Archief van de april, 2010

Apr 10 2010

Antwoorden aan GroenLinks over uitstappen JSF project

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – Eveneens op 23 maart 2010 ontving de Tweede Kamer van Staatssecretaris van Defensie De Vries de antwoorden op de schriftelijke vragen van mevrouw Peters (GroenLinks), die ze op 24 februari 2010 stelde –direct na het demissionair worden van het Kabinet- over beëindiging van Nederlandse deelname aan de JSF-testfase en de aanschaf van het tweede JSF-testtoestel (kenmerk 2010Z03706).

Vraag 1
Deelt u de mening dat het kabinet, gelet op zijn nieuwe status, niet kan overgaan tot definitieve keuze voor deelname aan de testfase van het JSF-project, zoals voorzien in de motie Hamer van 23 april 2009 (Kamerstuk 26 448, nr. 178)?

Vraag 3
Deelt u de mening dat het kabinet, gelet op zijn nieuwe status, geen besluit kan nemen over de aanschaf van het tweede JSF-testtoestel?

Vraag 4
Wat zullen de consequenties zijn als er niet wordt over gegaan tot de aanschaf van het tweede testtoestel? Staat u nog steeds achter uw woorden dat als Nederland niet besluit tot de aanschaf van de JSF-testtoestellen, Nederland daarmee uit de testfase stapt?

Antwoord Defensie op vragen 1, 3 en 4
Gezien de huidige omstandigheden zal het demissionaire kabinet geen besluit tot aanschaf van een tweede F-35-testtoestel meer voorleggen aan de Kamer. Dat geldt derhalve ook voor de effectuering van het besluit tot deelneming aan de Initiële Operationele Test en Evaluatie (IOT&E)-fase, aangezien voor deelneming aan de IOT&E en de daaraan voorafgaande opleidingen van vliegers minimaal twee testtoestellen moeten worden aangeschaft.
Het feit dat dit kabinet geen besluit over het tweede testtoestel neemt, betekent niet dat deelneming aan de IOT&E onmogelijk is geworden. De gevolgen van uitstel van het besluit tot aanschaf van het tweede testtoestel worden nog bezien. Met de Verenigde Staten is overleg hierover gaande. Hierbij speelt ook een rol dat in de Verenigde Staten vertraging is opgetreden bij de onderhandelingen over de LRIP-4 productieserie, waarvan het geplande tweede testtoestel deel uitmaakt. Voorts ondervindt de productie van F-35-toestellen vertraging en zal de IOT&E-fase later beginnen. De Kamer is hieromtrent met de brief van 16 februari jl. geïnformeerd (Kamerstuk 26 488, nr. 217).

Vraag 2
Wanneer zou moeten worden besloten of de ‘verplichting tot koop’ die is aangegaan voor het eerste testtoestel, wordt teruggedraaid of niet?

Antwoord Defensie
Na het algemeen overleg van 22 april 2009 en het plenaire debat van 23 april 2009 heeft de Kamer door aanvaarding van de motie-Hamer c.s. (Kamerstuk 26 488 nr. 178) ingestemd met het aangaan van de verplichtingen voor de productie van het eerste Nederlandse testtoestel uit de LRIP-3 productieserie. Dit toestel zal niet eerder dan eind 2011 worden overgedragen. Tot het moment waarop het eerste testtoestel aan Nederland wordt overgedragen bestaat de mogelijkheid af te zien van de koop van dit toestel, waaraan kosten zullen zijn verbonden. Het Memorandum of Understanding (MoU) over de productie, instandhouding en doorontwikkeling (PSFD MoU) dat Nederland in 2006 getekend heeft, bevat afspraken over het afzien van de koop van toestellen.
Daarnaast hebben Nederland en de Verenigde Staten op 6 mei 2009 een side letter ondertekend waarin is overeengekomen in geval van afzien van de koop te zoeken naar de meest efficiënte wijze waarop dit kan.

Vraag 5
Welke stappen zijn nodig om volledig uit het JSF-project te treden?

