Archief van de januari, 2009

Jan 31 2009

Obama: in 2010 al 55 miljard bezuinigen op defensiematerieel

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

Arlington, VA (USA) – President Obama heeft aangekondigd fors te zullen bezuinigen op de defensie uitgaven. Dit zal niet op personeel zijn, maar op materieelaankopen. De invloedrijke defensie industrie stelt alles in het werk om bezuinigingen te voorkomen.

Minister van Defensie Robert Gates zei op 27 januari tegenover de Senate Armed Services Committee dat het Pentagon niet kon uitsluiten dat complete grote wapenprogramma’s zouden worden geschrapt, en dat hij zich voorbereidt op defensiebudgetten die veel lager zijn de afgelopen acht jaar. Hij verwacht dit voorjaar een eerste serie beslissingen te nemen inzake te schrappen wapenprogramma’s en inzake de programma’s die wel overleven. De eerste “aanpassingen”, zei hij, komen tot uitdrukking in de begrotingsvoorstellen voor 2010.

55 miljard bezuinigen op materieel in 2010

Inmiddels is hier duidelijk geworden dat de regering Obama de Joint Chiefs of Staff van het Pentagon heeft gevraagd om al voor de begroting van fiscaal jaar 2010 te komen met bezuinigingsvoorstellen van meer dan 10 procent, een bedrag van over de US$ 55 miljard. Gelet op het feit dat het tevens de bedoeling is het aantal manschappen uit te breiden en de special forces eenheden meer materieel te geven is duidelijk dat dit geld weg moet komen uit de materieelprogramma’s. Obama had vrijdag 30 januari in het Witte Huis beurtelings besprekingen met kleine groepen militaire adviseurs en topmilitairen van de Joint Chiefs of Staff, zoals admiraal Mike Mullen en generaal James Cartwright. Aanstaande maandag moeten de eerste globale defensiebegrotingsgegevens bekend zijn, dit weekeinde wordt in de Pentagon burelen keihard gewerkt aan de voorstellen. De nieuwe president Obama heeft haast.

Spannende maanden verwacht

Met spanning wordt door de industrie uitgezien naar de gevolgen voor het Joint Strike Fighter programma en lobbyisten maken eveneens overuren. Zo is de deadline om een beslissing te nemen over de verdere aankoop van F-22 Raptors nu gesteld op 1 maart aanstaande. Deze beslissing zal van invloed zijn op het JSF programma. Daarnaast speelt het feit dat het JSF programma niet optimaal verloopt in termen van kostenbeheersing en voortgang. Zo is er ondermeer een dreigende, nieuwe, schending van de Wet Nunn-McCurdy, vanwege de grote stijging (ver boven 30%) van de JSF stuksprijs. De komende maanden zijn voor het JSF programma in die zin cruciaal. En als, om in de woorden van defensieminister Gates te spreken er voor 2010 sprake is van “eerste aanpassingen” en deze al US$ 55 miljard bedragen, hoe gaat dan de defensiebegroting voor 2011 er uit zien? Hierin zal, zoals Gates op 27 januari tegen de Senaatscommissie zei, sprake zijn van een tweede ronde van “dramatic change to the Pentagon FY2011 spending proposal”.

Meer achtergrond:
JSFNieuws; 29-jan-2009; ”US Rekenkamer: in 2020 ‘homeland’ defensie in gevaar
JSFNieuws; 24-jan-2009; ”Obama grijpt al fors in bij FY2010 defensiebudget
JSFNieuws; 23-jan-2009; ”JSF project loop tegen Wet Nunn-McCurdy aan

JSFNIEUWS090131-ShM/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jan 31 2009

De Vries: “Publiek maken details Kandidatenevaluatie schaadt belang Staat”

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – Staatssecretaris De Vries van defensie heeft voor de tweede maal in een week een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de vertrouwelijkheid van de rapportage over de kandidatenevaluatie. Hij benadrukt opnieuw hoe zeer het geheim blijven van de details van belang is. Publiek maken schaadt belang Nederlandse staat.

Het kwam dan ook slecht uit dat de griffie van het Ministerie van Defensie op donderdag 22 januari ontdekte dat twee van de zes vertrouwelijke evaluatierapporten niet voorzien waren van de juiste rubricering inzake vertrouwelijkheid. Het gaat om twee van de zes deelrapporten. Deel 1 ten aanzien van de gebruikte methoden, en deel 2 over de aanwezige kennis/voorbereiding. Deze delen omvatten tal van interessante aspecten die laten zien wat de werkwijze en gedachtegang achter de kandidatenevaluatie is. Ze hadden de kwalificatie ‘intern beraad’ in plaats van het ‘commercieel vertrouwelijk’ zoals de andere vier deelrapporten ten aanzien van (3) kwaliteit, (4) levensduurkosten, (5) levertijd en (6) totale eindoordeel.
Vrijdag 23 januari stuurde Staatssecretaris Jack de Vries met spoed een brief om de zaak recht te zetten. Hij schreef daarin dat het strikt vertrouwelijk moest blijven “omwille van de belangen van de Staat en haar bondgenoten alsmede aanzienlijke commerciële belangen van de fabrikanten”.

Nieuwe brief: openbaarmaking schaadt belangen Staat

Op donderdag 29 januari is door de Vaste Kamercommissie voor Defensie opnieuw aangedrongen op meer openheid, met name van de delen 1 en 2. Onmiddellijk hierna heeft Staatssecretaris Jack de Vries een brief geschreven. Dezelfde middag liet hij hen weten:
Naar aanleiding van het verzoek van hedenochtend (09-DEF-B-010) om de delen I en II openbaar te maken, bericht ik u als volgt. De betreffende documenten zijn INTERN BERAAD gemerkt. Deze documenten kunnen, in combinatie met andere documenten over de kandidatenvergelijking, ongewenst inzicht verschaffen aan derden over verschillende aspecten, waaronder verwerving en operationele concepten, die verband houden met jachtvliegtuigen.Openbaarmaking van deze documenten kan dan ook de belangen van de Staat schaden. Om deze reden zal ik deze documenten niet openbaar maken.”
Het “commercieel schadelijk” voor de fabrikanten is nu weggelaten en alleen het “schadelijk voor de Nederlandse Staat” is gebleven.
Dit standpunt wordt niet door iedereen gedeeld. De Volkskrant schrijft in een kritische bijdrage aan deze discussie op het Volkskrantblog onder de titel “Stiekem wapens kopen, als het Amerikaans is, dan is het goed!”: “Dat het Ministerie van Defensie zo gesloten is als een oester is de bevolking zat. Jack weet dat wel. Hij trekt zich er nietemin niets van aan en rommelt lekker verder. Hij heeft lak aan de bevolking en verdedigt slechts de Staat en niet het gepeupel. ”.

Kamerleden vinden meer openheid gewenst

De relevante samenvatting van de informatie over de Kandidaten Evaluatie staat in zes rapporten, die de status hebben van “vertrouwelijk”. Dat betekent dat de Tweede Kamer ze mag inzien, maar ten aanzien van de inhoud geen openbare vragen mag stellen en evenmin de informatie die ze in deze rapporten lezen in een openbaar debat aan de orde mogen stellen. Sommige Tweede Kamerleden zijn niet blij met deze uitleg van “transparante” kandidatenvergelijking. Kamerleden hebben er begrip voor dat specifiek militair gevoelige informatie geheim blijft, maar vinden dat dit anders ligt dit met informatie over de “ranking” bij de uitkomst, de levertijd, aanschafkosten, levensduurkosten, personele kosten, training, de wijze waarop omgegaan wordt met onzekerheidsanalyses ten aanzien van valuta, brandstofprijzen e.d. Zij vinden dat er nauwelijks een reden te bedenken is waarom dit niet in een publiek parlementair stuk vrijgegeven kan worden zodat de vrije pers, het parlement en het publiek er hoogte van kan nemen. Het niet openbaar willen maken duidt op het achter willen houden van essentiële informatie, waarvan het kennelijk ongewenst is dat deskundigen van buiten zich hierin verdiepen.

JSFNIEUWS090131-JG/jg

2 reacties op dit bericht...

