Archief van de 'Aanschaf JSF' Categorie

Nov 15 2012

F-16 vervanging: budget en ambitieniveau (deel 2)

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Welk toestel ter vervanging van de huidige F-16 past het best bij het Nederlandse budget en ambitieniveau. Dit vraagstuk wordt behandeld in twee artikelen van voormalig vlieger Peer Dekkers (Ltkol. bd.).
Het officiersblad Carré publiceerde deze zomer dit artikel inzake de vervanging van de F-16. Met toestemming van de auteur nemen we het artikel over (met enkele kleine actualisaties). Vandaag het tweede gedeelte van dit artikel.

VOOR DE BESTE PRIJS

Om te weten of het beste toestel ook voor de beste prijs kan worden verworven zou bekend moeten zijn wat die prijs nu eigenlijk is. Het antwoord op deze vraag is eenvoudig: we hebben geen idee wat een JSF, of in het geval van Nederland een F-35A, per stuk gaat kosten. Nederland had plannen om 85 F-35’s aan te schaffen; jarenlang is vastgehouden aan dit aantal, waar overigens voor zover hier bekend geen strategische visie aan ten grondslag lag. Het getal van 85 was gebaseerd op het beschikbare budget van 4,5 miljard Euro, gedeeld door het jaren geleden voorgespiegelde prijsniveau van de F-35. Door een aantal redenen zoals hiervoor (zie deel 1) geschetst is de prijs echter nog steeds stijgende en er is niemand die durft te voorspellen tot welke hoogte het prijskaartje uiteindelijk zal zijn opgelopen als tegen het einde van dit decennium of daarna de F-35 bij de Nederlandse luchtmacht kan gaan instromen. Lange tijd heeft het er naar uitgezien dat de beleidsmakers in Nederland weinig oog hadden voor de verontrustende ontwikkelingen ten aanzien van de JSF. Op 15 april 2012 maakte minister Hillen echter bekend dat de Nederlandse order omlaag gebracht gaat worden naar een nog niet nader genoemd aantal vliegtuigen (Noot redactie: op 25 oktober 2012 noemde hij een aantal van circa 56). Hij noemde hiervoor een tweetal redenen: het escalerende kostenniveau van de F-35 en het feit dat er minder F-16’s vervangen hoeven te worden. In de twee jaar dat Hillen minister is werd het aantal F-16’s inderdaad verminderd van 90 naar 68. De reden hiervoor was uiteraard niet dat de behoefte aan F-16 vliegtuigen en vlieguren met een derde was afgenomen; integendeel, het was een relatief makkelijke bezuiniging om het miljard vol te maken dat op Defensie bezuinigd moest worden.

Prijsvergelijk lastig

De vergelijking van prijzen zoals die door vliegtuigbouwers worden gehanteerd is vrijwel onvermijdelijk een appels versus peren kwestie waarbij zelfs schijnbaar eenvoudige zaken als inclusief of exclusief BTW een rol spelen. Rekent men alleen de kosten om het vliegtuig te bouwen, Unit Production Cost (UPC) of zijn de ontwikkelingskosten ook inbegrepen, Unit Program Cost (UPM). Zijn reservedelen inbegrepen, infrastructuur die gebouwd moet worden, training en opleiding en, om het helemaal verwarrend te maken, soms rekent men de kosten over de hele verwachte levensduur van het vliegtuig mee. Daarbij krijgt men onherroepelijk met ongrijpbare grootheden te maken als latere noodzakelijk modificaties en software upgrades, valutaire ontwikkelingen, stijgende brandstofprijzen en nog vele andere. Is er sprake van compensatieorders, coproductie, onderhoud in eigen beheer of uitbesteed. Is er, zoals in het geval van Nederland, sprake van een bijdrage vooraf aan de ontwikkelingskosten? Wie probeert een zuivere vergelijking te maken tussen de stuksprijzen van door concurrenten aangeboden vliegtuigen begeeft zich in een mijnenveld vol onvergelijkbare grootheden. Zo moest zelfs General James Amos, Commandant van het US Marine Corps, in een zitting van het Amerikaanse Congres het antwoord zelfs bij benadering schuldig blijven op de vraag hoeveel het F-35 sinds 2001 project in prijs was gestegen: 150 miljard dollar! In het Amerikaanse begrotingsjaar 2013 vraagt het Pentagon om 6,1 miljard dollar voor 29 F-35 vliegtuigen. De laatste cijfers van de Amerikaanse rekenkamer van maart 2012, het General Accounting Office (GAO) tonen aan dat de Unit Programme Cost voor een operationele F-35 aangeland is op 135 miljoen dollar, waar de prijs voor de Pratt & Whitney F-135 motor (29 miljoen dollar) nog bijkomt. In 2001 waren deze nog begroot op 69 miljoen dollar voor de F-35A.
De prijs van de F-35 blijft dus gehuld in nevelen en onbekende grootheden: het uiteindelijke aantal orders en productieaantallen, prijzen van grondstoffen en materialen, verdere tegenslagen in de ontwikkeling van soft- en hardware, de dollarkoers ten opzichte van de Euro, etc. Er is maar een ding zeker: volgens de Amerikaanse wetgeving mag defensiematerieel niet voor een lagere prijs aan bondgenoten worden verkocht dan die voor de eigen strijdkrachten wordt gerekend.

Langdurige uitzending met F-35 illusoir

Als de Amerikaanse GAO cijfers een indicatieve waarde voor Nederland zouden hebben, zou dat kunnen betekenen dat van het ooit geplande aantal van 85 stuks voor Nederland wel eens tot minder van de helft worden teruggebracht. Wie uitgaat van een vlieggereedheid van gemiddeld 70%, een getal dat vroeger door NATO als harde eis werd gehanteerd maar door de F-16 vloot al lang niet meer wordt gehaald, komt op een zo klein aantal vliegtuigendat beschikbaar zal zijn voor operaties, opleiding en training, dat het geloofwaardig volhouden van enige operationele uitzending gedurende langere tijd illusoir wordt.

RELEVANTIE

In de afgelopen jaren hebben allerlei al dan niet zelfbenoemde experts ons voorgehouden dat het vervangen van de F-16 door de F-35 van vitaal belang is voor Nederland. Vaak worden hierbij economische motieven genoemd en het belang voor de werkgelegenheid in Nederland. Of dat inderdaad zo is valt buiten het bestek van dit artikel, maar gegeven blijft het feit dat het niet primair de missie van de Nederlandse defensie is om de werkgelegenheid in ons land op peil te houden, alle inspanningen van de NIFARP lobby ten spijt. Als wij ons beperken tot het militaire belang voor Nederland dan kunnen voorzichtig een paar conclusies worden neergeschreven.
Als de JSF uiteindelijk zou gaan functioneren zoals bedoeld en beloofd, dan wordt het zonder twijfel het meest capabele toestel van de drie eerder op verzoek van de Tweede Kamer vergeleken vliegtuigtypes. Die ontwikkeling zal echter nog vele jaren en tientallen miljarden dollars vergen waardoor het vliegtuig nagenoeg onbetaalbaar zal gaan worden, althans om voor kleinere landen in enigszins redelijke aantallen te kunnen worden aangeschaft. Waar de ondergrens ligt, de kritische massa om nog iets zinnigs te kunnen doen met een vliegtuig, is een vraag die niet voetstoots te beantwoorden is. Opmerkelijk is dat de voormalige Staatssecretaris van Defensie, Jack de Vries, in een column (zie HP/De Tijd, 15 april 2012) schrijft dat de vermindering van 90 naar 68 F-16’s het ambitieniveau van Nederland in gevaar brengt. Of het verwerven van een kleine 40 meer capabele F-35’s het ambitieniveau van Nederland voldoende uit de gevarenzone haalt blijft onzeker. Uiteindelijk lijkt het ambitieniveau meer bepaald te worden door het beschikbare budget dan door de dreigingen in de wereld.

Dreiging en scenario

Een andere vraag die van belang is bij het bepalen van het ambitieniveau van Nederland is de vraag aan welke dreiging in de wereld door Nederlandse F-35’s in de toekomst het hoofd kan worden geboden. Met andere woorden, waar zouden we een F-35 met al zijn unieke capaciteiten voor nodig hebben? De JSF is ontworpen om te allen tijde, dag en nacht, onder alle weersomstandigheden, alle soorten doelen, in de lucht, op zee of op land, met een grote mate van immuniteit voor de verdediging te kunnen aanvallen. Een ambitieuze doelstelling die geleid heeft tot een explosieve kostenstijging, maar gezien vanuit het perspectief van een superpower als de VS die moet kunnen opkomen voor zijn belangen overal ter wereld, eventueel tegenover andere superpowers, begrijpelijk. Maar nogmaals, zijn dit eisen die we in Nederland aan een jachtvliegtuig moet willen en kunnen stellen, zeker gezien de prijs die daardoor wordt gevraagd. Door militaire experts wordt vaak gesteld dat Nederlandse vliegers het verdienen om met het beste materiaal te werken bij het verrichten van hun taak. Nederland wil een bijdrage leveren aan vrede en veiligheid en de wereld en wil zich te weer kunnen stellen tegen alle mogelijke toekomstige militaire dreigingen. Nederland wil zijn grondstrijdkrachten tijdens hun missies optimaal kunnen beschermen tegen aanvallen uit de lucht of vanaf de grond. De vorige CLSK zei hierover: “Die JSF is zeker noodzakelijk om te opereren in een non permissive environment om effectief luchtoverwicht af te dwingen, anders worden grondstrijdkrachten vanuit de lucht door opposing forces aangevallen”. Geen weldenkend mens zal dit willen bestrijden, maar de vraag blijft welk scenario de generaal hierbij in gedachten heeft; in ieder geval niet het soort vredesmissies waar de Nederlandse luchtmacht in de afgelopen decennia een rol heeft gespeeld. Waarschijnlijk ook niet een aanval op ons eigen grondgebied. Iets anders dus, maar wat dan? Het gaat hier dus wel om iets van full scale war, tegen een hoog ontwikkelde tegenstander die beschikt over double digit SAM’s en jachtvliegtuigen van tenminste de vierde generatie. De wereld bekijkende blijft er dan weinig anders over dan het Midden Oosten, of misschien Venezuela. Of ons land in een eventueel conflict aldaar, of het nu over olie, water of nucleaire proliferatie gaat, actief betrokken zal raken is zeer de vraag. Zeker is wel dat het met onze marginale parlementaire meerderheden nog een lastige zaak voor een (toekomstige) regering zal worden. Zie de recente relatief geringe en maar gedeeltelijk gemandateerde bijdrage van Nederland aan de operatie Unified Protector boven Libië. Uitgesloten lijkt wel dat Nederland in een dergelijk conflict niet vanaf dag 1, dus in de openingsfase, betrokken zal zijn. En first entry is nu net de fase waar de F-35, als alle problemen rond de ontwikkeling van dit toestel uiteindelijk ooit zullen zijn opgelost, met succes zou kunnen optreden. En zou het onwaarschijnlijke gebeuren, Nederland doet mee in de openingsfase van een groot internationaal conflict, welk verschil zal een handjevol Nederlandse F-35A’s dan maken en wettigt dat een investering van 4,5 miljard Euro? Een ander wapen voor deze fase van een conflict, het kruisvluchtwapen, werd door Nederland al eerder afgewezen.

WAT DOEN ANDERE LANDEN

Niet direct van belang voor Nederland, maar wellicht is het interessant te zien hoe andere landen omgaan met de problematiek rond de JSF. Het Verenigd Koninkrijk was de grootste partner in het ontwikkelingsprogramma en had de intentie 150 F-35B (STOVL) vliegtuigen te kopen. Deze waren met name bedoeld om te opereren vanaf de twee Queen Elisabeth klasse schepen die vanaf omstreeks 2015 in dienst gesteld zouden moeten worden. Met het oplopen van de ontwikkelingskosten en de onzekere toekomst van de STOVL versie besloten de Engelsen tamelijk onverwacht te switchen naar de F-35C, de CV variant. De reeds in aanbouw zijnde carriers zouden hierdoor totaal omgebouwd moeten worden met catapults en arresting cables. De kosten hiervan bleken dermate astronomisch hoog dat nauwelijks een jaar later de beslissing weer werd teruggedraaid ten faveure van de F-35B. Inmiddels zijn nog maar 66 tail numbers voor de RAF vliegtuigen gereserveerd. Italië dat voor 131 JSF toestellen in de markt was heeft de planning teruggebracht tot 90. Japan heeft recentelijk 42 F-35A vliegtuigen besteld, ter vervanging van de F-4EJ, maar de late levertijd schijnt de Japanse regering in twijfel gebracht te hebben. Canada werd verwacht een order te plaatsen voor 65 F-35A ter vervanging van de F-18 (in Canada bekend als CF-18). Dat was de boodschap van minister van defensie MacKay in 2010. Kort daarna kwam de Canadese rekenkamer, Auditor General (AG) Michael Ferguson, met het voor de regering vernietigende rapport dat deze de kosten voor het opereren met deze vliegtuigen bijna 10 miljard dollar te laag had ingeschat. De minister had aldus het parlement misleid, door het achterhouden van informatie. Het budget voor de F-35 was in 2008 vastgelegd zonder dat de minister een beeld had van de werkelijke kosten. Er doet zich hier nog een opmerkelijke parallel voor met de Nederlandse situatie: in mei 2010 sprak MacKay nog van een transparante vergelijking tussen meerdere aanbieders van jachtvliegtuigen, ‘we want the best value, we want the best aircraft’, terwijl de Canadese industrie al lang was ingeschakeld om deel te gaan nemen in de bouw van de F-35. Inmiddels is duidelijk dat het Canadese budget nog hooguit ruimte biedt voor 40 of minder F-35’s. De oppositie eist het aftreden van MacKay die inept and incapable wordt genoemd.