Antwoord Defensie
Nederland heeft tot op heden vier MoU’s ondertekend die ons land zou moeten opzeggen bij een besluit uit het JSF-project te stappen. Dat zijn naast het hiervoor genoemde PSFD MoU uit 2006, het MoU uit 2002 over de ontwikkeling van de JSF (System Development and Demonstration, SDD), het in 2006 door Nederland en Italië getekende Production & Sustainment (P&S) MoU voor Europese samenwerking waar Noorwegen vervolgens in 2007 tot is toegetreden, en het MoU uit 2008 over de IOT&E. Ook zou Nederland moeten afzien van de koop van het eerste testtoestel en van de in 2008 aangegane verplichting voor onderdelen met een lange levertijd (long lead items) voor het tweede testtoestel.
Afgezien van de vooraf niet in te schatten gevolgen voor de internationale reputatie, de Nederlandse industrie en het project Vervanging F-16, zijn daarmee uitstapkosten gemoeid waarover de Kamer is geïnformeerd met het addendum bij de jaarrapportage voor het project Vervanging F-16 over 2008 (Kamerstuk 26 488, nr. 173). In de jaarrapportage over 2009 zullen deze uitstapkosten worden geactualiseerd.

Bron:
Brief Ministerie van Defensie aan Tweede Kamer d.d. 23 maart 2010

JSFNIEUWS100410-NB/nb

Een reactie op dit bericht...

Apr 10 2010

Brief Tweede Kamer over herstructurering JSF in de USA

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Den Haag – Op 23 maart 2010 ontving de Tweede Kamer een aanvullende brief van de Staatssecretaris van Defensie De Vries inzake de “Herstructurering van het F-35 programma”.

Onderstaande laten we de brief integraal volgen:

Met de brief van 16 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 217) heb ik de Kamer geïnformeerd over de herstructurering van het F-35-programma en de maatregelen die de Amerikaanse minister van Defensie Gates op 1 februari jl. op hoofdlijnen heeft gepresenteerd. Inmiddels is informatie bekend over de nadere uitwerking van deze herstructureringsmaatregelen en over de onderzoeken die daartoe hebben geleid. Met deze brief informeer ik de Kamer daarover. Deze informatie is besproken tijdens de JSF CEO Conference die gehouden werd op 4 maart jl. in de Verenigde Staten. De conferentie werd voorgezeten door de Amerikaanse onderminister van Defensie voor Acquisition, Technology and Logistics, Dr. Carter. Namens het ministerie van Defensie heeft de directeur van de Defensie Materieel Organisatie aan de conferentie deelgenomen. Voorts heeft op 11 maart jl. de Amerikaanse Senaatscommissie voor Defensie een hoorzitting gehouden over de herstructurering van het F-35-programma, waarbij onder meer Dr. Carter en de Director Cost Assessment and Program Evaluation van het Pentagon, mevr. C.H. Fox, een verklaring hebben afgelegd.

Planning F-35-programma

Minister Gates heeft op 1 februari jl. gemeld dat de System Development and Demonstration (SDD)-fase met dertien maanden wordt verlengd tot november 2015. Dit besluit is genomen op basis van de resultaten van onderzoek door het Joint Estimating Team (JET), bestaande uit deskundigen van het Amerikaanse ministerie van Defensie. Het betreft een actualisatie (JET II) van een eerste onderzoek uit 2008 (JET I). In eerste instantie leverde JET II de conclusie op dat de SDD-fase met dertig maanden zou moeten worden verlengd. Op grond van herstructureringsmaatregelen die het Pentagon heeft vastgesteld heeft het JET geconcludeerd dat een verlenging met dertien maanden (revised JET II) in plaats van dertig maanden kan volstaan. Deze verlenging betreft specifiek de ontwikkelings- en testfase van Lockheed Martin. Inmiddels heeft het Pentagon besloten het formele einde van de SDD-fase, waarbij het programma overschakelt van Low Rate Initial Production naar Full Rate Production, niet in november 2015 te plannen maar vijf maanden later in april 2016.

Ook de voltooiing van de Initiële Operationele Test en Evaluatie (IOT&E)-fase, waaraan Nederland met twee testtoestellen wil deelnemen, schuift op naar begin 2016. De IOT&E kan beginnen op het moment dat wordt voldaan aan de criteria van het IOT&E-testplan. Volgens de huidige planning van het Pentagon is dat begin 2015, dat wil zeggen twee jaar later dan vorig jaar werd voorzien. Het Pentagon laat wel de mogelijkheid open dat de IOT&E eerder aanvangt als aan de startcriteria wordt voldaan.