Jan 30 2009

Super Hornet blijft JSF concurrent in Denemarken

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

Oslo – Boeing blijft actief met de promotie van de Super Hornet in Denemarken als opvolger voor de Deense F-16. Begin december een vertrouwelijke briefing werd gegeven aan leden van de Deense defensiecommissie. Volgende week vliegen twee Super Hornets via Kopenhagen naar India in het kader van hun verkoopcampagne.

Boeing voert een intensieve campagne om de Super Hornet te verkopen. Volgens Tom Bell, hoofd Business Development van Boeing Military Aircraft is Denemarken een speciaal aandachtsgebied in 2009 en is als doel geformuleerd de Deense regering, parlementsleden en leidinggevenden bij de luchtmacht en industrie te overtuigen van het feit dat de Super Hornet een, in zijn woorden “fantastische kansen biedt voor herkapitalisatie” . In Nederland is het opnemen van de Super Hornet in de kandidatenevaluatie begin juli 2008 door de Tweede Kamer afgewezen. Groot probleem van de Super Hornet is dat deze niet past in de standaard NATO shelters op de vliegbases Volkel en Leeuwarden.

Deense proces

Een commissie vanuit Defensie verwacht eind maart een document te zullen leveren waarin de beleidslijnen voor de komende vijf jaar zijn vastgelegd. Het zal geen concrete aanbevelingen inhouden voor de JSF, Gripen NG of Super Hornet. Doel is eerst vast te stellen wat de toekomstige ambitie is en wat de actuele eisen zijn die aan een F-16 opvolger gesteld moeten worden. Het Deense parlement heeft gesteld dat de meest logische volgorde is eerst het ambitie niveau van defensie te actualiseren en daarna de kandidaten evaluatie te actualiseren (die in Denemarken eveneens rond 2000/2001 plaatsvond). Denemarken stapte in 2002 in als “level 3 partner” in het JSF project met een bijdrage van US$ 125 miljoen.
Het proces voor verzameling van informatie (Request for Information) startte op 31 augustus 2005 en werd diverse keren verlengd in verband met het verkrijgen van aanvullende informatie Uiteindelijke sluitdatum was 31 december 2008 (3 jaar en 4 maanden). Dit verzamelen van informatie zal pas later dit jaar resulteren in een aanbeveling inzake de opvolger van de Deense F-16 toestellen. Verschillende Deense piloten vlogen in het kader van het RFI proces al in Super Hornet Block 2 toestellen vanaf Naval Air Station Oceana in Virginia in oktober 2008 als onderdeel van de eerste evaluatie van de diverse toestellen in de competitie. In Denemarken is in die zin geen sprake van een papieren evaluatie zoals in Nederland.

Boeing laat in de competitie

Boeing stapte pas laat in in de Deense competitie, namelijk het voorjaar van 2008. De Deense regering verwelkomde Boeing van harte vanuit de gedachte “meer competitie levert de beste condities op voor de Deense luchtmacht en belastingbetaler”. Tom Bell van Boeing zegt hier over: “We zijn werkelijk van mening dat de competitie is open en fair en dat de Deense regering en het Deense ministerie van defensie hun positie bepalen op basis van harde feiten”.
Een tweetal US Navy F/A 18F Super Hornet tweezitters zal nu op 3 februari landen op Kopenhagen Airport voor een overnachting onderweg naar India, waar ze deelnemen aan de Aero India 2009 tentoonstelling in Bangalore. Deze tussenlanding maakt deel uit van de Boeing campagne in Denemarken om politici daar te informeren over de Super Hornet. Zo bracht Boeing’s topman Jim Albaugh (Integrated Defense Systems) herhaalde bezoeken aan Denemarken de afgelopen tijd.

Briefing Deense Parlement

Afgelopen 4 december 2008 kreeg de Deense parlementaire defensiecommissie (de Forsvarsudvalget) een “commercieel vertrouwelijke” briefing van Boeing over de Super Hornet. Hierin benadrukte Boeing de voordelen van de Super Hornet ten opzichte van de JSF wat betreft lage kosten en zekerheid: “The F/A-18 E/F Super Hornet offers Denmark a low risk, combat proven, cost certain new fighter aircraft solution for Denmark. The Super Hornet has a proven, auditable track record. You know what you will receive, how much it will cost and when it will be delivered.“ In de briefing van 10 bladzijdes is 10 keer sprake van “lage kosten” en 9 keer wordt de Super Hornet aangeprezen als “beproefd”. Ook werd benadrukt dat Denemarken op deze wijze toch een Amerikaanse keuze kon maken: “It will be offered with the commitment of the U.S. Government, Boeing and its Super Hornet Industry Supplier Team”.

Bron:
Flight Int.; 23-jan-2009; Craig Hoyle; “Boeing touts Super Hornet credentials for Danish fighter deal

Deense Defensiecommissie; 4-Dec-2008 “Boeing Super Hornet presentation

Achtergrond:
Briefing Denemarken; april 2008; Super Hornet project overzicht

JSFNIEUWS090124-EH/eh

3 reacties op dit bericht...

Jan 29 2009

JSF; Interoperabiliteit en First Entry taak

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Bergum – In oktober 2008 verscheen een artikel op JSFNieuws over het meedoen van de Zweedse luchtmacht en de Saab Gripen NG aan internationale oefeningen.
Een voormalig jachtvlieger van de Koninklijke Luchtmacht, na zijn actieve loopbaan als vlieger werkzaam in diverse staffuncties geeft naar aanleiding daarvan bijgaande uiteenzetting over interoperabiliteit (het kunnen samenwerken van wapenuitrusting van verschillende landen, afkomstig van verschillende producenten). Tevens een korte opmerking inzake de taak van de “First entry”, een nieuwe taak voor de Koninklijke Luchtmacht na 2001.

Een wat verlate reactie, omdat ik pas recentelijk via JSF nieuws het Project Vervanging F-16 (PV F-16) actiever ben gaan volgen. Maar (ver)laat is in deze een relatief begrip, want bovenstaand artikel (“Neutraal” Zweden draait volop mee in NATO oefeningen, 14-okt-2008) en commentaar dateren van oktober 2008, terwijl het hele JSF project op zijn minst 1 tot 2 jaren achterloopt; m.a.w. waar praten wij in deze over?
Ik ben het op een groot aantal punten eens met het commentaar van Isteyns. Zo is het argument van de VS en met name Lockheed Martin dat je perse de JSF moet aanschaffen om interoperabel te kunnen zijn niet steekhoudend en getuigt het van arrogantie tegenover welwillende (kleine) NAVO bondgenoten. Je zou het zelfs kunnen omdraaien. Waarom past de VS zich niet een beetje aan andere bondgenoten aan, want die zullen ze politiek gezien en voor een maatschappelijk draagvlak graag betrekken bij NAVO dan wel VS internationale operaties en wellicht ook nodig hebben. De tijd dat de VS zelfstandig deze aardkloot kan bestieren is aan het aflopen.

Ontwikkeling positie Zweden

Eind jaren negentig heeft Zweden haar 100% neutraliteitspolitiek gedeeltelijk losgelaten. Het land bood toen in het kader van Partnership For Peace (PFP) manschappen en middelen aan NAVO aan, te beginnen met haar luchtmacht. Over peacekeeping dan wel peace enforcement operaties liet het land zich derstijds niet uit. Opmerkelijk is dat het voor nieuwe NAVO-landen en landen die toenadering zoeken, zoals in dit geval Zweden, altijd als eerste het luchtwapen wordt ingebracht dan wel op dat gebied eisen worden gesteld. Zo vervullen NAVO luchtmachten bij toerbeurt de QRA(i) functie in een aantal Baltische staten die de afgelopen jaren zijn toegetreden tot de NAVO. Dit politieke issue laat ik hier verder buiten beschouwing.
Toen Zweden destijds toenadering zocht tot de NAVO wist men er op SHAPE (het hoogste militaire NAVO commando in Europa, niet te verwarren met het politieke NAVO hoofdkwartier te Brussel) niet goed mee om te gaan. Er lag een min of meer politieke opdracht, maar vrijwel iedereen in de Air Ops Branche te SHAPE beschouwde het aanbod vanuit interoperability oogpunt als iets dat meer ellende dan voordeel zou opleveren. Maar zie hoe het tij kan keren en vooringenomen beroepsgedeformeerde standpunten onderuit (kunnen) worden gehaald. Ik was er destijds zelf bij betrokken. Zweden timmert met haar luchtcomponent internationaal voortvarend aan de weg waarbij interoperability nauwelijks of geen issue blijkt te zijn. In dit verband merk ik ook op dat Frankrijk in Afghanistan opereert met de Mirage 2000 en F-1, toch niet bepaald vierde en vijfde generatie vliegtuigen. Nog een om aan te tonen hoe voorzichtig je moet zijn met het in de toekomst kijken en het nemen van (vooringenomen) standpunten. Tien jaar of iets langer geleden wilde de VS alle B-52 en A-10 toestellen buiten gebruik stellen en zie hoe het tij is gekeerd.