WAT DAN WEL?

Als de relevantie van de vervanging van de F-16 in Nederland door de F-35 in twijfel wordt getrokken, wat moeten we dan wel? Door de vele voorstanders van het JSF project wordt voorgesteld dat het van groot belang is voor Nederland, op economische dan wel militaire gronden. Vaak wordt hierbij betoogd dat de eerder genoemde investering van 4,5 miljard volledig uit de defensiebegroting wordt betaald en over vele jaren wordt uitgesmeerd. Het schrapping hiervan zou dus een nieuwe bezuiniging op defensie zijn. Ook wordt wel betoogd dat 4,5 miljard eigenlijk maar een schijntje is. Het valt in het niet bij wat werd uitgegeven om de banken te redden, of om Griekenland binnen de eurozone te houden. Het is het bedrag waarmee de zorgkosten ongeveer per jaar zijn gestegen. Toch blijft hoe je het wendt of keert een gigantisch bedrag, zeker in een tijd waar elke burger moet bloeden om het begrotingstekort enigszins binnen de perken te houden. Maar afzien van de vervanging van de F-16 is geen optie. De huidige vloot kan niet eindeloos in stand worden gehouden dan tegen zeer hoge kosten en dan nog maar met beperkt resultaat. Een andere optie zou bijvoorbeeld kunnen zijn het verwerven van nieuwe F-16’s. Het toestel is nog steeds in productie, onlangs werd de 4500e afgeleverd, een advanced F-16C Block 52. Ofschoon ver verwijderd qua capaciteiten van de oorspronkelijke F-16A is het natuurlijk geen vijfde generatie vliegtuig, maar afgezien van initiële inzet in een grootschalig conflict is dat nauwelijks een bezwaar. Een aantal van deze bezwaren kan zelfs worden ondervangen door steeds verdere perfectionering van het wapenpakket met een grotere stand off range. Daartegenover staat het kostenplaatje van minder dan de helft dan een F-35 ooit zal gaan kosten. Ook is het vliegtuig relatief snel leverbaar en zal er geen gat ontstaan tussen de eventuele uitfasering van de oude F-16 en de introductie van de nieuwe. Kosten van training en opleiding zullen in het niet vallen vergeleken bij de overgang naar de F-35 en zullen er grote infrastructurele besparingen te realiseren zijn. Voorstelbaar is zelfs de overgang gefaseerd te laten plaatsvinden, waarbij een aantal oude F-16’s beschikbaar blijft voor bijvoorbeeld nationale taken en training en nieuwe daardoor in grotere aantallen beschikbaar zijn voor het uitvoeren van daadwerkelijke missies en uitzendingen.
Deze redenering wordt niet graag gehoord in het kamp van de F-35 lobby. Minister Hillen oppert daarom de laatste tijd meermaals de optie om de JSF te verwerven in combinatie met onze bondgenoten. Hierbij werd door hem België genoemd maar ook samenwerking met de Noren wordt genoemd. Qua opleidingen en logistiek is dat alleszins voorstelbaar, uiteindelijk was met de F-16 in EPAF verband ook sprake van vergaande samenwerking. Ongewis in dit plaatje is hoe in een dergelijk verband ooit beslissingen over operationele inzet genomen kunnen worden. Of krijgen we een pool van vliegtuigen, zoals bij AWACS waar Nederland aan bijdraagt, maar waar de beslissing over de eventuele inzet bij de NAVO ligt. Of een constructie zoals bij de samenwerking op het gebied van luchttransport, waarbij een drietal C-17 transporttoestellen deel uitmaakt van een gezamenlijke vloot waarbij de gebruikers een vooraf afgesproken aantal vlieguren kunnen inkopen. Geen prettig vooruitzicht voor de soldaten op de grond als de luchtsteun die Nederland zelf onze eigen mensen zo graag wil bieden afhankelijk is van een beslissingsbevoegdheid die elders ligt of afhankelijk is van een beperkt aantal beschikbare vlieguren.

CONCLUSIE

In bepaalde kringen wordt het geloof in de F-35 als opvolger voor de F-16 als op bijna religieus fanatisme gelijkend beleden. Daarbij is het project ook in de VS zelf niet onomstreden en zeker is dat het aantal geproduceerde exemplaren lager zal uitvallen dan ooit de bedoeling was: zoals het er nu uitziet ongeveer 2400 - 2700 in plaats van de oorspronkelijk geplande 4600. De stuksprijs zal daardoor stijgen tot ver boven de honderd miljoen dollar per stuk, waardoor het verwerven door Nederland in een relevant aantal een hachelijke zaak wordt binnen het bestaande budget. Daarnaast kan worden gesteld dat het maar zeer de vraag is of de zo geroemde kwaliteiten van de F-35, als alles ooit gaat functioneren as advertised, voorzien een realistische Nederlandse defensiebehoefte en ambitie. Een alternatief zou kunnen zijn het verwerven van nieuwe, geperfectioneerde F-16’s. Hiermee kan een groot aantal taken die een operationeel inzetbare JSF aankan ook worden uitgevoerd. Andere opdrachten, met name binnen een grootschalig conflict tegen een superieure tegenstander vallen naar alle waarschijnlijkheid toch niet binnen het nagestreefde ambitieniveau van Nederland. De kosten zullen aanzienlijk lager zijn bij verwerving van een relevant aantal. Ook kan worden bespaard op kosten voor omschakeling, training en opleiding, terwijl het vliegtuig eerder beschikbaar is. Kiezen we voor een zeer klein aantal mogelijk overgekwalificeerde vliegtuigen of voor een groter aantal wat minder gekwalificeerde vliegtuigen die waarschijnlijk voor het door Nederland te stellen ambitieniveau toereikend zullen zijn. Het nu aangetreden kabinet wordt veel wijsheid gewenst.

Auteur: Lkol b.d. P. Dekkers (voorheen vlieger F-104, F-16)

Dit artikel werd gepubliceerd in Carré nr. 6-2012 en daarvoor (in wat ingekorte vorm) in het augustus nummer van Armex. Het artikel wordt in twee gedeelten gepubliceerd met toestemming van de auteur (waarvoor onze dank). Dit is het eerste gedeelte. Op enkele punten (datum) zijn kleine actualisaties doorgevoerd. Gisteren verscheen deel 1.
De auteur mailde ons, dat in het volgende nummer van Carré de redactie nog zal ingaan op een aantal binnengekomen reacties. Het kan ook worden ingezien op de website van de NOV.

JSFNieuws-121114/PD/jb

4 reacties op dit bericht...

Nov 14 2012

F-16 vervanging: Het beste toestel voor de beste prijs (deel 1)

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

In Carré verscheen deze zomer een artikel van auteur Peer Dekkers (Ltkol b.d.) inzake de vervanging van de F-16. Met toestemming van de auteur nemen we in gefaseerd dit artikel over (met enkele kleine actualisaties). Vandaag deel 1.

Nog voor het zomerreces 2012 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin werd gevraagd stappen te ondernemen om uit het JSF project te stappen. De regering, van oordeel dat een demissionair kabinet geen onomkeerbare besluiten heeft te nemen, besloot de motie niet uit te voeren. Wel komt er een onderzoek van de Rekenkamer naar de kosten als Nederland uit het JSF project zou stappen. Het resultaat van dit onderzoek is op 25 oktober gepubliceerd. Dit nieuwe kabinet, dat na de verkiezingen van 12 september is geformeerd, dient een besluit te nemen over de vervanging van de F-16. Reden genoeg om nog eens terug te blikken op de ontstaansgeschiedenis en de huidige status van de Joint Strike Fighter, of beter gezegd de Lockheed Martin F-35.

INLEIDING

Toen in 1979 de eerste F-16 zijn intrede deed bij de Koninklijke Luchtmacht was de verwachting dat dit vliegtuig minstens twintig jaar operationeel zou meegaan. De geschiedenis zou nadien uitwijzen dat het toestel in 1999, dankzij de Midlife Update (MLU) en andere, de technische levensduur verlengende programma’s, pas de helft van zijn levensduur was genaderd. Het moment dat onze F-16 definitief het einde van zijn levensduur bereikt komt nu echter snel naderbij, zodat de beslissing voor een opvolger niet al te lang meer op zich kan laten wachten. Helaas begint de selectie van een opvolger voor de F-16 veel kenmerken van een soap te tonen. Het proces sleept zich al meer dan tien jaar voort, van het ene kabinet naar het andere, kent verstokte voor- en tegenstanders en kent naar beste soapstijl zijn eigen cliffhangers. Ten laatste was de definitieve beslissing doorgeschoven naar een volgend kabinet. Dit tijdstip is nu door de val van het kabinet Rutte plotseling twee jaar naar voren gekomen. Om die reden is het opportuun om nu nog eens naar het project vervanging F-16 te kijken.

TERUGBLIK

Vanaf het begin was het al duidelijk dat Nederland, en met name de lobby van de luchtvaartindustrie, de JSF voor ogen had als opvolger voor de F-16. Op zich geen onlogische keuze: al vele tientallen jaren was de militaire luchtvaart in Nederland sterk Amerikaans georiënteerd op tal van gebieden: materiaalkeuze, opleidingen, operationele samenwerking en training. De enkele keer dat een Europees vliegtuig werd aangeschaft, denk aan de Bréguet Atlantique bij de MLD en de Cougar bij de KLu, werden de verwachtingen niet altijd waargemaakt. Wellicht om die reden alleen al werden de Europese kandidaten die samen met de JSF in de race waren om de Nederlandse F-16 af te lossen, de Franse Dassault Rafale, de Engels/Duits/Italiaans/Spaanse Eurofighter Typhoon en de Zweedse JAS-39C/D Gripen, nauwelijks serieus genomen. Toen na een competitie tussen de Boeing X-32 en de Lockheed Martin X-35 voor het JSF programma door het Pentagon de X-35 werd uitverkoren om in productie te worden genomen, was voor Nederland de race eigenlijk al gelopen. Nederland besloot, mede onder druk van een krachtige industriële lobby (NIFARP), om deel te gaan nemen aan de verdere ontwikkeling van de F-35, zoals de JSF inmiddels was gaan heten. Uitvloeisel hiervan was de voorgenomen aanschaf in 2009 en daarna van eerst één en daarna nog een tweede JSF vliegtuig uit de System Development and Demonstration (SDD) fase. Op speciaal verzoek van de Tweede Kamer moest in 2008 nog eens onafhankelijk onderzoek worden uitgevoerd om te bepalen welk vliegtuig het meest geschikt zou zijn om de F-16 op te volgen. Hierbij werden de JSF, de Gripen (inmiddels opgewaardeerd tot Gripen NG met meer brandstof, sterkere motor, meer ophangpunten en Active Electronically Scanned Array (AESA) radar en de advanced F-16 met elkaar vergeleken . Zoals te verwachten was kwam de F-35A Lightning II, zoals het vliegtuig inmiddels was gaan heten, als beste uit de bus op kwaliteit, prijs en levertijd. Voor de aanschaf van 85 vliegtuigen in de periode 2019 – 2027 werd 4,5 miljard Euro gereserveerd (oorspronkelijk was dit 6,7 miljard Euro). De feitelijke beslissing tot aankoop werd echter aan het nu aangetreden kabinet overgelaten.

HET BESTE TOESTEL

Om een product te kwalificeren als het beste product is het van belang helder voor ogen te hebben wat van dit product wordt verwacht en welke eisen er aan worden gesteld. De Nederlandse regering is op zoek gegaan naar een vliegtuig dat alle traditionele taken van een jachtvliegtuig aan kan en daarin tevens ook nog eens de beste is. En dat daarbij bovendien ook nog eens de beste kans maakt om te overleven in een luchtruim dat wordt bedreigd door moderne Surface to Air Missiles (SAM’s), de zgn. double digit luchtdoelraketten. En daarbij ook nog eens het goedkoopste is. Maar, heeft Nederland zo’n vliegtuig wel nodig, en is de F-35 werkelijk het vliegtuig dat al die eigenschappen in zich verenigt en daarbij ook nog eens betaalbaar is?

DE ONTWIKKELING VAN DE F-35

Doel

Het doel van het JSF programma was een type jachtvliegtuig in drie zo min mogelijk van elkaar verschillende versies voor de krijgsmachtdelen van de Verenigde Staten, de US Air Force (USAF), de US Navy (USN) en het US Marine Corps (USMC). Het toestel zou moeten kunnen overleven in de meest geavanceerde dreigingscenario’s van 2012 en ver daarna. Het moest de meest geavanceerde lucht-grond en lucht-lucht bewapening kunnen meevoeren. Tenslotte zou het doelen op de grond of op zee, statisch of mobiel, in zwaar verdedigde gebieden moeten kunnen aanvallen, evenals het bestrijden van kruisraketten of andere luchtdoelen. De ontwikkeling van de capaciteiten van het vliegtuig zou in drie productieblokken moeten geschieden: Block 1 initiële training, voortgezette training in Block 2 en pas Block 3 zou de volledige operationele capaciteit bevatten. Block 3 zal niet eerder dan 2017 – 2018 beschikbaar zijn. Bij de Nederlandse evaluatie werd uitgegaan van de Block 3 software.
Voorgeschiedenis.

