Williamsburg, VA (USA) – Nadat op 21 december een uitgebreid artikel verscheen in de New York Times over de problemen voor de nieuwe president Barack Obama om uit de hand gelopen defensieprojecten in toom te houden, verscheen een dag voor kerst een reactie van de voormalig Pentagon analist Chuck Spinney vanaf zijn jacht in de Middellandse Zee in CounterPunch.
Hij reageert tamelijk scherp op het artikel in de New York Times met de opmerking dat een artikel zoals in de New York Times tevens aantoont waarom de huidige media zulke problemen hebben. Veel media schrijven, de goede niet te na gesproken, zonder veel inhoudelijke kennis over defensieprojecten en gaan hierbij voornamelijk af op hun vaste contacten binnen de voor hen al jaren gangbare defensiekanalen. In Nederland is hiervan op soortgelijke wijze sprake, waar kritiekloze journalisten slechts de persberichten van Defensie voorlichting klakkeloos en nauwelijks gewijzigd doorgeven aan het publiek zonder verdere journalistieke inspanning van hoor en wederhoor. Defensie maakt hier gebruik van om de media dat te laten schrijven wat in zijn politieke agenda past en beïnvloedt zo breed de publieke opinie.
Is 25 miljard bezuinigen voldoende?
Chuck Spinney (bepaald niet de minste defensie analist) laat zien dat de NY Times de in de Amerikaanse politiek gangbare lijst van projecten laat zien, de F-22, de V-22 Osprey, verschillende marineprojecten, raketschild.
Maar op een jaarbudget van US$ 580 miljard in Fiscaal Jaar 2010 is het schrappen van (meer jarige) investeringen van US$ 25 miljard pakweg een procent bezuiniging. Daarnaast is het voorstel het te bezuinigen bedrag terug te sluizen naar defensie voor meer uitbreidingen binnen de grondtroepen (landmacht en mariniers). Feitelijk is dus geen sprake van bezuinigingen.
En dan voegt Chuck Spinney zich in de rij van analisten die zich richten op de projecten die enorm uitlopen qua geld en kosten, namelijk de F-35 JSF en het Littoral Combat Ship; en die een pleidooi voeren voor een complete herziening van de wijze van materieelaankoop en management van grote defensieprojecten. Interessant vooral om te lezen wat Chuck Spinney schrijft over de F-35 JSF.
Hernieuwd pleidooi aanpak JSF project
Volgens Chuck Spinney dreigt bij de F-35 een grotere mislukking dan eerder bij de F-22. Hij schrijft : “De F-35 zal meer dan US$ 300 miljard kosten, dit maakt het het duurste project ooit in de historie van het Pentagon en de hele wereld. Daarnaast groeit de F-35 snel uit tot het zwaarste juweel in de Pentagon kroon van mismanagement. De F-35 heeft serieuze technische problemen; het is een aanzienlijk eind achter op schema; het is aanzienlijk duurder dan gebudgetteerd. Dit negeert de NY Times”. Hij wijst dan op de verwachting dat nog eens US$ 38 miljard kostenstijging gemeld is door de Amerikaanse Rekenkamer en dat er sprake is van een enorm risicovolle overlap van ontwikkelen/testen en daarbij de productie starten, letterlijk schrijft hij “i.e., buy before you fly”. Hij gaat in op de op 26 november 2008 door Bloomberg naar buiten gebrachte rapporten die concluderen dat de F-35 40 procent meer gaat kosten dan gebudgetteerd in het 2010-2015. Een plan dat Obama zal erven van Bush.
