Archief van de februari, 2010

Feb 24 2010

De Vries geeft toelichting werkbezoek Israel

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

Den Haag - Naar aanleiding van het werkbezoek van de Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries aan Israël in december 2009 stelde de Vaste Kamercommissie de vraag of er tijdens dit werkbezoek is gesproken over de JSF. Gelet op de actuele situatie in Israël, waar al langdurig contractonderhandelingen gaande zijn met de USA omtrent de aankoop van de JSF zou dit een voor de hand liggend agenda punt hebben kunnen zijn.

In een brief d.d. 22 februari 2010 maakt de Staatssecretaris van Defensie duidelijk dat er nauwelijks inhoudelijk over de JSF is gesproken:

In de gesprekken die tijdens dit werkbezoek zijn gevoerd met dhr. Vilnai, plaatsvervangend minister van Defensie, en met andere defensieautoriteiten is de JSF geen onderwerp van gesprek geweest.
Tijdens twee bezoeken aan Israëlische defensiebedrijven is de JSF wel kort aan de orde gekomen. Bij het bezoek aan de Israel Aerospace Industries is onder andere gesproken over het onderhoud en de modificaties die dat bedrijf aan Israëlische vliegtuigen, waaronder de F-16, uitvoert. In dat verband heb ik gevraagd of deze firma onderdelen voor de F-35 gaat produceren. Het bedrijf meldde dat het daarover geen mededelingen doet. Ook heb ik het bedrijf Elbit bezocht. Daar meldden vertegenwoordigers van het bedrijf ongevraagd dat Elbit geselecteerd is als leverancier voor het JSF Helmet Mounted Display System.
Verder is het onderwerp JSF tijdens het werkbezoek niet aan de orde geweest
.”

JSFNIEUWS100223-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 24 2010

Defensie beantwoordt Kamervragen JSF geluid

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag - De Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries heeft in op 22 februari 2010 in een brief aan de Kamer antwoord gegeven op de schriftelijke vragen van de vaste commissie voor Defensie over de brief van 7 januari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 211) met informatie over de geluidsbelasting van de JSF. Deze vragen werden ingezonden op 1 februari 2010.

Vraag 1
Op welke gronden wordt de kwaliteit van de geluidsdata van Mineral Wells voor de berekeningen van de geluidsbelasting van de F-35 door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR) als onvoldoende gekwalificeerd?
Vraag 2
Wat zijn de verschillen tussen de aanpak van de geluidsmetingen in Mineral Wells en op de vliegbasis Edwards?
Vraag 3
Kunt u de betrokkenheid van het NLR bij de geluidsmetingen die zijn uitgevoerd op initiatief van het Pentagon in oktober 2008 nader specificeren?

Antwoord Defensie op vraag 1 t/m 3
In de gegevens van de in 2007 op Mineral Wells gehouden geluidsmetingen zijn tegenstrijdigheden geconstateerd. Op grotere afstand van het vliegtuig zijn hogere geluidswaarden geregistreerd dan dichter bij het vliegtuig. Daarnaast zijn de calibratiesignalen van de microfoons niet goed geregistreerd, waardoor er geen goede referentie is voor de berekening van de juiste LAmax-geluidswaarden. Bovendien zijn de meteorologische omstandigheden slechts beperkt geregistreerd terwijl er wel sprake was van veel wind. De vanwege de wind benodigde correcties kunnen daarom niet worden bepaald. Microfoons stonden voorts deels op een harde en deels op een zachte ondergrond opgesteld, waardoor de bodemdemping van het geluid niet op alle plaatsen gelijk is geweest. Gezien de genoemde tegenstrijdigheden en tekortkomingen heeft het NLR vastgesteld dat het niet mogelijk is op basis van de Mineral Wells geluidsdata een betrouwbare geluidstabel op te stellen die nodig is voor een berekening van de geluidscontouren. Dit is gerapporteerd in het NLR-rapport dat de Kamer bij de brief van 16 maart 2009 heeft ontvangen (Kamerstuk 26 488, nr. 153).

Het Pentagon heeft in 2008 besloten opnieuw geluidsmetingen te laten uitvoeren, in dit geval in oktober 2008 op de vliegbasis Edwards. Het NLR heeft een deel van het meetplan opgesteld voor deze metingen. Bij de metingen op Edwards is gebruikgemaakt van ongeveer 100 meter hoge kranen met microfoons om 3D-geluidsmetingen mogelijk te maken. Dit geeft inzicht in de richtingskarakteristieken van de geluidsbron. Bij de metingen op Mineral Wells zijn geen 3D-geluidsmetingen gedaan. Tijdens de metingen op Edwards was het NLR verantwoordelijk voor het nauwkeurig registreren en monitoren van de meteorologische condities. Het NLR heeft tevens assistentie verleend bij het plaatsen van de meetopstelling en de microfoons.

Geluidsdeskundigen van zowel de Amerikaanse overheid als het NLR hebben vastgesteld dat de geluidsmetingen op Edwards betrouwbare geluidsinformatie hebben opgeleverd. Dit is gerapporteerd in het NLR-rapport dat de Kamer bij de brief van 10 juli 2009 heeft ontvangen (Kamerstuk 26 488, nr. 192).

Vraag 4
Kunt u garanderen dat de maximale geluidsproductie van de F-35 zoals gemeten naar LAmax-waarde, binnen de huidige, toegestane geluidsbelasting zal blijven?

Antwoord Defensie
Met gebruikmaking van de op Edwards gemeten geluidgegevens van de F-35 heeft het NLR een geluidstabel met LAmax-waarden bepaald op grond waarvan, in overeenstemming met het voorschrift berekening geluidsbelasting in Kosteneenheden, een berekening is uitgevoerd van de geluidsbelasting voor de vliegbases Leeuwarden en Volkel. Met mijn brief van 10 juli 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 192) heb ik de Kamer het NLR-rapport aangeboden en is gemeld dat ook met toepassing van voorzichtige uitgangspunten de geluidsbelasting van de F-35 goed inpasbaar is binnen de huidige 35Ke geluidszones van beide vliegbases. Zoals onder meer gemeld met de antwoorden op vragen van 16 oktober 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 200) gelden de wettelijke 35Ke geluidszones als randvoorwaarde voor het operationele gebruik in Nederland.

Vraag 5
U geeft aan dat er geen vast geluidsniveau voor de hele duur van de start is te bepalen; er wordt wel aangegeven dat het mogelijk lager ligt dan de 110dB. Kunt u uitsluiten dat de waarde ergens boven de 110dB zal liggen?

Antwoord Defensie
Als de F-35 een start uitvoert met gebruik van 100 procent motorvermogen zonder naverbrander, is op 1.000 voet (305 meter) hoogte direct onder het vliegtuig een LAmax-waarde te verwachten van 110 dB(A), zoals gerapporteerd in het NLR-rapport van maart 2009. Met de brief van 7 januari jl. is reeds gemeld dat het geluidsniveau hoger zal zijn indien het vliegtuig op minder dan 1.000 voet overvliegt. Dit zal kort na het opstijgen het geval zijn, waarbij overigens bij een start die wordt begonnen met 100 procent motorvermogen reeds onder de 1.000 voet wordt teruggeschakeld naar een lager motorvermogen.

Vraag 6
Wilt u, voordat definitief met een onderzoeksinstituut in zee wordt gegaan voor een onafhankelijke validatie van het NLR-rapport, de Kamer informeren over de daarbij te maken keuzes (welk instituut, met welke opdracht en welke beschikbare termijn) en over de mate van instemming daarmee van de verschillende Friese lokale overheden die het initiatief voor deze validatie genomen hebben?

Vraag 9Kunt u de Kamer informeren over de kosten en wijze van financiering van het validatieonderzoek?

Vraag 11
Kunt u bevestigen dat het RIVM het enige deskundige instituut in Nederland is dat geheel onafhankelijk is van het JSF-project én in staat is om het second-opinion onderzoek naar het NLR-onderzoek goed uit te voeren? Zo nee, welke argumenten kunt u voor het tegendeel aanvoeren?