Het JSF programma ontstond uit een fusie van een drietal naast elkaar in ontwikkeling zijnde systemen, begin jaren negentig van de vorige eeuw:
- Een studie bij de USAF voor een opvolger van de F-16;
- De ontwikkeling van de A-12 voor de US Navy;
- Een Amerikaans/Brits project voor een vliegtuig als vervanger van de AV-8B (in Engeland Harrier geheten) bij het USMC en de Royal Air Force (RAF).

Deze projecten hadden alle hun eigen wensen, specificaties en problemen. De USAF wilde een multirole fighter (primair bedoeld voor air to ground taken als betaalbare low end aanvulling op de F-22 Raptor. De USN, waar de F-18 E/F op komst was als multirole fighter, zocht een zware jachtbommenwerper met stealth eigenschappen , de RAF en het USMC een vliegtuig dat net als de Harrier vertikaal of met een minieme aanloop kon opstijgen en vertikaal kon landen: Short Takeoff Vertical Landing (STOVL). Dit project zou moeten leiden tot wat werd genoemd de Common Affordable Lightweight Fighter. De ontwikkeling van een separaat aangedreven lift fan maakte het in theorie mogelijk om, door het weglaten van deze lift fan, ook conventionele varianten te ontwikkelen. Na het aantreden van de Clinton administration in 1993 werd door de nieuwe minister van defensie, Dr. Richard Perry, al snel de beslissing genomen om deze drie ontwikkelingsprogramma’s samen te voegen tot een project: het Joint Advanced Strike Technology (JAST) programma. Het idee hierachter was dat door een jachtvliegtuig te ontwikkelen dat aan alle eisen van de drie betrokken krijgsmachtdelen zou voldoen aanzienlijke kostenbesparingen konden worden bereikt door een groter productiepotentieel. Hetzelfde vliegtuig zou in drie varianten kunnen worden geproduceerd: een conventionele uitvoering (CTOL) voor de luchtmacht, een STOVL versie voor de mariniers en een uitvoering die geschikt was om vanaf vliegdekschepen te opereren: de Carrier Variant (CV) versie. Ondanks deze uiteenlopende eisen zou het om één type vliegtuig moeten gaan dat in drie uitvoeringen op dezelfde productielijn zou moeten worden gebouwd . Het JAST concept was sterk beïnvloed door de inzet van de F-117 in de openingsfase van de Golfoorlog (Desert Storm, 1991). Met deze eerste stealth jachtbommenwerper was op de eerste dag van de oorlog de luchtverdediging van Irak een beslissende slag toegebracht. Een klein vliegtuig dat maar twee 500 pond bommen kon meevoeren had dankzij de relatieve onzichtbaarheid voor radar het verschil gemaakt. Maar de F-117 was geen wonderwapen, het vliegtuig kende ook zijn beperkingen: het was alleen inzetbaar bij duisternis, tegen vaste doelen en bij relatief gunstige weersomstandigheden met goed zicht. Door het slechte uitzicht, het ontbreken van sensoren en de noodzaak ‘silent’ te opereren was de Situational Awareness (SA) van de F-117 vlieger gering. Bij daglicht was de F-117 dan ook kansloos tegen elke vijandelijke jager. De JAST zou dus een vliegtuig moeten zijn met de manoeuvreerbaarheid van een F-16, uitgerust met sensoren, die ten behoeve van de SA volledig geïntegreerd zouden moeten zijn, op de laatste stand van de techniek. Om niet alleen van stealth afhankelijk te zijn zou het vliegtuig over een optimale zelfverdedigingcapaciteit moeten beschikken en luchtdoelraketten moeten kunnen meevoeren. Ook zou de mogelijkheid aanwezig moeten zijn om in een latere fase van een conflict, als door uitschakeling van de luchtverdediging stealth geen factor van belang meer was, de mee te voeren hoeveelheid bewapening en brandstof verder te vergroten door de wapenlast aan de vleugels of de romp van het vliegtuig te hangen. Daarnaast bleven de eerder geformuleerde eisen en wensen van de drie US services overeind: voor de USAF een low end aanvulling op de reeds in ontwikkeling zijnde en disproportioneel dure F-22 Raptor, voor de Marines een close air support fighter die net als de AV-8B Harrier van kleine strips of kleine schepen zou kunnen opereren en voor de Navy een stealth bommenwerper ter vervanging van de eerder geschrapte A-12 en complementair aan de F-18 E/F multirole fighter. De conceptie van een schaap met vijf poten was in gang gezet. In 1996 werd het programma van eisen voor de Joint Strike Fighter (JSF), zoals het te ontwikkelen toestel inmiddels werd aangeduid, aan de luchtvaartindustrie voorgelegd. Uiteindelijk zouden twee teams een vliegtuig ontwikkelen om de levensvatbaarheid van het project aan te tonen door middel van een Concept Demonstration Aircraft (CDA). Boeing en Lockheed Martin kwamen op de proppen met respectievelijk de X-32 en de X-35. Van beide ontwerpen werden twee prototypes gebouwd, een A, Conventional Takeoff and Landing (CTOL) en een B (STOVL) versie. Op 26 oktober 2001 werd aangekondigd dat Lockheed Martin winnaar was geworden van de competitie en verder zou mogen gaan in de System Development and Demonstration (SDD) fase. In deze fase zou een kleine voorserie worden gebouwd bestaande uit toestellen in alle drie de gewenste versies: de CTOL F-35A voor de luchtmacht, de STOVL F-35B voor de Marines en de CV F-35C voor de Navy. In deze fase zouden de bondgenoten zoals de RAF, maar ook de KLu, kunnen participeren en op grond hiervan besloot Nederland om in te stappen als een level II partner door de aanschaf van twee van deze ontwikkelingstoestellen. In ruil hiervoor zou de Nederlandse industrie worden ingeschakeld bij de productie van de F-35 en raakte Nederland betrokken bij de verdere ontwikkeling van het toestel. Na een moeizame parlementaire debatfase ging het kabinet Balkenende 4 over tot de bestelling van het eerste toestel en later het kabinet Rutte tot de bestelling van het tweede testtoestel. De eerste van deze twee liep op 1 april 2012 van de band bij de fabriek in Fort Worth en koos getooid met het Nederlandse serienummer F-001 op 6 augustus 2012 voor het eerst het luchtruim.

INNOVATIEF ONTWERP

Sensorfusion

Van meet af aan was het de bedoeling om zo veel mogelijk innovatieve techniek te gebruiken in het ontwerp. Dat betrof niet alleen de eerder genoemde sensor integratie: in eerdere vliegtuigen komen de resultaten van de verschillende actieve en passieve sensoren waar het vliegtuig over beschikt, radar, Identification Friend or Foe (IFF), targeting pod, Radar Warning Receiver (RWR) etc. pas samen in het brein van de vlieger, die met al die informatie, aangevuld met datgene wat nog via de radio tot hem komt van bijvoorbeeld andere vliegtuigen als AWACS, FAC en dergelijke, en met wat hij zelf waarneemt zijn Situational Awareness (SA) moet zien op te bouwen. Geen gemakkelijke taak, zeker niet als je daarnaast ook nog een vliegtuig moet besturen, beslissingen moet nemen gebaseerd op deze SA en een formatie moet leiden. Maar de integratie van de sensoren (sensor fusion) gaat nog verder. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de stealth eigenschappen die de uiterlijke vorm en afwerking van het vliegtuig leveren moet het vliegtuig ook zo stil mogelijk opereren, dat wil zeggen zonder nodeloos gebruik te maken van actieve sensoren, die immers de positie van het vliegtuig zouden kunnen verraden. Het detectiebereik van de actieve sensoren moet zodanig zijn dat deze effectief zijn voordat ze door de tegenstander kunnen worden opgemerkt. Ook de noodzakelijke reactie op een vijandelijke dreiging valt binnen het bestek van het sensorsysteem, zodat het uiteindelijk gewenste resultaat is dat het vliegtuig zich in een vrijwel onaantastbare cocon door het luchtruim kan bewegen. Een van de kernpunten van het systeem was dat de vlieger alle informatie die hij op dat moment nodig had op de binnenzijde van zijn vizier, het Helmet Mounted Display System (HMDS), geprojecteerd zou krijgen, en niet meer op een klein schermpje, de Head Up Display (HUD), voor de ruit. Een van de voordelen hiervan is dat de vlieger zijn bewapening niet meer hoeft te ‘richten’ met de neus van het vliegtuig, maar kan volstaan met naar het doel te kijken . Om al deze taken uit te kunnen voeren zou het vliegtuig over superieure computers moeten kunnen beschikken en, nog belangrijker, een onvoorstelbare hoeveelheid software. Het is nog zeer de vraag in welke mate deze afhankelijkheid van dit soort cyber technologie het vliegtuig kwetsbaar maakt voor hackers en andere vormen van cyber warfare.

Energievoorziening

Vrijwel alle hedendaagse jachtvliegtuigen vliegtuigen zijn uitgerust met twee door de motor aangedreven generatoren die 24 Volt opwekken; daarnaast is vaak nog 115 V beschikbaar voor de wat meer eisende systemen. Een batterij en een voorziening om bij uitgevallen motor nog stroom te kunnen opwekken maakt het geheel af. Voor de bediening van de roeren, kleppen en het landingsgestel wordt veelal gebruik gemaakt van een dubbel uitgevoerd hydraulisch systeem dat werkt met een druk van 3000 psi. Ook hier is een voorziening noodzakelijk om de werking te garanderen als de motor is uitgevallen. Voor de JSF werd een geheel andere weg ingeslagen. Ten behoeve van gewichtsbesparing is er gekozen om de traditionele taken van een hydraulisch systeem elektrisch uit te laten voeren. Daardoor kunnen hydraulische pompen en metalen leidingen komen te vervallen om te worden vervangen door elektromotoren en elektriciteitskabels. Dat stelt wel hoge eisen aan het elektrisch systeem dat is uitgevoerd met 270V DC. Het hoge voltage is benodigd om de krachten te kunnen verwerken die uitgeoefend moeten worden om een jachtvliegtuig onder hoge G-belasting te kunnen laten manoeuvreren. Alsof dit genoeg was werd ook besloten om de hele stroomvoorziening en het environmental control system, dat onder andere verantwoordelijk is voor koeling, luchtdrukvoorziening en startsysteem, te integreren in één systeem als Integrated Power Package (IPP).

Vertraging

Door de overname door Lockheed van concurrent General Dynamics was de van oorsprong Californische vliegtuigbouwer in het bezit gekomen van de gigantische fabriekshal in Fort Worth, Texas . Daar zou de eindmontage van de F-35 gaan plaatsvinden. Het vliegtuig, met al zijn gecompliceerde technologie was echter ontworpen in Palmdale, Californië, en maar weinig arbeidskrachten die aan de ontwikkeling hadden meegewerkt verhuisden mee naar Texas. Een ander probleem was dat het Marine Corps, het krijgsmachtdeel was dat als eerste het nieuwe toestel in dienst wilde stellen. De voor de mariniers bestemde versie, de F-35B, was echter wel door de aparte lift-fan constructie de meest gecompliceerde versie. De volgende tegenslag kwam in 2003 met de ontdekking dat de F-35B veel te zwaar was geworden en er werd een apart team gevormd om met ingrijpende maatregelen de kist te laten afslanken. Dit leidde niet alleen tot twee jaar vertraging, maar de constructie van het vliegtuig werd er ook ernstig door verzwakt . Vervolgens bleek de F-35C om te voldoen aan de eisen om op vliegdekschepen te kunnen landen een aanzienlijk grotere vleugel nodig te hebben, wat uiteindelijk 25% gewichtstoename tot gevolg had. Zo begonnen de drie versies van een vliegtuigontwerp, ooit ontstaan uit een door kostenoverwegingen gedreven fusie, steeds verder uit elkaar te groeien. Het is daarom niet verbazingwekkend dat het programma steeds meer vertraging begon op te lopen en 2008 werd officieel aangekondigd dat het programma een jaar achter op het schema liep. In het nieuwe schema zouden de Developmental Testing and Evaluation fase (DT&E) en de operationele beproevingen halverwege 2014 beëindigd zijn. De oorspronkelijke Initial Operational Capability (IOC) voor de eerste klant, de mariniers met hun F-35B, bleef echter staan op 1 april 2012. In de zomer van 2008 concludeerde het Joint Estimate Team van het Pentagon dat de software ontwikkeling van de operationele vliegtuigen twee jaar achterliep en het budget al met ruim 14 miljard dollar was overschreden. In 2009 werd een nieuw schema vastgesteld, met nieuwe data en aantallen testvluchten. Ook dit schema bleek niet haalbaar en begin 2010 werd de voor het Pentagon verantwoordelijke programmaleider voor het hele JSF project, generaal Heinz, wegens het gebrek aan voortgang in het programma ontslagen. Tegelijkertijd begon ook het Congres zich bezorgd te tonen: de kostenstijgingen in het project hadden de wettelijke hiervoor vastgestelde limieten overschreden. DT&E werd wederom een jaar met een jaar verlengd, de Operational Test and Evaluation (OT&E) fase werd uitgesteld en een nieuwe programmaleider deed zijn intrede, viceadmiraal David Venlet. Deze onderwierp het programma aan een strenge inspectie, de Technical Baseline Review (TBR) en als gevolg hiervan werd het ontwikkelingsprogramma doorgetrokken naar oktober 2016 en de toekomst van de F-35B hing aan een zijden draad. De productie van dit type werd tot het minimum teruggebracht en ook die van de A en C werd vertraagd. Al met al is de JSF nu ongeveer vijf jaar achter op het oorspronkelijke tijdschema en de kosten van de SDD fase alleen al zijn 21 miljard dollar boven de oorspronkelijke prijsstelling. Het testverloop is nog steeds moeizaam. Zo wordt bijvoorbeeld het aantal gestelde testvluchten voor de F-35A (de conventionele versie) weliswaar gehaald, echter het geteste aantal items per vlucht loopt ver achter zodat in 2011 een kleine 600 vluchten extra gemaakt moesten worden, een aantal dat niet werd gehaald.