Nederlandse inspanningen op terrein “interoperability”

Binnen NAVO heeft Nederland al decennia lang initiatieven ontplooid om te komen tot meer internationale industriëel militaire samenwerking, met name binnen Europa. Min of meer geslaagde projecten zijn op een hand te tellen en voor wat betreft jachtvliegtuigen geen een. De waarde van het NH 90 project moeten we nog maar afwachten. Anders ligt het met de Geleide Wapens. Hier vervult Nederland (de KLu) qua interoperability echt met succes een voortrekkersrol om te komen tot meer internationale samenwerking. Jammer dat het vooralsnog hoofdzakelijk of alleen maar Nederland, Duitsland en de VS betreft.
Kortom, zoveel als mogelijk interoperabel zijn is een goed streven, echter moeilijk te bereiken, geen fundamentele eis en zeker geen basisvoorwaarde voor vervangingsprojecten. Kijk maar naar de KL die altijd eigen eisen stelt aan (pantser)voertuigen en nauwelijks of geen binnen NAVO bestaande producten van de plank koopt. Toch worden onze KL eenheden overal met succes ingezet en gewaardeerd, althans vanuit militair oogpunt bezien. Het politieke concept/mandaat waaronder ze moeten opereren is een ander verhaal dat ik hier buiten beschouwing laat.

Vredesinzet Gripen met weinig hulpmiddelen

Dat de Gripen kan opereren vanaf korte strips, door gewone soldaten kan worden geserviced en de gehele logistieke ondersteuning voor 4 kisten in een Hercules kan is mooi meegenomen. Voor de Zweden altijd een eis geweest, maar in de toekomst wellicht ook niet onbelangrijk voor de NAVO en dus Nederland. Wie weet waar de Klu na terugtrekking uit Afghanistan wordt ingezet; misschien wel in ergens in Afrika. Brandhaarden en genocide daar te over, helaas politiek nog niet belangrijk, maar dat kan snel veranderen gelet op belangrijke grondstoffen, al is het maar die specifieke grondstoffen voor GSM-mobieltjes. Helaas zijn 8000 voet lange runways (NAVO eis) daar dun gezaaid.
Maar met de opmerking van de heer Isteyns dat het Zweedse concept (zie hierboven) de val van Sebrenica had kunnen voorkomen ben ik het volkomen oneens. De KLU had meer dan voldoende assets aanwezig te Villafranca en had die volgens mij ook gewoon moeten inzetten ter ondersteuning van eigen grondtroepen en de in gevaar zijnde moslims die wij moesten beschermen. Maar politiek durfde of wilde men dat niet en ging men akkoord met een Franse generaal die inzet tegenhield. Een zeer trieste zaak.

Verbazing over “First entry” taak

Tot slot nog kort iets buiten dit artikel. Nederland (de Klu) heeft altijd gestreefd naar het beste luchtwapen in het middenspectrum, want een mix van gespecialiseerde vliegtuigen voor één bepaalde taak kan Nederland zich financieel gewoonweg niet veroorloven. Wat schets mijn verbazing? Nederland blijkt te willen meedoen aan ‘first entry’ operaties, net zoals enkele jaren geleden werd bepleit voor cruise missiles op schepen van de Koninklijke Marine. Voor ‘first entry’ is de Joint Strike Fighter niet geschikt. Dat vliegtuig kan pas in een latere fase van een luchtoorlog worden ingezet of, indien het toch ‘first entry’ betreft alleen onder de paraplu van andersoortige vliegtuigen.

De auteur was voorheen jachtvlieger bij de KLu, stafmedewerker bij SHAPE (NAVO) en militair attache.

JSFNIEUWS090129-WH/nb

2 reacties op dit bericht...

Jan 29 2009

US Rekenkamer: in 2020 “homeland” defensie in gevaar

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

Arlington, VA (USA) – De Amerikaanse rekenkamer heeft gisteren in een dramatisch rapport aangegeven dat de verontrusting van de US Air Force wat betreft luchtverdedigingscapaciteit verontrustende vormen aanneemt. De Amerikaanse “homeland defense” komt in gevaar.

In het US GAO rapport wordt een analyse gemaakt van de noodzakelijke vervangingen bij de luchtverdedigingseenheden in de Verenigde Staten, die nu in hoofdzaak zijn uitgerust met F-15 en F-16 toestellen. Door het naderen van het einde van de technische levensduur van veel F-15 en F-16 toestellen, het geringere aantal gekochte F-22 toestellen en de vertraagde en van 110 naar 48 verlaagde instroom van de F-35 toestellen komen binnen afzienbare tijd vele squadrons zonder vliegtuigen te zitten.
De Amerikaanse rekenkamer vat dit in het rapport als volgt samen: …”Indien vliegtuigen niet tijdig voor 2020 worden vervangen, dan zullen 11 van de 18 huidige “air sovereignty alert sites” zonder vliegtuigen komen te zitten.. De US Air Force heeft geen plannen ontwikkeld die inspelen op deze uitdagingen omdat ze zich hebben gericht op andere prioriteiten….”. Kortom de situatie van afbraak van de US Air Force is uiterst zorgelijk en dringende beslissingen dit te voorkomen zijn noodzakelijk.

April 2008 al analyse op JSFNieuws

Op 7 april 2008 verscheen op JSFNieuws al een artikel met de veelzeggende titel “Verontrustende veroudering Amerikaanse luchtmacht. Deze bevatte een analyse van de verwachte uitstroom en instroom van gevechtstoestellen bij de US Air Force en concludeerde dat er sprake zou zijn van een dramatische capaciteitsvermindering. De nu door de US GAO gegeven analyse komt hiermee overeen.
US Air Force in 2020 gehalveerd (april 2008)
We schreven toen “In deze grafiek is te zien hoe de USAF er uit ziet in 2020: het aantal straaljagers teruggebracht van 2.350 tot 1.175; mits er niet verder in de budgetten wordt gesnoeid en mits bij de JSF geen verdere vertraging optreedt.” En verder: “Duidelijk is dat deze ontwikkelingen gevolgen zullen hebben voor de USA wat betreft de mogelijkheid om over circa tien jaar nog omvangrijke (lucht-)oorlogen te kunnen voeren.”

Minister Gates: dramatische budgetaanpassingen

Minister van Defensie Robert Gates sprak gisteren de Senate Armed Services Committee toe en beantwoordde door hen gestelde vragen over de toekomstverwachtingen van het Pentagon ten aanzien van de diverse wapenprogramma’s. Gates zei hier dat hij niet kon uitsluiten dat complete grote wapenprogramma’s zouden worden geschrapt, en dat hij zich voorbereidt op defensiebudgetten die veel lager zijn dan de afgelopen acht jaar. Hij verwacht dit voorjaar een eerste serie beslissingen te nemen inzake te schrappen wapenprogramma’s en inzake de programma’s die wel overleven. De eerste aanpassingen, zei hij, komen tot uitdrukking in de begrotingsvoorstellen voor 2010. Vervolgens komt er een tweede ronde van “dramatic change to the Pentagon FY2011 spending proposal”. Spannende tijden voor de Amerikaanse wapenindustrie, die dit alles met argusogen volgt.