Antwoord Defensie op vragen 6, 9 en 11
Het verzoek tot medewerking aan de uitvoering van een validatie is gedaan door Gedeputeerde Staten van Friesland.
In mijn brief van 23 december 2009 (bijlage bij Kamerstuk 26 488, nr. 211) aan de voorzitter van Gedeputeerde Staten van Friesland heb ik mijn medewerking toegezegd aan een validatie door een onafhankelijk Nederlands onderzoeksinstituut met het vereiste screeningsniveau en met het uitgangspunt dat de validatie in maart 2010 klaar zal zijn. Met vertegenwoordigers van de provincie, de betrokken gemeenten en omwonenden heeft het ministerie van Defensie in januari overeenstemming bereikt over de vragen die de basis vormen voor de validatie. Over het te kiezen instituut of combinatie van instituten heeft nog overleg plaats. Vanzelfsprekend is het uitgangspunt dat hierover met de provincie overeenstemming wordt bereikt. Ik acht het onjuist gedurende het overleg met de provincie in te gaan op de geschiktheid van instituten voor het uitvoeren van de validatie. Zodra duidelijk is wie de validatie zal uitvoeren zal ik de Kamer informeren. Daarbij zal ik ook ingaan op de opdracht voor de validatie, de kosten en de wijze van financiering. Nadat de Kamer hiervan op de hoogte is gesteld zal de validatie worden uitgevoerd.

Vraag 7
Op welke termijn zal de Kamer worden geïnformeerd over de resultaten van de onafhankelijke validatie van het NLR-rapport inzake de F-35 geluidscontouren?
Vraag 10
Welke termijn zou er voor een onafhankelijke validatie van het NLR-rapport maximaal beschikbaar zijn, gelet op alle reeds nu bekende opgelopen vertragingen in de ontwikkeling van de JSF? Kunt u het antwoord hierop toelichten?
Vraag 12
Acht u, gezien de termijn die het NLR nodig heeft gehad om zijn rapport inzake de geluidscontouren van de F-35 op te stellen, het uitgangspunt dat de validatie van dit rapport in maart 2010 is afgerond realistisch? Zo niet, wanneer verwacht u dat de validatie afgerond zal zijn?

Antwoord Defensie op vragen 7, 10 en 12
Met de brief van 16 februari jl. (kenmerk BS/2010003784) is de Kamer geïnformeerd over de actuele planning van de contractonderhandelingen voor de LRIP-4 toestellen, waarvan het Nederlandse tweede testtoestel deel uitmaakt. Op grond van de met de provincie overeengekomen validatievragen is de voltooiing van de validatie van het NLR-rapport in maart 2010 mogelijk als de validatieopdracht op korte termijn kan worden gegund. Als de gunning van de opdracht niet in februari kan worden gerealiseerd, zal de validatie niet voor april worden voltooid.

Vraag 8
Zal het instituut dat de onafhankelijke validatie van het NLR-rapport inzake de F-35 geluidscontouren zal uitvoeren, kunnen beschikken over exact dezelfde gegevens als waar het NLR zijn rapport op baseerde?

Antwoord Defensie
Bij de keuze van het instituut of de combinatie van instituten zal rekening worden gehouden met het vereiste screeningsniveau, met inbegrip van de relevante regelgeving van de Amerikaanse overheid, om inzage te kunnen geven in de geluidsdata en de prestatiegegevens van de F-35 die het NLR ook heeft gebruikt.

JSFNIEUWS100223-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 22 2010

Kamerbriefing actuele situatie Joint Strike Fighter project

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Ontwikkeling JSF

Den Haag – Op verzoek van enkele fracties uit de Tweede Kamer gaf JSF-specialist Johan Boeder op 17 februari 2010 een briefing over de actuele status van het Joint Strike Fighter project. De komende maanden wordt de discussie rond de aanschaf van dit toestel opnieuw actueel in verband met de beslissing die genomen moet worden over de koop van een tweede testtoestel, hoewel de kabinetscrisis de situatie nu extra onzeker maakt.

Gebaseerd op feitenmateriaal uit officiële rapporten hield JSF-specialist Johan Boeder de aanwezige Kamerleden van CDA, PvdA, SP, GL en PVV opnieuw voor dat sprake is van een risicovolle strategie bij de ontwikkeling van de JSF vanwege het feit dat de productie al begonnen is, terwijl het testen nog maar voor 2% voltooid is. Tot op heden zijn slechts 150 van 5000 testvluchten voltooid en de ontwikkelperiode is recent opnieuw verlengd met 13 maanden, tot eind 2015. Er zijn tal van technische problemen met de motor, de koeling en elektrische systemen. Maar met name de software ontwikkeling loopt achter op schema. Van de vorig jaar door Lockheed Martin toegezegde “acceleratie van de ontwikkeling” is niets terecht gekomen, zo blijkt uit Amerikaanse rapporten. Boeder ging hierbij specifiek in op het zeer kritische Annual Report 2009 van de Pentagon Director Operational Test & Evaluation inzake het JSF Program.

Steeds verder achter op schema

Inmiddels is het project, dat in 2001 startte, meer dan vier jaar achter op het oorspronkelijke schema. De kosten zijn circa 40% gestegen, wat zich vertaalt in een hogere aanschafprijs. “Dit, in combinatie met begrotingsproblemen in diverse landen”, zo betoogde Boeder, “leidt tot een dodelijke prijs-aantal spiraal, waarbij hogere prijzen leiden tot steeds lagere verkochte aantallen. En andersom.” De voorspelling dat er uiteindelijk 4500 Joint Strike Fighters gebouwd zullen worden, ziet Boeder als te optimistisch, hooguit de helft daarvan zal op termijn haalbaar zijn.
Dit leidt tot aanzienlijk minder omzet voor de Nederlandse industrie dan oorspronkelijk beloofd. Boeder liet zien dat diverse andere landen de JSF aankoop hebben verschoven naar een verdere toekomst, nadelig voor Nederland die daardoor duurdere vroege toestellen moet kopen. In de briefing werd ingegaan op de oorspronkelijke belofte dat de JSF per vlieguur goedkoper zou zijn dan de F-16. Inmiddels blijkt uit cijfers dat de exploitatiekosten van het toestel wellicht dubbel zo hoog zullen zijn dan in 2001 verwacht.
Dit heeft tot gevolg dat het aantal aan te schaffen toestellen onder druk komt te staan en er mogelijk nog meer squadrons moeten worden afgestoten.

De Vries bevestigt problemen

De briefing kreeg een actueel karakter, vanwege een brief die Staatssecretaris van Defensie De Vries op dinsdag 16 februari 2010 stuurde, waarin hij melding maakte van een vertraging in de aflevering van het eerste door Nederland bestelde toestel. Daarnaast werd de nieuwe uitloop van de ontwikkelingstijd van de JSF officieel bevestigd en het schrappen van de aanschaf van 121 toestellen door de Verenigde Staten de komende paar jaar. Dit zal er tevens toe leiden dat de aanvang van de test- en evaluatiefase in de Verenigde Staten, waaraan Nederland deelneemt pas in 2014 kan aanvangen. De Vries deelde tevens mee dat het zelfs mogelijk is dat in de Verenigde Staten plaats het JSF project tegen de grenzen van de zogeheten Nunn-McCurdy wet aanloopt die voorschrijft dat een herstructurering van een wapenproject noodzakelijk is bij 50% kostenoverschrijding. Dit percentage wordt inmiddels benaderd door de JSF.

Bronnen/downloads:
Briefing 17 februari 2010 VK Defensie Tweede Kamer inzake Actuele Status JSF Project

Engelse vertaling beschikbaar:
Briefing 17 februari 2010 NL Parliament Current Status JSF Project

Extract Annual Report 2009 Director Operational Test & Evaluation JSF Program

Eerder hebben we aandacht aan dit rapport besteed, lees en download dit het complete rapport: “Market Analysis JSF september 2009”.

JSFNIEUWS100222-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 20 2010

Internationaal nieuwsoverzicht JSF: Israël, Turkije, Japan

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

Pentagon weigert Israelische eisen inzake F-35

Hoewel eind 2008 al werd aangekondigd dat Israël had besloten 100 JSF’s aan te schaffen, verkeert sindsdien de uitwerking van de deal in een langdurige impasse. Volgens recente berichtgeving in de Jerusalem Post is er niet alleen een verschil van mening over de prijs van de toestellen, die met een prijskaartje van US$ 130 miljoen per stuk, duurder uit blijken te pakken dan eerst door Israël verwacht. Israël wil ook aanzienlijk industriële compensatie orders, net als indertijd bij de aanschaf van de F-16. Dit is moeilijk bespreekbaar, in verband met de beloftes gedaan aan andere JSF partnerlanden.
Er is tevens een aanzienlijk dispuut over de eis van Israël zelf systemen te kunnen toevoegen aan het toestel. Jerusalem Post hierover: “According to the official, Israel will not likely give up the demand to install its own electronic-warfare and radar systems on the plane. The Pentagon, the official said, had already approved some of Israel’s demands, but was continuing to deny it access to the plane’s internal computers which would prevent the installation of all of the systems the air force had requested. “We need to retain a qualitative edge over the F-35s that will be sold,” the official explained.”
Ten slotte is er een discussie over de vraag of het toestel onderhouden kan worden in eigen land. Onderhoud zou in Italië dienen plaats te vinden, maar een een Israelische official hierover: “”This is not something we can live with. Can you imagine that during a war we will send one of our aircraft to Italy to be fixed?”