Vliegen en testen

Het JSF programma loopt inmiddels jaren achter en is aanzienlijk duurder dan ooit voor mogelijk werd gehouden; voor- en tegenstanders zijn het daarover eens. Een volgend probleem, aangeduid als concurrency, is een zaak die in de toekomst nog ernstige financiële tegenvallers kan gaan opleveren. In het verleden werden vliegtuigontwerpen uitgebreid getest en prototypes werden langdurig beproefd voordat het ontwerp definitief in productie werd genomen. Zo konden de meeste verrassingen en kinderziekten tijdens de seriebouw worden voorkomen. Deze behoedzame methode werd bij de JSF verlaten. Eenvoudig gezegd, men was er bij Lockheed Martin en het Pentagon zo overtuigd van het eigen kunnen en van de potentie van simulaties en computerprogramma’s dat er een hoge mate van concurrency, de gelijktijdige voortgang van het testprogramma en de serieproductie, werd ingebouwd in het programma. Het volledig afwerken van het testprogramma werd niet nodig gevonden en daardoor kon de serieproductie eerder beginnen. Op deze wijze worden natuurlijk wel de toekomstige ‘terugroepacties’ al ingebouwd in het ontwerp, maar daar was men niet al te beducht voor. De nieuwe programmamanager, Admiraal Venlet, ontdekte echter kort na zijn aantreden al dat er zoveel tekortkomingen aan het licht waren getreden bij de vermoeidheidstesten van het vliegtuig dat hij het onverantwoord achtte de productie in hetzelfde tempo voort te zetten. Hij ging hiermee in tegen de druk van Lockheed Martin dat de serieproductie juist wilde opvoeren. Inmiddels zijn echter al zoveel problemen en zwakke plekken in de constructie ontdekt dat om deze problemen op te lossen het vliegtuig 3 tot 5 miljoen dollar per stuk duurder uitvalt. Volgens bronnen in de Amerikaanse senaat zou de rekening voor concurrency nog wel eens kunnen oplopen tot 10 miljoen dollar per vliegtuig. Op dit moment zijn voor 63 vliegtuigen al significante structurele modificaties nodig. Het negeren van deze problemen zou niet direct tot problemen met de vliegveiligheid kunnen leiden, maar heeft wel negatieve gevolgen voor de levensduur van het vliegtuig. Deze problemen en budgetoverschrijdingen hebben geleid tot het terugbrengen van de jaarlijkse productie tot 30 toestellen per jaar voor de komende vier jaren. De initiële plannen voor Low Rate Initial Production (LRIP) voorzagen in een bestelling van 42 toestellen in 2011 oplopend via 108 in 2016 tot meer dan 200 toestellen per jaar daarna. Die aantallen zijn na het optreden van Venlet, en onder druk van de Amerikaanse bezuinigingen flink teruggeschroefd. Hierbij moet niet uit het oog worden verloren dat het testprogramma pas voor 20% is voltooid en dat verdere onaangename ontdekkingen niet zijn uitgesloten. Belangrijke stappen dienen nog te worden gezet op het gebied van de integratie van de bewapening met het vliegtuig; ook zijn de problemen met het HMDS, de energievoorziening (IPP), het verbranden van het hoogteroer bij langdurig gebruikt van afterburner (AB) en de koeling nog steeds niet opgelost. Het zoeken naar definitieve oplossingen voor deze problemen is nog gaande.

Auteur: Lkol b.d. P. Dekkers (voorheen KLu vlieger F-104, F-16)

Bronvermelding:
Dit artikel werd gepubliceerd in Carré nr. 6-2012 en daarvoor (in wat ingekorte vorm) in het augustus nummer van Armex. Het artikel wordt in twee gedeelten gepubliceerd met toestemming van de auteur (waarvoor onze dank). Dit is het eerste gedeelte. Op enkele punten (datum) zijn kleine actualisaties doorgevoerd.
De auteur mailde ons, dat in het volgende nummer van Carré de redactie nog zal ingaan op een aantal binnengekomen reacties. Het kan ook worden ingezien op de website van de NOV (met ook meer nuttige informatie over deze vereniging).

Morgen: Deel 2 van dit artikel.

JSFNieuws-121114/PD/jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Okt 29 2012

Nieuw kabinet: eerst vaststellen ambitie en onderzoek exploitatiekosten JSF

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – Hedenmiddag is bekend geworden hoe het regeerakkoord van de nieuwe regering Rutte-II, bestaande uit de partijen VVD en PvdA, er uit ziet en wat er in staat over de defensiebegroting tussen 2013 en 2017.

Per saldo geen extra bezuinigingen defensie

Om de inzet van de Nederlandse krijgsmacht voor vrede en veiligheid in de wereld te kunnen blijven verzekeren, wordt vanaf 2014 jaarlijks 250 miljoen van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking omgezet in een nieuw structureel budget voor Internationale Veiligheid. Dit budget komt beschikbaar voor Defensie voor aan internationale veiligheid verbonden kosten. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is verantwoordelijk voor de aanwending, in overeenstemming met de minister van Defensie. Corresponderend wordt de begroting van Defensie vanaf 2014 met 250 miljoen verlaagd, waaronder de volledige huidige HGIS-middelen voor vredesoperaties.
De missie in Afghanistan (Kunduz) wordt afgemaakt en conform planning afgerond in 2014.

Nieuw onderzoek exploitatiekosten opvolger F-16

In het regeerakkoord wordt vastgesteld, dat de oorspronkelijke voornemens met betrekking tot de vervanging van de F-16 zijn niet uitvoerbaar zonder aanpassing hiervan of het opnieuw stellen van prioriteiten binnen het totale Defensiebudget.
Het is de bedoeling, dat vanuit het Ministerie van Financiën een verzoek wordt gedaan aan de Algemene Rekenkamer om een onderzoek in te stellen naar de ontwikkeling van de financiële perspectieven ten aanzien van de aanschaf en van de exploitatie (operating en support kosten) van de vervanger van de F-16 en de informatievoorziening daarover in de afgelopen periode.

Dit kan gezien worden als een direct gevolg van het rapport dat verschenen is op donderdag 25 oktober 2012, waaruit duidelijk werd dat met name de beheersbaarheid van de exploitatiekosten in het geding is en dat eerdere informatieverschaffing op dit punt vanuit defensie (2002, 2005, kandidatenvergelijking 2008), hierin gesteund door de industrie, ernstig tekort is geschoten. Zie JSFNieuws, analyse ARK rapport 25-10-2012 voor details.

Vaststellen ambitieniveau krijgsmacht bij huidige budget

De minister van Defensie ontwikkelt, in overleg met de minister van Buitenlandse Zaken en uitgaande van het beschikbare budget, een visie op de krijgsmacht van de toekomst. Ook in de toekomst zal de krijgsmacht de verplichtingen in NAVO- verband gestand moeten kunnen doen en in staat zijn in internationaal verband een bijdrage te leveren aan crisisbeheersingsoperaties.

Vervolgens eind 2013 keuze; huidige MOU’s (contracten) voortgezet

Mede op basis van beide rapportages zal het kabinet eind 2013 een beslissing nemen over de vervanging van de F16. Gelet op het rapport van de Algemene Rekenkamer ter zake zetten we de ontwikkel- en testprogramma’s conform de MOU’s voort.

Tot slot: opinie JSFNieuws:

De gekozen weg is een logische route. Niet plotseling uit lopende overeenkomsten stappen en daarmee de industrie schaden. Eerst ambitieniveau vaststellen en berekenen wat de toekomstige exploitatiekosten zijn.

Dit komt overeen met wat we vanuit JSFnieuws op vrijdag 26 oktober 2012 op vragen van NU.NL hebben geantwoord en we “Plan C” hebben genoemd:

- Eerst ambitieniveau vaststellen totale krijgsmacht
- Bepalen welk budget we daarvoor overhebben
- Behoeftestelling nieuwe straaljager vaststellen
- Evaluatie uitvoeren,
- Rekening houdend met exploitatiekosten, structureel component, waar we (indien te hoog) 30 jaar hinder van hebben

Door NU.NL onder ander als volgt verwoord (zie artikel, inclusief soortgelijke opinie van de heer Ko Colijn, Instituut Clingendael):

Boeder pleit voor een fris en onafhankelijk onderzoek naar de opties die de overheid resten om uit ‘dit moeras’ te komen.

Volgens Boeder hangen zelfs 42 JSF’s de komende 30 jaar de krijgsmacht als een molensteen om de nek. “De aanschafkosten is één ding, maar de exploitatie is nog veel kostbaarder.”
De exploitatie per toestel over een termijn van 30 jaar werd in 2002 door defensie begroot op circa 47 miljoen euro per toestel (voor 30 jaar). Op het prijsniveau van dit jaar zijn die kosten gestegen naar 194 miljoen euro per toeste (voor 30 jaar)l, uitgaande van de aanschaf van 68 toestellen. Hoe minder toestellen worden gekocht, des te hoger de onderhoudskosten. Dat bedrag drukt alle investeringsruimte bij de krijgsmacht weg en heeft gevolgen voor marine en landmacht.

Boeder: “We moeten onze huidige voorkeurspositie in het JSF-project niet opgeven, maar wel rustig kijken naar onze verdere opties.”

Dit regeerakkoord geeft aan, dat eindelijk gedaan zal worden, wat voorafgaand aan de kandidatenevaluatie 2008 al werd bepleit door diverse partijen, namelijk: “Stel eerst vast, wat willen we qua ambitieniveau, op welk niveau willen we een rol spelen?”. En vervolgens: “Welke F-16 opvolger hoort bij dit ambitieniveau, gegeven het investerings- en exploitatiebudget.”

Motie 5 juli 2012 effectief geweest

Vastgesteld moet tevens worden, dat de motie van 5 juli 2012 door de toenmalige oppositie wel als effect heeft gehad, dat hierdoor door de minister van defensie nadere rapportages zijn opgedragen. Als gevolg hiervan heeft de Algemene Rekenkamer (ARK) gerapporteerd, dat ambitieniveau en exploitatiekosten serieuze knelpunten zijn en de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) mede vastgesteld dat uitstappen op dit moment niet de meest logische optie is. De conclusies van zowel ARK als SEO (inzake de industrie) komen ons inziens tot uitdrukking in dit regeerakkoord.

JSFnieuws/121029-Redactie

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Okt 25 2012

JSF casino: doorgaan onbetaalbaar, uitstappen onbetaalbaar

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Kesteren – Twee nieuwe rapporten over de JSF. Analyse moet tot de onthutsende conclusie leiden: de JSF is onbetaalbaar en marginaliseert de Koninklijke Luchtmacht in de internationale arena. De JSF lijkt echter onvermijdelijk, vanwege de reeds gemaakte kosten en de schadeclaims die kunnen voortvloeien door er uit te stappen. Enige analyse.

Het Rapport van onze Algemene Rekenkamer werd opgedragen door de Minister van Defensie Hillen na het aannemen van de motie door een meerderheid van de Tweede Kamer begin juli om uit de JSF te stappen.

Voortijdig uitlekken

Een concept van het rapport lekte uit naar de Telegraaf met kennelijke medewerking van defensie. Door als een soort pre-emptive strike een dag voor officiële vrijgave groot te koppen dat uitstappen 150 miljoen euro gaat kosten is de toon van het debat door hen gezet. Deze gedeeltelijke waarheid, overgenomen door andere kranten en door radio en TV blijft hangen en leidt af van de werkelijke inhoud van het rapport. En die is tamelijk schokkend.
Dit uitlekken roept vragen op:
- Defensie heeft kennelijk belang bij lekken en daarvoor verhullen van de echte inhoud
- Het rapport heeft in beperkte kring gecirculeerd. Het moet eenvoudig zijn het lek te achterhalen. Anders is geen sprake van een professionele organisatie of is er onwil in het spel om te verhullen, dat er bewust is gelekt.

Scope van het rapport

De scope van het rapport is beperkt. Deze is: onderzoek de opties die er zijn om het ontwikkelingscontract op te zeggen, het test- en evaluatiecontract op te zeggen; alles op te zeggen en helemaal uit de JSF te stappen. Wat kost dit? Wat zijn de gevolgen?
Deze scope moet bij het lezen duidelijk voor ogen blijven staan.

Het rapport en officieel commentaar

Het rapport kunt u hier downloaden “PDF (3,8 Mb) Uitstapkosten Joint Strike Fighter“.
Op de website van de algemene rekenkamer “is een samenvatting en bestuurlijke reactie” te vinden.
De officiële reactie van Minister van Defensie, de heer Hillen kunt u terugvinden in “F-35 project onder de loep“.