Bron: US GAO, January 2009; “HOMELAND DEFENCE Actions needed to improve Management of Air Sovereignty Alert Operations to protect U.S. Airspace

JSFNIEUWS090128-ShM/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jan 27 2009

Begin februari Rekenkamer Rapport Monitoring Verwerving JSF

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag - De Algemene Rekenkamer publiceert op dinsdag 3 februari 2009 het jaarlijkse rapport Monitoring verwerving Joint Strike Fighter. Deze editie betreft de stand van zaken per oktober 2008 bij de JSF verwerving. Na verschijning zal op JSFNieuws uitgebreid aandacht besteed worden aan deze rapportage met een gedetailleerde analyse van het gebodene.

Sinds 2005 informeert de Algemene Rekenkamer de Tweede Kamer over de stand van zaken rond de verwerving van de Joint Strike Fighter (JSF) in het kader van het project ´vervanging F-16´ van het Ministerie van Defensie. Interessant detail in dit licht is dat het rapport niet de titel draagt “Monitoring Verwerving Opvolger F-16”, maar al sinds jaar en dag de titel draagt “Monitoring Verwerving Joint Strike Fighter”. Deze keuze vloeit voort uit de defacto keuze die in 2002 werd gemaakt voor de JSF en het bedrag waarmee de JSF ontwikkelfase werd gesubsidieerd door het Ministerie van Economische Zaken (ruim € 850 miljoen).
Het doel van de Monitoring Verwerving JSF is om de Tweede Kamer tijdig te wijzen op eventuele risico’s met betrekking tot de verwerving van de JSF. Ook worden de effecten van het JSF-programma op de Nederlandse industrie en de rol die het ministerie van Economische Zaken hierbij speelt onder de loep genomen. Het vorige monitoringrapport over de JSF dateert van december 2007.

Rapportage 2008

In het nieuwe rapport, Monitoring verwerving Joint Strike Fighter - stand van zaken oktober 2008, passend in een reeks die de Algemene Rekenkamer wordt ingegaan op de voor Nederland relevante ontwikkelingen rond het project JSF. In het rapport, dat in plaats van in december om onduidelijke redenen twee maanden later verschijnt komen aan de orde de ontwikkelingen en de informatievoorziening aan de Tweede Kamer over onder meer: de JSF projectorganisatie bij Defensie; de aanpassing van ICT systemen van Defensie en de inpassing daarbij van de JSF logistieke systemen. Verder de kostenontwikkelingen van het JSF-programma in relatie tot de aangegane samenwerkingsovereenkomsten, het verwervingsbudget en de interne investeringsplanning van Defensie; de uitstapkosten voor Nederland uit JSF-project en de stand van zaken rond afdrachtpercentage Nederlandse industrie. Kortom, de risico´s die spelen bij de voorbereiding op de komst van de JSF worden belicht. In het rapport zal de bestuurlijke reactie van de staatssecretaris van Defensie, mede namens de ministers van Economische Zaken en Financiën, worden meegenomen en de reactie hierop van de Algemene Rekenkamer.
Diverse Kamerfracties zullen benieuwd zijn naar de risico analyse en hoe de Algemene Rekenkamer de vertragingen in het testprogramma, de verlenging van de SDD fase (ontwikkelingsfase) met een jaar, de verdere afname van vaste orders in de diverse aanloopproductieseries (LRIP-series) en de toenemende informatie over kostenstijgingen zal beoordelen in het licht van de Nederlandse situatie. Bij deze risico analyse is het van belang na te gaan in hoeverre de Nederlandse Algemene Rekenkamer zich schaart achter de risico analyse van de Amerikaanse collega’s van de US GAO (zie “US GAO: na herrekening toch kostenstijging 38 miljard, juni 2008”.)

Risico analyse US GAO

Sinds de Nederlandse Algemene Rekenkamer het rapport over 2007 uitbracht is er nadere informatie naar buiten gekomen over de risico’s van het JSF project in het US GAO rapport van maart 2008, US GAO08388. Het is een indrukwekkende lijst risico’s:
Blz. 11, ontwikkelingsfase loopt toenemend risico op verdere kostenstijgingen;
Blz. 11, ontwikkelingsfase loopt toenemend risico op verdere vertragingen;
Blz. 12, verdampen management reserves, met effect op testprogramma;
Blz. 13, software ontwikkelings problemen met effect op planning en tijdig beschikbare capaciteit;
Blz. 14, productie inefficiënties duren voort met effect op planning en productiekosten;
Blz. 15-16, wijze van testvlieg programma vormt enorm risico door onvoldoende testen;
Blz. 17-18, verkeerde projectmethodes met enorm risico door overlap test en productie;
Blz. 18-20, programma kosten zullen naar verwachting stijgen en planning niet gehaald worden;
Blz. 27, de commonality (gelijkheid verschillende JSF versies) is minder dan verwacht met effect op latere operationele kosten;
Blz. 29, voortduren gewichtsproblemen met effect op latere operationele capaciteit;

En een uitgebreide lijst kritiek op de kostenberekeningen en boekhoudmethoden:
Blz. 20 en 37, “JSF Programma kosten schatting is niet betrouwbaar”;
Blz. 20 en 37-39, “JSF Programma kosten schatting is niet begrijpelijk”;
Blz. 21 en 39-41, “JSF Programma kosten schatting is niet accuraat”;
Blz. 22 en 41, “JSF Programma kosten schatting is niet goed gedocumenteerd”;
Blz. 23 en 42-46, “JSF Kosten schatting is niet geloofwaardig.” (bladzijden vol);
Blz. 24, “Betaalbaarheid JSF wordt belangrijk probleem”, met name later operationeel.
Deze punten van de Amerikaanse Rekenkamer werden eerst ontkend door het Pentagon en Lockheed Martin. Later in het jaar bleken deze punten toch juist te zijn. Voor de Amerikaanse Rekenkamer was dit een enorme opsteker, omdat zij van mening is dat politici voortaan meer redenen zullen hebben waarde aan het oordeel en de rapportages van de neutrale Rekenkamer te hechten, in plaats van aan het oordeel en de cijfers van een puur commerciële organisatie als Lockheed Martin. Het lijkt onontkoombaar dat onze eigen Rekenkamer in zal gaan op de bevindingen van hun Amerikaanse collega’s.

Vorige rapport: prijs JSF onduidelijk tot aan voorbereiden koopcontract

In het vorige rapport werd geschreven dat het onduidelijk is wat een JSF Nederland gaat kosten. De Algemene Rekenkamer verwachtte toen dat het Ministerie van Defensie er niet in zou slagen ooit een volledig en accuraat beeld te krijgen van de kostprijs van een JSF-toestel. Dit werd geweten aan het feit dat het Ministerie van Defensie, net als in 2006, slechts beperkte toegang kon krijgen tot informatie van de Amerikaanse hoofdaannemer Lockheed-Martin en het JSF Program Office. Als niet vaststaande aanschafprijs schreef de Rekenkamer dat de Koninklijke Luchtmacht uitgaat van een kale stuksprijs die tussen oktober 2001 en december 2006 was opgelopen van $ 37,2 mln naar $ 47,6 mln opgelopen (prijspeil 2002) en dat het Ministerie van Defensie rekende met een gemiddelde kale stuksprijs van $ 50,6 mln (prijspeil 2005). Het ministerie verwachtte in 2007 voor 85 toestellen een bedrag van € 3,6 miljard (€ 40 miljoen per JSF) uit te geven plus € 1,9 miljard voor onder andere opleidingen, testapparatuur, aanpassing infrastructuur en BTW. Exploitatie van de vliegtuigen zou over een periode van dertig jaar volgens het Ministerie van Defensie nog eens € 9,1 miljard kosten. Het is interessant straks in de 2008 versie van het Rekenkamer na te gaan hoe deze berekeningen nu worden beoordeeld. De budgettaire gevolgen van een alternatief voor de horizontale lijnprijs (onzekere gemiddelde prijs van meerdere partners) is deze keer een specifiek aandachtspunt.
De minister van defensie ontkende in 2007 in een reactie, mede namens de ministers van EZ en Financiën, dat er nooit een volledig accuraat beeld van de kostprijs van een JSF zou komen. Volgens hem zou er wel een volledig beeld zijn van de definitieve stuksprijs tegen de tijd “van uiteindelijke verwerving en contractering van de JSF”. Inmiddels is het besluit om het eerste JSF (test-)vliegtuig te verwerven en te contracteren gevallen, zodat wellicht nu wel een accuraat beeld van de kostprijs kan worden gegeven conform deze toezegging.

