kan dat mits men de kandidatenvergelijking met open vizier ingaat en als uitgangspunt neemt dat er meerdere wegen naar Rome leiden ieder met geheel eigen karakteristieke eigenschappen, kwaliteiten en wellicht minpunten/nadelen. Met klem wil ik dus benadrukken dat men afmoet, in bepaalde kringen, van de utopie dat de JSF met niks te vergelijken is! Onzin natuurlijk; het is ook maar gewoon een vliegtuig met een vlieger, een motor, vleugels, stuurvlakken, bewapening, avionics; van alles dus wat je ook in een Boeing 747 vindt, inclusief bewapening (laser)! Hieronder volgt een kort stappenplan om te komen tot zo’n vergelijking. Ik baseer dit stappenplan op een uitgebreide studie van de Amerikaanse professor Francois Melese. Dr. Francois Melese is Professor of Economics & Deputy Executive Director van het Defense Resources Management Institute (DRMI). Hij schrijft in de samenvatting op pagina 5:
This study offers a comprehensive set of approaches for procurement officials
to structure public investment decisions. Designed to improve acquisition outcomes, the “Economic Evaluation of Alternatives” (EEoA) addresses a significant weakness in most contemporary military applications of the current methodology—the Analysis of Alternatives (AoAs). While AoAs correctly focus on lifecycle costs and the operational effectiveness of alternatives, “affordability” is an after-thought—at best only implicitly addressed as a weight placed on cost in the final stages of the analysis. In sharp contrast, the EEoA encourages senior analysts and decisionmakers to include affordability explicitly and up-front in structuring an AoA. This requires working with vendors to build alternatives based on a reasonable spectrum of possible funding (budget or affordability) scenarios. A key difference between traditional AoAs and the EEoA approach is that instead of modeling competing vendors as points in cost-effectiveness space, the EEoA solicits vendor proposals as functions of optimistic, pessimistic, and most-likely funding (budget) scenarios.

Algemene Defensie Strategie

Het opstellen van die visie is niet zoveel werk, er ligt namelijk al een zeer gedegen studie: Verkenningen van defensie uit 2008, die in opdracht van voormalig Minister van Defensie, Van Middelkoop (CU) is uitgevoerd. Deze studie was zeer grondig en behelsde ook diverse adviezen om te komen tot een toekomstbestendige krijgsmacht. De bezuinigingen van het laatste kabinet Balkenende en het eerste kabinet Rutte hebben uiteindelijk gedaan wat het adviesrapport juist nadrukkelijk afraadde: meer dan € 1 miljard structurele bezuinigingen afdwingen zonder eerst de vijf strategische vragen op pagina 299 te hebben beantwoord.

Vijf strategische vragen voor de politiek

Politieke besluiten over de toekomst van de krijgsmacht moeten bovenal berusten op een integrale afweging waarin de belangen en de doelstellingen van het Koninkrijk voorop staan. Bij deze afweging doen zich voor de politiek de hieronder gestelde vijf strategische vragen voor:

Vraag 1: Welke militaire bijdrage wil Nederland in internationaal verband en ten opzichte van andere landen leveren? Wat willen we in de wereld betekenen? Voor welke belangen en waarden staan we pal? Wie zijn we?

Vraag 2: Welke defensie-inspanning is nodig of wenselijk in het licht van de omgevingsanalyse van de Verkenningen? Hoe gaan we om met de fundamentele onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen?

Vraag 3: Welke balans moet worden getroffen tussen de bescherming en zo nodig verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied en het optreden bij de bron van bedreigingen van onze veiligheid (al dan niet ter bevordering van de internationale rechtsorde)?

Vraag 4: Welke bijdrage moet de krijgsmacht binnen de landsgrenzen leveren aan de veiligheid van onze samenleving in het licht van de groeiende kwetsbaarheid voor maatschappelijke ontwrichting?

Vraag 5: Welke afhankelijkheden van andere landen kan Nederland op veiligheids- en defensiegebied aanvaarden? Tot welk punt willen we onze autonomie behouden?

Deze vijf vragen hebben allemaal betrekking op de algemene capaciteiten van de krijgsmacht dus zeker ook op de vervanging van al onze huidige straaljagers. Deze vragen zouden leidend moeten zijn voor alle beleid en voor materieelkwesties bij defensie. Toch is gebleken, sinds het uitkomen van het rapport verkenningen, dat daar niets mee is gedaan, behalve af en toe wat selectief gebruik van termen als ”veelzijdig inzetbaar”. Waarbij opgemerkt mag worden dat de woorden niet overeenkomen met de in het rapport omschreven / verwachte / benodigde daden.

Economische Evaluatie van Alternatieven

Het door Nederland gebruikte FELSALDO van TNO hoort bij de normale evaluatiemethoden die veel landen gebruiken (AoAs). Waar de heer Melese en ondergetekende voor pleiten is in dit geval te kiezen voor een andere methode, namelijk de Economic Evaluation of Alternatives (EEoA). Gezien de budgettaire situatie, de voortdurende crisis en tegelijkertijd de noodzaak om toch ook over een capabele krijgsmacht te beschikken, zoals blijkt uit het rapport Verkenningen van defensie, de voortdurende crisis en de noodzaak om toch ook over een capabele krijgsmacht te beschikken, kan het alleen maar goed zijn om een analytische methode te hanteren die rekening houdt met economische factoren en met efficiëntie, ook wel the biggest bang for the buck genoemd.

In de studie The Economic Evaluation of Alternatives (voetnoot 14, o.a. pagina 50 figuur 10) kunnen we 6 manieren om de kandidatenvergelijking uit te voeren terugvinden. Binnen deze 6 manieren past FELSALDO in categorie 1 “Select lowest Buck bid”. Melese adviseert een andere aanpak voor Nederland om een onafhankelijke en neutrale vergelijking te krijgen en wel op basis van zijn methode 3: “Select Bang for the Buck, based on chosen Budget or MOE”. Hierbij gaat hij er van uit dat er nog geen keuze gemaakt is, niet in het openbaar en niet in stilte. Kortom, men zou moeten breken met een voorkeur voor een bepaald toestel, waarbij men er eigenlijk al vanuit gaat dat toestel X het ook gaat worden. Ook moet men niet denken dat omdat men nu 68 F-16’s gebruikt, dat bij het volgende toestel ook zo zal moeten zijn. Breken dus met alle vooringenomen stellingen, emoties en openlijke of verborgen belangen. Men dient in dit soort analyse ook mee te nemen dat er opties zijn die verder gaan dan de aanschaf van alleen maar nieuwe toestellen. De volgende opties staan dan open:
- nieuwe toestellen: enkel type;
- mix van nieuwe en oude vliegtuigen: dubbele vloten;
- mix van meerdere typen nieuw: dubbele vloten;
- alleen maar huidige toestellen;
- mix bemand + onbemand: dubbele vloten;

Bij deze analysemethode moet men er met gezond boerenverstand en helemaal transparant van uitgaan dat er meerdere wegen naar Rome leiden.

Meetbaarheid van effectiviteit

Omdat de Measures of Effectiveness (MOE), de metingen van effectiviteit, bij de verschillende mogelijkheden niet makkelijk zijn om te verfijnen c.q. te meten en omdat er op dit moment geen duidelijk budget is voor de toekomst, adviseert de heer Melese om verschillende (budgettaire) alternatieven uit te laten werken door de verschillende concurrerende fabrikanten. Men kan deze vragen drie budgettaire scenario’s uit te werken. Iedere fabrikant kan dan naar eigen inzicht deze scenario’s uitvoeren. Deze drie scenario’s zijn dan:
- optimistisch scenario;
- meest waarschijnlijk scenario;
- pessimistisch scenario.

Op deze manier kan men voor ieder scenario MOE’s ontwikkelen waaruit het Defensie Materieel Organisatie (DMO) van het Ministerie van Defensie in overleg met het Ministerie van Financiën en laten we dat nu eens niet vergeten, het parlement, een keuze kan maken op basis van deze drietallen MOE’s en een realistisch budget voor het project Vervanging F-16. De eerste stap om deze nieuwe manier van evalueren te realiseren is het opstellen van doelen en benodigde capaciteiten. Deze moeten opgesteld worden door beleidsdeskundigen, militaire strategen en technische experts alsmede experts op het gebied van economische gevolgen etc. Het lijkt me een goede aanbeveling dat deze experts neutraal zijn, dat wil dus zeggen: zowel politiek als wel economisch en sociaal.

Stap 1 - Doel vaststellen

Allereerst zullen aan de hand van de vastgestelde Algemene Defensie Strategie (ADS) bepaalde behoeftes en taken naar boven komen waar de opvolger van de F-16 aan moet voldoen. Wat draagt PV-F16 bij aan de ADS? Aan de hand van de antwoorden op die vraag komen we bij de eerste vraag voor het PV-F16. Wat is het overkoepelende doel van het project? Hoe gaat dit project bijdragen aan de realisatie van de ADS? Hoe past het binnen de Internationale taken en verplichtingen ?

Stap 2 – Meetbaarheid garanderen

Om de doelen van het project te kunnen meten moet de effectiviteit van de verschillende opties in de drie scenario’s meetbaar worden gemaakt. Deze meetbaarheid is in de praktijk op andere gebieden ook mogelijk. Denk aan de vergelijkingsites of computerbladen waarbij zeer verschillende computers toch met elkaar vergeleken kunnen worden. Ook de huis-tuin-en-keuken consumentenbond kan deze vergelijkingen voor tal van producten, diensten zeer goed en duidelijk vormgeven. Denk maar eens aan alle SOORTEN stofzuigers, die de CB dan toch in 1 grafiek weet te zetten! Men kan heel goed meten en vergelijken aan zeer verschillende soorten objecten! Op basis van deze scenario’s kunnen de verschillende mogelijkheden / kanshebbers / kandidaten worden doorgerekend op prestaties gedurende een vooraf vastgestelde tijdsperiode.