Bron: Jerusalem Post; 20-jan-2010; “Pentagon Refusing Israeli F-35 Demands”

Versterking romp F-35C nodig na ontdekking zwakheid structuur

Lockheed Martin Corporation werkt aan de oplossing voor een ontdekte structurele zwakheid in de US Navy versie van de F-35 Joint Strike Fighter dat beperkingen geeft voor wat betreft het starten vanaf vliegdekschepen.
Afgelopen juli 2009 ontdekten ingenieurs een “tekortkoming in de sterktel” in een van de aluminum structuren van het centrale rompgedeelte van het toestel, zo heeft Lockheed Martin woordvoerder John Kent toegegeven.
De ontdekking van dit type problemen in dit stadium van ontwikkeling geeft voeding aan de critici die van mening zijn dat er een onverantwoord grote overlap is tussen ontwikkelen en productie van de F-35. De F-35C heeft nog geen enkele vlucht gemaakt, niettemin zijn de eerste delen voor F-35C productietoestellen al in aanbouw. Dit betekent dat, terwijl het productieproces al loopt, er nog structurele ontwerpaanpassingen en vervolgens modificaties nodig zijn aan afgebouwde of in aanbouw zijnde toestellen.

Bron: Bloomberg; 29-jan-2010; “Lockheed Strengthening Fuselage in Navy’s F-35 Model

Turkije : werkaandeel JSF overschrijdt de US$ 7 miljard

Woensdag 10 februari 2010 maakte de Turkse Minister van Defensie Vecdi Gonul bekend dat het Turkse werkaandeel in het Joint Strike Fighter programma inmiddels de US$ 7 miljard heeft overschreden. Turkije is een level-3 partner en investeerde een relatief laag bedrag van US$ 175 miljoen (vergelijk Nederland US$ 800 miljoen); maar is industrieel minstens zo succesvol in het binnenhalen van orders voor de industrie.
De Minister van Defensie verwacht dat de aankoop van de 100 toestellen uiteindelijk US$ 10-11 miljard zal gaan kosten. In november 2009 werd duidelijk dat de aankoop van de Turkse F-35A’s verschoven zal worden. Oorspronkelijk was de levering gepland van 2014 tot 2023. Besloten is de eerste jaren op een lager aantal te gaan zitten en de instroom te spreiden van 2015 tot 2025.

Bron: World Bulletin; 11-feb-2010; “Turkey says F-35 project share exceeds $7 bn”.

Japan: kandidatenevaluatie opvolging F-4EJ Phantom II

Japan zal waarschijnlijk dit voorjaar starten met de kandidatenevaluatie voor de aankoop van 40 nieuwe gevechtsvliegtuigen als opvolger van de verouderde F-4EJ Phantom II. Japan heeft lang aangegeven F-22 Raptors te willen kopen, maar de Verenigde Staten weigert deze te exporteren. In plaats daarvan werd door de Amerikaanse regering bij Japan aangedrongen op de aankoop van de Joint Strike Fighter.
Tijdens de Singapore Airshow, begin deze maand, bleek dat met name Boeing probeert Japan over te halen om hun alternatieven te overwegen, met name de semi-stealth F-15 Silent Eagle.
Ook Eurofighter heeft inmiddels intensief contact met Japan, met onder andere een aanbod om verregaand te beschikken over mogelijkheden om de Eurofighter in Japan in licentie te vervaardigen en betrokken te zijn bij de doorontwikkeling van het toestel. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Japan echter nooit anders dan Amerikaanse gevechtstoestellen aangeschaft en een breuk met deze langdurige traditie lijkt niet erg waarschijnlijk.

Bron: Business Week; 5-feb-2010; “Boeing Sets Sights on Japan Fighter Jet Contract Due in Spring

JSFNIEUWS100220-NB/nb

8 reacties op dit bericht...

Feb 18 2010

Opinie: zijn JSF ontwikkelingen werkelijk positief?

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Ingezonden opinie

Delft - In reactie op de ingezonden opinie “JSF ontwikkelingen positiever dan gedacht” van 10 februari 2010 reageert een lezer als volgt:

Net als iedereen bent u gerechtigd een opinie te hebben. Ik kan u er op wijzen dat vele argumenten die u aanhaalt om het JSF project in een positief daglicht te stellen op zijn vriendelijkst gezegt nogal vergezocht zijn en veelal niet door objectieve argumenten ondersteund worden.

Allereerst wil ik u er op attent maken dat erg veel critici bepaald geen ‘linkse rakkers’ zijn dan wel ‘pacifistisch’ of ‘anti-Amerikaans’ zijn. Uw poging om die verbinding te leggen werp ik verre van mij en ik denk dat vele (kritische) respondenten dat met mij doen.

Uw allereerste argument is dat de ook de Obama regering het JSF programma ondersteunt. Dat is inderdaad zo. In ieder geval mondeling. Maar er is een gezegde: ‘Put your money where your mouth is’. En het feit is dat in de QDR slechts sprake is van zo’n 10 wings. Inclusief reserve en trainings vliegtuigen komt dit neer op ~1300 vliegtuigen voor de USAF. Dat is zeker 500 stuks minder dan beleden wordt. Het is al langer duidelijk –dit gegeven was al voor de crediet crisis duidelijk !!!- dat in de lange termijnsplannen niet genoeg geld was om de genoemde aantallen te kopen. Ondertussen word teen deel van het JSF budget gebruikt om F18 (!!!) vliegtuigen aan te schaffen voor de USNavy die ondertussen erg kritisch aan het worden is over de ratio van de JSF. Dit budget zal niet terugkomen. Ergo, minder vliegtuigen. En deze getallen veronderstellen dat Lockheed de genoemde lage prijs voor de JSF kan bewerkstelligen. Iets waar de meeste luchtvaartdeskundigen een hard hoofd in hebben, zeker omdat het een terugkerend thema is dat JSF doelstellingen niet haalt en critici keer op keer wel gelijk kregen. De veronderstelling dat NU dan toch alles goed zal komen is niet op objectieve gegevens gebaseerd maar op wishfull thinking. Ergo; uw genoemd argument ‘Alles is in orde want de Obama regering steunt het project’ wordt niet gesteund door de feiten ‘op de grond’.

Journalist Bill Sweetman liet haarfijn zien hoe keer op keer de productie aantallen teruggeschroeft zijn. Het aanroepen van de verlengde SDD fase als positief nieuws vereist enige hersen gymnastiek. Feitelijk zegt u ‘het feit dat het pentagon (tegenstribbelend) toegeeft dat de planningen niet gehaald zijn en dat nog heel veel geld en tijd nodig is die oorspronkelijk niet begroot is –en we praten niet over een paar luttele procenten-‘ is goed nieuws. Als u van uw auto leverancier te horen krijgt dat de door u bestelde auto 50% duurder is dan wat u dacht , en oh ja, hij kan minder lading vervoeren en is minder veilig dan belooft en is duurder in onderhoud’ dan vind u dat vast geen goed nieuws (tenzij u wellicht koste wat kost een uniek merk wilt rijden om u zich van het plebs te onderscheiden). Geen enkele bron met kennis van zaken (inclusief de USAF en het Pentagon notabene) gelooft dat de kosten werkelijk naar het beloofde niveau zullen dalen. De teruggeschroefde aantallen te bestellen vliegtuigen zijn daar getuige van. Lockheed zelf heeft aangegeven dat prijs stabilisatie pas rond de 1600 stuks zal plaatsvinden. Met de teruggeschroefde aantallen ligt dit moment veel verder in de toekomst dan eerder belooft, als dat moment uberhaupt komt. LM heeft niet bepaald een goed track record op dit gebied. Enige sommen uitvoerend kan gezien worden dat de lage kosten voor de JSF waar u melding van maakt een leercurve zonder precedent nodig heeft. Ofwel LM moet beter presteren dat wat historisch materiaal laat zien dat mogelijk is. LM heeft tot zover laten zien dat ze slechter presteerd dan historisch gebruikelijk is. Uw mening hierover wordt niet door feiten ondersteund.