Afdracht industrie (Business Case)

In het vorige rapport werd uitgebreid geschreven over het in juli 2008 te bepalen afdrachtspercentage voor de Nederlandse bedrijven meedoen aan het JSF-programma. Dit percentage dient om het financiële nadeel te compenseren dat de Staat lijdt doordat Nederland niet van de plank koopt, maar bijdraagt aan de ontwikkelingskosten. De Rekenkamer stelde toen dat een theoretische berekening van de ministeries (stand januari 2007) aangaf dat het afdrachtpercentage hoger uitvalt (5,17 %) dan de 3,5 % die tot dan gold. De minister van Defensie noemde toen in een reactie de vermelding voorbarig dat het afdrachtspercentage voor de Nederlandse industrie hoger zou uitvallen dan 3,5 procent. Inmiddels is bekend dat het rond de 10 procent is geworden. Door diverse Kamerfracties wordt met spanning uitgezien welke nadere informatie de Algemene Rekenkamer, als politiek-onafhankelijk instituut over de Business Case zal verschaffen.

Opzet rapportages

In het algemeen zijn de rapporten van Algemene Rekenkamer inzake de JSF tamelijk vergelijkbaar van opzet geweest de afgelopen jaren. U kunt zich een indruk vormen door de oude rapporten en informatie in te zien:
Rekenkamer Rapport JSF 2007:
Persbericht Rekenkamer Rapport JSF 2007
Reactie op Rekenkamer Rapport JSF 2007 door de Minister van Defensie

Groot aantal Kamervagen gesteld

Gebruikelijk is dat de Tweede Kamer uitvoerig vragen stelt over de rapportage. Al jaren achtereen zijn deze min of meer hetzelfde, sommigen vragen lijken 1 op 1 gekopieerd van een eerder jaar, evenals de antwoorden. Dit jaar zal daarop naar verwachting geen uitzondering zijn. De beantwoording van de vragen is vaak verre van adequaat. Waarna overgegaan wordt tot de orde van de dag. De kritische vragen zijn in ieder geval gesteld.
Bijgaande analyse, zie de download van het “Commentaar beantwoording Kamervragen inzake Rekenkamer Rapport JSF, maart 2008”, die vorig jaar maart aan Kamerfracties werd verstrekt naar aanleiding van de antwoorden op hun vragen laat zien hoezeer de beantwoording vanuit de Ministeries tal van onduidelijkheden bevat. Het zal straks interessant zijn te vergelijken welke punten in de rapportage, in de gestelde vragen en in de gegeven antwoorden verschillen ten opzichte van vorige jaren.

Website Algemene Rekenkamer inzake JSF

De Algemene Rekenkamer heeft een informatieve website met daarin een speciaal gedeelte dat informatie geeft over de diverse rekenkamerrapporten inzake het Joint Strike Fighter project in Nederland, Denemarken, de USA en het United Kingdom.
Zie: Dossier Monitoring Verwerving Joint Strike Fighter

JSFNIEUWS090127-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jan 26 2009

Voormalig KLu vlieger aan het woord over de JSF

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

LEZERSREACTIE

Den Haag – Een voormalig KLu vlieger, Willem Hageman, geeft de laatste tijd geregeld reacties op publicaties op JSFNieuws. Omdat onderstaande reactie niet specifiek inging op een bepaald artikel, maar meer in het algemeen betrekking had op de JSF, wordt dit als normaal artikel gepubliceerd.

Hieronder dus de heer Willem Hageman aan het woord.
“In mijn commentaar op ‘robots tanken JSF’ heb ik toegezegd om als quasi leek in algemene zin terug te komen het JSF project. Hierbij dan op deze druilerige zondag. Het is niet zo hoogdravend, maar geschreven met twee benen op de grond vanuit gezond boerenverstand en vanuit mijn ervaring als jachtvlieger. Ik hou mij niet met details bezig, maar volg grote (historische) lijnen. Zo zul je mij bijvoorbeeld niets horen over stuksprijs, fly away cost, maintenance en operational costs, etcetera waarover al vele bladzijden zijn volgeschreven. Maar anders dan als een indicatie op dit moment niets waard zijn. Zelfs de fabrikant weet die kosten niet, al zal hij dat niet toegeven en te rooskleurige financiële plaatjes blijven voorhouden. De uiteindelijke prijs is ondermeer afhankelijk van, zoals thans blijkt, niet te voorziene ontwikkelingskosten, aantal te produceren vliegtuigen, maar vooral van onvoorspelbare militair-politieke en economische ontwikkelingen binnen de VS.”

Selectieproces JSF; compromis van vele wensen

“Ervaring van militairen die zijn betrokken bij het vervangingsproces. Allemaal zonder meer capabel denk ik. Maar het laatste vervangingsproces jachtvliegtuig dateert van de jaren 70 en dus mist men (historische) ervaring. Over politici en Tweede Kamer wil ik het hier niet hebben, want die bemoeien zich (overigens terecht) overal mee, maar hebben, een enkeling daargelaten, van deze materie geen kaas gegeten en missen kennis. In ons bestel beslist de politiek terecht, maar in feite is het een storende factor die een vlot verwervingsproces in de weg staat. Voorwaar geen sinecure om zo ‘the best bang for the buck’ te krijgen.
Ik neem de lezer graag even mee naar een stukje historie. Medio jaren 70 zocht Nederland naar een opvolger voor de NF-5 en F-104 en nam binnen NAVO het initiatief voor een gezamenlijke ontwikkeling, omdat ook andere partners vervangers voor hun vloot zochten. Doel was om met meerdere landen het MRCA (Multi Role Combat Aircraft) te ontwikkelen. Dat liep stuk, omdat elk land eigen eisen had en het vliegtuig te duur werd en zeker voor Nederland onbetaalbaar. Toen waren alleen luchtmachten betrokken. In het JSF project zitten niet alleen luchtmachten, maar ook andere gebruikers zoals het US Marine Corps (mariniers) en de US Navy van de VS en de Royal Navy van het Verenigd Koninkrijk. Te veel belanghebbenden met elk hun eigen wensen en dus moeten er te veel concessies worden gedaan. Gedoemd om te mislukken dus of op zijn best resulterend in een niet optimaal en te duur surrogaat toestel.”

Dan de JSF zelf

“Zelfs de conventionele CTOL (F-35A, luchtmacht) uitvoering is te zwaar. Dit is een nog grotere ramp voor de STOVL (F-35B US Marines/Royal Navy) en CV (F-35C Navy) varianten. Dus weer allerlei concessies. Groeipotentiëel kan men dus gevoeglijk vergeten. Kabelbomen zullen vanwege gewichtsbesparing wel op de millimeter worden afgemeten met nog meer kans op ’shaving’ dan in de lightweight F-16 om maar een zijstraat te noemen. De F-16 had nog lege ruimtes in het airframe en de ‘thrust-to-weight’ ratio was, zeker met de verbeterde PW 220 motor, dusdanig dat je er later zonder moemenswaardig performance verlies nog van alles in kon stoppen en aanplakken.
Stealth. Was negentiger jaren een topic en belangrijk, maar wordt dat steeds minder. Radars worden steeds beter en operatie/inzet concepten veranderen. In de Balkan oorlog is zelfs een F-117, een van de meest stealthy vliegtuigen, afgeschoten m.b.v. een gedateerde radar en SAM. Stealth zoveel als mogelijk, maar niet ten koste van alles. De USAF stelt niet voor niets alle F-117’s vroegtijdig buiten dienst. De F-22 Raptor is met nieuwe technieken even stealthy zegt men. Voor het oog is dat echter een gewoon conventioneel vliegtuig. Waarom dan zo’n lomp zwaar gedrocht als de JSF?”