Stap 3 - Drie Scenario’s uitwerken

Wat zijn de meest waarschijnlijke, optimistische en pessimistische scenario’s voor het budget van dit project en wat zijn de verschillende faseringen voor invoering van PV-F16? De resultaten zullen zijn dat verschillende fabrikanten met binnen de scenario’s passende biedingen komen waarbij verschillende aantallen, support en dergelijke factoren met elkaar op effectiviteit vergeleken kunnen worden.

Stap 4 - Biedingen fabrikanten per scenario

Biedt de fabrikanten voldoende gelegenheid om hun biedingen per scenario uitgewerkt in te leveren. Vervolgens moet de MOE op de volledige biedingen (totale pakketten, aantal toestellen, reservedelen, motoren, training, wapens etc.) worden doorgerekend en vergeleken. Hierbij moeten we rekening houden met compensatie, productie (banen) en toekomstige MLU plannen.
Als men uiteindelijk een bepaalde voorkeur heeft voor een bepaalde fabrikant, bijvoorbeeld Lockheed Martin met JSF, dan zullen de kosten die voortkomen uit die voorkeur, daarvoor van het budget afgetrokken moeten worden. Formuleer dan pas een aanbeveling aan de regering en het parlement en doe dit op de meest transparante manier.

Stap 5 - Feitelijke beslissing

Het kabinet legt een voorstel aan de Tweede Kamer voor op basis waarvan gekozen kan worden. De Kamer controleert dan of de keuze die gemaakt is op open, eerlijke en transparante vergelijkingen berust. Dan kan er echt gekozen worden. Blijkt aan een van deze eisen niet voldaan te zijn, dan stuurt de Kamer het geheel terug naar het kabinet en eventueel zelfs terug de selectieprocedure in. Alleen op basis van dit proces met navenante uitkomsten kan het PV-F16 worden uitgevoerd en kunnen de daadwerkelijke onderhandelingen met de fabrikanten beginnen.

Economische afwegingen

Omdat de economische voor- en nadelen bij dit project zeer zwaar mee zullen wegen wil ik daarover graag nog een slotopmerking maken. Zeer geregeld tracht de Nederlandse industrie, het ministerie van defensie en economische zaken, evenals bepaalde politieke partijen (CDA, VVD, CU en SGP) te doen geloven dat alleen aan de JSF verdiend kan worden. Dit is een pertinent onjuist weergave van de zaken. Ook het niveau van de mogelijke werkzaamheden verschilt per fabrikant en kan zelfs aanzienlijker en hoogwaardiger werk opleveren dan thans het geval is met de JSF deelname. Voor alle duidelijkheid daarom hier de opmerking dat compensatie bij concurrenten van de JSF echt niet gaat over de fabricage van wasmachines zoals sommige industriëlen willen doen geloven.
Nifarp-woordvoerder Frans van der Grint:
Bij Nifarp denken ze daar anders over. ‘Het JSF-werk is hoogwaardig en is nodig om onze luchtvaartindustrie op niveau te houden’, zegt Van der Grint. ‘De supersterke lichtgewicht wanden in de nieuwe Airbus A380 zijn bijvoorbeeld eigenlijk een militaire vinding van Fokker. Wel iets anders dan een compensatieorder voor wasmachines.’

Potentie van compensatie

Over deze compensatie moet echter wel goed onderhandeld worden, het is bij deelname aan de JSF al meermalen gebleken dat onze deelname economisch geen succes is. De regering die uiteindelijk de keuze maakt voor de opvolger van de F-16 dient zich daar zeer zeker bewust van te zijn. Ook hoeft het dus niet per definitie zo te zijn dat aan de JSF (als enige) veel te verdienen valt. Dit blijkt uit een analyse van de Verenigde Noorse Defensie Industrie, vergelijkbaar met de Nederlandse NIDV. De mening van de Noorse Defensie Industrie Vereniging is als volgt samengevat:

Selecteren van de Gripen biedt een aantal voordelen. Het zal zorgen voor contracten voor een verscheidenheid aan bedrijven en voor werkgelegenheid in de hightech-industrie en grote positieve spill-over-effecten geven voor de civiele industrie. Een keuze voor de Gripen zal leiden tot meer toegevoegde waarde, werkgelegenheid en onderzoek en ontwikkeling activiteit in het hele land.”

Deze analyse (download gehele PDF bestand hier) van de Noorse Defensie Industrie Vereniging concludeert:

New combat aircraft for Norway-The industrial perspective (4 November 2008)

Gripen has the highest score in most areas
- Potential volume
- Committed volume
- Distribution of technology areas
- Contribution to technology and product development
- Number of companies and clusters involved
- Spin-off beyond defence activities

JSF is superior in a few areas
- Market potential for the involved companies may be huge
- Large production volumes
- Prestigious program

JSF is an excellent choice for a few companies but does not:
- cater for the Norwegian defence industry at large
- offer research and development opportunities that broadly strengthen the industry’s core capabilities
- guarantee industrial cooperation

Gripen offers guaranteed opportunities that:
- contribute significantly to strengthen and develop further core capabilities in the Norwegian Defence industry
- create strategic partnerships that may facilitate anindustrial restructuring in a Nordic context.
- The combat aircraft program is a unique opportunity to accelerate Nordic defence cooperation
- and thus enhanced Nordic industrial cooperation

Gripen has the highest score on vital criteria for the Norwegian Defence Industry
- Distribution of projects and companies involved
- Guaranteed Value Added
- Research, development and upgrading of skills
- Overall quality

Hoopvolle toekomst

Dus om op de eerste vraag terug te komen: Kunnen appels met peren vergeleken worden? Wat denkt u? Wat denken de landen om ons heen? In diverse JSF partnerlanden ontstaan twijfels over de noodzaak om de JSF aan te schaffen. Een onafhankelijke vergelijking kan, maar dan op basis van kwaliteiten die echte waarde hebben. Zuid-Korea, Denemarken , Canada, Australië
en, zeer recentelijk, Turkije zijn landen waar steeds kritischere geluiden te horen zijn over de JSF en men zoekt naar eventuele alternatieven. Veel van deze landen hebben aangegeven opnieuw te willen onderzoeken aan welke eisen een nieuw (toekomstbestendig) jachtvliegtuig zou moeten voldoen. Nu maar hopen, dat de verenigde JSF lobbyisten bestaande uit industriëlen, luchtmachtmedewerkers en politici, hun vingers uit de pap kunnen houden en er een echt onafhankelijke kandidatenvergelijking plaats kan vinden. Ik zou de regering en alle politieke partijen willen oproepen om de overwegingen in dit artikel ter harte te nemen, er hangt meer van af dan economisch gewin en internationaal aanzien.

Concluderend:

De keuze voor de vervanger van de huidige F-16 is van grote invloed op de toekomst van de gehele krijgsmacht en moet bovenal berusten op een integrale afweging waarin de belangen en de doelstellingen van het Koninkrijk voorop staan.

Auteur: Christiaan Meinen

U kunt de auteur mailen jcmeinen@hotmail.com

JSFNieuws130201-CM/jb

5 reacties op dit bericht...

Jan 29 2013

Canada besluit tot volledige herziening keuze Joint Strike Fighter

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

Kesteren – Canada start een volledige nieuwe kandidaten evaluatie voor de opvolger van de verouderde F-18 straaljager. Dat is deze week bekend gemaakt. Canada zet daarmee de eerdere keuze van de JSF op losse schroeven. Een vijftal fabrikanten is uitgenodigde om een voorstel in te dienen, waaronder de drie Europese fabrikanten Dassault, Eurofighter en Saab.

Sinds ruim twee jaar staan de JSF aankoopplannen – net als in Nederland het grootste verwervingsproject ooit voor de strijdkrachten – stevig ter discussie. De roering ontstond nadat de Auditor General Michael Ferguson (Rekenkamer) rapporteerde dat de defensie organisatie en in het verlengde daarvan de regering het Canadese publiek misleid had over de hoogte van de werkelijke kosten van de aanschaf en de exploitatie van de JSF.
In december 2012 werd besloten het keuzeproces opnieuw te doen en niet langer te laten uitvoeren door de – totaal bevooroordeelde – defensie organisatie. Deze beslissing werd genomen na een onafhankelijk onderzoek van KPMG, waaruit bleek dat misleidende informatie verstrekt is over de JSF aan het Canadese parlement door de regering

Kosten op misleidende wijze te laag voorgesteld

De Canadese defensie gaf aan dat de totale kosten circa US$ 30 miljard zouden zijn voor de totale gebruiksperiode van 30 jaar, inclusief ontwikkelingskosten. De onafhankelijke KPMG audit gaf aan dat voor dezelfde periode (42 jaar, opgeteld 12 jaar ontwikkeling vanaf 2002 en daarna 30 jaar gebruik vanaf 2014) sprake is van 50% hogere kosten, ofwel ruim US$ 44 miljard. Per gebruiksjaar is dat bijna US$ 750 miljoen meer bij een aantal van 65 toestellen, wat een enorme jaarlijkse extra aanslag op het Canadese defensiebudget zou inhouden.
Door het naar buiten komen van deze cijfers, werd de eenzijdige Canadese beslissing, zonder enige daadwerkelijke competitie genomen, op losse schroeven gezet.

