Jan 26 2010
Kamervragen over JSF Business Case
Den Haag – Vanuit politiek Den Haag komen vaak alleen de voor een breed publiek interessante hoofdlijnen in de publiciteit. De gangbare media geven vaak een betrekkelijk klein gedeelte weer van datgene wat in de Tweede Kamer en in de achterliggende Vaste Kamercommissies aan werk wordt uitgevoerd. Zo werd recent een lijst vragen ingediend naar aanleiding van de uitkomst van de Arbitrage inzake de JSF Business Case.
Het geeft iets weer van de complexiteit omtrent deze JSF Business Case en het spanningsveld waarbinnen de industrie en overheid op dit punt moet opereren. Een steeds verder naar de toekomst uitgestelde productieomzet met lagere productie aantallen in een situatie waarin heftige concurrentie is op prijs-kwaliteit, waarbij andere JSF partnerlanden meedingen naar orders en waar, als nieuwe mededingers, landen die interesse hebben zoals Zuid-Korea, Singapore, Israël vanuit oogpunt van compensatie orders met hun goedkope industrie eveneens willen meedingen naar een stuk van de JSF omzet.
Vragenlijst JSF Business Case
Hieronder laten we de lijst met gestelde vragen (niet van een enkele politicus, maar van de gezamenlijk Vaste Kamer Commissie van Defensie) letterlijk volgen:
Vraag 1: Bedingen andere partnerlanden ook afdrachtpercentages van hun industrie?
In hoeverre schaadt een afdrachtpercentage van 4,49 over de te behalen omzet de positie van de Nederlandse industrie in het Joint Strike Fighter(JSF)-programma?
Vraag 2: Moet bij een afdrachtpercentage van 4,49 gevreesd worden voor het naar beneden bijstellen van de omzetprognoses door de industrie? Bestaat daardoor niet het risico dat er dus ook minder afgedragen zal worden door de industrie aan de Staat en dat derhalve een gat in de business case ontstaat?
Vraag 3: In hoeverre acht de regering de luchtvaartindustrie in staat om een afdrachtpercentage van 4,49 door te berekenen aan derden?
Vraag 4: Waarom wordt nu een definitief afdrachtpercentage van de industrie geëist over te behalen omzet in de productie van de JSF, terwijl er nog geen aanschafbesluit over de JSF genomen is? Wordt hiermee niet vooruitgelopen op een definitieve keuze voor de JSF?
Vraag 5: Moet uit het feit dat zowel het Scheidsgerecht als de regering aangeven dat er voordelen gemoeid zijn aan de System Design and Demonstration (SDD)-deelname, die niet zijn meegenomen in de business case, worden geconcludeerd dat deelname aan de SDD-fase een voordeel van maar liefst €300 miljoen oplevert voor de belastingbetaler? Was dit de oorspronkelijke bedoeling van de business case en de noodzaak tot afdracht van omzet van de industrie om het gat te dichten? Is de regering bereid om de business case open te breken en de extra voordelen erin te verdisconteren?
Vraag 6: Hoe beoordeelt de regering de toekomstperspectieven voor de Nederlandse luchtvaartindustrie in het licht van de economische crisis en het thans vastgestelde afdrachtpercentage? Heeft de regering bij de herijking van de business case rekening gehouden met de gewijzigde economische omstandigheden?
Vraag 7: Is het waar dat de industrie geen lening kan krijgen bij banken ten behoeve van het JSF-programma, zo lang het politieke besluit tot aanschaf van de JSF nog niet genomen is? Zo ja, is de regering bereid een bankgarantie af te geven?
Vraag 8: Welke dollarkoers wordt gehanteerd bij het project vervanging F-16? Wordt dezelfde dollarkoers gehanteerd bij de herziening van de business case? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9: Waarom handelt de regering naar de juridische letter van de Medefinancieringsovereenkomst, maar wordt de politieke en economische werkelijkheid buiten beschouwing gelaten?
Vraag 10: Is het waar dat Nederland als SDD-partner geen ontwikkelingskosten hoeft te betalen bij aanschaf van de JSF? Hoe groot is het voordeel van de SDD-deelname in relatie tot kopen van de plank, gezien het feit dat de ontwikkelingskosten gestegen zijn en wel (gedeeltelijk) betaald zullen worden door derde landen die van de plank kopen? In hoeverre is dit meegenomen in de herijking van de business case?