Uw standpunt dat genraal Heinz ontslagen is vanwege de F136 motor (ook een pikant detail trouwens inzake het Nederlandse werkaandeel) doet mij de wenkbrauwen fronsen. Ik hou de internationale pers over dit onderwerp nauwgezet bij en u bent de eerste die zijn ontslag in dit verband noemt. Nergens wordt general Heinz standpunt over de F136 als reden tot ontslag genoemd (het zou ook te gek voor woorden zijn als dat het geval was) en overal wordt de ellende in het JSF programma als argument aangehaald. Sommige bronnen geven aan dat general Heinz ter bescherming van anderen ‘op zijn zwaard viel’. Uw klacht dat de Europese landen geen geld steken in de motor ontwikkeling is verder een simpelweg niet waar. Die 880 miljoen dollar aanbetaling (in het geval van Nederland) deden we in het JSF project INCLUSIEF (en dat staat zo in de overeenkomst) de F136 motor. Dit geldt zeker voor het UK. U zegt in feite dat de USA wel kan bepalen waar onze bijdrage in de ontwikkeling besteed moet worden zonder inspraak van de partners. En het feit dat het project (buiten schuld van RR etc) in de problemen zit is dan een argument om Europese bedrijven af te snijden van werkaandeel waarvoor men –ander dan u beweerd- betaald heeft? Behartigt u de belangen van LM of die van Nederland (in breedste zin)?

Uw opmerking dat de regering Obama het risico voor verdure overschrijdingen bij LM neerlegt is op zijn vriendelijkst gezegt prematuur. Het onthouden van de prestatie bonus (voor welke prestatie trouwens?) heeft niks te maken met risico leggen bij de producent. Het neemt alleen een niet verdiende bonus weg. De USA (taxpayer) draait nog steeds voor tegenvallers op. Ik begrijp niet waarom de PvdA (of wie dan ook) daar blij mee moet zijn want de gevolgen zijn niet goed. Verder inkrimpen van de aantallen te bestellen vliegtuigen en het inkrimpen van de capaciteiten van de JSF die in later upgrades (blocks) zouden moeten komen. Wie daar voor gaat betalen is nog onduidelijk. Het is goed mogelijk dat de klanten later met een half klaar vliegtuig opgescheept zitten en de beloofde ectra capaciteiten allen tegen extra betaling zullen krijgen. Linksom of rechtsom zullen ook wij voor de tegenvaller opdraaien.

U heeft het waarschijnlijk niet gemerkt (of wel) maar het Nederlandse budget voor de JSF is tussentijds al stiekum opgeschroeft. Desondanks kunnen er waarschijnlijk maar zo’n 40 tot 50 stuks voor het Hogere budget aangeschaft worden. Hiermee komt de vraag naar boven wat we in vredesnaam met zo’n kleine luchtmacht moeten. Met dit kleine aantal vliegtuigen kan geen zinvolle gevechtstaak ondersteund worden.
Wat ik wel begrijp uit uw woorden is dat u een voorstander bent van de JSF. Dat is uw goed recht. U gelooft dat de JSF goed voor Nederland is (al kan ik niet uit uw argumenten opmaken waarom). Dat is uw goed recht. Anderen zijn kritisch en veelal op hele zakelijke gronden (zowel economisch als militair) en hebben evenveel recht op hun mening. Maar hun mening als links of onzinnig wegzetten omdat hun (vaak beter gefundeerde argumenten) de uw gewenste uitkomst in de weg staan kan ik niet zien als een bijdrage aan een zinvolle discussie.”

JSFNIEUWS100217-BR-DLF/jg

2 reacties op dit bericht...

Feb 17 2010

De Vries meldt jaar vertraging start IOT&E fase

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Den Haag - Gisteravond heeft Staatssecretaris De Vries een brief gestuurd over de actuele situatie rhij melding maakte van een vertraging in de aflevering van het eerste door Nederland bestelde toestel. In de brief maakt de Staatssecretaris melding van de nieuwe uitloop van de ontwikkelingstijd van de JSF met 13 maanden en van het feit dat de
aanschaf door de Verenigde Staten de komende paar jaar met 121 toestellen wordt verminderd.

De aanvang van de test- en evaluatiefase in de Verenigde Staten, waaraan Nederland deelneemt, kan nu pas in 2014 kan aanvangen. De Vries deelde tevens mee dat het zelfs mogelijk is dat in de Verenigde Staten plaats het JSF project tegen de grenzen van de zogeheten Nunn-McCurdy wet aanloopt die voorschrijft dat een herstructurering van een wapenproject noodzakelijk is bij 50% kostenoverschrijding. Dit percentage wordt inmiddels benaderd door de JSFond het Joint Strike Fighter programma.

Vanmiddag geeft JSF specialist Johan Boeder uit Kesteren een briefing voor een aantal leden van de Vaste Kamercommissie voor Defensie. Hij zal daarbij ingaan op een aantal actuele zaken rond testen, ontwikkelingsproblemen, prijsontwikkeling en planning. De nu gerapporteerde vertraging in de IOT&E fase werd door hem in een artikel op JSFNieuws al aan de orde gesteld. Zie “Wanneer start de IOT&E fase van de JSF” ?” van 4 november 2008.

Hieronder de volledige tekst van de brief van Staatssecretaris De Vries van 16 februari 2010 aan de Tweede Kamer:
Met de brief van 28 januari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 213) heb ik de Kamer gemeld dat het Pentagon naar verwachting begin februari besluiten bekend zou maken over het F-35-programma, naar aanleiding van het geactualiseerde rapport van het Joint Estimating Team (JET-II) en van rapportages van het JSF Program Office (JPO), Lockheed Martin, de motorfabrikanten en andere deskundigen. Daarbij heb ik toegezegd de Kamer te informeren. Het Pentagon heeft de resultaten van de rapportages gebruikt bij de opstelling van de conceptdefensiebegroting voor het begrotingsjaar 2011 die de Amerikaanse minister van Defensie Gates op 1 februari jl. heeft gepresenteerd.

Minister Gates heeft een herstructurering van het F-35-programma aangekondigd en de relevante maatregelen worden in deze brief toegelicht. Defensie heeft hierbij gebruik gemaakt van informatie uit de presentatie van minister Gates en door het Pentagon gepubliceerde begrotingsdocumenten. Vervolgens wordt uiteengezet wat de maatregelen betekenen voor de planning van de besluitvorming van de Kamer over de motie-Hamer c.s. inzake het tweede Nederlandse F-35-testtoestel en voor de kostenramingen voor het project Vervanging F-16 in ons land.

Planning F-35-programma

Minister Gates heeft op 1 februari jl. gemeld dat in de afgelopen twee jaar een aantal doelstellingen van het F-35 programma niet is gehaald. Hij doelt daarmee op vertragingen in de productie en de testfase. De Kamer is in de tweede helft van 2009 op een aantal momenten geïnformeerd over deze vertragingen op grond van de destijds bekende informatie (Handelingen TK 2008–2009, aanhangsel nr. 3623, Kamerstuk 26 488, nr. 202, Handelingen TK 2009–2010, aanhangsel nr. 1093). Minister Gates kondigde aan dat Lockheed Martin $ 614 miljoen minder krijgt betaald dan geraamd. Lockheed Martin ontwikkelt en bouwt de F-35 op basis van cost plus incentive contracten, waarbij een deel van de betalingen pas volgt als de afgesproken doelstellingen worden gehaald. De Amerikaanse overheid acht deze vorm van contracteren per saldo beter dan het vroegtijdig afspreken van een vaste prijs, omdat de fabrikant dan alle resterende risico’s in het contract zal willen afdekken, met een hoge prijs als gevolg.

In Washington DC wordt de directeur van het JPO, een tweesterrengeneraal van het Marine Corps, vervangen door een driesterrengeneraal.

Minister Gates verklaarde dat de geconstateerde problemen niet onoverkomelijk zijn en dat de aangekondigde herstructurering zal voorkomen dat de pessimistische schattingen van het geactualiseerde JET-rapport bewaarheid worden. Defensie beschikt overigens niet over het interne JET-rapport en het is nog onbekend of het Pentagon het beschikbaar zal stellen.