Totale herziening JSF besluit

Na half december is er door defensieminister Peter MacKay en de minister van publieke werken Rona Ambrose (die nu toezicht heeft over het keuze proces), gewerkt aan voorstellen om tegemoet te komen aan de vernietigende kritiek uit het KPMG rapport van december 2012.
Nu is bekend gemaakt dat de volgende stap is: “Volledige herziening van JSF besluit en alle opties onafhankelijk onderzoeken en beoordelen”. Op dit onderzoek zal toezicht worden gehouden door een panel van onafhankelijke politieke en financiële experts.

Vijf kandidaten uitgenodigd

De Canadese regering heeft vijf fabrikanten uitgenodigd om informatie toe te sturen voor een een eerste informatieronde, op basis waarvan een definitief programma van eisen zal worden afgestemd en toegezonden aan de fabrikanten.
De kandidaten zullen zijn (in alfabetische volgorde):

De eerste kandidaat is de Boeing F/A-18 Super Hornet. Door velen in Canada beschouwd als een optimale kandidaaat. Het toestel is Amerikaans, er zijn er reeds honderden geleverd aan de Amerikaanse strijdkrachten. Vanwege de vertragingen met de JSF kocht Australië eerder al 24 Super Hornets en zal mogelijk nog eens 24 toestellen aanschaffen. De toestellen werden op tijd en binnen budget geleverd. De prijs per stuk zijn US$ 40 miljoen lager en de kosten per vlieguur 50% lager. Het toestel heeft twee motoren, een voordeel in de Canadese arctische omgeving, heeft een groter vliegbereik en kan aanzienlijk meer wapens meevoeren. Bovendien is het toestel uitgerust met de meest moderne (Amerikaanse) electronica en zogeheten “network-centric” en (in tegenstelling tot de F-35A) in staat gebruik te maken van de bestaande tankervloot van Canada.
De andere kandidaten zijn de tweemotorige Dassault Rafale C en de Eurofighter Typhoon.
Over de (mogelijk hoge) kosten van deze op zich zeer competente toestellen zijn op dit moment de nodige twijfels.
De vierde kandidaat is opnieuw de Lockheed Martin F-35A, die vanwege de reeds gedane investeringen en industriële betrokkenheid, daardoor bepaalde voordelen heeft in deze evaluatie.
Tot slot zal aan het Zweedse Saab Technology gevraagd worden offerte uit te brengen voor de nieuw ontwikkelde E-versie van de Saab JAS 39 Gripen. Dit toestel heeft voor Canada als nadeel, dat het net als de F-16 en F-35 eenmotorig is. De lage aanschafprijs en vooral de lage gebruikskosten (kosten per vlieguur minder dan 50% van de kosten per vlieguur van een JSF) zijn belangrijke voordelen voor een land, waar het defensiebudget stevig onder druk staat.
Het toestel heeft de meest moderne boordcomputers, nieuwe AESA radar en tal van sensoren, waardoor het volledig en bewezen netwerk-centric kan opereren in coalitieverband.

Loos dreigement Lockheed Martin

Uit de KPMG audit kwam naar voren dat er mogelijke “kansen” zijn op het verwerven van US$9.8 miljard aan industrieel werk. De KPMG audit liet zien dat 72 Canadese bedrijven, na ruim 10 jaar medewerking, tot heden slechts US $438 millioen aan daadwerkelijke contracten hadden binnengehaald. In tegenstelling tot Lockheed Martin bieden alle andere kandidaten vaste en gegarandeerde industriële compensatie. Deze kan – contractueel vooraf gegarandeerd – veel hoger uitpakken, dan de voorwaardelijke en onzekere Lockheed Martin methode waar continue “tegen laagste prijs en beste kwaliteit” geknokt zal moeten worden om werk binnen te halen.
Lockheed Martin topman Steve O’Bryan waarschuwde echter al, dat deze nieuwe kandiatenvergelijking Canada werk zal kosten: “Right now, we will honour all existing contracts. After that, all F-35 work will be directed into countries that are buying the airplane.” Een totale loos dreigement, werk schuiven in de richting van landen die het toestel wel kopen…….. Welke landen zijn dat? Immers Australië lijkt voorlopig te gaan voor de Boeing Super Hornet; Turkije,Italië, Nederland, Denemarken en Groot-Britannië stelden hun beslissingen jaren uit. Zelfs de Verenigde Staten verschuiven de aantallen steeds verder naar de toekomst. Dit loze dreigement laat Lockheed Martin in al deze landen horen.

Bron:
Ottawa Citizen; 29-jan-2013; “F-35 fallout blamed for collapse of another military procurement program

JSFNieuws130129-JB/jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jan 18 2013

Vliegverbod voor Joint Strike Fighter F-35B na afgebroken start

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Ontwikkeling JSF

Het projectbureau van het Amerikaanse ministerie van defensie, dat verantwoordelijk is voor de JSF heeft met directe ingang een vliegverbod ingesteld voor de Joint Strike Fighter F-35B toestellen, vanwege technische problemen in het hydraulieksysteem van het toestel, die de vliegveiligheid in gevaar kunnen brengen

Vanochtend (vrijdag 18 januari 2013) net na 10.00 uur lokale tijd moest een trainingsvlucht op de Eglin Air Force Basis tijdens de start worden afgebroken

Alle JSF’s van de F-35B STOVL variant, die in gebruik zijn op de trainingsbasis Eglin Air Force Base en het US Marine Corps vliegveld Yuma zullen aan de grond gehouden worden, totdat nader bepaald is wat het probleem is en welke gevolgen het heeft.

In een persverklaring deelde woordvoerder Joe DellaVedova van het JSF Program Office mee: “Implementing a precautionary suspension of flight operations is a prudent response until F-35B engineering, technical and system safety teams fully understand the cause of the failure. Once the causal and contributing factors are understood, a determination will be made when to lift the suspension and reinstate F-35B flight operations”.

Een woordvoerder van Lockheed Martin wilde geen commentaar geven en verwees naar Pratt & Whitney, de motorenfabrikant.

Opvallend is dat juist vorige week (zie JSFNieuws zaterdag 12 januari 2013) het hydraulische systeem aan de orde kwam in een uiterst kritisch rapport voor het Amerikaanse Congres. Dit rapport was afkomstig van het Pentagon bureau Operational Test and Evaluation office (OT&E). Het rapport hekelde het weglaten uit het systeem van bepaalde veiligheidskleppen en beoordeelde dit als uiterst risicovol. Dit weglaten is gedaan om gewicht te besparen. Hierdoor zou echter een aanzienlijk hoger brandrisico aanwezig zijn. Hoewel het hier de F-35B versie betreft, zijn dergelijke voorzieningen ook in de F-35A en F-35C achterwege gelaten.

Volgens sommige analisten doen de problemen denken aan de Boeing Dreamliner, waar evenals bij de JSF de ontwikkeling en productie te veel overlap vertoonde. Door tijdsdruk en de reeds lopende productie worden de toestellen toch afgeleverd. Eenmaal in gebruik kunnen dan problemen ontstaan die tot een vliegverbod en hoge herstelkosten leiden. De Boeing Dreamliner kreeg deze week wereldwijd een vliegverbod opgelegd.

JSFnieuws-130118-JB/jb

Een reactie op dit bericht...

Jan 14 2013

Turkije verbaast JSF wereld met beslissing tot uitstel aankoop

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

Kesteren – In Turkije is vrijdag bekend geworden, dat de aankoop van de eerste Joint Strike Fighter F-35 toestellen zal worden uitgesteld vanwege de technische problemen en de stijgende kosten. Tot voor kort was Turkije een van de meest toegewijde JSF partnerlanden. De beslissing roept dan ook de nodige vraagtekens op bij analisten.

Technische problemen en stijgende prijs de oorzaak

Op 3 januari 2012 is in een vergadering van het Defense Industry Executive Committee tot uitstel van de F-35 aankoop besloten. Het Defense Industry Executive Committee is het hoogste orgaan van Turkije inzake defensie aankopen, waar ook eerste minister Recep Tayyip Erdogan, defensie minister Ismet Ylmaz, chef generale staf generaal Necdet Özel en defensie aankoop chef Murad Bayar deel van uitmaken.
Op vrijdag 11 januari is de beslssing in een persverklaring naar buiten gebracht. Als oorzaken worden genoemd de huidige technische status van de Joint Strike Fighter, prestatieproblemen, de stijgende kosten en de status van de huidige contractonderhandelingen. Daarom is besloten om de eerste order, waartoe vorig jaar op 5 januari 2012 opdracht was gegeven, tot nader order in te trekken. Persbureau Agence-France Presse in Ankara heeft het bericht bevestigd.

Turkije heeft de op zeven na grootste defensiemacht in de wereld en een van de grootste bondgenoten van de USA binnen de NATO en is tevens een grote afnemer van de Amerikaanse wapenindustrie. Turkije is sinds 2001 een van de deelnemende landen in het JSF programma en heeft in 2006 toegezegd 100 toestellen te zullen afnemen, met een optie voor nog eens 16 toestellen. De F-35 moet in de Turkse luchtmacht de verouderde F-4 Phantom (uit het Vietnam tijdperk) vervangen.