Met de brief van 16 februari jl. is de Kamer ook gemeld dat het nog onzeker was of de grens van 50 procent kostenstijging in het kader van de Amerikaanse Nunn-McCurdy wetgeving zou worden bereikt. Deze grens geldt onder meer voor de Program Acquisition Unit Costs (PAUC), waartoe de ontwikkelingskosten, de aanschafkosten en de kosten van militaire infrastructuur van het F-35-programma voor de Verenigde Staten behoren. Ook de stijging van de SDD-kosten met $ 2,8 miljard en een nieuwe raming van de stuksprijzen van toestellen op basis van de JET II-conclusies moeten hierbij worden betrokken. Nederland neemt aan de SDD-fase van het JSF-programma deel op basis van een vaste bijdrage van $ 800 miljoen en hoeft dan ook niet mee te betalen aan de stijging van de SDD-kosten. Op basis van de JSF CEO Conference is op 11 maart jl. in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (kenmerk BS/2010006899) gemeld dat het Pentagon de overschrijding van de Nunn-McCurdy grens in april zal bekendmaken bij de formele toezending aan het Congres van het Selected Acquisition Report (SAR) over 2009. Tijdens de hoorzitting op diezelfde 11 maart jl. heeft Dr. Carter gemeld dat de overschrijding op kortere termijn zal worden gemeld.

Zodra de grens van 50 procent kostenstijging ten opzichte van de Acquisition Program Baseline wordt overschreden, moet het Pentagon het desbetreffende project binnen 60 dagen herbevestigen in het Amerikaanse Congres. De Acquisition Program Baseline is voor het F-35-programma de start van de SDD-fase in 2001. Het Pentagon is aan de voorbereidingen voor de hernieuwde certificering van het F-35 programma begonnen, maar voor de verdere behandeling door het Congres geldt geen termijn. Dr. Carter heeft onderstreept dat de nieuwe planning van het F-35-programma realistisch is en dat de onderzoeken van de afgelopen maanden geen fundamentele technische problemen hebben aan het licht hebben gebracht op het gebied van de ontwikkeling en de productie van de F-35. Ook de operationele prestatie-eisen van de F-35 staan niet ter discussie.

Het Pentagon werkt in het kader van het SAR-rapport en de voorbereiding op de hernieuwde certificering van het programma aan een nieuwe raming van onder meer de stuksprijzen van F-35-toestellen. Met het SAR-rapport van april zullen de eerste resultaten beschikbaar komen. Directeur Fox heeft tijdens de hoorzitting uiteengezet dat de uiteindelijke cijfers begin juni aan het Congres beschikbaar zullen worden gesteld. De raming van de stuksprijzen moet worden aangepast op grond van de verschuiving van per saldo 121 Amerikaanse toestellen (122 toestellen worden in de planning verschoven, maar voor het begrotingsjaar 2011 wordt voorgesteld een extra toestel (42+1) aan te schaffen in LRIP-5 ter vervanging van een afgeschreven F-15. Dit is de Kamer gemeld in de brief van 16 februari jl.), de aanpassingen in de geplande bestelreeksen van andere partnerlanden en de bevindingen van het JET.
De verschuiving in de bestelreeksen van de Verenigde Staten en andere partnerlanden verlaagt het aantal toestellen in de desbetreffende productieseries en vertraagt de productieleercurve. Als gevolg hiervan zullen de stuksprijzen van toestellen in de productieseries LRIP-5 tot en met LRIP-9 stijgen ten opzichte van eerdere ramingen. De vertraging in de productieleercurve heeft geen invloed op de gemiddelde stuksprijs in de gehele productieperiode. De nieuwe raming van de gemiddelde stuksprijs wordt vooral bepaald door de bevindingen van het JET. De prognoses van het JET voor de komende jaren staan los van de concrete prijsonderhandelingen tussen de Amerikaanse overheid en Lockheed Martin over de LRIP-4 toestellen, waarvan het geplande tweede Nederlandse F-35 testtoestel deel uitmaakt.

Tijdens de hoorzitting op 11 maart jl. is tevens de nieuwe planning bekendgemaakt voor de F-35 Initial Operational Capability (IOC) van het United States Marine Corps (ongewijzigd in 2012), de United States Air Force (van 2013 naar 2016) en de United States Navy (van 2014 naar 2016). De IOC-planning geeft weer wanneer de eerste eenheden operationeel kunnen worden ingezet.