Vraag 11: Acht de regering het denkbaar dat veel bedrijven zullen afhaken in het JSF-project, omdat orders risicovol of zelfs verliesgevend worden bij een afdrachtpercentage van 4,49? Zo ja, welke consequenties kan dit hebben voor (het tekort van) de business case?
Vraag 12: Kunnen alsnog alle uitgangspunten, overwegingen, berekeningen en conclusies in de diverse stadia van de herberekening van de JSF business case en van de arbitrageprocedure daarover openbaar gemaakt worden?
Zo nee, waarom niet en wanneer dan wel?
Vraag 13: Welke (a) productieaantallen en (b) kostprijs van de JSF en welke (c) omzetverwachtingen voor de Nederlandse industrie liggen ten grondslag aan de herberekening van de JSF business case en de arbitrage?
In hoeverre acht u deze drie (a t/m c) nu nog realistisch, en op welke recente informatie baseert u zich daarbij?
Vraag 14: Over welke zaken heeft het Scheidsgerecht vooraf en tijdens de lopende arbitrageprocedure informatie bij en standpunten van de regering (c.q. van de departementen EZ, Financiën en/of Defensie) opgevraagd en/of getoetst, en welke posities zijn daarbij van regeringszijde ingenomen?Vraag 15: Waarom is bij de arbitrage door het Scheidsgerecht vooruit gelopen op het politiek nog te nemen besluit over de eventuele, daadwerkelijke deelname aan de Initial Operational Test and Evaluation (IOT&E) fase met twee testvliegtuigen, conform de motie Hamer c.s.? Wat is het oordeel van de regering daarover?
Vraag 16: Welke gevolgen zal een politiek besluit tot het NIET aanschaffen van twee JSF-testtoestellen hebben voor de arbitrage-uitkomst en het naleven daarvan?
Vraag 17: Daar waar in de brief gesproken wordt over het “bezwaar van de Luchtvaartindustrie” etc. kan precies omschreven worden welke bedrijven etc. tot deze “Luchtvaartindustrie” gerekend moeten worden en hoe de besluitvorming binnen dit cluster bedrijven tot stand kwam en komt?
Kan daarbij tevens per bedrijf aangegeven worden in hoeverre het hier op dit moment nog gaat om een Nederlands bedrijf en in hoeverre het per bedrijf gaat om naar verwachting te realiseren werkgelegenheid in Nederland?
Vraag 18: In hoeverre hebben de betrokken bedrijven ook al ingestemd met de uitkomst van de arbitrage, dan wel op welke termijn is die instemming te verwachten?
Vraag 19: Welke (potentieel) betrokken bedrijven hebben reeds aangegeven niet in te zullen stemmen met de uitkomst van de arbitrage, dan wel daaraan niet te zullen meewerken? Om welk aandeel in de verwachte Nederlandse omzet van de JSF-productie gaat het daarbij?
Vraag 20: In hoeverre zullen Nederlandse bedrijven, die niet willen bijdragen aan een definitief vastgesteld afdrachtpercentage, nog in de gelegenheid gesteld worden om mee te dingen naar opdrachten in het kader van het JSF-project c.q. de JSF-productie in de ruimste zin van het woord?
Vraag 21: Worden Nederlandse bedrijven, die niet willen bijdragen aan een definitief vastgesteld afdrachtpercentage, uitgesloten van iedere nieuwe opdracht in het kader van het JSF-project c.q. de JSF-productie in de ruimste zin van het woord?
Vraag 22: Wat is het oordeel van de regering over de werkwijze van het Scheidsgerecht om niet “de werkelijk betaalde dollarkoers” te hanteren, maar een “gewogen gemiddelde dollarkoers”? Kunt u dit oordeel ook toelichten? Wat is het directe gevolg van deze handelswijze van het Scheidsgerecht voor de Nederlandse “belastingbetaler”?