Turkije tot voor kort grote en meest trouwe JSF partner

Turkije investeerde US$ 175 miljoen in de ontwikkelingsfase (ter vergelijking Nederland US$ 800 miljoen) en haalde reeds voor US$ 4 miljard aan industrieel werk binnen, aanzienlijk meer dan Nederland. Ondanks dit grote industriële profijt heeft Turkije tot op heden nog geen enkele vaste order geplaatst voor de F-35 en de aankoop steeds voor zich uitgeschoven. Tot voor kort was Turkije een van de meest trouwe JSF partnerlanden, geen enkel signaal duidde op uitstel of vermindering. Bovendien floreert de Turkse economie en is van defensiebezuinigingen geen sprake. Nog in 2009 was het de bedoeling, dat te beginnen met zesde productieserie (LRIP6) Turkije 10 toestellen per jaar zou afnemen. In 2010 werd het begintijdstip met een jaar uitgesteld en verminderd van 10 naar 6 toestellen. Begin 2012 werd het aantal verminderd naar 2 toestellen. Nu vindt dus opnieuw uitstel plaats naar een onbekend tijdstip.
Een deskundige, goed bekend met de achtergrond van het programma, liet ons weten, dat de slechte voortgang van het testen in 2012 als de directe aanleiding wordt genoemd, maar dat insiders in Turkije indicaties hebben, dat het komende jaar er mogelijk ingrijpende beslissingen inzake het F-35 programma bekend worden vanuit de Verenigde Staten. Door de aankoop van de eerste toestellen uit te stellen, houden ze op deze wijze alle opties open.

Aantallen dalen steeds verder

Door het wegvallen zal de zevende pre-productieserie (LRIP7) nu uit 35 toestellen bestaande (24 F-35As; 7 F-35Bs, 4 F-35Cs). Dit betekent geen productietoename, maar afname ten opzichte van de eerdere zesde serie. In 2007 was de planning nog dat de LRIP7-serie totaal 178 toestellen zou omvatten, door alle problemen is daar nu minder dan 20% van over.

De Turkse beslissing is tekenend voor de problemen, die het JSF programma ondervindt.
Alle deelnemende landen hebben de orders uitgesteld of verkleind ten opzichte van de oorspronkelijke toezeggingen. Italië heeft vorig jaar 40 toestellen geschrapt. Australië overweegt opnieuw een serie Boeing Super Hornets te kopen ten koste van de aankoop van de F-35. Canada heeft in december 2012 besloten het totale project opnieuw te bekijken en begin januari een vijftal fabrikanten uitgenodigd mee te dingen naar een order in een totaal nieuwe competititie.

Bron: AFP-Ankara; 11-jan-2013; “Turkey postpones order for its first two F-35 fighters

JSFNieuws130114_JB/jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jan 12 2013

Pentagon : aanhoudende en grote testproblemen JSF

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Ontwikkeling JSF

Kesteren – Vrijdag 11 januari 2013 heeft het Pentagon een officieel nieuw rapport gepubliceerd over de testvoortgang van de Joint Strike Fighter F-35. In tegenstelling van wat de commercieel gekleurde fabrieksberichten telkens suggereren verloopt het testprogramma nog steeds uiterst moeizaam. Ruim elf jaar na de start van de ontwikkeling (2001) en zes jaar na de eerste vlucht (2006) is nog slechts 34 procent van het testprogramma afgewerkt. Een overzicht van de enorme problemen, veroorzaakt door foute ontwerpkeuzes, daarom moeilijk te corrigeren en een blijvende molensteen om de nek van het veel geplaagde project. Blijvend hoge onderhoudskosten, tientallen jaren lang, voor de luchtmacht zullen straks het gevolg zijn.

Meer testvluchten dan gepland….. Een goed teken?

Insiders was het in de nazomer van 2012 al opgevallen. De ronkende publiciteitsmachine van Lockheed Martin gaf nog wel prachtige statistiekjes over hoe het aantal testvluchten boven het geplande aantal uitkwam, maar het aantal gescoorde testpunten werd sinds juni 2012 niet meer vermeld. Logisch, want dit begon dramatisch achter te lopen. Na het eerste bericht over het afwerpen van de eerste proefwapens werd het stil. Erg stil.
Als er problemen optreden, moet je voor het zelfde punt veel meer testvluchten maken. Je maakt een testvlucht, probleem treedt op, er wordt een oplossing wordt gezocht. Je kunt dan als fabriek aan de pers melden dat je meer testvluchten maakt, dan gepland. Maar feitelijke vooruitgang wordt niet geboekt. Misleidende informatie dus, die de werkelijkheid verdoezelt.

Gezaghebbend rapport zet de werkelijke feiten op een rij

Het op 11 januari 2013 uitgekomen rapport van de Pentagon Director of Operational Test and Evaluation Michael Gilmore maakt duidelijk waarom. Dit rapport is officieel en gezaghebbend van de hoogste toezichthouder op de testvoortgang van de JSF en onafhankelijk van de fabrikant en het voor het project verantwoordelijke Joint Strike Fighter Program Office. De feiten omtrent de testvoortgang, die nu zijn gerapporteerd laten nog steeds een onthutsend beeld zien van de enorme ontwerpproblemen bij de Joint Strike Fighter. Hierdoor zijn peperdure modificaties nodig van reeds geproduceerde toestellen. Daarnaast verloopt met name de ontwikkeling van de software uiterst traag en bedreigt tijdige operationele beschikbaarheid in 2018. Dit lijkt op dit moment volstrekt onhaalbaar.

Opnieuw zijn beloften voor 2012 loos gebleken

Vorig jaar (2012) na het bezoek van Minister Hillen werd gemeld, dat Lockheed Martin overtuigd was dat in 2012 bewezen zou worden, dat alles goed gaat komen en dat de F-35 in 2012 goede vorderingen zal tonen op het pad naar tijdige operationele inzetbaarheid. Opnieuw zijn deze beloften niet waargemaakt. Hoe lang blijft de KLU, hoe lang blijft de politiek geloven in deze loze beloften?

Wat zijn afgegeven toezeggingen nog waard? In hoeverre is vertrouwen op zijn plaats jegens een bedrijf dat:
- De ontwikkelingskosten van de JSF dramatisch liet stijgen (verdubbeld)
- De belofte om 4.500 tot 5.000 toestellen te verkopen nooit kan nakomen
- De levertijd met circa 9 jaar laat oplopen (van 2010 naar 2019 voor USAF)
- Een product aflevert waar straks tal van grote modificaties voor nodig zijn
- De aanschafprijs laat verdubbelen
- De exploitatiekosten (kosten per vlieguur) met 150% laat stijgen.

De defensie euro moet ten goede kome aan defensie, niet aan de (aandeelhouders) van slecht presterende bedrijven, die hun beloften niet nakomen.

Kort overzicht huidige problemen

Hieronder een samenvatting van enkele problemen, die genoemd worden in het 18 pagina’s tellende rapport van de Pentagon Director of Operational Test and Evaluation Michael Gilmore:
- Testvluchten hele vloot nog steeds onder de oorspronkelijke planning
- Testvluchten F-35A lager dan gepland
- Testen totaal voor 34% voltooid; testen software voor 23% voltooid
- Testvoortgang in 2012 feitelijk vertraagd ten opzichte van plan
- Software voortgang dramatisch slecht; dit wordt de grote bottleneck
- Daarom steeds meer uitstel van testpunten van vroege series naar toekomst
- In dit tempo zal testen F-35A nog minimaal 6 jaar gaan duren
- Betrouwbaarheid blijft achter; meer onderhoud nodig dan gepland
- Sortierate (aantal vluchten per tijdseenheid) lager dan gepland
- Beschikbaarheid nieuwe operationele F-35As slechts 35% (variatie 5% tot 60%)
- Aanzienlijk meer onderhoudsuren nodig dan “oude” toestellen, tegen verwachting in
- Steeds meer modificaties op al geproduceerde toestellen nodig; hoge kosten
- Serieuze veiligheidsproblemen door eerder weghalen voorzieningen om gewicht te sparen
- Overgewicht nog steeds ernstig probleem; beperkt mogelijkheden toekomstige groei
- Bliksembeveiliging niet in orde
- Problemen met vliegen met geopende bommenluiken
- Gebruik naverbrander leidt tot schade aan horizontale staartvlakken
- Problemen met bijtanken in de lucht (F-35A)
- Aantal beloofde prestaties definitief niet te halen (acceleratie, wendbaarheid, bereik)
- Enorme problemen met aandrijving F-35B
- In het algemeen blijft temperatuur-management probleem, tast betrouwbaarheid aan
- Problemen met helm-mounted-display; totale herziening nodig; hindert testen
- Zelfs de zeer beperkte Block 1A software maar voor 66% compleet
- LRIP3 toestellen niet afgeleverd conform contract met juiste software
- Om straks alle software te draaien in de F-35 zijn interne computers te traag
- Voortgang wapentests gehinderd door softwarevoortgang
- Periode wapentests moet met 18 maanden worden verlengd; hindert IOT&E fase
- Sensor fusie problemen; sensor integratie nog nauwelijks gerealiseerd
- Problemen prestaties missiesystemen ten aanzien van radar en EOTS
- Tijdens duurtesten nieuwe significante scheurvorming gevonden (december 2012)
- Herontwerp zuurstof (OBIGGS) systeem nodig
- Onvoldoende score bij ballistische tests, schade door 30 mm munitie
- Logistieke software ALIS nog verre van compleet, dit gaat nog jaren duren

Voor de duidelijkheid: dit is slechts een korte samenvatting van de problematiek en geen volledige beschrijving. Wanneer punt voor punt geanalyseerd wordt, en we de impact op het totale project bekijken, juist door de onderlinge samenhang, dan zijn de problemen enorm en is een operationele beschikbaarheid in 2019 volledige fictie. Daarnaast zullen er aanzienlijke lange termijn consequenties zijn. Hieronder een nadere toelichting van enkele significante punten.