Voortgang en onderhoud van de JSF

“De JSF loopt de ene vertraging na de andere op. Het concept is blijkbaar dermate complex dat zelfs met de meest geavanceerde ontwerptechnieken niet is te voorspellen waar en wanneer zich mogelijke problemen zullen voordoen en hoe die zijn op te lossen.
Het onderhoudsconcept. Fabrikanten bakken zoete broodjes. De F-16 romp zit vol met luikjes met daarachter LRU’s (Line Replaceble Units). Gewoon een luikje open maken en het kapotte onderdeel vervangen en eventueel repareren zo vertelde General Dynamics (de fabrikant van de F-16, later overgenomen door Lockheed Martin, red.) destijds, waarbij deze ook voorspelde wat met welke frequentie zoal kapot kon gaan. Ik was operator en geen verwerver, maar wat kapot ging lag niet op de plank en van wat niet kapot ging had de Klu teveel. Of verkeerd voorspeld door de fabrikant of verkeerd ingekocht? Dit leidde tot de nodige kanibalisatie die administratief nauwelijks of niet meer was bij te houden. Planners, verkijk je dus niet op allerlei mooie brouchures van fabrikanten. Personeelsvoorziening, probeer nu alvast de komende generatie wizkids aan je te binden, want de JSF met alle geïntegreerde systemen zal gewoonweg (te) ingewikkeld blijken.”

Emotie, UAV’s en alternatieven.

“Niet onderschatten, want dat speelt in het achterhoofd mee bij allen die betrokken zijn bij het vervangingsproces. Waarom heeft het JSF concept gewonnen van het Boeing prototype? Dat laatste ontwep zag er ondermeer zo onooglijk uit dat geen enkele vlieger daarin zou hebben willen vliegen en geen techneut er aan zou hebben willen sleutelen.
UAV’s (onbemande toestellen). De F-16 gaat al meer dan 25 jaar mee en de JSF zal nog langer (moeten) meegaan. Vreemd dat de discussie van de jaren 90 ‘bemand versus onbemand’ volkomen is opgedroogd, althans voor wat betreft jachtvliegtuigen.
Alternatieven. Die zijn er bijna niet. De Fransen maken in eigen beheer goede producten, maar de Rafale is niet veel beter dan de F-16. De Nederlanse ervaring met Franse vliegtuigen beperkt zich tot de Alouette en Breguet Atlantique. Over de eerste niets dan goeds, maar de Atlantique roestte bij de Koninklijke Marine onder de kont weg, terwijl de vertaalde handboeken nauwelijks bruikbaar en niet te lezen waren. Dat laatste geldt overigens voor alle niet Amerikaanse producten. De Klu is nu eenmaal USAF georiënteerd. De relatief vrij nieuwe Cougar laat ik in dit verband buiten beschouwing.”

Eurofighter; F-16 Block 60;

“Dan de Eurofighter. In principe hetzelfde verhaal als de Rafale. Maar bedenk het volgende. Toen Nederland uit het MRCA project stapte heeft het Verenigd Konijkrijk met Duitsland en Italië de Tornado ontwikkeld. Dat is geen eclatant succes geworden, om over de Britse F-3 A/D variant maar helemaal niet te spreken. Dat was en is nog steeds een ware ramp.
Dan de F-16 block 60. Een paar conformal fuel tanks voor extra range tussen romp en vleugel geplaatst en dat is het in grote lijnen. Niet veel meer dan de huidige F-16 met een eind 2009 of begin 2010 M5 update.
De Saab Gripen NG dan. Lijkt nog niet zo slecht. Nog nauwelijks op de tekentafel, maar dat kan bij voortborduren op een vrij nieuw bestaand ontwerp snel gaan. Het ontwerp is qua afmetingen echter kleiner dan de F-16 en JSF. Dus kun je er in de toekomst gewoonweg minder aan- en opplakken.
Ja, ik heb de wijsheid ook niet in pacht, maar weet wel dat alleen wedden op de JSF gelijk is met het spelen van een partijtje roulette dan wel pokeren.”

Vluchtduur en mission effectiveness

“Nog iets voor de Klu. Waar ik mij als ex jachtvlieger vanuit operationeel standpunt wel zorgen over maak is een nog langere vluchtduur dan thans soms al het geval is met de F-16. Voor het behalen van de beoogde ‘mission effectiveness’ kun je de vluchtduur niet onbeperkt oprekken, zelfs niet met de meest moderne geïntegreerde (wapen)systemen, boring ferry flights daargelaten. Ten eerste kan een mens niet onbeperkt alles bevatten, zeer lange tijd 100% alert zijn en ten tweede is het zeer de vraag of altijd alle ondersteunende diensten en support elementen wel op tijd inzetbaar aanwezig zijn om de ‘mission effectiveness ten volle te benutten, een mogelijke weersverandering, openstelling uitwijkbases etcetera nog daargelaten.”

Vergelijking Lockheed

Op een JSFNieuws lezer die schrijft: “Ik krijg steeds meer een vieze smaak in de mond. Het JSF verhaal stinkt erger dan de Lockheed affaire” reageert Willem Hageman met:
“Ook ik heb zo mijn bedenkingen over het JSF project en dan druk ik mij nog eufemistisch uit, maar ik denk dat je fout zit met het leggen van een link tussen het JSF project en de Lockheed affaire; tenminste als je met die affaire de F-104 bedoeld. Misschien stinken ze beide zoals je zegt, maar het zijn twee compleet verschillende zaken. ZKH Prins Bernard heeft zich destijds als echtgenoot van ons staatshoofd met wat smeergelden mede hard gemaakt voor de Nederlandse aanschaf van de F-104. Hoewel hij als bezield en gerespecteerd jachtvlieger het beste met Nederland voorhad en zijn opvattingen in die tijd de juiste waren ging hij zijn boekje in ons staatsbestel te buiten en werd daarom ook gestraft. Triest dat hij zijn uniform aan de wilgen moest hangen. De ontwikkeling van de F-104 in de jaren 50/60 was een straight forward interne VS aangelegenheid. Naar aanleiding van Korea ervaringen vroeg de USAF: give us more speed and more altitude. Anderle landen konden die kist (al dan niet gemodificeerd) kopen als ze dat wilden, dan wel zoals Nederland gebruik maken van het MDAP programma. Mogelijk hebben er toen ook allerlei krachtenvelden en misschien wel intriges/belangen gespeeld binnen de VS, maar daar wisten wij destijds niet veel of niets van af, omdat de communicatie mogelijkheden wezenlijk minder waren, het een interne VS aangelegenheid betrof en de (inter) nationale politiek er niet zo bovenop zat als nu het geval is.”

Met dank aan de heer Willem Hageman voor zijn reactie.

JSFNIEUW090126-WillemHageman/nb

5 reacties op dit bericht...

Jan 26 2009

Rollout BF-4, eerste F-35 JSF met complete boordelektronica

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Fort Worth, TX (USA) - Lockheed Martin heeft de eerste F-35 Lightning II voltooid voorzien van missie systemen, een mijlpaal in het voorbereiden van het testen met volledige boordelektronica aan boord van een F-35 JSF. De huidige prototypes AA-1 en BF-1 zijn nog slechts voorzien van elementaire boordsystemen en beperkte basissoftware.

Het toestel, de BF-4 is een F-35, de zogeheten STOVL (korte start, verticale landing) voor de US Marine Corps en verliet op woensdag 21 januari 2009 de productielijn en gaat nu naar de testunit om de brandstofsystemen te testen. Daarna wordt het overgebracht naar de “flight line” eind januari. Vorig jaar februari liet het JSF Program Office nog weten dat de herziene roll-out datum van de BF-4 gepland stond voor begin oktober 2008, dit is nog eens drie maanden later geworden. De eerste vlucht wordt verwacht ergens deze zomer.