De herstructurering houdt onder meer in dat de System Development and Demonstration (SDD)-fase met dertien maanden wordt verlengd tot november 2015. Voorts wordt de aanvang van de IOT&E-fase, waaraan Nederland met twee testtoestellen wil deelnemen, met dertien maanden vertraagd. Dat wil zeggen dat, voorafgegaan door een opleidingstraject van vliegers en technici, de voorbereidende fase (spin up) van de IOT&E in maart 2014 aanvangt, gevolgd door de IOT&E zelf. De vertraging is onder meer een gevolg van het feit dat de productie van F-35-toestellen inmiddels ruim een half jaar bij de planning achterloopt, waardoor ook de testfase vertraging ondervindt. Ook is er sprake van een beperkte vertraging in de softwareontwikkeling. De maatregelen die nu zijn getroffen beogen de overlap tussen de productie van toestellen, het testprogramma van Lockheed Martin en de IOT&E-fase te beperken. Voorts wordt er extra geïnvesteerd in testfaciliteiten voor software. Met de herstructurering van de SDD-fase is een bedrag van $ 2,8 miljard gemoeid. Nederland neemt deel aan de SDD-fase van het JSF-programma op basis van een vaste bijdrage van $ 800 miljoen en hoeft dan ook niet mee te betalen aan de budgetverhoging.

Minister Gates heeft op 1 februari jl. de aanschaf van 43 toestellen in de LRIP-5-productieserie aangekondigd. Dat is ten opzichte van de planning een vermindering met negen toestellen. Van deze productieserie maken geen Nederlandse toestellen deel uit. Over de eerdere planning met 52 Amerikaanse toestellen in LRIP-5 is de Kamer geïnformeerd met de brief van 20 november 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 205). Ook in de vier productieseries na LRIP-5 is het aantal toestellen verlaagd, waardoor in totaal 121 toestellen naar latere besteljaren (na 2015) worden verschoven. Minister Gates heeft laten weten dat het aantal toestellen in deze productieseries uiteindelijk hoger kan worden, aangezien het JPO toestemming krijgt meer toestellen aan te schaffen als dat op grond van de uitonderhandelde stuksprijs binnen het budget past. Uit de eveneens op 1 februari jl. gepubliceerde bijbehorende begrotingsdocumenten blijkt dat het totale aantal te produceren toestellen voor de Amerikaanse strijdkrachten ongewijzigd op 2.443 staat.

Met de beantwoording van vragen op 7 mei 2008 (Kamerstuk 26 488, nr. 69) is de Kamer geïnformeerd over de Nunn-McCurdy wetgeving in de Verenigde Staten. De Nunn-McCurdy wetgeving schrijft voor dat het Amerikaanse Congres

wordt geïnformeerd als een project bepaalde financiële grenzen overschrijdt. Die grenzen worden bijvoorbeeld toegepast op de Program Acquisition Unit Costs (PAUC). De PAUC bestaan uit de ontwikkelingskosten, de aanschafkosten en de kosten van militaire infrastructuur van het F-35-programma voor de Verenigde Staten, omgeslagen per toestel. In het kader van de Nunn-McCurdy wetgeving wordt de actuele schatting van de PAUC vergeleken met de geschatte kosten bij aanvang, de Approved Baseline (APB).

In het JSF-project stamt de APB uit 2001. Een project dient door het Pentagon binnen 60 dagen te worden herbevestigd aan het Amerikaanse Congres zodra de grens van 50 procent kostenstijging ten opzichte van de APB wordt bereikt. Voor de behandeling door het Congres is geen termijn voorgeschreven. Minister Gates achtte het nog onzeker of op basis van de voornoemde herstructurering, die mede gepaard gaat met een stijging van de SDD-kosten met $ 2,8 miljard, de grens van 50 procent wordt bereikt. Daarover kan ik dus nog geen uitsluitsel geven. De Kamer zal afzonderlijk worden geïnformeerd zodra er duidelijkheid ontstaat.

Nederland

Het is van belang dat het aantal Amerikaanse F-35-toestellen in LRIP-4, de productieserie waar het tweede geplande Nederlandse testtoestel deel van uitmaakt, niet is gewijzigd. Eerder heb ik de Kamer gemeld dat de LRIP-4-contractondertekening niet eerder dan eind maart was voorzien (Kamerstuk 26 488, nr. 209). Thans is het de verwachting dat de LRIP-4-onderhandelingen naar verwachting eind april worden voltooid, waardoor het JPO en Lockheed Martin eind mei het contract zouden kunnen sluiten. Het uitstel wordt veroorzaakt doordat het JPO de komende maanden de aandacht richt op de herstructurering van het F-35-programma. Als het Pentagon op korte termijn constateert dat de Nunn-McCurdy grens van 50 procent wordt bereikt, zal verdere vertraging optreden als de hercertificering van het programma eind mei nog niet is voltooid. Het JPO mag namelijk geen contracten sluiten gedurende het proces van hercertificering door het Pentagon en het Congres. Vanzelfsprekend zal ik de Kamer informeren zodra er nadere informatie beschikbaar komt over de LRIP-4 planning, gelet op het gestelde in de motie-Hamer c.s. en het algemeen overleg dat de vaste commissie voor Defensie in mei heeft gepland.

De verschuivingen in het Amerikaanse bestelschema betekenen dat de met de brief van 20 november 2009 gemelde versnelde aanschaf van 28 Amerikaanse toestellen komt te vervallen. Deze maatregel vertraagt de productieleercurve en verlaagt het aantal toestellen in de desbetreffende productieseries, waardoor de stuksprijs van toestellen vanaf LRIP-5 zal stijgen. Nederland betaalt zoals bekend als partner in de SDD-fase bij aanschaf van de toestellen geen opslag voor ontwikkelingskosten. Het Pentagon heeft nog niet gemeld in welke productiejaren de 121 toestellen worden gepland. De eerste geplande Nederlandse productietoestellen maken deel uit van LRIP-6. Defensie maakt voor de kostenramingen van het project Vervanging F-16 gebruik van door het Pentagon vastgestelde Selected Acquisition Report (SAR-)kosteninformatie over het F-35-programma. Naar verwachting zal het Pentagon in april a.s. met het SAR-rapport over 2009 de geactualiseerde kosteninformatie over het F-35 programma bekendmaken.

Aangezien de Kamer in overeenstemming met de Regeling Grote Projecten de jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over 2009 uiterlijk begin april ontvangt, zal deze actualisering niet in de jaarrapportage kunnen worden opgenomen tenzij het SAR-rapport eerder beschikbaar komt. Zo nodig zal de Kamer afzonderlijk worden geïnformeerd over de geactualiseerde kosteninformatie.

Defensie bestudeert de gevolgen van het uitstel van de IOT&E-fase met dertien maanden.

Er wordt informatie ingewonnen met het oog op de planning van de opleiding van Nederlandse vliegers en technici voorafgaand aan de IOT&E-fase. De aanvang van die opleidingen zou beginnen in het voorjaar van 2011, maar ook dat wordt later. Defensie zal ook de achterstand in de productie van toestellen bij de beoordeling betrekken. De uitkomsten zal ik aan de Kamer voorleggen voorafgaand aan de besluitvorming over het tweede Nederlandse F-35-testtoestel.”

JSFNIEUWS100211-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 10 2010

Kamerbrief Vervolgstappen project Vervanging F-16

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – Met de hevige politieke schermutselingen van april 2009 over de aanschaf van het eerste JSF testtoestel nog in het achterhoofd maakt politiek Den Haag zich langzaam maar zeker op voor de volgende horde: de beslissing over de koop van het tweede JSF testtoestel en toetsing van de condities zoals vastgelegd in de “Motie Hamer” van april 2009. Dit heeft tot gevolg dat de Vaste Commissie voor Defensie van de Kamer met name tijdige informatie wil, zodat de beslissing niet onder grote tijdsdruk hoeft te worden genomen.

In het licht hiervan verzocht de vaste commissie voor Defensie eind januari aan de Staatssecretaris van Defensie uiteen te zetten welke vervolgstappen hij het komende half jaar voorziet met betrekking tot het project Vervanging F-16, wanneer deze stappen plaatshebben en hoe de samenhang is met de motie-Hamer c.s. uit april 2009.