Aantal testvluchten gehaald?

In 2007 werd gesteld: dankzij de uitstekende simulatiesoftware en de inzet van de CATbird, het vliegend laboratorium, is straks het testen niet meer dan het vinkjes zetten bij de testpunten. We gaan straks met 12 toestellen, 12 maanden per jaar, elke maand 12 vluchten maken. Het 12×12x12 idee was lang een primair punt van de Lockheed Martin publiciteitsmachine. Politici en “deskundigen” binnen luchtmacht organisaties namen dit klakkeloos aan voor juist en haalbaar. Critici werden weggezet als vooringenomen amateurs, die niet wisten waar ze het over hadden.
De feiten geven de critici gelijk.
De belofte was: testen in een 12×12x12 patroon, dat is 1728 vluchten per jaar.
De werkelijkheid in 2012? Alleen een jaar telt nog steeds 12 maanden, dus dat klopt nog. De testvloot is (uit nood en ten koste van circa US$ 1 miljard) uitgebreid met extra toestellen tot 16 toestellen. En in 2012 zijn per toestel gemiddeld slechts 68 vluchten gemaakt, ofwel nog geen 6 vluchten per toestel per maand.
Conclusie: Dat is dus minder dan 50% van het in 2007 veronderstelde en beloofde aantal.
Totaal zijn er in plaats van 12×12x12=1728, slechts 12×16x5,7=1092 testvluchten gemaakt.

Testvoortgang blijft achter

Bij testen van een product wordt in de industrie een begrip gehanteerd, dat heet regressie.
Niet het aantal tests is van belang, maar de testresultaten, uitgedrukt in testpuntenscore.
Wanneer het aantal tests toeneemt en de binnengehaalde punten blijft achter, duidt dit op technische problemen. Dit is precies wat aan de hand is binnen het F-35 testprogramma.
Wanneer Lockheed Martin dus naar de pers vertelt: we doen meer testvluchten dan gepland en de minister rapporteert dat vervolgens blijmoedig aan de Tweede Kamer, zegt dat weinig. Sterker nog: het is misleidend, als er niets wordt gezegd over de binnengehaalde testpunten.

De feiten per eind 2012:

Totale testprogramma:
Totaal te behalen testpunten: 59.585
Gehaalde testpunten: 20.006
Testen compleet: 34%

Software/missiesystemen:
Totaal te behalen testpunten: 10.966
Gehaalde testpunten: 2.532
Testen compleet: 23%

Totale testprogramma:
Planning 2012 testpunten: 6.497
Gehaald 2012 testpunten: 4.711
Verschil met planning: -/- 28%

Testen F-35A in 2012 (versie zoals gekozen door onze luchtmacht):
Planning 2012 testpunten: 1.923
Gehaald 2012 testpunten: 1.338
Verschil met planning: -/- 30%

Nog uit te voeren:
Aantal testpunten: 39.579
Tempo in 2012: 4.711/jaar
Berekende tijd om testprogramma af te ronden: 8,4 jaar (2013 t/m 2020)

Conclusie:
Per eind 2011 was 21% van het testen afgerond, nu is dat 34%. Er is geen versnelling te zien in de voortuitgang, eerder feitelijk een vertragend effect ten opzichte van 2011 (onder andere door softwareproblemen). In dit tempo zal het nog 8,4 jaar duren en zal de SDD (ontwikkelfase) opnieuw verlenging behoeven ten koste van vele miljarden. De IOT&E (operationele evaluatiefase) zal eveneens opnieuw uitgesteld moeten worden tot circa 2017/2018 (belofte StasDef Jack de Vries in 2008: start in 2012/2013).

Kernprobleem nummer 1 is absoluut de software

In 2002 werd het JSF ontwikkelcontract getekend. In december 2006 vond de eerste vlucht plaats. Nu, 6 jaar na eerste vlucht is slechts 34% van het testen afgerond. Maar vele malen ernstiger: van de missie systemen (zeg software) is nog maar 22% afgerond. Dus los van alle meer fysieke en onvoorziene technische problemen, die om een oplossing vragen. Al zou dat binnen afzienbare tijd zijn op te lossen, dan is vervolgens de software het grote knelpunt.
De zeer basale softwareversie Block 1 voor gebruik in LRIP3 toestellen had eind 2012 slechts 66% van zijn contractueel vereiste capaciteiten. Slechts 80% is opgeleverd voor testen. Daarnaast zijn zaken doorgeschoven naar volgende Blocks.
Ook Block 2 (nog zonder enige operationele capaciteiten!) is verre van klaar. Block 2B zou eind 2012 aangeleverd worden voor testen, maar slechts 10% was klaar.
De aan Nederland toegezegde Block 3 versie komt nu pas beschikbaar in 2018. Er is telkens een groot aantal regressietests nodig vanwege softwaremodificaties.
En zoals elke software ontwikkelaar u kan vertellen, als mijn Release 1 niet getest is, hoe kan ik dan echt goed aan release 2 of release 3 beginnen, die een doorontwikkeling zijn van Release 1. Vergelijk het als volgt, het is zoiets als Microsoft Windows 9 gaan ontwikkelen op basis van Windows 8, terwijl Windows 8 nog maar voor 15% werkt .
Het kernprobleem van de F-35 is SOFTWARE. Het volgende probleem is SOFTWARE. Als dat is opgelost is het daarop volgende probleem: SOFTWARE.

Nieuwe boordcomputers nodig; oude nu al verouderd

Intussen is vastgesteld, dat de software zo uitgebreid en zo complex is geworden, dat de capaciteit van de boordcomputers niet voldoende is. Vanaf de zesde productieserie (LRIP6) zullen nieuwere boordcomputers worden gebruikt. Wat met onze nu reeds gekochte testtoestellen moet gebeuren, als deze dus niet alle Block 3 software kunnen draaien, en dus niet zinvol mee kunnen doen aan de IOT&E fase waar ze voor gekocht zijn, wordt nergens aangegeven. Uiteraard heeft toepassing van nieuwe boordcomputers tot gevolg, dat alle software opnieuw getest moet worden en op bepaalde punten herzien moet worden. Dus nog voor de F-35 operationeel vliegt is er al sprake van veroudering van de boordsystemen.

Problemen met missiesystemen aanzienlijk

Er zijn nog aanzienlijke problemen met de helmet-mounted display. Het rapport noemt vijf problemen, o.a. door trillingen; achterlopen weergegeven informatie met werkelijke beeld; moeilijke leesbaarheid bij bepaalde vluchtomstandigheden; zichtbaarheid bij nachtvluchten voldoet niet. Na vele jaren ontwikkeling wordt sinds kort aan een alternatief gewerkt, als de problemen definitief onoplosbaar zijn. Dit kan jaren duren en is een onzekere factor. Het hindert de testvoortgang.
De antennes voor electronic warfare van de eerste drie productieseries (LRIP1 t/m LRIP3) blijken niet te voldoen. Deze bevinden zich o.a. in de voorkant van de vleugel (totaal ingebed, om het stealth te maken, dus geen antennes die je er even afschroeft). De connectoren zijn niet goed. De 31 gebouwde toestellen moeten gemodificeerd worden. Er wordt gewerkt aan een oplossing.
De missiesoftware is niet stabiel en valt vaker uit dan gepland (zeg maar: ctrl-alt-del effect).

Wapen integratie: nauwelijks voortgang en 18 maanden extra nodig

Het jaar 2012 zou het jaar zijn van de vooruitgang op het gebied van wapentests. Daar is vrijwel niets van terecht gekomen. Slechts zeer beperkt zijn de geplande testen uitgevoerd, deze begonnen pas in oktober 2012 en lagen daarna weer vrijwel stil. Er zijn onder andere problemen met de luiken van de interne wapenruimen (wapens worden intern gedragen om het toestel stealth te maken). De luiken zijn niet opgewassen tegen de grote krachten tijdens het vliegen met bepaalde snelheden.
De oorzaak is nog niet echt duidelijk. Is het eenmaal bekend, dan vergt dit allerlei technische aanpassingen. De reeds gebouwde toestellen moeten vervolgens worden gemodificeerd.
De voortgang van het testen werd volgens het rapport gehinderd door:
- Tekortkomingen in Instrumentatie
- Data registratie problematiek
- Prestaties missiesysteem gedeelte radar niet gereed
- Electro-Optical Targeting System (EOTS) en helm serieuze problemen
- Missiesysteem deel om AIM-120 Amraam luchtdoelraket aan te sturen niet af
- Sensor fusie EOTS, helm, sensoren en presentatie piloot niet gereed
Gevolg: er zullen 18 maanden extra nodig zijn voor het voltooien van het wapen integratie programma van de F-35.