Vraag 23: Acht de regering de nu gerealiseerde herberekening van het afdrachtpercentage en de wijze van totstandkoming geheel conform alle schriftelijke en mondelinge garanties van de toenmalige minister Zalm van Financiën, o.a. dat de Nederlandse deelname aan de SDD-fase de belastingbetalers geen cent zal kosten?Zo neen, in welke opzichten en in hoeverre is daaraan niet geheel voldaan?
Vraag 24: Is het mogelijk de informatie over deze arbitragezaak die eerder vertrouwelijk aan de Kamer is gestuurd nu deze zaak is afgerond openbaar te maken? Zo nee, welke redenen heeft u nu nog om dit niet te doen?
Vraag 25 Bent u bereid om, gezien het hier gaat om grote bedragen belastinggeld, alle achterliggende stukken openbaar te maken en daar waar dit niet mogelijk is dit richting de Kamer te beargumenteren?
Vraag 26: Kunt u toelichten waarom er in de brief gesproken wordt over de werkelijk betaalde dollarkoers van 1.05587 euro? Herinnert u zich nog uw eerdere brieven in 2002 aan de Kamer waarin gemeld dat het dollarrisico zou worden afgedekt door het kopen van termijndollars tegen een koers van 1,15 euro?
Vraag 27 Kunt u gedetailleerd uitleggen wanneer, en tegen welke koers er termijndollars zijn gekocht om de SDD-bijdrage te betalen?
Vraah 28: Wat is het totale bedrag aan SDD-gelden dat tot nu toe is overgemaakt aan de VS in euro’s 2009?
Vraag 29: Welke balans bedoelde u toen u in november schriftelijk aangaf dat ‘Over de wijze van een ook voor de industrie verantwoorde uitvoering van dit vonnis wordt op korte termijn met de sector overleg gepleegd, waarbij ik streef naar een goede balans tussen de afdrachtverplichting van de industrie en de overige in het geding zijnde belangen’? Welke overige belangen werden hier bedoeld? Op welke wijze zijn deze belangen meegenomen in het uiteindelijke afdrachtpercentage?
Vraag 30: Is het juist dat bij de uitspraak van de arbiters uitspraak is gedaan terwijl geen publiek aanwezig kon zijn?
Vraag 31: Kunt u exact aangeven hoe u de motie Hamer c.s. uit gaat voeren waarin staat dat op basis van de verschillende criteria waaronder de uitkomst van deze arbitragezaak de definitieve keuze voor de deelname aan de testfase gemaakt kan worden?
Vraag 32: Klopt het dat het Tekort met € 50 miljoen is gezakt en dat de industrie bereid is om op termijn een hoger percentage af te dragen?
Vraag 33: Is het mogelijk bestaande innovatieregelingen aan te wenden om het Tekort bij te passen? Immers is een verschil van € 100 miljoen in een sector die cruciaal is voor de kennisontwikkeling en, bij aanschaf van de JSF, er zeker €10 miljard (factor 1000) aan orders opgebracht zal worden wat een veelvoud van € 100 miljoen aan belastinginkomsten zal betekenen?
Vraag 34: Heeft de regering nog overwogen om de JSF nu reeds aan te schaffen vanwege het miljardenvoordeel dat dit de schatkist zal opleveren?
Vraag 35: Kunt u aangeven op basis van welke redenering en berekening het huidige meer dan gehalveerde afdrachtpercentage is vastgesteld?
Vraag 36: Kan de Kamer de exacte onderliggende berekening ontvangen op basis waarvan geconcludeerd wordt dat een afdrachtpercentage van 4.49 volstaat?
Vraag 37: Hebben de bedrijven ingestemd met het vastgestelde afdrachtpercentage? Op welke wijze hebben ze dat gedaan?
Vraag 38: Welke bedrijven gaan dit afdrachtpercentage betalen?
Vraag 39: Wanneer zullen de eerste betalingen plaatsvinden?
Vraag 40: Kunt u een schema aanleveren waaruit duidelijk wordt welke bedrijven in welke termijnen welke bedragen over zullen gaan maken?
Vraag 41: Waarom is het risico dat de dollar in waarde zou verminderen ten opzichte van de euro niet afgedekt c.q. afgeschermd door deze te ‘hatchen’?
Vraag 42: U bevestigd in uw brief het percentage van 4,49. Valt dit afdrachtpercentage te kwalificeren als een ‘omzetbelasting’ die afhankelijk is van daadwerkelijke omzet en dus sterk de marge onder druk zet?
