Jun 02 2009
Wel of geen alternatieve motorproducent voor JSF?
Williamsburg, VA (USA) – Nadat op donderdag 7 mei 2009 de gegevens over de Amerikaanse defensiebegroting voor FY 2010 bekend werden, was al snel duidelijk dat opnieuw de financiering van de alternatieve motor voor de JSF opnieuw geschrapt is. Andere jaren werd dit later in het jaar door ijverige Congress leden alsnog rechtgezet. Die kans is dit jaar aanzienlijk kleiner.
Voor het vierde achtereenvolgende jaar doet het Pentagon een poging om het budget voor de alternatieve motor voor de JSF, de General Electric/Rolls Royce F136, geschrapt te krijgen. Drie maal eerder, onder president Bush, werd later alsnog budget toegekend. Door de gewijzigde begrotingsregels onder president Obama is de kans dat de alternatieve motor definitief van het toneel verdwijnt echter aanzienlijk toegenomen. In politiek Washington is inmiddels een stevige discussie losgebarsten tussen voorstanders en tegenstanders.
Argumenten contra F136 motor
De bekende defensie analist Loren B. Thomson, zoals algemeen bekend niet langer onafhankelijk maar een lobbyist voor het Lexington Institute, dat deels betaald wordt door Lockheed Martin schreef op 27 mei een open brief met de titel “Obama is right: the F-35 doesn’t need another engine”. Loren Thomson betoogt dat het ongebruikelijk is voor een president, in dit geval Obama, om defensieposten te schrappen die verdedigd worden door zwaargewichten uit de eigen partij, in dit geval Ted Kennedy uit de staat Ohio. Daarom moet dit signaal serieus worden genomen. Want, stelt Thomson, een alternatieve motor naast de al bestaande Pratt&Whitney F135 lijkt redelijk voor de JSF, maar uiteindelijk pakt dit duurder uit voor de belastingbetaler. Voor zaken als radar, landingsgestellen en dergelijke doen we dit toch ook niet, vraagt hij de lezer. Met de ontwikkeling is US$ 8, 8 miljard gemoeid, die lijkt later moeilijk terug te verdienen via lagere prijzen door competitie tussen twee fabrikanten. Kortom, volgens het Lexington Institute, is het schrappen een terechte keuze van Obama.
Argumenten pro F136 motor
Inmiddels heeft General Electric de krachten in en rond het Congress gemobiliseerd, die er voor moeten zorgen dat deze bezuiniging voor de vierde keer wordt teruggedraaid.
In het Congress, in diverse defensiecommissies, hebben ze weliswaar stevige steun voor de tweede motor, maar of ze het dit jaar redden is onzeker. Critici van de Pentagon beslissing wijzen graag op de “engine war” die startte in de tijd van de F-15 en F-16, toen er vertrouwd werd op een fabrikant en hiermee problemen ontstonden. Dit wil men niet opnieuw meemaken. De invloedrijke Republikein John Murtha en senator Carl Levin zijn voorstander van de tweede motor.
General Electric/Rolls Royce voeren als argument aan dat de regering al ruim US$ 1,7 miljard heeft besteed aan de ontwikkeling van de tweede motor, dat deze voor 70% klaar is en goed op schema ligt. Nu stoppen zou pure geldverspilling zijn.
Ook internationale partners, met name het Verenigd Koninkrijk, hebben belang bij een tweede motor. Nederland heeft eveneens belangrijke industriële inbreng bij deze motor,vanwege de betrokkenheid van Dutch Aero B.V. en Atkins-Nedtech B.V. De F136 motor levert in Nederland meer werk, innovaties en omzet op dan de eerste motor, de F135 van Pratt & Whitney.
Pleit lijkt dit jaar beslecht te worden ten nadele van F136
Het Pentagon brengt hiertegen in, dat als er toch geld wordt vrijgemaakt voor de tweede motor, het aantal te produceren toestellen in de vierde serie (LRIP-4) dan naar beneden bijgesteld moet worden, wat de prijs per stuk zal doen stijgen. Het gaat hierbij om circa US$ 430 miljoen. Volgens Generaal Heinz, het nieuwe hoofd van het JSF Program Office kunnen er dan in plaats van 30, maar 24 JSF’s geproduceerd worden in LRIP-4. en tot 2015 moeten er dozijnen te produceren JSF’s worden geschrapt als binnen de JSF begroting geld naar het alternatieve motor project gaat, volgens Heinz. Binnen het Pentagon is men van mening dat wanneer gebruikers (lees: Europese landen) de F136 motor toch willen, zij zelf met geld voor de ontwikkeling over de brug moeten komen. Men wil dit niet langer ten koste laten gaan van de eigen onder druk staande begroting.
Wanneer Lockheed Martin en het JSF Program Office niet gemotiveerd zijn om zich nog langer in te zetten voor de F136 motor, en de politieke steun afbrokkelt zal het lastig worden voor het General Electric/Rolls Royce Fighter Engine Team het tij nog langer te keren.
Bronnen:
Lexington Institute; 27 mei 2009; Obama is right: the F-35 doesn’t need another engine
The Hill; 30 mei 2009; Roxana Tiron; GE-Rolls Royce press for fighter-engine funding
Aviation Week; 29 mei 2009; Graham Warwick; Second Engine Could Cut F-35 Production
JSFNIEUWS090602-GK/nb