Overgewicht laat geen ruimte voor modificaties

Een zo beperkt mogelijk gewicht is voor een vliegtuig van groot belang. Bovendien moet er een marge zijn om heel erg lang (dertig jaar !) nieuwe zaken te kunnen toevoegen. Bij de F-16 was dit in de jaren tachtig prima voor elkaar. Bij de F-35 is dat een ander verhaal. In 2004 leidde het overgewicht van de F-35 tot een gewichtsreductie programma, dat de ontwikkeling volledig op de kop zette. De eerste voorbode van grote problemen. Door de gewichtsproblemen zijn een aantal serieuze problemen ontstaan (veiligheidskleppen weggelaten; te lichte hoofdspanten e.d.).
Ondanks dat, zijn de gewichtsproblemen zijn nog steeds actueel. Het gewicht zit minder dan 1 procent van de contractueel overeengekomen limiet. Als gevolg van diverse technische problemen zullen modificaties nodig zijn, die kunnen leiden tot overschrijding van de limiet. Om dan nog maar niet te spreken van toekomstige modificaties gedurende de levensduur van dertig jaar.
Er is tevens geconstateerd dat de afgeleverde toestellen, bij acceptatie en overdracht, zwaarder blijken te wegen, dan in de papieren is aangegeven. Dit betekent dat het werkelijke gewicht nu al aan de limiet zit, maar dat op papier door de fabriek volgehouden wordt, dat er nog ruimte is.
De belofte dat de F-35 geschikt is om decennialang te voldoen aan alle operationele eisen en dynamische veranderingen lijkt dus nadrukkelijk in gevaar te zijn.

Prestaties zullen niet aan oorspronkelijk doel voldoen

In de loop van 2012 heeft het JSF Program Office bekendgemaakt dat de intentie bestaat de prestatie vereisten van alle versies van de F-35 terug te brengen tot een lager niveau.
Voor de F-35A betekent dit reductie van de wendbaarheid (turn performance, sustained g) van 5,3g naar 4,6g. Het acceleratievermogen van 0.8 Mach naar 1.2 Mach wordt eveneens neerwaarts bijgesteld met 8 seconden (voor de F-35B zelfs met 16 seconden). Het maximale vliegbereik is eveneens sinds 2006 diverse malen neerwaarts bijgesteld en voldoet nog zeer krap aan de eisen.
Dit betekent dat de parameters waarmee is gerekend in de Kandidatenevaluatie van 2008 niet juist waren en dat een deel van deze evaluatie aan betekenis inboet (dit geldt evenzeer voor andere parameters, zoals mogelijkheden voor toekomstige modificatie, kosten per vlieguur, sortierate, enz.).

Andere technische problemen airframe

Naast de in 2011 al geconstateerde problemen (waarvan er een aantal zeker nog niet zijn opgelost), zijn er in 2012 een aantal nieuwe problemen bijgekomen.
Het tanken in de lucht geeft zoveel problemen, dat er voorlopig restricties gelden voor de testvloot totdat deze zijn opgelost. De bron van de problemen is nog niet bekend, extra instrumentatie moet gaan helpen uitwijzen wat de oorzaak is.
Zoals al in 2011 gemeld raken de horizontale staartvlakken beschadigd bij het vliegen met naverbrander. Er wordt aan ontwerpmodificaties gewerkt die dit moeten oplossen. In de loop van 2013 komen de modificaties beschikbaar voor testvluchten. Wanneer deze voldoen zullen alle gebouwde toestellen aanzienlijke modificaties moeten ondergaan. Tot die tijd gelden strenge restricties ten aanzien van het gebruik van de naverbrander, dit leidt tot beperkingen in topsnelheid en maximale vlieghoogte.
De problemen met de F-35B STOVL-versie zijn nog veel groter: trillingen; scheurvorming; de grote luiken voor het vliegen in verticale positie breken af of sluiten niet meer goed; aandrijfas verticale liftfan moet voor de tweede keer opnieuw worden ontworpen; de liftfan clutch brandt er telkens uit; tal van oververhittingsproblemen.

Testen duurzaamheid toont structurele problemen aan

De F-35 ondergaat een serie duurzaamheidstesten, die pas begin 2015 afgerond zullen worden. Dit ondanks het feit dat er al 100 toestellen gebouwd of in aanbouw zijn. Uit deze duurzaamheidstesten kunnen structurele problemen naar voren komen, met als gevolg dure (of onmogelijke) en tijdrovende modificaties voor reeds gebouwde toestellen.
Helaas constateert de Pentagon Director of Operational Test and Evaluation, dat dit het geval is.
In 2010 werd al scheurvorming ontdekt in een hoofdspant (van de F-35A en F-35B). Hier is een versteviging voor ontworpen en opnieuw in test genomen.
Naast de in FY2011 al gerapporteerde problemen zijn het afgelopen jaar 2012 nieuwe problemen ontdekt:
- Scheurvorming in de “forward root rib” van de rechtervleugel (F-35A)
- Scheurvorming in een punt van de motorophanging
- Meerdere scheuren aan onderkant romp F-35B december 2012, onderzoek loopt nog
- Uitzonderlijke slijtage aan neuswielsteun, diverse luiken (F-35B)

Ballistische proeven tonen onveiligheid aan

In 2008 gaf de JSF Executive Steering Board opdracht tot het verwijderen van de zogeheten PAO afsluitkleppen in het koelsysteem (om gewicht te besparen, namelijk circa een kilo!). Er wordt een ontvlambare PAO koelvloeistof gebruikt. Verwijdering van de kleppen leidt tot extra gevaarlijke situaties, indien de F-35 in een gevechtssituatie geraakt wordt door munitie.
Iets soortgelijks geldt voor het brandstofsysteem. Hier zijn om circa 4 kg gewicht te besparen eveneens een aantal afsluiters weggelaten. Hierdoor wordt het brandrisico met 25% vergroot.

Voorbode hoge modificatiekosten

Nederland heeft twee toestellen besteld uit de voorseries (uit voorserie 3 of LRIP3 en uit voorserie 4 of LRIP4). Deze toestellen zijn op het moment dat ze van de productielijn al te bestempelen als potentiële hangar-koninginnen.

De ontdekking van bulkhead cracks in november 2010 betekent complexe (dus dure) modificatie van onze LRIP3 F-35A en LRIP4 F-35A. De in 2012 ontdekte problemen komen hier nu nog bij. Dit werd in het rapport van december 2011 al bevestigd: “Significante modificaties nodig om ze op Block 3 te krijgen” . Dit vergt volgens het vorige rapport aanzienlijke “downtime” en is noodzakelijk om deze toestellen mee te laten doen aan de operationele testfase ( IOT&E) waar ze voor gekocht zijn.
Dit toont dat de beslissing van Nederland om in 2009 en 2010 de beslissing te nemen vroege toestellen te kopen foutief is geweest. De IOT&E fase start niet, zoals toen ten onrechte beweerd in 2012/2013, maar jaren later. Een dure, tientallen miljoenen euro’s kostende, misvatting.

Auteur: Johan Boeder

JSFNieuws/12jan2013/JB

Bron:
US MoD, Director, Operational Test and Evaluation, FY2012 Annual Report, january 2013.
(gebruik hieronder print of download knop of de knop “full screen” rechtsonderin de afbeelding)

4 reacties op dit bericht...

Dec 07 2012

Canada: keuze voor JSF mogelijk totaal herzien

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

UPDATED

Kesteren – Canada gaat vrijwel zeker de beslissing om de F-35 te kopen heroverwegen na diverse onafhankelijke rapportages over de veel hoger dan geplande kosten.

Onder druk van de oppositie en door diverse onafhankelijke Canadese rapporten over de veel hoger dan verwachte financiële lasten voor aanschaf en gebruik van de F-35 is de regering Harper gedwongen, zoals de Canadese pers dit meldt “pulling the plug on that nation’s embattled plan to buy 65 Lockheed Martin F-35 Joint Strike Fighters”. De regering is totaal reeds $710 millioen aan verplichtingen aangegaan in het JSF programma en betaalde circa $175 miljoen aan de Canadese industrie als subsidie (status april 2012).

Bronnen rond premier Harper hebben donderdag 6 december 2012 laten lekken naar de Canadese krant de National Post, dat de regering de beslissing zal nemen met een totaal nieuwe evaluatie te komen onder druk van het rapport van de onafhankelijke auditor KPMG inzake de F-35. Uit dit rapport zou blijken, dat de totale kosten voor het gebruik van 65 F-35 toestellen gedurende 30 jaar zal oplopen tot boven de $ 40 miljard. Ter vergelijking, dit is dus twee keer zoveel per toestel als waar de Nederlandse VVD-minister van defensie nu nog steeds mee rekent. Indien deze – onafhankelijke – cijfers juist zijn heeft Nederland een budget, dat toereikend is voor exploitatie van hooguit 32-35 JSF toestellen..

Dit nieuwe prijskaartje zou er volgens de National Post toe hebben geleid, dat het uitvoerend comité van de regering afgelopen dinsdag heeft besloten uit de JSF-coalitie van negen landen (US, UK, IT, TU, AUS, CAN, DK, NO, NL) te stappen. Een woordvoerder van regering Harper heeft dit vooralsnog “een op sommige punten niet geheel accuraat bericht” genoemd. Dat er zeker wel wat aan de han is, blijkt uit het feit dat de Chef-Staf van de Canadese strijdkrachten Thomas Lawson, die in het buitenland verbleef met spoed werd teruggeroepen naar Canada om met het kenrkabinet (uitvoerend comité) te spreken. Vrijdag 7 december 2012 wordt er in een breder kabinetsberaad over gesproken. Overigens kost het KPMG rapport, waarmee men in september 2012 is gestart totaal $705.854 in plaats van geoffreerde $643.535.

Voorgeschiedenis en beslissing

De JSF aankoopplannen – net als in Nederland het grootste verwervingsproject ooit voor de strijdkrachten – is sinds enkele jaren een roerig kolkende politieke vulcaan. De roering ontstond nadat de Auditor General (Rekenkamer) rapporteerde dat de defensie organisatie en in het verlengde daarvan de regering het Canadese publiek misleid had over de hoogte van de werkelijke kosten van de aanschaf en de exploitatie van de JSF.