Aanvullende informatie over herstructureringsmaatregelen
Over andere onderzoeken van het Pentagon en de nadere uitwerking van de herstructureringsmaatregelen die minister Gates 1 februari jl. aankondigde, kan het volgende worden gemeld:
- Een Joint Assessment Team (JAT) heeft het F135-motorprogramma van Pratt & Whitney onderzocht en heeft melding gemaakt van een toename van de kosten van de F135-motor. Inmiddels heeft het JAT de maatregelen gevalideerd die Pratt & Whitney heeft voorgesteld om deze ontwikkeling te corrigeren en deze zullen worden uitgevoerd.
- Het Independent Manufacturing Review Team (IMRT) heeft de productielijn van Lockheed Martin onderzocht en aanbevelingen gedaan om de geplande stijging in de jaarlijkse productieaantallen mogelijk te maken. Deze aanbevelingen worden uitgevoerd.
- Om de nieuwe planning van de testfase te halen schaft het Pentagon voor de SDD-fase een extra F-35C (Carrier Variant (CV)-versie) testvliegtuig aan en leent het drie Amerikaanse LRIP-toestellen uit voor het testprogramma van Lockheed Martin.
- Om te voorkomen dat de geconstateerde vertraging in de ontwikkeling van software een knelpunt wordt voor de aflevering van toestellen en de voortgang van de testfase, wordt geïnvesteerd in extra capaciteit voor de ontwikkeling en het testen van software.
- Minister Gates heeft 1 februari jl. de aanschaf van 43 toestellen in de LRIP-5-productieserie aangekondigd. Dat is ten opzichte van de planning een vermindering met negen toestellen. De minister had al laten weten dat het uiteindelijke aantal toestellen in de productieseries vanaf LRIP 5 hoger kan uitvallen, aangezien het Pentagon het Congres heeft voorgesteld meer toestellen aan te schaffen als dat op grond van de uitonderhandelde stuksprijs binnen het budget past.
Om de levering van meer dan 43 LRIP-5 toestellen mogelijk te maken, worden naar verwachting voor 48 LRIP-5 toestellen de onderdelen met een lange levertijd aangeschaft (long lead items).
- Voorts heeft het Pentagon opdracht gegeven bij de contracten voor de productie van toestellen en motoren zo spoedig mogelijk over te schakelen op contracten met vaste prijzen, waarbij betere resultaten worden beloond (fixed price incentive fee contracts).

Gevolgen voor Nederland

Het Pentagon heeft aangekondigd dat in april geactualiseerde SAR-kosteninformatie beschikbaar komt, begin juni gevolgd door de uiteindelijke Nunn-McCurdy cijfers. Hiermee kunnen de gevolgen voor de stuksprijs van F-35-toestellen en vervolgens voor de financiële ramingen van het project Vervanging F-16 worden vastgesteld.
Met de brief van 16 februari jl. is gemeld dat de LRIP-4-onderhandelingen, waarvan het geplande tweede Nederlandse F-35-testtoestel deel uitmaakt, naar verwachting eind april worden voltooid, waardoor het JSF Program Office (JPO) en Lockheed Martin eind mei het contract zouden kunnen sluiten. Er treedt verdere vertraging op aangezien de certificering van het programma in het kader van de Nunn-McCurdy wetgeving eind mei nog niet zal zijn voltooid. Het JPO mag namelijk in afwachting van de uitkomst van dat proces geen contracten sluiten. Met de beantwoording op 11 maart jl. van vragen van het lid Van Velzen is de Kamer gemeld dat het demissionaire kabinet geen besluit tot aanschaf van een tweede F-35-testtoestel meer zal voorleggen aan de Kamer. Dat geldt de facto ook voor de effectuering van het besluit tot deelneming aan de IOT&E-fase, aangezien voor deelneming aan de IOT&E en de daaraan voorafgaande opleidingen van vliegers minimaal twee testtoestellen moeten worden aangeschaft.”

Bron: Brief Ministerie van Defensie aan Tweede Kamer d.d. 23 maart 2010

JSFNIEUWS100410-NB/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 10 2010

Brief Tweede Kamer over Amerikaanse JSF perikelen

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

Den Haag – Na de val van de regering mag de JSF dan controversieel zijn verklaard, de beantwoording van reeds gestelde vragen is de afgelopen weken gewoon doorgegaan. Zo kreeg de Tweede Kamer op 11 maart 2010 de antwoorden aan op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen over het ontslag van de chef van het Amerikaanse JSF-programma en onbetrouwbare informatie over het JSF-programma. Deze vragen werden ingezonden op 4 februari 2010 met kenmerk 2010Z02197.