Onderzoeksmethodiek

De Algemene Rekenkamer is een onafhankelijk orgaan. Verwacht moet worden, dat ze onafhankelijk, zelfstandig een mening vormen op basis van eigen onderzoek en gebaseerd op niet-eenzijdige bronnen.
Wellicht door de tijdsdruk vormt dit rapport een negatieve uitzondering. De gebruikte bronnen zijn enorm eenzijdig. Dit blijkt uit de bijlage “Literatuur”. Geregeld komt het citaat voor “Volgens defensie….”. Ja, dat weten we. Maar het verzoek was een rapport te schrijven “Volgens de onafhankelijke Rekenkamer….” .
Data in het rapport over levertijd, prestaties, prijzen en budget is hoofdzakelijk gebaseerd op eerder aan de Kamer verstrekte data, afkomstig en nu herbevestigd door Defensie en de NIDV (de pro-JSF industrielobby). Zelfs gegevens van de Amerikaanse rekenkamer zijn nauwelijks gebruikt.
Er zijn geen referenties waaruit blijkt dat recente (kritische) rapporten van onafhankelijke rekenkamers en auditors in Canada, Australië of Noorwegen zijn gebruikt. Een gemiste kans.
Tevens blijkt uit niets dat onafhankelijke analisten of denktanks over de JSF zijn benaderd.
Geinterviewde personen: ambtenaren van Defensie en Ministerie LEI en het NIDV
Kortom het rapport is in hoofdzaak gebaseerd op eenzijdige informatie afkomstig van organisaties die pro-JSF zijn. Van de Rekenkamer hadden we anders mogen verwachten.
Wel is de analyse en interpretatie van deze eenzijdige data op een onafhankelijke wijze uitgevoerd.
Het rapport gebruikt bedragen met prijsniveau 2012 tegen een actuele dollarkoers.

Levertijd, F-16 blijft tot 2027

Wat kunnen we uit het rapport aflezen over de levertijd? We gaan hierbij uit van de meest realistische optie, het gaat door met de JSF (stoppen en weer instappen valt qua levertijd uiteraard negatiever uit). Dus de meest positieve situatie nemen we als uitgangspunt.
Bij een beslissing in 2015 kan de instroom starten in 2019. Zie pagina 62 t/m 64.
Bij een instroom tussen 2019 en 2022 van gemiddeld 9 toestellen (36 totaal) kan dan uiterlijk in 2021 en mogelijk 2022 de zogeheten IOC (Initiële Operationele Capaciteit) bereikt worden.
Het zal noodzakelijk zijn de operationele levensduur van de F-16 te verlengen tot 2027.
Dit zegt de zelfde organisatie die in 2002 beweerde dat rond 2012-2014 de F-16’s als zieke duiven uit de lucht zouden vallen en die in 2008 stelde dat levens van vliegers in gevaar zouden zijn als niet rond 2015-2019 de F-16 uitgefaseerd zou worden. Opmerkelijk.
De kosten van deze levensduurverlenging bedragen minimaal € 334 miljoen. Feitelijk is dit dus een kostenpost, die een gevolg is van de ontwikkelingsproblemen bij de F-35 en vanwege de foute beslissingen (overlap testen en productie) in dit ontwikkelingsproces. Onvoorzien door de “professionals” van DMO, NLR en TNO die dit in 2007-2008 kennelijk niet hebben voorzien. Of belemmerde hun tunnelvisie een professionele beroepshouding?

Voldoen niet meer aan NATO eisen

De vertraagde instroom van de F-35 en de operationele aftakeling van de F-16, plus de vermindering van de aantallen heeft tot gevolg dat Nederland niet meer voldoet aan de eisen die de NATO aan Nederland stelt.
Nadrukkelijk stelt het rapport dat het noodzakelijk zal zijn ons ambitieniveau bij te stellen.
Ooit was een belangrijke reden om de F-35 te kiezen: wij zijn een AAA-team en worden door de USA serieus genomen omdat we zo’n trouwe partner zijn. We zijn – juist dank zij de keuze voor de F-35 – nu dus definitief geen AAA-team meer en houden een gemarginaliseerde airpower component over die tot 2027 (of later) het mag doen met 30-35 jaar oude F-16’s.
Van een ander argument, veel gebruikt, we zijn een rijk land en moeten onze internationale verantwoordelijkheid nemen, komt zo evenmin veel terecht, evenals van het veel gehoorde adagium “we moeten onze vliegers het beste materiaal geven” en “het gaat om hun levens”, hoe valt dit uit te leggen in 2025 als we dan nog met F-16’s vliegen?
Het vraagstuk wat er moet gebeuren bij nog verdere vertragingen in de JSF ontwikkeling, niet ondenkbaar gelet op de softwareproblemen, wordt niet nader geanalyseerd. Een misser.

De IOT&E, de zogeheten testfase

Al begin 2008 en later herhaaldelijk in 2009 en 2010 is door JSFNieuws gesteld dat het houden van IOT&E testfase in de periode 2011-2013 een fabel was. We claimden toen dat de koop van de twee vroege testtoesten (een uit de LRIP3 en een uit de LRIP4 serie) beter uitgesteld kon worden en dat dit aanzienlijke besparingen zou opleveren. Zie artikel 4 november 2008 “Wanneer start de IOT&E fase van de JSF?“.
De “professionals” van defensie hielden vol dat dit realistisch was, gesteund door indertijd StasDef Jack de Vries. Weliswaar werd de IOT&E einddatum verlengd tot 2015, maar de twee toestellen moesten en zouden er eerder komen. Want we hadden de toestellen nodig voor opleiding van de vliegers.
Nu blijkt uit dit rapport dat de IOT&E dat stilzwijgend (Kamer duidelijk op de hoogte gesteld?) de contractdatum van de MOU-IOT&E is verlengd tot 2019 en dat de IOT&E tussen 2015 en 2019 gaat plaats vinden. Door later toestellen te kopen, hadden we zeker 150 miljoen kunnen besparen en waren we bovendien vrijer geweest in ons beslissingsproces.
Tevens is het onthutsend te lezen dat de IOT&E niet zal plaats vinden met Block 3 software, maar met de zeer beperkte Block 2 software. Dit houdt in dat voor werken met de Block 3 software (meer sensoren, meer wapens) er nog een nieuwe of aanvullende IOT&E moet plaats vinden na 2019. Waar is het budget, waar is de melding aan de Kamer?

Prijs en aantal

In april 2011 besloot het Ministerie van Defensie officieel het planaantal te verlagen van 85 naar 68 F-35A’s. Interessant is dat de JSF Program Office en Lockheed Martin in internationale perspresentaties nog steeds uitgaan van 85 toestellen (zoals bij alle landen wordt uitgegaan van te hoge aantallen, slechts om de industrie voor te spiegelen dat er zoveel orders aankomen).
Uit dit rapport blijkt (o.a. pagina 39) dat de Minister van Defensie al uitgaat van 56 toestellen.
Tevens blijkt dat de Minister van Defensie zich bewust is dat het ambitieniveau moet worden bijgesteld. Echter, de realiteit is nog confronterender (en dit vermeldde de Telegraaf niet).
Er is een budgetreservering van € 4,5 miljard voor de JSF, daarvan is straks al € 450 miljoen op.
Het oorspronkelijke budget (2007) was € 8 miljard (US$ 10.4 billion) voor 85 toestellen; dit werd herberekend in 2011 tot € 6,5 miljard (US$ 8.4 billion) voor 68 toestellen. Dit betekent een gemiddelde all-in prijs van US$ 123,4 millioen per toestel (vergelijk dit met de claims van Lockheed Martin en de eerdere waarschuwing door JSFNieuws).
Wanneer het budget niet wijzigt (en verhoging is uitermate onwaarschijnlijk inderdaad), dan houdt dit in dat we voor de resterende € 4,05 milhard (zie figuur 7 pagina 16 en figuur 20 op pagina 76) ongeveer 42 toestellen kunnen bijkopen. Dit komt overeen met wat we eerder dit jaar (“Uitgelekt plan: krimp naar 42 F-16’s”) schreven. Dit werd toen door Defensie afgedaan als pertinente onzin. Dit rapport bevestigt dat onze berichtgeving van mei 2012 op dit punt (de 42 toestellen) juist was.
De Rekenkamer noemt bewust niet een aantal, maar laat het wel duidelijk zien in de grafieken. Wanneer de prijs verder stijgt kan het aantal namelijk nog verder dalen; en de kans dat de prijs hoger wordt is aanzienlijker. Einde fatsoenlijke airpower component KLU.

De Onderhoud en Support kosten: verdrievoudigd

Toen ik in april 2009 voor een hoorzitting van de Tweede Kamer sprak en claimde, ondersteund met een uitgebreide analyse, dat de onderhoud en support kosten inmiddels waren verdubbeld en dat dit er toe zou leiden dat we het aantal F-35’s op tussen de 45 en 50 zouden moeten houden, werd ik weggehoond door defensie. “Een leek die niets snapt van airpower”. Enzovoorts. Maar mijn analyse uit 2009 blijkt zelfs nog veel te optimistisch.

Exploitatiekosten (Operating and Support, O&S) drukken structureel op de jaarlijkse begroting van defensie. Als dat uit de hand loopt is dat structureel lastig en ernstig. Dit is in het hele debat sinds 2007 systematisch te weinig naar voren gehaald en verdient meer aandacht.

In 2001 werd bij een plangetal van 85 toestellen, 30 jaar vliegen, een O&S bedrag genoemd van € 2,9 miljard (exclusief brandstof). Hierop was de keuze in 2002 mede gebaseerd. De andere toestellen zouden duurder zijn in gebruik.
In 2006 was al sprake van O&S kosten van € 5,3 miljard. Het werd niet aan de kamer gemeld. Door publicitaire druk (JSFnieuws) werd uiteindelijk duidelijk was het actuele cijfers was per eind 2008: € 9,05 miljard voor 85 toestellen (€ 107 miljoen per toestel). Dit steeg in 2009 tot € 9,8 miljard.

Nu vertelt dit Rekenkamer rapport dat er sprake is van € 14,2 miljard voor 85 toestellen. Vergelijk dat eens met 2002 (eerste beslissing), met 2006 (ondetekening MOU-PSFD) en met 2008 (de kandidatenevaluatie). Dan is dus ten opzichte van de eerste verwachting in 2002 ruimschoots sprake van een verdrievoudiging. Maar, gaan we terug naar 68 toestellen, dan worden de kosten per toestel relatief flink hoger. De Rekenkamer (gebaseerd op gegevens van Defensie) rekent voor dat bij 68 toestellen de kosten € 13,2 miljard zijn.

Exploitatie (O&S0 kosten per F-35, gedurende 30 jaar, calculatie Defensie:
In 2002 circa 47 miljoen per toestel (ondertekening MOU-SDD)
In 2006 circa 62 miljoen per toestel.(ondertekening MOU-PSFD)
In 2008 circa 106 miljoen per toestel (kandidatenvergelijking, MOU-IOT&E)
In 2012 circa 167 miljoen per toestel (bij 85 toestellen)
In 2012 circa 194 miljoen per toestel (bij 68 toestellen)

Te lezen in het rapport is tevens dat verlaging van aantal heeft relatief weinig effect op jaarlijkse exploitatiekosten helaas. De daling van 85 naar 68 toestellen verlaagt de exploitatiekosten slechts van circa € 475 miljoen per jaar naar circa € 440 miljoen.
En wat, wanneer we naar 42 toestellen gaan ?
En wat is het O&S budget nu per jaar voor de jachtvliegcomponent in de KLU?

Conclusie: zelfs voor 42 toestellen is structureel volstrekt onvoldoende O&S budget.
Dus de keuze is: verdringingseffecten richting andere onderdelen KLU, of richting Koninklijke Landmacht, of richting Koninklijke Marine. Niet alleen qua investeringen, maar dus zeker ook qua exploitatie. Of: toch heroverwegen of de F-35 niet onze totale defensiecapaciteit/budget opeet?

Het feit dat Defensie, NLR en TNO dit bij de evaluatie van 2008 niet hebben voorzien zegt iets over de door hen gehanteerde data en methoden. De evaluatie van 2008 is dus binnen nog geen vier jaar volstrekt achterhaald. Wie neemt daarvoor professionele verantwoordelijkheid?

Claims wanneer Nederland uit JSF project wil stappen

Het rapport geeft op pagina 28 en pagina 117 meer informatie over de regelgeving conform de US Federal Acquisition Regulation. Erg interessant. Dit is waar de Kamer in vragen en debatten geregeld naar gevist heeft. Maar nee, alle contracten konden we ondertekenen en natuurlijk we hadden wel een bepaalde commitment en moesten betalen wat in het contract stond, maar verder waren we helemaal vrij om te kiezen. De waarheid blijkt volstrekt anders te zijn.

Op bladzijde 116 kunnen we lezen wat er gebeurt wanneer Nederland echt wil uitstappen.
Subcontractors zullen mogelijk claims sturen naar de hoofdcontractors (Lockheed Martin en Pratt & Whitney). Deze zullen dit op hun beurt (kunnen) claimen bij het Pentagon conform de US Federal Acquisition Regulation. En conform de kleine lettertjes in o.a. MOU-PSFD (paragraaf 6.12, MOU-PSFD 2006) kan dit verhaald worden op de Nederlandse overheid (en dus belastingbetaler). Het mes achter de rug. Dus niet alleen doorgaan is onbetaalbaar, ook uitstappen is onbetaalbaar.

Wat nog steeds verzuimd wordt

In het handboek over helder denken (Rudolf Dobelli, De Kunst van het Heldere Denken) zou de redenering uit het Algemene Rekenkamer rapport worden gerubriceerd als “The sunk cost fallacy”, ook wel bekend als het Concorde Effect (het vliegtuig had al zoveel gekost aan ontwikkelingskosten, maar Engeland en Frankrijk gingen door, in de wetenschap dat het vliegtuig nooit rendabel zou kunnen worden).
We hebben al zoveel geïnvesteerd, het wordt nu te duur om uit te stappen. Een theorie die veel opgang vindt onder gokkers in een casino: “Ik heb nu al zoveel verloren aan de roulettetafel, nu moet ik wel doorgaan anders ben ik geheid alles kwijt”. Dat klopt, maar een uur later ben je nog veel meer kwijt en tenslotte sta je berooid buiten. De sunk cost fallacy leidt niet alleen tot dure besluiten, maar het kan ook rampzalig uitpakken. Je kunt van alles bedenken om met iets te stoppen of door te gaan, maar de slechtste reden om door te gaan is het rekening houden met wat er al aan is betaald.