Net als Nederland is Canada sinds 1997 betrokken bij de aanschaf van de JSF en tekende dezelfde overeenkomsten in 1997, 2002 en 2006 voor deelname aan de (door-)ontwikkeling door de industrie.
In juli 2010 maakte de regering Harper (Conservatieve Partij) bekend, dat ze hadden besloten de F-35 aan te schaffen, zonder enige daadwerkelijke kandidaten evaluatie, kosten aanschaf $ 9 miljard; kosten operating en support $ 6 miljard (voor 20 jaar), totale life-cycle kosten werden gerapporteerd als $ 15 miljard (omgerekend naar 30 jaar, circa $ 18 miljard (conform rapport Canadese parlement “An Estimate of the Fiscal Impact of Canada’s Proposed Acquisition of the F-35 Lightning II Joint Strike Fighter”, maart 2011, blz.10, noot 13).

Kritiek op berekeningen 2011 en 2012

In maart 2011 kwam de Canadese parlementaire rekenkamer (parliamentary budget officer, Kevin Page) met een rapport, waaruit bleek dat de kosten niet $ 18 miljard, maar $ 29 miljard zouden bedragen. Hierop reageerde Defensie en meldde opnieuw dat hun cijfers onveranderd juist waren. Vervolgens werd besloten verder onderzoek te doen en de werkelijke cijfers boven tafel te halen. Deze onderzoeken probeerde regering Harper zoveel mogelijk te vertragen en te bemoeilijken.

De Canadese auditor general Ferguson rapporteerde echter in april 2012, dat niet de berekeningen van defensie, maar van Kevin Page juist waren. Met inbegrip van de exploitatiekosten was de kostenschatting van defensie dus ruim $ 10 miljard te laag, dit bleek na herberekening minimaal $ 25 miljard te moeten zijn. Aanbevolen werd een nadere rapportage te maken en daarin de kosten niet voor 20 jaar, maar voor de totale levensduur (30 jaar) te berekenen.

Verwervingsproces weggehaald bij Defensie

Tevens werd besloten het verwervingsproces weg te halen bij de – vooringenomen en niet objectieve – defensie materieel organisatie en in handen te geven van de Canadese ministe van publieke werken Rona Ambrose. Zij heeft inmiddels al laten doorschemeren, dat ze volstrekt ongelukkig is, met de manier waarop de specificatie van vereisten voor de opvolger van de oude CF18 zijn samengesteld, deze zouden door defensie te veel toegeschreven zijn naar slechts één mogelijk oplossing, namelijk de F-35. Op 22 november 2012 zei Amrose nog in het Canadese Huis van Afgevaardigden, dat “we need a full evaluation of all choices, not simply a refresh.”

Andere indicaties voor onrust

Generaal Lawson, sprekend voor de vaste commissie voor defensie van het Huis van Afgevaardigden op 29 november 2012 bevestigde op een vraag van Parlementslid John McKay (Liberals), wat critici al langer hebben gezegd, namelijk dat de F-35 niet de enige moderne jager is die mogelijkheden (elektronica en sensoren) heeft om vijandelijke radarsystemen te ontwijken (en juist dit is het kernargument voor de JSF).
Een verslag van de bijeenkomst van de vaste commissie voor “Public Accounts” uit december geeft een goed beeld van de punten waarop onrust is ontstaan: industrieparticipatie; aanschafprijs; exploitatiekosten; manier waarop keuze heeft plaats gevonden.
Verdere financiering van de F-35 blijkt inmiddels met directe ingang te zijn bevroren. Zie verslag Standing Committee Public Accounts november 2012.

Minister van Industrie David Emerson publiceerde de afgelopen week een rapport inzake de aerospace en ruimtevaartsector, waarin de regering werd aangespoord agressiever te zijn in het verwerven van werk voor de JSF in diverse regio’s, omdat dit achterblijft bij de beloften die door Lockheed Martin zijn gedaan. Met name de overdracht van hoogtechnolisch werk en kennis zou achterblijven. Insiders in de industrie menen dat dit rapport van Emerson bij heeft gedragen aan de beslissing de JSF aan de kant te zetten en het hele keuzeproces voor de opvolger van de CF-18 Hornet opnieuw te beginnen.

Publicatie volgende week

Na bespreking op 7 december 2012, zal het rapport van de KPMG volgende week officieel naar buiten gebracht worden. Vervolgens zal het binnen het parlement besproken worden en pas dan worden definitieve besluiten genomen over de vervolgstappen. De grote lijn daarvan is echter al uitgelekt.

Volgende stappen

De regering Harper is nu gedwongen een deugdelijke competitie op te zetten.

Deze zal worden bewaakt en begeleid door vier onafhankelijke personen:
- Luitenant-Generaal b.d. Charles Bouchard, die in 2011 de NATO missie in Libië heeft geleid (LINK, achtergrond)
- Philippe Lagassé, professor aan de Universiteit van Ottawa, een uitgesproken criticus van de eenzijdige manier waarop de evaluatie in het verleden is uitgevoerd (LINK, achtergrond)
- Voormalig hoofd Communications Security Establishment Keith Coulter (LINK, achtergrond)
- Voormalig comptroller-general / minister Rod Monette (LINK, achtergrond)

Het voorstel zal zijn om het gehele verwervingsproces volledig opnieuw te doorlopen.
Dit zal beginnen met het uitwerken van de volgende vragen:
- Wat voor soort toestel heeft Canada werkelijk nodig?
- Hoe lang kan Canada de huidige oude CF-18 Hornet nog in de lucht houden?
- Welke toestellen voldoen aan de Canadese gebruikeisen?
- Welke toestellen passen binnen het Canadese budget?
- Is er een noodzaak andere toestellen te kopen of te leasen als interim oplossing?
- Is de F-35 nog wel het beste toestel?

Bij de volgende fabrikanten zal informatie aangevraagd worden:
- De Amerikaanse Boeing fabriek, voor de Super-Horne
- EADS consortium, voor de Eurofighter Typhoon
- Saab,producent van de vernieuwde Gripen NG
- Dassault, de bouwer van de Rafale.

De tijdlijn die een rol speelt:
- De regering wil uiterlijk eind 2013 een nieuw evaluatierapport hebben

Conclusie

De Canadese situatie vertoont grote parallellen met de Nederlandse situatie. Wellicht is het goed op basis van de Canadese rapporten lessen te trekken en een soortgelijk vernieuwd keuzeproces op te zetten, zonder eenzijdige bemoeienis van bij de JSF tunnelvisie betrokken mensen van Defensie (DMO), NLR, TNO en Minister van Economische Zaken (Comm. Voor wapenproductie). Een werkelijk onafhanhelijke “out-of-the-box” evaluatie lijkt zeer noodzakelijk te zijn.

Bronnen:

National Post; Michael den Tandt; 6-dec-2012; “F-35s scrapped by Conservatives as audit puts true cost past $30B”

Canadian Broadcasting Corporation; 7-dec-2012; “F-35 deal not cancelled, Tories insist

Auteur: Johan Boeder

JSFNieuws121207-JB/jb

3 reacties op dit bericht...

Nov 17 2012

Nieuwe geluidsmetingen JSF in USA

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Leeuwarden – Om te voldoen aan de strenge milieurapportages rond Amerikaanse vliegbasis is in de USA het initiatief genomen voor nieuwe geluidsmetingen. Andere landen kunnen hierbij inbreng leveren. VVD kamerlid Han ten Broeke, in maart 2011 nog voorstander van nieuwe metingen, vindt dergelijke metingen ongewenst en stelt de eigen VVD minister Kamervragen.

In voorjaar 2013 zullen in de Verenigde Staten aanvullende geluidsmetingen plaatsvinden voor de JSF. Dit heeft Lt.Kolonel Peter Hardenbol, hoofd bureau geluidshinder van het ministerie van Defensie, meegedeeld in de COVM vergadering van vliegbasis Leeuwarden van 12 november 2012. De geluidscijfers die tot nu toe gebruikt worden zijn gebaseerd op een geluidsmeting van ruim 4 jaar geleden op Edwards AFB. De Amerikaanse luchtmacht heeft recent ook aangegeven, dat aanvullende geluidsmetingen nodig zijn.

Omwonenden blij met Amerikaans initiatief

De omwonenden van de Leeuwarder vliegbasis hadden niet gerekend op dit Amerikaanse initiatief. Wel zijn ze er blij mee en het verbaast ze evenmin. De cijfers van Defensie en het Nationaal Lucht en Ruimtevaart laboratorium (NLR) werden door hen al eerder in twijfel getrokken. Deze NLR-cijfers spraken eerdere Amerikaanse geluidscijfers tegen, die uitwezen dat het geluidsniveau van de JSF veel hoger is dan die van de Nederlandse F-16. Door het Amerikaanse initiatief worden de omwonenden in Leeuwarden dus nu alsnog onverwacht op hun wenken bediend.

Nederlandse input

Het NLR zal ook input leveren voor deze nieuwe meting. Volgens lt.Kol. Hardenbol heeft de Nederlandse overheid verzocht om “low noise” start en landingen te meten. De heer Geert Verf, inwoner van het nabij de basis gelegen Marssum en lid van de COVM, zegt de “truc” te kennen waarbij de JSF met heel weinig motorvermogen (40% i.p.v. 50% ERT) gaat landen, waardoor het geluid met de helft gereduceerd wordt. In de praktijk zal echter zo nooit gevlogen worden, volgens Amerikaanse vliegers in een recente verklaring. “Daar hebben we dan niet zoveel aan”, aldus Verf.
Lt.Kol. Hardenbol heeft namens de Koninklijke Luchtmacht toegezegd, dat hij de wensen vanuit de omgeving door zou spelen. Naar verwachting kunnen de nieuwe geluidcijfers in de zomer van 2013 gepresenteerd worden.