Interessant is inmiddels het antwoord op de Vragen 2, 3 en 5 waarin Defensie de Tweede Kamer aangeeft zich te baseren op de Pentagon kosteninformatie uit de Selected Acquisition Reports (SAR) over 2009 met geactualiseerde kosteninformatie. Deze
rapportage is inmiddels verschenen en meldt een aanzienlijke stijging van de kosten van de JSF. Aanvullend is daarnaast op basis van deze SAR een verdere kostenstudie opgedragen die in juni 2010 verschijnt. Welke consequenties dat zal hebben voor de door onze Defensie gehanteerde kostenramingen is op dit moment onduidelijk.

Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht dat Generaal-Majoor David R. Heinz van het Amerikaanse Marine Corps en programma-manager van het F-35 Joint Strike Fighter programma per 1 februari ontslagen is door de Amerikaanse minister van Defensie Gates, met de mededeling aan de media “One cannot absorb the additional costs in this program and the delays without people being held accountable”? (naar aanleiding van
een artikel in DefenseNews, 1 februari 2010: “F-35 chief fired, money withheld from Lockheed”

Antwoord Defensie
Met de brief van 16 februari jl. (Kamerstuk 26 488 nr. 217) is de Kamer geïnformeerd over de herstructurering van het F-35-programma en de maatregelen die de Amerikaanse minister van Defensie Gates heeft genomen. De vervanging van de directeur van het JSF Program Office (JPO) is een aangelegenheid van het Amerikaanse ministerie van Defensie.

Vraag 2
Is het u bekend dat het F35 Joint Program Office langdurig en systematisch onbetrouwbare informatie aan de Amerikaanse minister van Defensie heeft doorgegeven over het JSF programma en slecht nieuws achter heeft gehouden? Kent u de uitspraak die de minister van Defensie deed, namelijk: “It is clear there were more problems than we were aware of. The cost estimates are in accord with the JET and not the JPO. And we think the restructuring will mitigate the more pessimistic conclusions of the JET”? Deelt u de mening van minister Gates dat de informatie van het F35 Joint Program Office (JPO) over de geraamde kosten voor de JSF niet kloppen en die van het onafhankelijke Joint Estimate Team wel?

Vraag 3
Kunt u aangeven welke informatie afkomstig van het JPO van de inmiddels ontslagen Generaal-Majoor Heinz door u als feit is overgenomen en benut voor eigen gebruik en om de Kamer mee te informeren over de voortgang van het JSF-project?

Vraag 5
Deelt u de mening dat het wenselijk is dat alle informatie over het JSF-programma opnieuw beoordeeld wordt en gekeken wordt of de informatie feitelijk klopt?

Antwoord Defensie op Vragen 2, 3 en 5
Minister Gates heeft op 1 februari jl. tijdens zijn presentatie van de Amerikaanse conceptdefensiebegroting voor 2011 gemeld dat een aantal doelstellingen van het F-35 programma niet is gehaald. Hij doelt daarmee op vertragingen in de productie en de testfase. Deze vertragingen waren al door het JPO gerapporteerd en van het achterhouden van slecht nieuws is dus geen sprake. De Kamer is in de tweede helft van 2009 op een aantal momenten geïnformeerd over de vertragingen op grond van de destijds bekende, door het JPO verstrekte informatie (Handelingen TK 2008–2009, aanhangsel nr. 3623, Kamerstuk 26 488, nr. 202, Handelingen TK 2009–2010, aanhangsel nr. 1093). Het JPO was van mening dat de achterstanden in de productie van F-35-toestellen en als gevolg daarvan in de testfase zouden kunnen worden ingelopen. Dit is de Kamer gemeld, waarbij tevens is uiteengezet dat het Pentagon op grond van het geactualiseerde rapport van het Joint Estimating Team (JET) en van rapportages van het JPO, Lockheed Martin, de motorfabrikanten en andere deskundigen een beslissing zou nemen over de benodigde maatregelen.
Minister Gates heeft op 1 februari jl. bekendgemaakt dat het F-35-programma wordt geherstructureerd door onder meer de SDD-fase met dertien maanden te verlengen. Het Pentagon heeft geoordeeld dat de opgetreden vertraging niet meer kan worden ingelopen. Het verschil in de kostenramingen van het JPO en het JET hangt mede samen met de uiteenlopende visies op de haalbaarheid van de planning van de SDD-fase. De verlenging van de SDD-fase en de verdere vertraging in de productie van F-35-toestellen leiden immers tot extra kosten.
Defensie baseert de kostenramingen voor het project Vervanging F-16 op door het Pentagon met Selected Acquisition Reports vastgestelde kosteninformatie over het F-35-programma. Met de brief van 16 februari jl. is gemeld dat het Pentagon naar verwachting in april a.s. met het Selected Acquisition Report (SAR) over 2009 geactualiseerde kosteninformatie voor het F-35 programma zal bekendmaken waarin ook de herstructurerings¬maatregelen zullen zijn verwerkt. Met het oog hierop heeft een nieuwe beoordeling van eerdere informatie over de kosten en de voortgang van het F-35-programma geen toegevoegde waarde. Overigens is ook gemeld dat deze actualisering niet in de jaarrapportage van het project Vervanging over 2009 kan worden verwerkt, tenzij het SAR-rapport eerder dan verwacht beschikbaar zou komen. Zo niet, dan zal de Kamer afzonderlijk worden geïnformeerd over de geactualiseerde kosteninformatie.