Missiesystemen BF-4

Missiesystemen, ook wel de “avionics” genoemd omvatten de “on board sensors” dat een vliegtuig in staat stelt doelen en bedreigingen te ontdekken, te localiseren, te identificeren, te volgen en omvat de technische hulpmiddelen voor doelaanwijzing en voor het verwerken van grote hoeveelheden informatie over het gevechtsterrein en het verzenden en ontvangen daarvan via datalinks en verder radar- en raketwaarschuwingsapparatuur. Al deze sensoren en (communicatie-)apparatuur samen zijn een integraal onderdeel van een modern gevechtsvliegtuig dat deel uitmaakt van een totaal systeem waarin een samengesteld beeld van de totale gevechtssituatie beschikbaar is. Belangrijkste concrete onderdelen hierbij zijn voor de JSF de Northrop Grumman AN/APG-71 AESA radar, de Integrated Communications, Navigation and Identification suite, en het BAE Systems Electronic Warfare systeem.
De BF-4 is uitgerust met de Block 0.5 mission systems software, die meer dan de helft van de eerste (beperkte combat-ready) Block 3 software bevat voor de F-35A zoals op te leveren aan het eind van Initiële Operationele Test en Evaluatie fase die in de zomer van 2014 is voltooid.
Het is de bedoeling dat de BF-4 telkens wordt geupdate met aanvullende uitrusting, sensoren en software tot dat deze Block 3, het laatste block in de System Development and Demonstration fase is voltooid. Ontwikkeling van software blocks daarna vallen niet meer onder de kosten voor ontwikkeling, waaraan Nederland heeft meebetaald, maar komen tegen meerkosten voor partnerlanden ter beschikking in het kader van de instandhouding.

Vierde testniveau van start?

Dan Crowley, de Lockheed Martin executive vice president en algemeen manager van het F-35 programma zei ter gelegenheid van roll-out: “Het testen van dit vliegtuig is het vierde niveau in het avionics validatieproces, bestaande uit laboratorium tests, vliegtests van individuele sensoren met omgebouwde, speciale testvliegtuigen en vliegtests van het volledige geintegreerde missiesysteem packet op de Cooperative Avionics Test Bed (CATBird), en tenslotte, vliegtests van de geïntegreerde systemen op een echte F-35.”
Deze woorden lijken te suggereren dat goede voortgang wordt geboekt op het gebied van het testen. In werkelijkheid ziet het er minder rooskleurig uit dan in het fabriekspersbericht.
De CATBird heeft weliswaar een aantal keren gevlogen. Op 7 december 2007 werd bekend gemaakt dat de eerste “missie testvlucht” had plaatsgevonden, overigens een jaar later dan gepland. Sindsdien is er gevlogen met beperkte avionics, namelijk communicatie en navigatie apparatuur. En vanaf januari 2008 tot november 2008 heeft de CATBird in hoofdzaak in de hangar gestaan voor inbouw van verdere missiesystemen. De radar, andere sensoren en de gesimuleerde JSF cockpit moesten nog ingebouwd worden. De inbouw van de radar is inmiddels voltooid, maar andere sensoren, de electronic-warfare suite en de DAS sensoren zullen pas in het najaar van 2009 zijn ingebouwd. Dit betekent een aanzienlijke achterstand, van circa 2,5 jaar, ten opzichte van de oorspronkelijke planning. Het derde testniveau is dus nog slechts nauwelijks van start gegaan.

Start testen JSF met missiesystemen

De BF-4 zal ergens in de zomer van 2009 de eerste vlucht maken en daarna overgeplaatst worden naar het testcentrum op de basis Patuxent River. De BF-4 zal daar samen met het volgende prototype, de BF-5, begin 2010 de tests van de missiesystemen gestalte geven ten behoeve van de US Marine Corps. In de loop van 2010 moeten vervolgens de eerste productietoestellen van de F-35B klaar zijn en operationeel opgeleverd worden.
De eerste F-35A met missiesystemen aan boord, is de AF-3. Hiervan staat de eerste vlucht gepland in de herfst van 2009. Dit toestel zal vervolgens overgeplaatst worden naar de vliegbasis Edwards begin 2010, waarna het testen van de missiesystemen voor de F-35A luchtmachtversie een aanvang zal nemen. Dit is bijna drie jaar laten dan gepland. Oorspronkelijk zou de AF-3 de eerste testvlucht met radar maken in februari 2007.
De eerste F-35A productietoestellen voor de US Air Force zullen volgens planning vrijwel gelijktijdig afgeleverd worden met het het eerste prototype (de AF-3) dat is uitgerust met missie systemen. Ingewijden zien deze overlap tussen testen en productie als een risico. Nederland ontvangt het 16e F-35A productietoestel in 2011.

Bron:
Persbericht Lockheed Martin 23-jan-2009 “First avionics-equipped F-35 rolls out

Aviation Week; 12-nov-2008; Bill Sweetman; “JSF dates to mark

Aviation Week, 5-nov-2008; Amy Butler/Guy Norris; “Young Warns JSF Cuts Could Split Test Program

JSFNIEUWS090126-KR/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jan 24 2009

Obama Team grijpt al fors in bij FY2010 defensiebudget

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

Arlington, VA (USA) - Nadat afgelopen herfst duidelijk werd dat Obama president zou worden van de Verenigde Staten lieten bronnen binnen het Pentagon en analisten geregeld geruststellende woorden horen inzake het defensiebudget voor 2010. Het tegendeel lijkt nu echter waar te worden.

Breed was de gedachte: de begrotingsplannen voor fiscaal jaar 2010 zouden in een te ver gevorderd stadium zijn. De tijd tussen de inauguratie van Barack Obama en het publiek maken van de defensiebegroting voor 2010 zou te kort zijn om nog echt grote ingrepen te doen en slechts kleine ingrepen ten opzichte van de nog door de Bush regering uitgezette lijnen voor 2010 zouden haalbaar zijn.
Maar het transitieteam van de regering Obama lijkt de afgelopen twee maanden keihard gewerkt te hebben en de nieuwe regering komt daadkrachtig uit de startblokken.
De Senaat heeft de benoeming goedgekeurd van Peter Orszag tot hoofd van de Office of Management and Budget van het Witte Huis. Peter Orszag was tot voor kort directeur van de Congressional Budget Office. Deze man weet als geen ander waar de diverse “lijken in de kast” zijn verstopt bij de diverse ministeries. Bij een hoorzitting inzake zijn nominatie, op 13 januari, ontvouwde hij zijn visie en zei onder meer: “As the president-elect has already discussed the plan should include significant transparency, accountability, and oversight. The goal is to set a new standard how to spend taxpayer dollars”. Duidelijk is dat projecten waar belastinggeld wordt verspild het niet gemakkelijk zullen krijgen. In dit licht bezien is het nieuws inzake de dreigende schending van de Wet Nunn-McCurdy in het JSF project, zoals gisteren gemeld, een aanwijzing dat een aanzienlijke bijstelling van het JSF project niet moet worden uitgesloten.

Veelzeggend memo: begroting defensie 2010 volledig op de schop

Inmiddels zijn er duidelijke aanwijzingen dat in de defensiebegroting voor 2010 mogelijk radicale wijzigingen worden doorgevoerd, inclusief bezuinigingen op bepaalde projecten die tot voor kort voor onmogelijk werden gehouden.
Zo ontving iemand die werkt bij de N6 division van de Office of the chief of Naval Operations die zich bezig houdt met net-centric projecten op 14 januari een memo per mail, waarin hij gewaarschuwd werd dat in diverse vergaderingen duidelijk is geworden dat alle hens aan dek moet om bezuinigingen tegen te houden. De al geschreven “Project objective memorandums” ofwel “POM’s” die de plannen voor de komende begroting bevatten zouden aanzienlijk worden aangepast. Letterlijk staat in de memo: “As you know, our original planning assumption was that the POM-10 we submitted would undergo only minor changes, that may no longer be accurate”. En verder: “There is now an anticipation of significant change to POM-10 and about a two month cycle to re-build it.” Dus binnen een termijn van 2 maanden, een aanzienlijke herziening en extra geld zit er zeker niet in, op zijn best een inflatiecorrectie. De memo zegt: “The picture is cloudy at best.” En tevens ”When things get lean, everything goes on the table. There will be very few sacred cows.” Geen heilige koeien meer. De memo geeft verder praktische aanwijzingen hoe geprobeerd moet worden te voorkomen dat projecten ten prooi vallen aan de bezuinigingen.