Deze brief is er nu weliswaar, maar interessant gegeven is dat de brief suggereert dat eind maart 2010 alle informatie beschikbaar zal zijn. Dat terwijl uit de USA berichten komen dat de contractuele onderhandelingen over het prijsniveau van een LRIP-4 toestel op zijn vroegst eind april, begin mei zullen zijn afgerond. Hieruit moet de prijs van de volgende Nederlandse F-35A volgen. Het is dus de vraag, hoe deze prijs dan eind maart in Nederland bekend kan zijn.

Geluidskwestie: discussie over “second opinion”

Ten aanzien van het geluid is het eveneens onwaarschijnlijk dat eind maart alle informatie bekend zal zijn. Immers, de Provincie Friesland en de gemeenten rond Leeuwarden hebben om een second opinion gevraagd en op dit moment is zelfs nog niet bekend welke instituut dit moet gaan uitvoeren. Achter de schermen worden daar heftige schermutselingen over gevoerd. Defensie hier wil de nauw met hen verweven instantie TNO (een van de grootste klanten van TNO is defensie) hiervoor inzetten. De Provincie en Gemeenten hadden hier bezwaar tegen vanwege de nauwe relatie tussen Defensie, TNO en tussen TNO en NLR. Van een echte “second opinion” kan in de ogen van de lokale overheid dan ook nauwelijks sprake zijn. Tevens doen geruchten de ronde in Den Haag dat het Rijks Instituut voor Milieu (RVIM) -een duidelijke optie voor een echte “second opinion”- onder druk is gezet om er van af te zien. De RIVM zou vanwege de politieke gevoeligheid het nu niet aandurven de opdracht te aanvaarden. Er zou sprake zijn van de nodige druk vanuit Defensie om, eventueel via de NLR, een zo groot mogelijke vinger in de pap te houden bij deze “onafhankelijke second opinion”. Opmerkelijk hierbij is dat de geluidsinformatie, toch niet commercieel of militair gevoelig, is bestempeld tot “vertrouwelijke informatie”.

Op 28 januari 2010 informeerde de Staatssecretaris van Defensie de Tweede Kamer als volgt:

Besluitvorming F-35-testtoestellen

De Kamer heeft eind mei 2008 ingestemd met het kabinetsbesluit van 29 februari 2008 (Kamerstuk 26 488, nr. 65) inzake de ondertekening van het Memorandum of Understanding (MoU) over de Initiële Operationele Test en Evaluatie (IOT&E) van het JSF-programma en de plaatsing van een opdracht tot verwerving voor twee testtoestellen. Op 16 januari 2009 heeft het kabinet besloten twee F-35- testtoestellen aan te schaffen, met dien verstande dat dit besluit zou worden geëffectueerd na overleg met de Kamer (Kamerstuk 26 488, nr. 134). Na het algemeen overleg van 22 april 2009 en het plenaire debat van 23 april 2009 heeft de Kamer door aanvaarding van de motie-Hamer c.s. ingestemd met het aangaan van de verplichtingen voor de productie van het eerste Nederlandse testtoestel uit de LRIP-3 productieserie.

Vervolgstappen

De motie-Hamer c.s. beschrijft de drie criteria die van belang zijn voor de instemming van de Kamer met het aangaan van de verplichtingen voor de productie van het tweede testtoestel.

1. De prijs voor het tweede testtoestel uit de LRIP-4 productieserie. Deze prijs is nog niet bekend. Met de brief van 15 december 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 209) is gemeld dat de contractondertekening voor de LRIP-4 toestellen, waarvan het Nederlandse tweede testtoestel deel uitmaakt, naar verwachting niet eerder dan eind maart 2010 zal plaatshebben. Gedurende de onderhandelingen ontstaat meer inzicht in de datum van de contractondertekening.
Zodra er duidelijkheid is over de prijs van het tweede Nederlandse testtoestel zal ik de Kamer hierover informeren, met inbegrip van de dan actuele planning van de contractondertekening.

2. De F-35 geluidscontouren. De Kamer is met de brief van 10 juli 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 192) geïnformeerd over de F-35 geluidscontouren op basis van berekeningen van de geluidsbelasting die zijn uitgevoerd door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR). Uit het NLR-rapport blijkt dat ook met toepassing van voorzichtige uitgangspunten de F-35 geluidsbelasting goed inpasbaar zal zijn binnen de bestaande 35Ke geluidszones van de vliegbases Leeuwarden en Volkel. Met de brief van 7 januari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 211) is de Kamer geïnformeerd dat ik heb ingestemd met het verzoek van Gedeputeerde Staten van Friesland om gezamenlijk een onafhankelijke validatie te laten uitvoeren naar het NLR–rapport en de beantwoorde vragen over dit rapport. Het uitgangspunt is dat deze validatie in maart 2010 klaar zal zijn. De resultaten zal ik de Kamer toezenden.

3. Uitkomst arbitrage JSF-business case. De minister van Economische Zaken heeft de Kamer op 27 november 2009 geïnformeerd over de uitkomst van de arbitrage (Kamerstuk 26 488, nr. 207). In deze brief is gemeld dat overleg met de sector gaande is over een ook voor de industrie verantwoorde uitvoering van dit vonnis, waarbij wordt gestreefd naar een goede balans tussen de afdrachtverplichting van de industrie en overige belangen die in het geding zijn. Na voltooiing van dit overleg zal de Kamer worden geïnformeerd over de resultaten van het overleg en het arbitrageproces.

Voorts overweegt de motie-Hamer c.s. dat deelneming aan het JSF-project van belang is voor de werkgelegenheid van het Nederlandse bedrijfsleven. De minister van Economische Zaken zal de Kamer informeren over de stand van zaken van de orders voor de Nederlandse industrie en de daarmee samenhangende prognose voor de omzet gedurende het JSF-programma. Zoals gemeld in de brief van 29 september 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 199) zal dit plaatshebben nadat de Kamer is geïnformeerd over de uitkomst van de arbitrage van de business case en over de prijs van het LRIP-4 toestel.

Planning

Gelet op de voorgaande uiteenzetting van vervolgstappen, waarover de Kamer - eventueel met afzonderlijke brieven - zal worden geïnformeerd zodra de resultaten beschikbaar zijn, ga ik er thans vanuit dat de Kamer eind maart 2010 de beschikking heeft over de benodigde informatie in relatie tot de drie criteria van de motie-Hamer. Op basis daarvan kan de Kamer vervolgens besluiten over instemming met het kabinetsbesluit om twee F-35 testtoestellen aan te schaffen. Voor deze besluitvorming zal voldoende tijd beschikbaar zijn. Indien zich ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op de genoemde planning zal ik de Kamer hierover informeren.

Overige brieven

In relatie tot het project Vervanging F-16 zal de Kamer de komende maanden ook de volgende informatie ontvangen.

• Met de beantwoording van schriftelijke vragen op 22 december 2009 (Handelingen TK 2009-2010, aanhangsel 1093) is de Kamer geïnformeerd dat de besluitvorming door het Pentagon over het geactualiseerde rapport van het Joint Estimating Team en van rapportages van het JSF Program Office, Lockheed Martin, de motorfabrikanten en andere deskundigen nog niet was voltooid. Naar verwachting maakt het Pentagon begin februari de besluiten bekend, waarna ik de Kamer zal informeren.

• De jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over het jaar 2009 wordt begin april 2010 aangeboden aan de Kamer. Met de brief van 22 januari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 212) heb ik u hierover meer in detail geïnformeerd.

Bron: Brief Tweede Kamer van Ministerie van Defensie; 28-jan-2010

JSFNIEUWS100210-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 10 2010

Brief herijking informatiebehoefte JSF vooral vaag

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – Naar aanleiding van de eerdere discussie in de Vaste Commissie voor Defensie in oktober 2009 over de behoefte aan meer adequate informatie over het vervangingsproces van de F-16 heeft de Kamer op 22 januari 2010 een brief gehad waarin de hoofdlijnen worden uiteengezet van deze aangepaste behoefte.

De brief gaat slechts in op “enige aspecten” van deze informatiebehoefte in plaats van, zoals door de Kamer verzocht op een meer integrale en jaarlijks gelijke wijze van rapporteren met aandacht voor aanverwante onderwerpen en een verwijzing naar hoe een en ander gerelateerd wordt aan een lange termijn visie, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in de “Defensie Verkenningen”.