Vraag 4
Is het waar dat ook de Algemene Rekenkamer in haar eerdere analyses gebruik heeft gemaakt van de informatie van het JPO?

Antwoord Defensie
Het is niet aan Defensie deze vraag te beantwoorden. De Algemene Rekenkamer wordt van deze vraag op de hoogte gesteld.

Vraag 6
Deelt u de mening dat, totdat duidelijk is of de informatie waarop u zich baseert als het gaat om de budgetoverschrijdingen in het JSF-programma, de vertragingen in de ontwikkeling en de vertraging in het testprogramma ook feitelijk correct zijn, er geen nieuwe besluiten genomen mogen worden die ons dieper in dit moeras trekken? Deelt u de mening dat dit zou moeten betekenen dat het besluit over de aanschaf van het tweede testtoestel tot nader order uitgesteld zou moeten worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord Defensie
Gezien de huidige omstandigheden zal dit kabinet geen besluit tot aanschaf van een tweede testtoestel meer voorleggen aan de Kamer. De geactualiseerde kosteninformatie van het SAR-rapport komt naar verwachting in april beschikbaar. Zie verder het antwoord op de vragen 2, 3 en 5.

Vraag 7
Is het u bekend dat de Amerikaanse minister van Defensie ook heeft besloten om 614 miljoen dollar (‘performance fees’) minder te betalen aan de producent Lockheed Martin wegens achtergebleven prestaties? Welk effect zal dit hebben op de uiteindelijke kostprijs van de door u gewenste JSF-toestellen?

Antwoord Defensie
Ja, met de brief van 16 februari jl. is gemeld dat Lockheed Martin $ 614 miljoen minder krijgt betaald dan geraamd. Lockheed Martin ontwikkelt en bouwt de F-35 op basis van cost plus incentive contracten, waarbij een deel van de betalingen pas volgt als de afgesproken doelstellingen worden gehaald. De korting betreft de prestatieopslag (incentive fee) voor Lockheed Martin voor de ontwikkeling van de F-35 en heeft daardoor geen invloed op de stuksprijs van de F-35. Het genoemde bedrag wordt door het Pentagon weer geïnvesteerd in de geherstructureerde SDD-fase.

Vraag 8
Is het waar dat het Amerikaanse JSF-programma inmiddels 45% meer kost dan gepland is? Wat is het exacte bedrag? Welk effect zal dit hebben op de uiteindelijke kostprijs van de door u gewenste JSF-toestellen?

Antwoord Defensie
Met de brief van 16 februari jl. is gemeld dat minister Gates het op 1 februari jl. nog onzeker achtte of in verband met de Amerikaanse Nunn-McCurdy wetgeving de grens van 50 procent kostenstijging wordt bereikt. Inmiddels is duidelijk dat het Pentagon de overschrijding van die grens bekend zal maken bij de formele toezending van het SAR-rapport aan het Congres in april. De Kamer zal hieromtrent afzonderlijk nader worden geïnformeerd.

Vraag 9
Is het waar dat van de voor 2009 geplande 168 testvluchten er slechts 16 zijn uitgevoerd? Welk effect zal dit hebben op de Nederlandse planning voor de vervanging van de F-16?

Vraag 10
Is het waar dat er bij het uitkomen van de Amerikaanse defensiebegroting voor fiscaal jaar 2011 is medegedeeld dat de ontwikkeltijd voor de JSF nog eens met 13 maanden verlengd zal worden? Welk effect zal dit hebben op de Nederlandse planning voor de vervanging van de F-16? Welk effect zal dit hebben op de uiteindelijke kostprijs van de door u gewenste JSF-toestellen?