Vraag 43: Wat is de invloed van deze afdracht op het concurrentievermogen van de industrie en wat is het risico dat bedrijven hun werk naar goedkopere, buitenlandse vestigingen brengen?
Vraag 44: Wat is het verdienvermogen van de Nederlandse luchtvaartindustrie? Is dit meegewogen in de oordeelsbepaling van het Scheidsgerecht?
Vraag 45: Is het juist te veronderstellen, gegeven de gebruikelijke marges, dat alles boven de 3% leidt tot productie werken tegen de kostprijs?
Vraag 46: In hoeverre is bij de definitieve vaststelling van het afdrachtpercentage rekening gehouden met de gewijzigde economische omstandigheden en de dollarkoersratio?
Vraag 47: Kan het totale bedrag aan SDD gelden, bij een afdrachtpercentage van 4,49 door de industrie, en rekening houdend met de verwachtingen zoals ze zijn gebruikt bij het vaststellen van het nieuwe afdrachtpercentage in 2008 van 10,1 procent, worden ‘terugverdiend’ door de staat?
Vraag 48 Is het waar dat er, uitgaande van de herberekening van de business case in 2008, een tekort is van 145 miljoen euro?
Vraag 49: Hoe groot is het tekort nu er een afdrachtpercentage van minder dan de helft van het oorspronkelijke percentage is vastgesteld?
Vraag 50: Kunt u aangeven hoe dit nieuwe afdrachtpercentage in de begroting van Economische Zaken en Defensie verwerkt zullen worden?
Vraag 51: Welke extra kosten levert deelname aan de ontwikkeling van de JSF de belastingbetaler op?
Vraag 52 Kunt u toelichten waarom de arbiters het ‘voordeel’ van deelname aan de IOT&E van 200 miljoen euro meewegen in hun oordeel? Deze staat toch totaal los van de onderdelen die het afdrachtpercentage zouden moeten bepalen? Zo nee, op welke wijze zou het vermeende voordeel van de IOT&E fase van invloed zijn op de business case en dus het afdrachtpercentage voor de industrie?
Vraag 53: Deelt u het oordeel dat dit voordeel in zijn geheel zou komen te vervallen, indien Nederland, net als de overgrote meerderheid van de JSF-partners, af zou zien van deelname aan de IOT&E?
Vraag 54: Deelt u de conclusie dat als het ‘ voordeel’ van IOT&E deelname in de business case worden betrokken, ook nadelen van de SDD-deelname, zoals de aanschaf van relatief dure toestellen in LRIP-fase, zouden moeten worden meegewogen?
Vraag 55: Als er nieuwe elementen dienen te worden meegewogen in de business case, waarom is de ‘ eenmalige bijdrage’ van het ministerie Economische Zaken van 42 miljoen euro uit 2002 niet bij de vergelijking betrokken?
Vraag 56: Heeft u inmiddels overleg gehad met de sector zoals u in november aangaf?
Vraag 57 Ging dit overleg slechts over de uitvoering van de uitspraak van de arbiter of ook over de inhoud van de uitspraak?
Vraag 58: Welke bedrijven hebben niet ingestemd met de uitspraak van de arbiter? Waarom niet? Welk effect heeft dit op de afdracht van de anderen? Welk effect heeft dit op de businesscase? Hoeveel geld schiet de belastingbetaler er hier bij in?
Vraag 59 Het Scheidsgerecht geeft aan dat er additionele voordelen zijn van deelname aan de ontwikkelingsfase ten opzichte van een eigen uitgevoerde testfase te waarde van ongeveer € 200 miljoen. Zou dit concrete voordeel voor de overheidsfinanciën meegenomen moeten worden in de business case?
Vraag 60: De contante waarde van de bijkomende voordelen wordt door u geschat op € 150 miljoen. Op welk bedrag en percentage zou het Tekort uitkomen als deze voordelen en de gewogen gemiddelde dollarkoers beide zouden worden meegewogen in de business case?
Bron: Tweede Kamer, Vaste Commissie voor Defensie; Jan-2010; vragen JSF Business Case
JSFNIEUWS100125-JG/jg