Voor alles: eerst dit doen

Als de verantwoordelijke personen iets willen doen, dan zouden ze deze drie dingen moeten overwegen:
- Heb ik dit apparaat nodig
- Doet het apparaat datgene waar ik het voor nodig heb
- Kan ik het apparaat betalen (koopsom) en blijven betalen (exploitatie)

Als op een van deze vragen geen antwoord gegeven kan worden of een negatief antwoord, moet je het niet doen. Bij twijfel niet inhalen, zo eenvoudig is het. Was het voor de politiek ook maar zo eenvoudig.

Het casinoprobleem en de JSF

Het keuzevraagstuk is lastiger dan ooit
- Doorgaan onbetaalbaar en het einde van een professionele KLU.
- Uitstappen evenmin betaalbaar door de contractuele claims.

Denk even aan de gokker in het casino. Doorspelen leidt tot verlies. Maar hij heeft zich (achterkant van zijn toegangskaart) verplicht in het casino te blijven, als hij eerder naar huis wil, wordt hij ook uitgeschud.
Prima situatie dus, want de gokker is volledig vrij in zijn keuze. Plan A of Plan B.

De vraag doet zich voor: hoe zijn we nu bij dit keuzeprobleem terecht gekomen. Hadden de professionele adviezen van KLU-DMO, NLR, TNO en de Nederlandse industrielobby en het gebrek aan kritisch vermogen bij een deel van de Nederlandse politiek het bezoek aan dit casino kunnen voorkomen? En is er een Plan C?

Auteur: Johan Boeder

P.S. Met dank aan diverse personen die mij mailden, kritisch meedachten en mij aanmoedigden voor deze gelegenheid even JSFNieuws te reactiveren na enige maanden stilte. Mogelijk volgt nog een analyse van het SEO rapport.

JSFNieuws/121025

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Aug 14 2012

Eerste vlucht Nederlandse F-35: historisch moment

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Ontwikkeling JSF

Kesteren – In alle stilte en zonder de gebruikelijke publiciteit heeft maandag 6 augustus 2012 de eerste Nederlandse F-35 Joint Strike Fighter zijn eerste vlucht gemaakt. Een historisch moment, waarover de schaduw valt van de nog verre van complete software.

Op maandag 6 augustus 2012 maakte de eerste Nederlandse F-35A (genoemd AN-1, s/n F-001) de eerste proefvlucht vanaf het fabrieksvliegveld van Lockheed Martin in Fort Worth, Texas.
Op dinsdag 7 augustus 2012 volgde de tweede vlucht en op vrijdag 10 augustus 2012 volgde de derde vlucht van het circa € 130 miljoen kostende toestel, twee jaar later dan in 2008 gepland.

Opmerkelijk: geen publiciteit

Tot nu toe is bij elke eerste vlucht van een F-35, zeker wanneer dit de eerste van een type of voor een bepaald land betrof, een (kort) persbericht vrijgegeven.
Voor diverse andere eerste vluchten van een F-35A toestel voor de Amerikaanse luchtmacht en vier F-35B toestellen voor het Amerikaanse Korps Mariniers werden de afgelopen week persfoto’s vrijgegeven.
Het is onduidelijk waarom aan dit historische moment voor de Koninklijke Luchtmacht geen ruchtbaar is gegeven. De fabrikant Lockheed Martin overlegt normaal gesproken met een opdrachtgever over persberichten, verondersteld moet worden dat vanuit Den Haag de voorkeur is uitgesproken te wachten met een persbericht, mede gelet op de reactie van Lockheed Martin tegenover de pers: “We will need to refer you the Netherlands Ministry of Defence office for specifics surrounding the first flight of the Dutch F-35.”
Mogelijk ligt de oorzaak in de politieke gevoeligheid van het JSF dossier vier weken voorafgaand aan de verkiezingen.

Eerste F-35A Koninklijke Luchtmacht

In februari 2008 werd het verzoek aan de Tweede Kamer gezonden om deel te nemen aan de operationele testfase met twee toestellen. De aanschaf van deze eerste twee toestellen en deelname aan de testfase is begroot op circa € 280 miljoen. Maar door productieproblemen zijn modificaties nodig en zullen de kosten naar verwachting verder oplopen. De toestellen zouden in 2010-2011 beschikbaar moeten komen, voor deze testfase die in 2012-2013 had moeten aanvangen.
Het tweede toestel is nog in aanbouw en zal naar verwachting in het voorjaar van 2013 worden afgeleverd.
De operationele testfase, waarvoor de toestellen zijn aangeschaft is door vertragingen in de productie en bij de software-ontwikkeling uitgesteld tot op zijn vroegst circa 2016.
Nederland is het enige land buiten de USA, dat met de F-35A versie deelneemt aan deze operationele testfase. Noorwegen, Denemarken, Italië, Australië, Canada en Turkije hebben er voor gekozen niet aan deze operationele testfase deel te nemen met eigen toestellen, maar vaardigen hiervoor wel waarnemers af.

Software nog zeer incompleet

De eerste Nederlandse F-35A maakt deel uit van pre-productieserie 3 (LRIP3) en zou worden uitgerust met Block 1 software. Deze software is alleen bestemd voor aanvangsopleiding en kent nog vele vliegtechnische en missietechnische beperkingen. Wapens kunnen nog niet worden meegevoerd en tal van elektronische hulpmiddelen voor het uitvoeren van missies werken nog niet of slechts beperkt. Vanwege ontwikkelingsproblemen is deze versie inmiddels opgesplitst in Block 1A en Block 1B. Block 1B komt de komende maanden beschikbaar voor de reeds gebouwde F-35’s.
Oorspronkelijk zou de LRIP1 preproductieserie die in 2006 van de band zou rollen al uitgerust zijn met deze software. In 2006 werd dit bijgesteld tot beschikbaar komen in 2009 voor daadwerkelijke vliegtests. Nog later werd de planning bijgesteld tot juli 2010, wat evenmin gehaald is. Inmiddels ziet het er naar uit dat alle “bugs” er eind 2012 uit zijn.
Vertraging in de eerste versie, zullen bovendien leiden tot een cascade van verdere vertragingen in Block 2 en Block 3. Oorspronkelijk zou Block 2 gereed zijn voor de LRIP4 toestellen, nu ziet het er naar uit dat het 2015-2016 wordt.

Voorlopig beperkt assortiment wapens

De Block 2 software is eveneens gesplitst in Block 2A en Block 2B; diverse vereisten zijn doorgeschoven naar een volgende software Block om de vertragingen te kunnen hanteren. Probleem is dat straks fysiek wel vliegtuigen aanwezig zijn op de flightline, maar zonder adequate software kan men hiermee weinig missies vliegen en kan bijvoorbeeld de opleiding geen voortgang vinden en de operationele testfase geen gestalte krijgen.
Pas in de Block 2B software, die in 2015 beschikbaar komt, kunnen daadwerkelijk wapens meegevoerd worden. Maar zelfs dan zeer beperkt: slechts de geleide grondaanvalswapens GBU-31 en GBU-12 zijn beschikbaar en maximaal twee AIM-120 AMRAAM lucht-luchtraketten.

Block 3 pas rond 2017 – 2018 operationeel

In de Block 3 software wordt het wapenarsenaal uitgebreid met het beschikbaar komen van de GBU-39, kan er met 4 AIM-120 lucht-luchtwapens worden gevlogen en komt de AIM-9X Sidewinder Mk.1 korte-afstands lucht-lucht raket beschikbaar. Pas in Block 3, nu al met zeker zes jaar vertraagd, zal het mogelijk zijn de interne “gun” te gebruiken. In Block 3 is stevig geschrapt. Het gebruik van externe brandstoftanks is helemaal uit de planning verdwenen, waardoor er aanzienlijke beperkingen zullen zijn voor zelfstandige lange afstandsvluchten, zeker ten opzichte van de huidige F-16’s een terugval in mogelijkheden en meer afhankelijkheid van tankers (of meer tussenlandingen). Block 3 was de versie die gebruikt is voor de Nederlandse evaluatie (en keuze) in december 2008. Feitelijk is daarmee deze evaluatie missie technisch gezien achterhaald. Alle andere wapens zijn uitgesteld naar de nog niet 100% gedefinieerde Block 4 versie, hiervoor zullen gebruikers in een later stadium – extra- moeten betalen.
Voor een duidelijk overzicht van de wapencapaciteit in Block 3: zie deze PDF download van een Amerikaanse presentatie “21 March 2012 - F-35 Program Status and Weapons Roadmap
Precision Strike Annual Review 2012
”.

Al jaren voorspeld: software wordt het centrale probleem

Al vele jaren wordt gewaarschuwd voor de desastreus verlopende software ontwikkeling.
Dit houdt een ernstig risico in voor alle JSF partnerlanden voor het realiseren van adequate airpower capaciteit rond 2018-2023.

Eerdere artikelen hierover op deze website JSFNieuws.bl

Vertragingen software voor JSF groeiend probleem (19 mei 2012)

Software JSF een probleem (14-jan-2011)

Software wordt centrale probleem (5-dec-2009)

Auteur: Johan Boeder

JSFNIEUWS120813-JB/jb

2 reacties op dit bericht...

Jun 19 2012

US GAO report about F-35: mixed performance, major concerns

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Canadian newspaper The Hill Times summarises the latest US GAO report (50 pages):. “U.S. government spending watchdog raises more red flags about F-35’s soaring costs, delays and major failures“.

This year’s issue of the US Government Accountability Office F-35 report contains a continued story of mostly negative news about the F-35 program, but some positive developments mentioned also.

Some quotes from the US GAO report (50 pages, PDF download here).


Development costs:
2001: US$ 34,4 billion and development length 10 years
2012: US$ 55,2 billion (plus 61%) and development length 16 years

Acquistion costs (unit cost estimates):
2001: US$ 81 million
2012: US$ 161 million (plus 99%, inflation corrected)

Initial Operational Capability (planning):
2001: planned 2010-2012
2012: to be decided, possibly in 2019 (7-9 years delay)

Test flights: 21% completed, and US GAO reports “the most challenging still lies ahead.” IOT&E of a fully integrated and capable JSF not possible before spring 2017.

First four production contracts show cost overruns of between 7.1% and 14.4%. On average US$ 11 million has to be paid for the first 63 aircraft under contract (including UK and Dutch jets).

Affordability Challenges ahead

Overall program affordability—both in terms of the investment costs to acquire the JSF and the continuing costs to operate and maintain it over the life-cycle—remains a major challenge. As shown in figure 4, the annual funding requirements average more than $12.5 billion through 2037 and average more than $15 billion annually in the 10-year period from fiscal years 2019 through 2028. The Air Force alone needs to budget from about $6 to $11 billion per year from fiscal year 2016 through 2037 for procurement of JSF aircraft. At the same time, the Air Force is committed to other big-dollar projects such as the KC-46 tanker and a new bomber program.

Cost growth since 2007: 42 percent

The new program baseline projects total acquisition costs of $395.7 billion, an increase of $117.2 billion (42 percent) from the prior 2007 baseline. Full rate production is now planned for 2019, a delay of 6 years from the 2007 baseline. Unit costs per aircraft have doubled since start of development in 2001. Critical dates for delivering warfighter requirements remain unsettled because of program uncertainties.”

Software main risk, and growing risk…….

As often reported already (since 2007) by JSFNieuws.nl the software is one of the main risks in the F-35 program. “
Overall performance in 2011 was mixed as the program achieved 6 of 11 important objectives. Developmental flight testing gained momentum and is now about 21 percent complete with the most challenging tasks still ahead. Performance of the short takeoff and vertical landing variant improved this year and its “probation” period to fix deficiencies was ended after 1 year with several fixes temporary and untested. Developing and integrating the more than 24 million lines of software code continues to be of concern. Late software releases and concurrent work on multiple software blocks have delayed testing and training. Development of critical mission systems providing core combat capabilities remains behind schedule and risky.”

Bad news for the industry

Amazing statistic about the program and the threatening lack of orders (and lower return on huge industrial investment in the whole global supply chain): “Since 2002, the total quantity through 2017 has been reduced by three-fourths, from 1.591 to 365.”

Development missions systems risky and far behind schedule

Development of critical mission systems providing core combat capabilities remains behind schedule and risky. To date, only 4 percent of the mission systems required for full capability have been verified. Deficiencies with the helmet mounted display, integral to mission systems functionality and concepts of operation, are most problematic. The autonomic logistics information system, integral technology for improving aircraft availability and lowering support
costs, is not fully developed
.

Acquistion malpractice: Concurrent development and production

Most of the instability in the program has been and continues to be the result of highly concurrent development, testing, and production activities. Cost overruns on the first four annual procurement contracts total more than $1 billion and aircraft deliveries are on average more than 1 year late…The manufacturing process is still absorbing higher than expected number of engineering changes resulting from flight testing, changes which are expected to persist at elevated levels into 2019, making it difficult to achieve efficient production rates. More design and manufacturing changes are expected as testing continues, bringing risks for more contract overruns and concurrency costs.