Antwoord Defensie vragen 9 en 10
In het Amerikaanse begrotingsjaar 2009, dat de periode 1 oktober 2008 tot en met 30 september 2009 betrof, zijn zestien van de geplande 168 testvluchten met de STOVL-versie van de F-35 uitgevoerd. Met de CTOL-versie waarvoor Nederland belangstelling heeft zijn in dezelfde periode 36 testvluchten uitgevoerd.
De verlenging van de SDD-fase met dertien maanden beoogt de overlap tussen de ontwikkeling, het testprogramma van Lockheed Martin en de operationele test- en evaluatiefase (IOT&E-fase) te beperken. De overlap was toegenomen door de vertraging in de productie van testtoestellen die vervolgens ook leidde tot een vertraging in het testprogramma. Door de herstructurering is er in de planning bijvoorbeeld geen overlap meer tussen de testfase van de Block 3 versie bij Lockheed Martin en de IOT&E-fase.

Met de herstructurering van de SDD-fase is een bedrag van $ 2,8 miljard gemoeid. Nederland neemt deel aan de SDD-fase van het JSF-programma op basis van een vaste bijdrage van $ 800 miljoen en hoeft dan ook niet mee te betalen aan de budgetverhoging. Met de brief van 16 februari jl. is ook melding gemaakt van een verschuiving in het Amerikaanse bestelschema van per saldo 121 toestellen. Deze maatregel vertraagt de productieleercurve en verlaagt het aantal toestellen in de desbetreffende productieseries, waardoor de stuksprijs van toestellen vanaf LRIP-5 zal stijgen.

De gevolgen van de herstructurering van het F-35-programma en de bevindingen van het JET voor de stuksprijs van F-35-toestellen en de planning van het project Vervanging F-16 zullen verder worden beoordeeld nadat naar verwachting in april de SAR-kosteninformatie door het Pentagon beschikbaar wordt gesteld. Zie ook de beantwoording van de vragen 2, 3 en 5.

Bron:
Brief Ministerie van Defensie aan Tweede Kamer d.d. 11 maart 2010

JSFNIEUWS100410-NB/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 10 2010

JSF F-35B bereikt twee nieuwe mijlpalen

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Fort Worth, Texas (USA) – De afgelopen maand meldde Lockheed Martin twee belangrijke mijlpalen in het JSF programma. Op 18 maart 2010 werd door een F-35B toestel de eerste verticale landing gemaakt. En op 7 april 2010 volgde de eerste vlucht van het vierde prototype van de F-35B, het eerste toestel dat voorzien is van radar, sensoren en de nieuwere softwareversie Block 0.5.

Op 18 maart 2010 werd op de marinebasis NAS Patuxent River door F-35 STOVL testpiloot Graham Tomlinson, na een serie van circa 10 voorbereidende vluchten sinds januari, de eerste verticale landing uitgevoerd. Deze mijlpaal, oorspronkelijk voorzien voor de zomer van 2008, begon met een zeer korte startaanloop, waarbij Tomlinson met 80 knots loskwam van de grond. Na een vlucht van 13 minuten keerde hij terug boven de vliegbasis en positioneerde het toestel op 150 voet hoogte in “hover mode” boven het vliegveld en bleef zo circa een minuut stil hangen in de lucht. Daarna zette hij de daling in om te landen op de landingsbaan. Het was de 42e testvlucht van prototype BF1. Totaal waren tot en met 18 maart 74 testvluchten uitgevoerd met de drie prototypes van de F-35B versie sinds de eerste vlucht van deze versie in juni 2008.

Tevreden reacties betrokkenen over deze mijlpaal

Tomlinson, een voormalige Royal Airforce vlieger op de Harrier en sinds 1986 werkzaam voor BAE Systems was zeer te spreken over het gemak waarmee de F-35B te bedienen is in vergelijking met de Harrier. Hij zei hierover na afloop: “The low workload in the cockpit contrasted sharply with legacy short takeoff/vertical landing (STOVL) platforms. Together with the work already completed for slow-speed handling and landings, this provides a robust platform to expand the fleet’s STOVL capabilities.”
Robert J. Stevens, Lockheed Martin chairman en chief executive officer, zei na afloop: “Today’s vertical landing of the F-35 BF-1 aircraft was a vivid demonstration of innovative technology that will serve the global security needs of the U.S. and its allies for decades to come. I am extremely proud of the F-35 team for their dedication, service and performance in achieving this major milestone for the program.”