Door diverse bronnen bevestigd

Andere Pentagon bronnen geven soortgelijke signalen af over aanzienlijke ingrepen, die dit voorjaar met het indienen van de voorstellen van de defensiebegroting van fiscaal jaar 2010 duidelijk gemaakt zullen worden. En hoewel totale herziening op zo korte termijn niet mogelijk is, zullen volgens deze bronnen, duidelijke lijnen uitgezet worden om zo in de begroting voor 2011 ten volle doorgevoerd te kunnen worden. Peter Orszag is deze week direct gestart met een actieve bemoeienis hierbij, meldt de bron. Duidelijk is dat de focus minder zal liggen op traditionele, grote wapenplatforms (waaronder de JSF) en meer op gespecialiseerde uitrusting voor de niet-traditionele oorlogsvoering in met name Afghanistan. Tevens zal er focus komen op investeringen in het tankerprogramma en wordt voortzetting van de productie van de C-17 transportvliegtuigen nadrukkelijk genoemd. Van diverse kanten wordt gemeld dat meer geld beschikbaar zal komen voor minder geavanceerde uitrusting ten behoeve van stabiliteits operaties. Er is nog geen definitieve datum vastgesteld voor het naar buiten brengen van de begroting voor fiscaal jaar 2010. Normaal is dit begin februari, maar er zijn nu sterke aanwijzingen dat dit tot april wordt uitgesteld. In een eerste richtlijn voor de budgetverkenningen voor 2011 (de zogeheten PR-11) staat: “PR-11 is to be limited only to fact-of-life changes, meaning price changes due to contractual factors or inflation, appropriations shifts between different kinds of accounts, safety fixes, schedule changes due to external pressure, or to support warfighting needs. Serious cuts will likely be considered.

Nieuwe koers lijkt duidelijk

William Lynn, de nieuw voorgestelde staatssecretaris van defensie in de regering Obama, pleitte voor fors ingrijpen in de defensiebegroting voor 2010, zoals blijkt uit de hoorzitting in de Senaat ter bevestiging van zijn benoeming op 15 januari: “At a time when we face a wide range of national security challenges and unprecedented budget pressures, acquisition reform is not an option, it is an imperative,” zei hij. “It is time to improve all aspects of the department’s acquisition and budget processes so that every dollar we spend at the Pentagon is used wisely and effectively to enhance our national security.” Er is vanuit de regering dus breed een sterke inzet op het herzien van de wijze waarop de defensiedollars worden besteed.
Overigens is de benoeming van William Lynn, tot voor kort lobbyist voor het defensieconcern Raytheon niet onomstreden in Washington (Obama waives lobbying rules for Lynn, The Hill).

Het Pentagon enkele dagen na de inauguratie van Barack Obama, gonzend van geruchten en tal van gevechten achter de schermen met intensief verkeer naar tal van lobbyisten daarbuiten. Een gevecht om in ieder geval het eigen project en het eigen belang veilig te stellen. In april zal uit de begrotingsvoorstellen voor Fiscaal Jaar 2010 moeten blijken wat de uitkomst is. Wat het exacte gevolg zal zijn voor het JSF Programma laat zich nog moeilijk voorspellen.

Achtergrond:
Hoorzitting US Senaat 13-jan-2008 inzake nominatie Peter Orszag als Director of the Office of Management and Budget

JSFNIEUWS090124-ShM/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jan 24 2009

“Vertrouwelijk” deels weggevallen in rapportage kandidatenevaluatie

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – De griffie van het Ministerie van Defensie heeft op donderdag 22 januari ontdekt dat in twee van de zes vertrouwelijke evaluatierapporten een groot aantal pagina’s niet voorzien waren van de juiste rubricering inzake vertrouwelijkheid. Vandaag heeft Staatssecretaris Jack de Vries met spoed een brief gestuurd om te pogen de zaak recht te zetten.

De geactualiseerde kandidatenevaluatie ten aanzien van de opvolger van de F-16 werd op 18 december aan de Tweede Kamer aangeboden. De evaluatie zou onder meer “transparant” zijn, wat niet tot uitdrukking kwam in de geboden uiterst summiere, samenvattende brief die bijgevoegd was. Daarnaast werd het RAND rapport aangeboden, dat slechts omschrijft op welke wijze het evaluatie proces tussen mei en begin december 2008 is uitgevoerd en wat adviesbureau RAND daarvan vindt (en dus niet inhoudelijk iets zegt ten aanzien van de aspecten kwaliteit, levensduurkosten en levertijd). Verder was een soortgelijk rapport van de Auditdiensten van het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Economische Zaken toegevoegd. De werkelijk relevante informatie stond in zes rapporten, die de status zouden hebben van “vertrouwelijk”. Dat betekent dat de Tweede Kamer ze mag inzien, maar ten aanzien van de inhoud geen openbare vragen mag stellen en evenmin de informatie die ze in deze rapporten lezen in een openbaar debat aan de orde mogen stellen. Sommige Tweede Kamerleden waren niet blij met deze uitleg van “transparante” kandidatenvergelijking, anderen toonden begrip. Hoe dan ook werd het belang van vertrouwelijkheid benadrukt.

Foute rubricering meegegeven

De Tweede Kamer leden die de rapporten gingen bestuderen waren verrast in twee van de zes rapporten. Uiteraard drong dit spoedig door tot de griffie van het Ministerie van Defensie. Vanmiddag werd middels een brief aan de Kamer een poging ondernomen door Staatssecretaris Jack de Vries de zaak alsnog recht te zetten, als volgt:
Op 18 december 2008 heb ik u geïnformeerd over de resultaten van de actualisering van de kandidatenvergelijking in het kader van het project Vervanging F-16 (Kamerstuk 26 488 nr. 131). Daarbij heb ik u de zes delen van het evaluatierapport vertrouwelijk ter inzage aangeboden. De toepasselijke rubricering is aangeduid op de documenten. Kennelijk ontbreekt op een aantal pagina’s in de vertrouwelijke stukken de gebruikelijke aanduiding. Uw griffie heeft mijn departement hiervan op 22 januari jl. in kennis gesteld.
Deze evidente administratieve onvolkomenheid doet echter niet af aan de noodzaak vertrouwelijk met de informatie om te gaan, omwille van de belangen van de Staat en haar bondgenoten alsmede aanzienlijke commerciële belangen van de fabrikanten. Om deze redenen wijs ik het verzoek, overgebracht door uw griffie, de vertrouwelijk ter inzage aangeboden documenten geheel of gedeeltelijk openbaar te maken, dan ook af
.”

Twee van de zes rapporten: “intern beraad”

De brief suggereert dat met een “aantal pagina’s” het om een beperkt stuk zou gaan. Feitelijk gaat een flink aantal pagina’s. Het gaat om twee van de zes deelrapporten. Deel 1 ten aanzien van de gebruikte methoden, en deel 2 over de aanwezige kennis/voorbereiding. Deze delen omvatten tal van interessante aspecten die laten zien wat de werkwijze en gedachtegang achter de kandidatenevaluatie is. Ze hebben de kwalificatie ‘intern beraad’ in plaats van het ‘commercieel vertrouwelijk’ zoals de andere vier deelrapporten ten aanzien van (3) kwaliteit, (4) levensduurkosten, (5) levertijd en (6) totale eindoordeel.

Belang Staat en bondgenoten in het geding

Uit de toonzetting van de brief is op te maken dat er voor Staatssecretaris Jack de Vries kennelijk veel aan gelegen is dat de inhoud van de stukken niet publiek wordt. Niet voor niets spreekt hij van “omwille van de belangen van de Staat en haar bondgenoten alsmede aanzienlijke commerciële belangen van de fabrikanten”. Welke commerciële belangen fabrikanten hebben bij het niet publiek maken van rapporten over de gehanteerde methode en voorbereiding/kennisbronnen is niet uit de brief aan de Kamer op te maken. Hoe de Kamerleden met de brief zullen omgaan is nog onduidelijk.
Intern is direct een onderzoek ingesteld om te achterhalen hoe de fout heeft kunnen ontstaan. Daar is al een indicatie voor en het laatste woord zal hier nog niet over gesproken zijn, te meer daar ten aanzien van JSF informatie altijd de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt betracht.

JSFNIEUWS090123-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Volgende »