VVD-er Ten Broeke niet blij en stelt vragen aan eigen minister

VVD Kamerlid ten Broeke reageert direct na dit nieuws en stelt de volgende vragen aan de nieuwe Minister van Defensie over deze aangekondigde geluidsmeting:

Vraag 1:
Kent u het bericht “Omwonenden blij met extra geluidsmetingen JSF (Friesch Dagblad; 13 november 2012)”?

Vraag 2
Klopt het dat er door Defensie is toegezegd dat er nieuwe geluidsmetingen voor de F35 worden gehouden, die in het voorjaar van 2013 zullen plaatsvinden?

Vraag 3
Was u reeds langer van plan deze nieuwe geluidsmetingen te doen? Wat is de reden van deze nieuwe geluidsmetingen?

Vraag 4
Bent u met de VVD van mening dat er reeds betrouwbare onderzoeken liggen van het RIVM en het NLR met betrekking tot geluidsproductie van de F35 in Nederland? Als deze onderzoeken nog actueel zijn, is er dan wel behoefte aan nieuwe geluidsmetingen in de Verenigde Staten?

Vraag 5
Worden het RIVM en het NLR, indien er een nieuw onderzoek komt, betrokken hierbij en op welke wijze?

Ten Broeke pleitte in 2011 juist nog voor aanvullende geluidsmetingen

Op 30 maart 2011 hield de Tweede Kamer een ronde tafelconferentie over het geluid van de JSF. Ten Broeke zei toen : “Ik vind dat er op vliegbasis Leeuwarden nog maar eens aanvullende metingen gedaan moesten worden (zei “Verslag Hoorzitting Kamer 30 maart 2011, geluid JSF blijft onduidelijk“. De heer Ten Broeke wordt nu dus op zijn wenken bediend door het Amerikaanse initiatief voor nieuwe geluidsmetingen. Maar uit vraag 4 blijkt nu, dat hij daar kennelijk niet op zit te wachten. Zijn standpunt is nu dus 180 graden gedraaid. Kennelijk bestaat er enige vrees, dat de resultaten van de nieuwe Amerikaanse geluidsmetingen nieuwe kritiek op de JSF zullen veroorzaken. Overigens lijkt sprake van enige zelfoverschatting, ook zonder Ten Broeke’s kamervragen zullen de Amerikaanse geluidmetingen, gewoon doorgaan, want Nederland speelt daarin een ondergeschikte rol. Dat is kennelijk onbekend.

Second opinion RIVM toonde weglatingen NLR

De second opinion die het RIVM uitvoerde, liet echter ook zien dat het NLR rapport een aantal omissies bevat. Zo zijn de meteorologische omstandigheden niet omgerekend naar de Nederlandse norm. En meten bij 8%(!) luchtvochtigheid voldoet niet aan de internationale meetvoorwaarden.
Na bijna 5 jaar is het dus geen overbodige luxe om opnieuw een geluidsmeting te houden. Voorwaarde is dat de meting nu wel voldoet aan alle normen. Dat er opnieuw gemeten gaat worden in het zeer droge woestijnachtige gebied bij Edwards AFB geeft te denken. Leeuwarder basiscommandant G. Verhaaf vond het een voordeel omdat dan de cijfers goed vergelijkbaar zijn. Maar de omwonenden zitten juist te wachten op meteo omstandigheden, die lijken op die in Nederland. Meten bij een vochtpercentage onder de 20% is weggegooid geld, omdat het niet omgerekend kan worden naar de Nederlandse norm van 70% (bron RC Muchall van Geluidsconsult BV tijdens voornoemde ronde tafelconferentie 30 maart 2011).

Amerikaanse cijfers 2012: Enorme verschillen tussen geluid F-35 en F-16

Het afgelopen jaar zijn in Amerika meerdere milieurapportages vrijgekomen. In maart 2012 kwam de ontwerprapportage uit voor een aantal vliegvelden (Hill AFB, Shaw AFB, Mountain Home AFB, enz.). De JSF maakt 21 tot 25 db meer geluid dan de F16c met F110-GE-100 motor! Dat betekent dat 1 JSF dan net zo veel geluid maakt als zo’n 256 F16c’s bij elkaar! En dit bij een powersetting van de JSF van 40% en bij F-16c van 84% !
Bron: USAF F35A Operational Basing Draft Environmental Impact Statement, Maart 2012 (PDF, let op download is 11,5 Mb). Zie o.a. blz. 21.

En dat is een veel groter verschil dan het NLR eerder had gesteld met 3-6 decibel. De omwonenden zijn dus voorstander van het VVD standpunt uit 2011, zoals toentertijd verwoord door de VVD-kamerlid Han ten Broeke “Ik vind dat er maar eens nieuwe geluidsmetingen gedaan moeten worden”. Waarom heer Ten Broeke dit standpunt nu plotseling wijzigt is opmerkelijk. Wel is het een goede zaak, dat hij nu zelf dit aspect (dat de laatste tijd weinig aandacht kreeg) landelijk in de publiciteit brengt.

Auteur: Jan Glas/Leeuwarden

JSFNieuws121117-JG/jg-jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Nov 16 2012

US Stimson Denktank bepleit reductie of stopzetten F-35 programma

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

De gezaghebbende Amerikaanse (defensie) denktank The Stimson Center publiceerde een rapport, waarin vastgesteld wordt dat de “strategische flexibiliteit” van de Verenigde Staten in het geding is, wanneer men op de huidige voet (mega geldverslindende projecten) doorgaat.

Strategisch overwicht kan bereikt worden tegen aanzienlijk lagere kosten, maar dan moet het roer flink omgegooid worden.
Het Simson Center vat dit samen als: Raak niet betrokken in conventionele landoorlogen; reduceer de nucleaire wapenarsenalen en steel vooral geld in hightech / special forces. En…. zorg voor bondgenoten die bereid zijn geld te steken in defensie teneinde internationale veiligheid te waarborgen. Ze vinden dat de Nato bondgenoten bereid moeten zijn meer geld te steken in defensie, zover de economische situatie toe laat en wijst op de lessen uit het Libië conflict van 2011, waarin bleek dat binnen korte tijd de munitievoorraden van de Europese bondgenoten tekort schoten. Het instituut adviseert meer Europese samenwerking.

De Stimson Center meent dat de defensiecapaciteit van Rusland en China voorlopig nog ver achterblijft bij het Westen.
In het rapport wordt nadrukkelijk genoemd dat een reductie of volledig stopzetten van toekomstige F-35 JSF leveringen een mogelijke optie is, wel wordt meer geld bepleit voor de doorontwikkeling van de huidige F-22 capaciteit.

US Navy en F-35

Over de toekomst van airpower binnen de US Navy wordt gesuggereerd, dat overwogen moet worden de F-35 te cancelen en de huidige F/A-18 capaciteit te laten opvolgen door de FA-X (waar inmiddels Requests for Information voor uitstaan):
Citaat:
“…….where the Navy’s current force of F-18 Super Hornets will remain capable aircraft for the next decade or so, giving the Navy the time to develop the FA-X for more distant threats. If necessitated by budgetary reductions, planned purchases of F-35s could be cut back or cancelled if the program continues to experience development problems…..”

US Air Force en F-35

Duidelijk wordt gemaakt dat dringend prioriteit gelegd moet worden bij ontwikkeling van nieuwe strategische bommenwerpers en toestellen geschikt voor lange afstanden (met het oog op de ontwikkelingen in Azië). Grote budgetten zijn hiervoor op korte termijn nodig. Omdat hier prioriteit aan gegeven moet worden, kunnen deze budgetten onttrokken worden aan de problematische F-35, suggereert het Stimson Center. Dit geluid wordt steeds vaker gehoord in de USA bij gezaghebbende denktanks.
Citaat:
This should eclipse the purchase of the existing fleet of aircraft that serve only limited purposes. The strategy also stresses continuing development of the F-22 to ensure that its already world-leading strike and air superiority are sustained. The F-35, as in the case of the Navy’s version, represents the next intermediate step in fighter forces. The mid-tier capabilities it provides would be a lower priority. Under the new strategy, Air Force acquisition planning would stress technologies necessary for future fighters, bombers, and supporting aircraft and space systems, and place a lower priority on fielding large numbers of F-35s in the mid-term.”

Nog een citaat:
Under Strategic Agility, if budgetary pressures necessitated cuts, the number of F-16s squadrons could be reduced and F-35s purchased in smaller numbers, in order to free resources to invest in next-generation technologies.”

Bij het overwegen van budget scenario’s
The Air Force budget would be cut by 25 percent from its FY13 level, although much of those cuts would come from the nuclear reductions, as well as the F-16 and F-35 cuts.”

US Marine Corps en F-35

Voor de F-35 capaciteit binnen het US Marine Corps wordt het volgende geadviseerd: “The F-35 short take-off and vertical landing (STOVL) aircraft in development may no longer be required, and if budget reductions necessitate cuts, the Marines may want to forego acquiring this aircraft to free resources to invest in the system a generation beyond this manned aircraft, much as the Navy is doing.

Bron:Lees het gehele Rapport (PDF 3,4 Mb): Stimson Center - A New US Defense Strategy

JSFnieuws121119-JB/mc

2 reacties op dit bericht...

« Vorige - Volgende »