JSFNieuws120618-JB/jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jun 11 2012

Groen Links wil parlementair onderzoek inzake JSF

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag - Tegenover NU.nl heeft GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed gezegd dat hij het de hoogste tijd vindt dat de Tweede Kamer “goed inzicht krijgt hoe Nederland in de ontwikkeling van het gevechtsvliegtuig verzeild is geraakt”. Hij pleit daarom voor een parlementair onderzoek.

Op 5 juli 2012 is een (regulier) overleg gepland over de voortgang van het JSF miljardenproject. El Fassed wil dan een motie indienen om een parlementaire enquête te starten. Hij gaat ervan uit dat alle partijen die kritisch zijn over de JSF, het voorstel zullen steunen. Deze partijen zijn naast Groen Links: SP, PvdA, PvdD, D66, fractie-Brinkman en PVV en hebben samen een ruime meerderheid in de Tweede Kamer (93 van de 150 zetels zijn tegen of kritisch over de JSF). Alleen VVD, CDA, SGP en CU zijn kritiekloos voorstander van het toestel en willen koste wat kost doorgaan met het JSF project. Door de stijgende kosten dreigt echter halvering van onze Koninklijke Luchtmacht en sluiting van een van de luchtmachtbases.

Tegenover NU.nl zegt El-Fassed: “In andere landen zijn reeds hoorzittingen geweest over het gevechtsvliegtuig, met schokkende uitkomsten. Nu moet ook deze Kamer laten zien dat ze zichzelf serieus neemt en een onderzoek starten.” El Fassed wil dat net als bij andere miljarden projecten lessen worden geleerd uit de telkens veel te rooskleurige perspectieven die geschetst worden bij aanvang van dergelijke miljardenprojecten.

Bron: NU.nl; 11-jun-2012; ‘Onderwerp JSF aan parlementair onderzoek

4 reacties op dit bericht...

Mrt 13 2012

F-35 LRIP 5 Contracts: no sign of decreasing

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Defense Aerospace journalist Giovanni de Briganti analysed the latest contracts for the 5th lot of Low Rate Initial Production of the F-35 Joint Strike Fighter and concluded:

“Previously estimated at nearly $160 million, the unit price of F-35 fighters ordered as part of the fifth Low-Rate Initial Production batch (LRIP Lot 5) has now passed $200 million, once additional contracts awarded by the Pentagon since our previous estimate on Dec. 9, 2011 are included.”

Unsurprisingly, F-35 prices in fact show no sign of decreasing, and the total cost of LRIP Lot 5 further increased after two additional contracts awarded in late December. ”

(….)

Including these three, the Pentagon has awarded five contracts, together worth $6,280 million, to fund 30 LRIP 5 aircraft, whose average unit cost – engines included — is thus $203.4 million.
Given the information provided in each Lot 5 contract announcement, it is possible to compute, with a degree of accuracy, the cost of each version of the F-35. If the average cost is $203.4 million per aircraft, it in fact varies substantially according to the version:

– F-35A: $172 million per aircraft;
– F-35B: $291.7 million per aircraft;
– F-35C: $235.8 million per aircraft.

Read the complete analysis ….. SOURCE Defense Aerospace

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 20 2012

Het JSF dossier: tussenbalans standpunten politiek Den Haag

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag - De Vaste Kamercommissie voor Defensie vergaderde woensdag 8 februari 2012 over het JSF-dossier. De politieke standpunten van voorstanders en tegenstanders blijken, ondanks sterk gewijzigde omstandigheden, onveranderd. Een tussenbalans in dit politiek gevoelige dossier.

Vier uur achtereen vergaderde de Vaste Kamercommissie voor Defensie op 8 februari over de Joint Strike Fighter. Bijna alle relevante stukken (brieven, rapportages) van de afgelopen twee jaar waren geagendeerd, een lijst van meer dan 40 punten. Bij de vergadering waren vrijwel alle politieke partijen vertegenwoordigde, zodat in de loop van de vergadering een goed beeld kon ontstaan van de huidige politieke mening in dit dossier. Alleen Partij van de Dieren, Christenunie en SGP lieten verstek gaan.

VVD-er Ten Broeke “JSF is goedkoper dan andere toestellen”

Als eerste kwam de VVD aan het woord. Zoals verwacht steunde VVD-er Han ten Broeke de JSF volop. In zijn vurig pleidooi nam hij echter een loopje met de feiten. “De 800 miljoen die Nederland in het project geïnvesteerd heeft is al lang terugverdiend aan compensatie orders” (Opmerking redactie: € 800 miljoen omzet met gemiddeld 8% marge is € 64 miljoen; deze moet tegenover de € 800 miljoen belastinggeld, cq. industriesubsidie gesteld worden, pas bij € 6,4 miljard harde industrie orders is dat niveau dus bereikt). Hij baseerde zich hierbij op de cijfers van PWC uit februari 2009. PvdA-er Angelien Eijsink liet hem weten dat deze cijfers allang achterhaald zijn en destijds door het CPB als onjuist gekwalificeerd waren. Het merendeel van de compensatieorders betreffen raamcontracten. Raamcontracten waarvan het maar ooit de vraag is of die ingevuld gaan worden. Bovendien is een uitgave van 800 miljoen niet terugverdiend door eventuele tegenorders van die grootte. Daar is een veelvoud van dat bedrag voor nodig. Ten Broeke toonde zich niet onder de indruk en bleef geloven in zijn eigen waarheid. Terwijl alle deelnemende landen, waaronder ook Amerika zelf en ook Hillen de voortdurende prijsstijgingen een doorn in het oog is, beweerde ten Broeke bijna het omgekeerde. De JSF was in zijn ogen helemaal niet een duur toestel. “Neem nu de Saab Gripen, Zwitserland betaalt maar liefst 155 miljoen US dollar per stuk daarvoor. Heel wat meer dan de JSF ooit zal kosten”. Eijsink wees hem op de feiten. De scherpe all-in prijs van de offerte van de Saab Gripen NG in 2009, € 4,5 miljard voor 85 toestellen, deed vriend en vijand verwonderen. Deze lag toen al ver onder de stuksprijs van de JSF. De stuksprijs van de JSF is nadien alleen maar hoger geworden. Ten Broeke leek het allemaal niet te raken. Ten Broeke gaat nog steeds uit van een JSF prijs rond de € 55 miljoen. Hij ging door: “De Saab Gripen NG bestaat nog helemaal niet en zal waarschijnlijk nooit verder komen dan de tekentafel”. Ook SP-er Jasper van Dijk probeerde ten Broeke nog eens met de juiste cijfers te confronteren: De prijs per vlieguur van de JSF is inmiddels al twee keer zo hoog als van de F-16”. Vergeefse moeite. Ten Broeke nam niets terug. Nuanceerde zelfs niets. De oppositiepartijen verzuchten: “Dit gegoochel met cijfers doet u, heer Ten Broeke, nu altijd”.

CDA benadrukt belang werk voor Nederlandse industrie.

CDA-er Knops toonde zich ook zonder meer voorstander van de JSF, maar bleef met zijn argumenten binnen de marges van het aanvaardbare, zonder te vervallen in gegoochel met cijfers of feiten. Hij herhaalde het bekende CDA standpunt en benadrukte het belang van de JSF voor de Nederlandse industrie, met name voor Stork. Hij pleitte voor het volop doorgaan met de verwerving van de JSF. Knops hierover: “Anders slachten we de kip met de gouden eieren”.

PVV: we zijn tegen JSF, maar stemmen voorlopig voor

PVV-er Hernandez bleef inhoudelijk oppervlakkig. “We zijn en blijven tegen de JSF, maar hebben voor de twee testtoestellen gestemd omdat we dat in het regeerakkoord ingeruild hebben tegen heel wat andere goede zaken.” De PVV’er liet weten, dat wat hen betreft samenwerking met andere landen kan, mits het de soevereiniteit van Nederland niet aantast.

Eijsink: Kandidatenvergelijking 2008 inmiddels volstrekt achterhaald

PvdA-er Angelien Eijsink verwoordde de vele veranderingen sinds december 2008. Toen werd de kandidatenvergelijking gepresenteerd. De JSF zou op alle fronten beter zijn dan de Saab Gripen NG en de F-16 advanced, aldus Defensie. De beoordeling vond plaats op de criteria: Prijs, kwaliteit en levertijd. Maar inmiddels weten we beter, betoogde Eijsink. De prijs is sterk gestegen en nog weten we het plafond niet, er zijn pagina’s met grote technische problemen en de levertijd is jaren uitgesteld. Kortom als je nu een kandidatenvergelijking houdt kan de uitslag wel eens heel anders zijn. Voordat in 2015 definitief besloten gaat worden is een nieuwe kandidatenvergelijking noodzakelijk. “Hoe zullen we anders ooit kunnen zeggen wat het beste toestel voor de beste prijs is”. Tijdens een recent werkbezoek aan de VS wees ze een generaal op de kritische geluiden van het GAO, de Amerikaanse Rekenkamer. Ze toonde zich geschrokken van het antwoord. Het GAO werd in de hoek gezet met “Dat zijn professionele criticasters”. Eijsink wees erop dat de informatie vanuit de Amerikaanse Defensie niet transparant is geweest, zelfs van het JPO niet waar een vertegenwoordiger van Nederland in zit. “Pas achteraf hoorden we dat het JSF project ontspoord was. De Kamer is in de maling genomen. We kunnen ons toch echt niet overleveren aan de goede bedoelingen die Panetta in een Valentijnsbrief aan Hillen schrijft. We hebben ons zelfs vastgezet. We zijn het enige land dat 4 MOU’s ondertekend heeft, maar we krijgen minder info dan anderen. En beloofde werkgelegenheid gaat niet naar Nederland, maar naar bedrijven in een andere landen. En Japan krijgt ook tegenorders, terwijl die van de plank kopen ”. Verder wees ze erop dat Hillen samenwerking met de Denen en Noren gestart is alleen gericht op de aanschaf van de JSF. “Dat is onjuist. Je zet je zelf nog meer vast door je te verbinden met andere landen. Er zal dan in 2015 weinig meer te kiezen zijn”.

D’66: stap alsnog uit testfase JSF

D’66er Hatchi pleitte voor verkoop van de twee testtoestellen en om uit de steeds duurder wordende testfase te stappen. Van de gelden konden veel militairen aan het werk blijven. “In de tijd van vele bezuinigingen is het niet meer vol te houden. We gaan nog steeds voor het beste toestel voor de beste prijs, maar steeds duidelijker is dat daarbij ook naar alternatieve toestellen gekeken moet worden. En dan een toestel kiezen die past bij onze ambitie”. Ook zij noemde de kandidatenvergelijking achterhaald.

Groen Links: wijst op verwervingswangedrag

GL Kamerlid El Fassed vroeg minister Hillen of hij kon instemmen met de kwalificatie van de Amerikaanse Staatssecretaris van Defensie (en chef inkoper) Frank Kendall, die op 6 februari 2012 publiekelijk zei “Putting the F-35 into production years before the first test flight was acquisition malpractice. It should not have been done, OK?”. (Zie JSFNieuws 6-feb-2012 “Pentagon geeft fouten toe”) Minister Hillen wilde echter niet zo ver gaan als zijn Amerikaanse collega, maar gaf toe dat er fouten zijn gemaakt.

SP: totaal uitstappen enige optie

SP-er Jasper van Dijk hekelde het JSF project. Hij verwees in zijn betoog meerdere keren naar de info van Johan Boeder en van JSFnieuws.nl. “De gekozen route is dwaas; Boeder heeft in 2009 al voor de Kamer uiteengezet dat de overlap van ontwikkelen, testen en produceren tot grote problemen gaat leiden. Maar de regering heeft zich doof getoond. De leus “Falen is geen optie” is ingeruild voor “Slagen is geen optie”. Het is een molensteen om onze nek. Slechts 52 zetels in de Kamer zijn voor de JSF. Onbemande vliegtuigen domineren straks de luchtmacht. Stap uit het JSF project, u maakt zich onsterfelijk populair”.

Minister Hillen erkent fouten en belooft nieuwe openheid

Nadat alle politieke partijen hun zegje hadden gedaan, ging minister Hillen in op de naar voren gebrachte vragen en standpunten. Minister Hillen erkende dat er fouten zijn gemaakt. “De beste straf voor de zonde is de pijn. En die is gevoeld”. Hij had zijn Amerikaanse ambtsgenoot Panetta op het hart gedrukt hem beter te informeren. Hij had hem verteld “niet meer uit de media zaken te willen vernemen, die hij zelf nog niet eens te horen heeft gekregen”. Hillen: “We hebben afspraken gemaakt met andere landen en Nederland is een betrouwbare bondgenoot. Daarom ga ik door met het JSF project, ook al sluit ik teruglopende aantallen niet uit. Bovendien besluit deze regering niet. Ik blijf binnen het besluit van de Tweede Kamer. Ik maak in gesprek met andere landen altijd het voorbehoud dat de definitieve keuze nog gemaakt moet worden. En de samenwerking met Noren en Denen is noodzakelijk omdat anders werkgelegenheid daarheen gaat. De Noren probeerden achter onze rug om het onderhoud van motoren binnen te halen. We hebben nu afspraken gemaakt om elkaar niet meer te beconcurreren. We moeten het gezamenlijk doen.” Hij wilde ondanks aandringen van Groen Linkser El Fassed niet bevestigen dat het om verwervingswangedrag ging, zoals de Amerikaanse staatssecretaris recent publiekelijke had toegegeven. “Die kwalificatie neem ik niet over”. “De kostenstijgingen zitten nog binnen onze norm. De prijs is natuurlijk niet oneindig op een krimpende markt”. Hillen beloofde voortaan zo transparant mogelijk te zijn en dat hij de interne controle zo sterk mogelijk zal organiseren. PvdA-er Eijsink toonde zich ingenomen met de nieuwe openheid, maar vond dat niet blind op het Pentagon vertrouwd kon worden. Ze pleitte daarom voor een betere “check and balances”.