Belangrijke beslissingscondities voor de koop van het tweede testtoestel zijn vastgelegd in de “Motie Hamer” van april 2009 (geluidsrapportage volledig af; businesscase volledig vaststaand; geen prijsoverschrijding eerste twee toestellen ten opzichte van budget voor IOT&E fase). Maar ten aanzien van de geluidsproblematiek met geen woord gerept over het verzoek om een “second opinion” onderzoek gedaan door de Provincie Friesland en gemeenten rond Leeuwarden, wat vrijwel zeker zal leiden tot vertraging van deze rapportage.
En een einddatum wanneer over deze drie aspecten duidelijkheid kan worden gegeven ontbreekt eveneens (dat zou toch pakweg 15 maart moeten zijn, wil men nog kunnen meedoen in de LRIP-4 serie voor het tweede testtoestel).

Wat verder opvalt is dat ondanks het verzoek van de Kamer om, gelet op de voorbereiding van een definitieve beslissing in 2012, op de hoogte te blijven van alternatieve toestellen, dit verzoek feitelijk door Defensie naast zich neer wordt gelegd. Kortom, in plaats van duidelijkheid te geven, lijkt de Brief een poging om rond de JSF zoveel mogelijk in het ongewisse te laten met zoveel mogelijk uitwegen voor een vrije interpretatie. Dat was niet wat de Kamer in oktober 2009 heeft gevraagd. Na commentaar is inmiddels (28 januari 2010) een uitgebreider schrijven gevolgd.

De inhoud van de brief in eerste instantie (22 januari 2010) van de Staatssecretaris van Defensie aan de Kamer:

Op 27 oktober 2009 heeft de vaste commissie voor Defensie in een brief de herijking van de informatiebehoefte inzake de jaarrapportages van het grote project Vervanging F-16 (kenmerk 2009Z19758/2009D52267) aan de orde gesteld. De voorbereiding van de jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over 2009 is inmiddels begonnen en de minister van Economische Zaken en ik streven ernaar de Kamer deze begin april 2010 aan te bieden. Bij de opstelling van de jaarrapportage vormt de herijkte informatiebehoefte zoals beschreven in de bovengenoemde brief van 27 oktober jl. het uitgangspunt. Vooruitlopend op de jaarrapportage zal ik, mede namens de minister van Economische Zaken, in deze brief ingaan op enige aspecten van de herijkte informatiebehoefte.

De Kamer heeft met ingang van de jaarrapportage over het jaar 2009 onder meer gevraagd om standaard informatie op te nemen over de exploitatiekosten van de F-35 en de gerelateerde kosten die buiten de projectdefinitie vallen, een financieel overzicht van de meerjarenplanning en informatie over alternatieven en eventuele uitstap- en uitstelkosten. Aan dit verzoek zal worden voldaan door met geactualiseerde informatie te rapporteren op basis van de opzet van het addendum dat bij de jaarrapportage over 2008 is verstrekt (Kamerstuk 26 488 nrs. 167 en 173). De financiële informatie zal worden weergegeven in het prijspeil van het jaar waarover wordt gerapporteerd. Daarnaast zal ter wille van de vergelijkbaarheid sommige financiële informatie ook in het prijspeil van eerdere jaren worden weergegeven.

In de toelichting op de brief van de vaste commissie voor Defensie wordt verzocht in de jaarrapportages een overzicht op te nemen van de kosten van de Advanced F-16, de Eurofighter, de F-35, de Rafale en de Saab Gripen NG. Aan dit verzoek kan ik om de volgende redenen niet volledig voldoen. In juli 2008 hebben de producenten van de Eurofighter en de Rafale laten weten geen medewerking te zullen verlenen aan de actualisering van de kandidatenevaluatie voor de vervanging van de F-16. De Kamer is daarover geïnformeerd met de brief van 17 juli 2008 (Kamerstuk 26 488 nr. 99).

Tijdens de gesprekken die ik hierover met de fabrikanten heb gevoerd is aan de orde geweest dat een besluit om niet te participeren in de kandidatenevaluatie zou betekenen dat Defensie hun toestellen de facto niet langer als kandidaat zal beschouwen. De fabrikanten waren zich hiervan bewust. Daarom zal ik over deze toestellen informatie uit openbare bronnen in de jaarrapportage opnemen.

Over de kosten van de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG is de Kamer geïnformeerd met deel 4 van het rapport over de kandidatenevaluatie dat de Kamer op 18 december 2008 vertrouwelijk is aangeboden (Kamerstuk 26 488 nr. 129). Op basis van informatie uit openbare bronnen zal in de jaarrapportage over 2009 worden ingegaan op ontwikkelingen rondom de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG op het gebied van onder meer de voortgang in de (door)ontwikkeling van de toestellen en de orderportefeuille. Met betrekking tot de geluidsaspecten van de F-35, de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG zal de jaarrapportage zich beperken tot de hoofdlijnen van de rapporten van het NLR uit 2009.

Voorts verzoekt de commissie in de toekomstige jaarrapportages een overzicht en uiteenzetting van de bevindingen op te nemen uit audits die bij de ministeries zijn uitgevoerd in het kader van het project Vervanging F-16. Zoals elk jaar zal het assurance rapport van de Auditdienst Defensie en de Auditdienst Economische Zaken conform de regeling grote projecten als afzonderlijk document worden aangeboden. Ik streef ernaar de jaarrapportage over 2009 en het bijbehorende assurance rapport net als de afgelopen jaren gelijktijdig aan te bieden. In de jaarrapportage zal daarom alleen worden ingegaan op bevindingen van andere audits, zoals het rapport ‘Monitoring verwerving Joint Strike Fighter’ van de Algemene Rekenkamer.

Daarnaast verzoekt de commissie in de jaarrapportage over 2009 in te gaan op de reden van elke vertraging die is opgetreden in het arbitrageproces van de JSF businesscase. De minister van Economische Zaken heeft de Kamer op 27 november jl. geïnformeerd over de uitkomst van de arbitrage (Kamerstuk 26 488 nr. 207). In deze brief is gemeld dat overleg met de sector gaande is over een ook voor de industrie verantwoorde uitvoering van dit vonnis, waarbij wordt gestreefd naar een goede balans tussen de afdrachtverplichting van de industrie en overige belangen die in het geding zijn. Na voltooiing van dit overleg zal de Kamer afzonderlijk worden geïnformeerd over de resultaten van het overleg en het arbitrageproces. In de jaarrapportage zal derhalve op hoofdlijnen worden gerapporteerd over de arbitrage.
Bron:
Brief Tweede Kamer van Ministerie van Defensie; 22-jan-2010

JSFNIEUWS100210-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 10 2010

Heet hangijzer: dansende F-16 vlieguren en levensduur

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, F-16

Den Haag – Het is vandaag precies een jaar geleden dat het proefschrift van Bart Kreemers “Hete hangijzers” verscheen over het aankopen van straaljagers door de Koninklijke Luchtmacht. Naar aanleiding van dit proefschrift werden door de Kamer prompt vragen ingediend over de haalbaarheid om toch een endlife update uit te voeren. De Kamer wilde tevens met spoed de antwoorden. Een week later, op 18 februari 2009 vond hiervoor in een sfeer van politiek wantrouwen een debat plaats. Dit werd veroorzaakt doordat in de antwoorden via een Kamerbrief (16 februari) plotseling sprake was van 200 uur per F-16 per jaar, tegen 175 uur per F-16 per jaar in een brief twee maanden eerder. Inmiddels blijkt dat in 2009 er 183 uur per F-16 is gevlogen.

December 2008: 175 uur per F-16 per jaar

In december 2008 kreeg de Kamer de uitslag van de Kandidatenvergelijking en tevens een Kamerbrief inzake de end-life update.
De conclusie van dit onderzoek, uitgevoerd intern door de Koninklijke Luchtmacht, was dat de nuttige levensduur van de F-16’s niet onbeperkt kan worden verlengd. Met een endlife update zouden de F-16’s aan het einde van de jaren twintig ongeveer veertig jaar oud zijn en tegen de 8.000 vlieguren hebben. Een nóg langere operationele en technische levensduur is niet voorstelbaar en vervanging van de F-16 is dan niet meer uit te stellen. Volgens Defensie zouden investeringen in een endlife update zouden dus hoe dan ook een beperkt rendement hebben, terwijl omvangrijke vervangingsinvesteringen slechts zouden worden uitgesteld. De conclusie was dan ook dat een endlife update van de F-16 geen begaanbare weg is.
Ook wordt gemeld dat de 87 F-16’s naar verwachting in de periode 2015 tot 2021 worden afgestoten, als ze dan gemiddeld, met 175 vlieguren per jaar, tegen de 6.000 vlieguren hebben gemaakt en ongeveer dertig jaar oud zijn.