“Stealth” als grote kostenopdrijver
De auteur vervolgt dan “Een van de grootste oorzaken van de hogere kosten en technische problemen is de eis dat de F-35 stealth moet zijn, maar deze “stealth” eis is een achterhaalde wens uit de tijd van de Koude Oorlog” . Hij zegt dan, dat los van de argumenten hoe goed “stealth” wel of niet werkt, gekeken moet worden waar de “stealth” eis vandaan is gekomen. Chuck SPinney: “De eis voor “stealth”, die nu te pas en te onpas overal voor wordt gebruikt, komt voort uit de hysterie in de late jaren 70. De Luchtmacht claimed dat de Sovjet Unie was omringd door ondoordringbare gordels van luchtdoelraketten en bijbehorende radars. Techneuten claimden …. dat dit systeem met electronische stoormaatregelen of op lage hoogte niet omzeild kon worden, en dat daarom de enige oplossing was toestellen te ontwikkelen die de radarstralen niet terugkaatsten. Dit zou de reactietijd van de Sovjet radars verkorten. In feite, was het idee om gaten te creëren in de Sovjet radarbescherming waardoor onbeschermd naar binnen kon worden gevlogen”.
Nog steeds actueel, wat we inleveren voor “stealth”
Wat Chuck Spinney hier schrijft is nog steeds uiterst actueel. Wie de plaatjes ziet met de diverse scenario’s die de opvolger van de F-16 moet kunnen overwinnen, komt onder de indruk van bijvoorbeeld de radar en de intensiteit van anti-luchtdoelsystemen van de potentiële vijand. Chuck Spinney stelt nuchter vast dat dit, zelfs in de Sovjet Unie nooit het geval is geweest. Vergeten wordt dat met meer conventionele middelen (electronic jamming voorop, anti-radar missiles en towed radar decoys) de klassieke systemen nog steeds uitstekend tegemoet te treden zijn. En juist op deze punten (actieve jamming, meevoeren anti-radiation missiles, meevoeren towed decoy) zal de F-35A het nog langdurig (Block 5, 6 ?) of permanent laten afweten. Terwijl bij de mate van “stealth” vraagtekens te zetten zijn, worden deze “klassieke” methoden onze vliegers onthouden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Super Hornet, Eurofighter, Rafale en Gripen NG.
Chuck Spinney zegt hierover dat de New York Times (en velen binnen het Pentagon) vinden dat de F-22 zo duur is omdat deze stealth moest zijn en dat de F-22 moet worden geschrapt omdat deze werd ontworpen voor een Sovjet dreiging die niet meer bestaat. Maar, zo vraagt Chuck Spinney zich af: Dit geldt dan toch evenzeer voor de F-35, deze gaat technisch en projectmatig de F-22 achterna en is ontworpen om dezelfde achterhaalde dreiging tegemoet te treden “een dreiging die al ophield te bestaan minstens drie jaar voordat het F-35 JSF Research & Development programma begon in 1994”. En in plaats dat de JSF werkelijk “very low observable” is, zoals de F-22, zal de JSF slechts beperkte stealth eigenschappen hebben in een beperkt deel van het radarspectrum (25%).
De vraag is dan ook, volgens Center for Defense Information, of dat deze hoge prijs (technische problemen, vertraging, risico, toekomstige kosten) allemaal waard is.
America’s Defence Meltdown
Aan het eind beveelt de auteur aan hoogte te nemen van het door het Center for Defense Information gepubliceerde advies aan president-elect Obama en het Congress, een gids om het Pentagon weer terug te leiden naar een effectieve defensie tegen kosten die een land zich kan veroorloven tijdens een recessie. Geschreven door gepensioneerde militairen en burgers met 350 jaar ervaring in defensie aankopen, is dit een uniek document dat inzicht geeft in de manier waarop al langer gepoogd wordt de desastreuze Pentagon projecten weer op de rit te krijgen. Een remedie voor landen, die in het verlengde van deze uit de hand gelopen projecten dezelfde problemen zullen krijgen in hun eigen defensie organisatie, te laat, te duur en ten koste van andere krijgsmachtonderdelen, staat er niet in. Wellicht een opdracht voor de betrokken NATO landen in 2009 hier zelf over na te denken.
Bronnen:
CDI, November 2008, “America’s defense Meltdown”, een advies aan President Obama en het US Congress
CounterPunch; 23-dec-2008; Chuck Spinney “NY Times flames out in defense dogfight”
Achtergrondinformatie over defensie analist Chuck Spinney (biografie)
JSFNIEUWS081227-GK/gk