Binnenkort Algemeen Overleg in Kamer

Namens Groen Links diende El Fassed een verzoek in tot een verlengd Algemeen Overleg. Deze zal binnenkort gehouden worden. Het lijkt er op, dat tijdens dit overleg Groen Links, SP, D-’66, SP en PvdA moties zullen indienen, al dan niet gezamenlijk. Groen Links zal vragen om een onafhankelijk onderzoek vanuit de Tweede Kamer. PvdA benadrukte het belang van onderzoek naar internationale samenwerking, al dan niet met de Noren en Denen, dat zich verder uitstrekt dan alleen de JSF. D-’66 pleitte voor het uit de testfase stappen en de twee testtoestellen te verkopen en SP pleit opnieuw voor het totaal uit het JSF project te stappen.

De balans opgemaakt

De standpunten van de VVD en CDA – beiden onwrikbaar voorstander van de JSF, ondanks de sinds de Kandidatenvergelijking van 2008 sterk gewijzigde omstandigheden – zullen niet veranderen. De PVV – tegenstander van de JSF, maar voorlopig voorstemmer – zal vanwege afspraken in het gedoogakkoord, de oppositie echter niet kunnen steun. Hiermee zal er uiteindelijk voorlopig niets veranderen in dit politiek gevoelige dossier tot de volgende verkiezingen.

Auteur: Jan Glas, Leeuwarden

JSFNieuws/07feb2012/JG-jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 07 2012

JSF project: totale reductie tot 2017 al 1600 toestellen

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Kesteren – In 2001 werden gouden JSF bergen beloofd. Aantallen van 4500 tot 6000 toestellen, vele miljarden omzet, duizenden banen. De beloften zijn niet waargemaakt. De totale reductie tot 2017 bedraagt al 1600 toestellen. Dit vertegenwoordigt in de internationale industrieketen voor de JSF een waarde van circa 120 miljard dollar (1600 x minimaal US$ 75 miljoen). Uitgstelde omzet? Of definitief verdwenen omzet? Is het tijd voor nieuwe beslissingen? Een rondje langs de internationale partners laat een onthutsend beeld zien van wegebbende JSF orders.
Wie denkt dat de diverse partnerlanden, die nu defensiegeld tekort komen en F-35’s schrappen uit het budget, dure modificatieprogramma’s of voorlopige tussenoplossingen financieren, later de JSF-dollars alsnog uit de lege defensiehoed toveren, kent de historie en de werkelijkheid niet. Een nu niet bestede defensiedollar blijft altijd uit het zicht.

En blijft altijd uit het zicht

Wie binnen onze Nederlandse strijdkrachten kent niet dit oude liedje? En hoe vaak is dit de afgelopen decennia niet al te waar gebleken.

Defensiegeld beloofd in het verleden
En niet besteed in ‘t heden,
wordt door falend beleid
of generale ijdelheid,
verschoven naar vaag schemerlicht.
En blijft altijd uit het zicht.

Eén JSF = 1 miljoen euro omzet = 11 arbeidsjaren

Het (destijds zo geheten) Ministerie van Economische Zaken verdedigde in 2008 en 2009 stellig het PriceWaterhouseCoopers rapport. Daarna zijn ze er nooit op teruggekomen, dus moeten we aannemen dat nog steeds geldig is:
1 JSF produceren = minimaal 1 miljoen euro Nederlandse industrie omzet en behoud of scheppen van circa 11 arbeidsjaren in ons land (50.000 arbeidsjaren totaal). Dit conform de nooit herroepen redenatie van MinEZ, PriceWaterhouseCoopers, door ons toen overigens bestreden als onjuist.

USA reductie in 2010 t/m 2012

In de USA zijn drie jaar op rij drie “herstructureringen” doorgevoerd om de miljarden tegenvallers en vertragingen in het JSF project op te vang. Wie de desolate toestand van de Amerikaanse staatsfinanciën kent, zal direct toegeven: deze verkeerd uitgeven of weggestreepte defensiedollars “blijven altijd uit het zicht”. En komen nooit meer bij de JSF industrie terecht.
Samengevat:
Herstructurering nummer 1 - februari 2010: 122 toestellen geschrapt.
Herstructurering nummer 2 - februari 2011: 124 toestellen geschrapt.
Herstructurering nummer 3 - januari 2012: 179 toestellen geschrapt.
(en wat komt volgend jaar?)
Totaal : 425 Amerikaanse toestellen in 3 jaar = 425 miljoen gemiste omzet voor de Nederlandse luchtvaartcluster, dat is in bijna drie jaar 10% van het beloofde aantal van 4500 toestellen. En dus 10% van de beloofde 50.000 arbeidsjaren, is 5.000 arbeidsjaren. En dat in drie jaar Amerikaanse bezuinigingen. Betrouwbare zakenpartners, die Amerikanen. En geloof me, ze worden “naar de toekomst geschoven”, ofwel “verschoven naar vaag schemerlicht, altijd uit het zicht”.
En u denkt nu: “Minister Verhagen vliegt na zijn Nedcar reisje naar Japan direct door naar de USA, 5.000 arbeidsjaren……….De redding van de Nederlandse luchtvaartcluster is in het geding…..”.

Reductie US orders sinds 2001 enorm: ruim 1200 JSF’s al geschrapt

Feitelijk moeten we verder teruggaan dan 2009. In 2001, toen de Nederlandse industrie, nog aan het begin stond van de veelbelovende JSF business case en de contracten (MOU-SDD) door Nederland nog getekend was de planning en belofte dat de USA t/mt kalenderjaar 2017 totaal 1577 JSF zou laten bouwen.
Dus voor de Amerikaanse strijdkrachten alleen, samengevat, planning tot 2017:
- In juli 2002 bij ondertekening SDD-contract : 1577 toestellen
- In december 2008 bij kandidatenevaluatie: 1077 toestellen, minus 500
- In januari 2011 actuele situatie 362 toestellen, opnieuw minus 715
Totale reductie van ruim 1200 toestellen ofwel 77% van de belofte tot 2017 niet nagekomen, met als gevolg 1,2 miljard gemiste industrie-omzet in Nederland vanwege Amerikaanse bezuinigingen.
Niemand kan uitleggen wanneer deze toestellen wel gebouwd kunnen gaan worden. En verdere reductie is niet uitgesloten. De grote vraag is of die 1.200 geschrapte toestellen in een later stadium ooit nog terugkomen in het budget. Want, gelet op de enorme bezuinigingen van het Pentagon en de verschuiving naar alternatieve toestellen, is de vraag, welk budget?

Totale reductie orders sinds 2001: ruim 1600 JSF’s al geschrapt

Kijken we naar de situatie bij de partnerlanden, dan zien we een gelijksoortig uitstel patroon van geplande orders tot 2017.
Voor alle strijdkrachten samen was, samengevat, de productieplanning tot 2017:
- In juli 2002 bij ondertekening SDD-contract : 2035 toestellen
- In december 2008 bij kandidatenevaluatie: 1535 toestellen, minus 500
- In januari 2011 actuele situatie 422 toestellen, opnieuw minus 1113
Totale reductie van ruim 1600 toestellen ofwel 79% van de belofte tot 2017 niet nagekomen, met als gevolg totaal 1,6 miljard gemiste Nederlandse industrie-omzet en (conform PriceWaterhouseCoopers, 2009) totaal circa 16.000 gemiste arbeidsjaren (33% van het totaal wat beloofd was). Totale industriewaarde 1600 toestellen x minimaal 75 miljoen dollar is US$ 120 miljard tot 2017 aan niet nagekomen beloftes voor de (internationale) industrie.
Aantoonbaar is bij alle partnerlanden sprake van uitstel voor kortere of zelfs aanzienlijk langere tijd en van behoorlijke aantallenreducties.

Nog weinig echt harde orders

Echt harde orders (ondertekende contracten) zijn er alleen van USA (91 stuks); UK (3 stuks), Nederland (2 stuks). Voor de rest dus niet. Wel zijn serieuze contractonderhandelingen gaande met Australië (4 stuks); Noorwegen (4 stuks); Italië (2 stuks); Turkije (2 stuks); Japan (4 stuks); Israël (19 stuks, gesubsidieerd door USA). De rest betreft “opties” of “commitments” in soms concrete, maar vaak ook zeer vage vorm.
Harde orders zijn er dus nog weinig. De kans dat tot 2017 verdere uitstelacties of reducties volgen is aanzienlijk. En zoals het rijmpje zegt: Een nu niet bestede defensie euro blijft altijd uit het zicht.

Australië

De Australische luchtmacht ontving binnen budget en binnen de gestelde levertijd 24 Boeing Super Hornets (het kan dus wel bij defensieprojecten!); schuift verdere F-35 aankopen naar achteren; en overweegt serieus nog meer Super Hornets te kopen.
Tot nu toe is slechts sprake van een contract voor 2 toestellen, de rest zijn opties.

Canada

Canada tekende nog geen enkel contract, liet het aantal al zakken van 80 naar circa 65 en de defensieminister maakte eind januari bekend verder uitstel te overwegen vanwege de problemen met het testen en de productie van de F-35.

Denemarken

In Denemarken is sterke oppositie tegen de F-35, het te verwerven aantal is al geslonken van 48 naar circa 25-30. De discussie om samen met Nederland en Noorwegen te kopen leeft totaal niet (soevereiniteitskwestie). Later dit decennium zal een open competitie plaats vinden met als mededingers Boeing en Saab.

Italië

Italië is sterk getroffen door de Euro-crisis. Een wapenaankoop van deze omvang ligt zeer gevoelig op dit moment. Eind vorige week werd in ieder geval duidelijk dat stevig gesneden gaat worden in het aantal toestellen en er uitstel zal zijn, maar in het parlement ligt de hele deal hevig onder vuur.

Nederland

Alleen in Nederland verloopt het F-35 project probleemloos. Het plangetal staat onverminderd op 85 toestellen. Iedereen in de industrie en luchtmacht is enthousiast en onze minister van defensie heeft het idee dat het fundament onder de F-35 steeds steviger wordt.

Noorwegen

Noorwegen heeft in 2008 in beginsel gekozen voor de F-35, maar er is nog geen enkel vast contract en slechts contractonderhandelingen over de eerste 4 toestellen zijn gaande. De laatste maanden ontvangt de F-35 vanwege de problemen en budget overschrijdingen stormen van kritiek in de Noorse pers en het Noorse parlement. Noorwegen stelt als eis dat hun NSM geleide wapen wordt geintegreerd, dit kan pas vanaf Block 4 (die na 2019 ter beschikking komt). Hierover wordt nog stevig discussie gevoerd.

Turkije

Turkije heeft weliswaar begin dit jaar bekend gemaakt 2 F-35A’s te zullen kopen (om te gaan trainen en testen), maar dit zijn er minder dan oorspronkelijk voor dit jaar bedoeld waren. De contractonderhandelingen moeten bovendien nog beginnen en in Turkije is hevige discussie over de toegang tot de software.

US Navy

De US Navy koopt jaar na jaar extra Boeing Super Hornets om de gaten te vullen die ontstaan door de late levering van de F-35.

US Air Force

De US Air Force stoot 10% van de jachtvliegtuigen af de komende budgetperiode, o.a. 5 squadrons A-10 grondaanval toestellen. Denkt u dat die capaciteit ooit nog ingevuld gaat worden door de beloofde F-35’s?

US Air Force

De US Air Force gaat de beste F-16’s selecteren om een upgrade programma van 2,8 miljard dollar te ondergaan, zodat ze tot 10.000 – 12.000 vlieguren mee kunnen. Dit modificatieprogramma zal er voor zorgen dat de toestellen tot rond 2025-2030 mee kunnen gaan (op dat moment is het F-35 concept al circa 30 jaar oud, denkt u dat ze dan nog ooit vervangen worden door F-35’s?)

Groot-Britannië

De Britse marine verkocht alle Harriers in 2011 en stelt de aankoop van F-35’s uit tot ver na 2020; intussen gaat de kennis op vliegdekschepen verloren. Straks weer te herstellen? Wat gebeurt er met de nieuwe vliegdekschepen, waar geen straaljagers voor zijn? Maken ze straks andere keuzes? De Times meldde al dat overwogen wordt bijvoorbeeld Boeing Super Hornets of Rafales te kopen. Een gerucht dat niet onlogisch hoeft te zijn.
Volgens het Britse ministerie “alleen maar geruchten”. Maar er net als eerder met het schrappen door het VK van de F-35B en het uitstel naar 2020, dat waren ook geruchten, ze kwamen wel uit.

Gevolg neerwaartse prijs-aantal spiraal

De gevolgen voor de stuksprijs, voor defensieorganisaties van andere landen en voor de industrie zijn enorm, maar deze zwijgen daar liever over uit angst voor repercussies of het mislopen van de nog resterende orders:
- Minder werk en omzet voor industrie
- Desastreus lage bezettingsgraad en ROI op investeringen
- Hogere stuksprijs door ontbreken productievolume
- Minder onderhoudswerk dan voorzien
- Hogere prijs per vlieguur door lage geleverde aantallen
- Leercurve (lagere prijs) in productieproces komt niet tot stand
- Circa US$ 1200 miljard omzetverlies tot 2017 voor de industrie (los van onderhoud)

Auteur: Johan Boeder
JSFNieuws/07feb2012/JB-jb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

« Vorige - Volgende »