Debat 18 februari 2009: 200 uur per F-16 per jaar

Eijsink (PvdA) bracht naar voren dat in het verleden was toegezegd dat de F-16 8000 uur zou meekunnen na uitvoering van de Mid-Life update en dat wel allerlei argumenten waren aangegeven waarom Defensie het ongewenst vond een endlife update te doen, maar dat de noodzakelijke, feitelijke informatie over de mogelijkheden ontbrak. Daarnaast legde ze de vinger bij het verschil tussen de 200 uur/jaar waar nu – februari 2009 - plotseling mee gewerkt werd in vergelijking met de 175 uur/jaar uit de decemberbrief 2008. Onbetrouwbare informatie volgens haar.

Nieuwe vragen over de urenstand: 183 uur per F-16 per jaar

Met dit debat in het achterhoofd zal Eijsink (PvdA) wellicht de vragen van 6 januari 2010 ingediend hebben, opnieuw over de vlieguren per F-16.
Inmiddels heeft de Staatssecretaris van Defensie antwoord gegeven.
Daaruit blijkt dat het jaarlijkse aantal vlieguren per toestel is gestegen van 142,3 uur in 2005 tot 174,4 uur in 2008. Het gemiddelde aantal vlieguren per toestel in 2009 was 183,3 uur. Dit aantal heeft betrekking op de 87 toestellen die Defensie aanhoudt. Omdat het politiek mogelijk opnieuw een heet hangijzer wordt (minder uren = meer jaren levensduur = latere behoefte aan vervanging volgens sommige partijen), wordt door defensie direct uitgelegd waarom naar verwachting het aantal uren toch 200 uur per F-16 per jaar zal worden.

Hieronder de letterlijke vragen en antwoorden:

Vraag 1:
Kunt u de Kamer een actualisering geven van het overzicht “totaal aantal vlieguren F-16 (per tail nummer) per 20 september 2007” voor de volgende data: 31 december 2007, 31 december 2008 en 31 december 2009?

Antwoord Defensie:
Een overzicht van de gevraagde aantallen vlieguren is in de bijlage opgenomen. Het betreft een overzicht van zowel de 87 F-16 toestellen die Defensie aanhoudt als van de achttien F-16 toestellen die worden afgestoten als gevolg van de maatregelen uit de beleidsbrief ‘Wereldwijd dienstbaar’ (Kamerstuk 31 243, nr. 1). Daarin is gemeld dat het aantal F-16’s, inclusief opleidingstoestellen, wordt verminderd van 105 naar 87. Zoals bekend zijn de achttien overtollige toestellen verkocht aan Chili. Nederland zal deze toestellen dit jaar en in 2011 in drie batches aan dat land overdragen (Kamerstukken 26 488 nrs. 183 en 186 van 25 mei en 17 juni 2009). De tailnummers van de Chileense toestellen zijn in het overzicht met een asterisk aangegeven.

Vraag 2 en 3:
Tot welke ontwikkeling leidt dit voor het aantal gemiddelde vlieguren per F-16 over de afgelopen vijf jaar?
Indien de ontwikkeling van dit gemiddelde aantal vlieguren afwijkt van uw verwachting eerder dit jaar, welke oorzaken kunt u daarvoor dan aangeven?

Antwoord Defensie:
In de brief van 31 maart 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 161) zijn de gemiddelde aantallen vlieguren per toestel in de afgelopen jaren tot en met 2008 vermeld. Daaruit blijkt dat het jaarlijkse aantal vlieguren per toestel is gestegen van 142,3 uur in 2005 tot 174,4 uur in 2008. Het gemiddelde aantal vlieguren per toestel in 2009 was 183,3 uur. Dit aantal heeft betrekking op de 87 toestellen die Defensie aanhoudt.

Het totale aantal begrote vlieguren in 2009 bedroeg 17.000. Dit aantal komt goed overeen met het in dat jaar gerealiseerde aantal vlieguren dat 16.895 bedraagt. Van deze vlieguren zijn er bijna 16.000 gemaakt door de 87 F-16’s die Defensie aanhoudt en bijna 1.000 door de overige toestellen. Als de laatste verkochte toestellen eenmaal aan Chili zullen zijn overgedragen, zal het begrote aantal van 17.000 vlieguren worden gerealiseerd met alleen de 87 eigen toestellen van Defensie. Dit levert jaarlijks gemiddeld bijna 200 vlieguren per toestel op, zoals ook vermeld in de brief van 31 maart 2009.”

In een Bijlage heeft Defensie alle staartnummers en urenstanden in detail vermeld, inclusief de toestellen die aan Chili zijn verkocht. De meeste toestellen hebben tussen pakweg 3.300 en 4.300 vlieguren op de urenteller staan.

Bron:
Brief Ministerie van Defensie aan Tweede Kamer; 3 februari 2010.

JSFNIEUWS100210-JG/jg

2 reacties op dit bericht...

Feb 10 2010

Brief Tom Burbage aan Nederlandse JSF belanghebbenden

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Zoetermeer - Het Nederlandse bedrijf Vimac Consultancy (het public relations bureau voor de JSF in Nederland) heeft op verzoek van de heer Tom Burbage, Programmaleider JSF en Senior Vice-President van Lockheed Martin een “Message to Stakeholders” gedistribueerd onder defensiemedewerkers en medewerkers van NLR/TNO ten aanzien van de recente ontwikkelingen omtrent het JSF – F-35 programma. Duidelijk is dat Lockheed Martin de ontwikkelingen juist positief inziet en een negatieve uitleg stellig afwijst. De brief heeft deze inhoud:

Dear F-35 Stakeholders:

In our last letter we highlighted recent accomplishments of the program and some of the acquisition challenges facing us as we waited to see what the FY 2011 President’s Budget would hold for us. As expected, the U.S. Administration showed strong support for the F-35 program. In fact, Secretary Gates said, “The program is on track to become the backbone of U.S. air superiority for the next generation.” The announced funding line of ~$11B in FY2011 validates that support, and while the program remains a top priority for the department, there were some adjustments made to the production profile, schedule and funding to ensure program success.

As anticipated, The Department of Defense in its budgeting process adopted the very conservative estimates of the Cost Assessment and Program Evaluation (CAPE) team’s recommendations. This more conservative approach was strongly endorsed by the 2009 Weapons System Acquisition Reform Act directed by the U.S. Congress, which introduced a new, higher-confidence budgeting process for this year. In keeping with this new process, Secretary Gates specifically called out the plan to transfer some funds from procurement to research and development to reduce risk on the remaining SDD tasks. The primary focus for these funds will be on additional software test resources and the potential procurement of a fourth CV variant flight-sciences test airplane. The more conservative FY-11 procurement funding is now expected to fund 43 aircraft. As you are aware, this is a downward adjustment from the 52 aircraft previously planned for LRIP 5. The U.S. intends to adopt a “Buy to Budget” plan, which would allow the U.S. to procure more aircraft if the program continues to track to the affordability targets. The Secretary also took specific actions to hold the program more accountable. He directed an elevation of the level of the F-35 PEO to a three-star flag officer, based on the importance of the program to the Department of Defense. For the contractor team, he also announced he was withholding the remaining $614M in SDD contract fee and would tie that fee to specific milestones to ensure completion of SDD tasks.

So what does all this mean? In many respects it is good news. These adjustments to the program ensure that we have adequate resources and time for the successful completion of SDD. While these changes necessitated a change to the buy profile for the U.S., there is no plan to scale back the ultimate numbers of aircraft or change the Initial Operational Capability dates for the three U.S. military services or international delivery plans. For our part, we plan to outperform the CAPE estimates and support the Buy to Budget strategy.

In closing, let us say that you have every reason to remain confident in the program. The aircraft remains technically sound and we are rapidly gaining back production efficiencies that will allow us deliver desired capability on our promised schedule. Lockheed Martin is vigorously pursuing the ongoing steep reductions in F-35 cost during Low-Rate Initial Production so that the government can buy more aircraft within the existing budget at a lower cost. Our team remains strong, and we greatly appreciate your continuing confidence in the program. We are committed to ensuring the acquisition objective of delivering a lethal, survivable, supportable and affordable air system for the U.S. Government, our eight international partners and future FMS countries.

Tom Burbage and Dan Crowley”.

JSFNIEUWS100209-JE/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Volgende »