Eerste F-35 met missie sytemen vliegt

Het eerste van missie systemen voorziene F-35 Lightning II toestel maakte woensdag 7 april 2010 de eerste vlucht. Het toestel, een F-35B STOVL variant voor de US Marines is het zesde prototype dat vliegt en het vierde F-35B prototype. Dit prototype, de BF-4 is het eerste dat voorzien is van radar en sensoren; in de andere prototypes waren deze nog weggelaten.
Gedurende de vlucht, uitgevoerd door F-35 Testvlieger David Nelson klom het toestel naar 15.500 voet (4700 meter) hoogte en controleerde de motor response met verschillende throttle standen en voerde een serie manoeuvres uit om diverse besturingsfuncties van het toestel te testen. Het toestel startte om 10:04 uur vanaf het fabrieksvliegveld van Fort Worth en landde daar weer veilig om 10:59 uur.
Het was de 171ste vlucht van een F-35 prototype sinds de start van het testvliegen in 2006. Totaal moeten circa 5.000 testvluchten worden uitgevoerd. In de bijgewerkte planning van september 2008 was de eerste vlucht nog voorzien voor 24 maart 2009, door onvoorziene omstandigheden is dit ruim een jaar vertraagd.

Lockheed Martin: uniek moment

Eric Branyan, Lockheed Martin F-35 deputy program manager, na afloop over deze vlucht: “Today’s flight initiates a level of avionics capability that no fighter has ever achieved. The F-35’s next-generation sensor suite enables a new capability for multi role aircraft, collecting vast amounts of data and fusing the information into a single, highly comprehensible display that will enable the pilot to make faster and more
effective tactical decisions
.”

De F-35 missiesystemen verwerken en combineren data van een breed scala aan sensoren om de piloot van optimale informatie te voorzien. De F-35’s missiesystemen omvatten:
- Northrop Grumman AN/APG-81 Active Electronically Scanned Array radar
- Lockheed Martin Electro-Optical Targeting System (EOTS)
- Lange-afstands passie infrarood search and track system
- Northrop Grumman Electro-Optical Distributed Aperture System (EO-DAS)
- Passieve systemen voor lange-afstands dreigingsdetectie
- BAE Systems Electronic Warfare (EW) system
- VSI Helmet Mounted Display System (HMDS)
- Helm met integraal virtueel head-up dislay en informatieprojectie
- Northrop Grumman Integrated Communication, Navigation & Identification
- Honeywell Inertial Navigation System
- Raytheon Global Positioning System

Deze systemen zullen de komende tijd in dit F-35 prototype BF-4 worden getest, nadat deze al eerder in laboratoria en in een omgebouwd Boeing 737 vliegend laboratorium gedurende duizenden uren zijn getest.
De BF-4 is het eerste toestel voorzien van softwareversie Block 0.5. De andere F-35’s vliegen nog met de basale Block 0.1 versie. De uiteindelijke operationele variant, zoals voor Nederland voorzien, moet worden uitgerust met softwareversie Block 3.0. De Block 0.5 versie bevat reeds circa 50% van de functionaliteit van Block 3.0.
Het is de bedoeling dat de BF-4 binenkort naar de vliegbasis Naval Air Station Patuxent River verhuist, waar ook de andere 3 F-35B prototypes zijn gehuisvest.

Bron:
Persbericht Lockheed Martin 18 maart 2010
Persbericht Lockheed Martin 7 april 2010

JSFNIEUWS100410-KR/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 10 2010

Succesvolle naverbrander test voor F136 JSF-motor

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Arnhem - Het GE Rolls-Royce Fighter Engine Team, dat de alternatieve motor voor de JSF ontwikkelt, heeft een volledige naverbrander test uitgevoerd met de derde F136-motor, die gebouwd is volgens de nieuwe productie-configuratie. De test is een belangrijke mijlpaal in een jaar, waarin het F136-programm al grote vooruitgang heeft geboekt.

De naverbrandertests werden uitgevoerd in een geavanceerde testomgeving bij GE. Tijdens
deze testfase werden alle doelstellingen gerealiseerd, waaronder ook een test met de nozzle, die gebruikt wordt in de beide motorprogramma’s voor de JSF. Vanaf het eerste ontwerp van de JSF is voorzien in de uitwisselbaarheid van de beide motoren.

Positieve ontwikkeling F136 motortests

De ontwikkeling van de F136-motor vordert in snel tempo en telkens worden belangrijke
mijlpalen bereikt. Er worden dit jaar zes F136-motoren getest, waarbij de motorprestaties
en levensduur worden gemeten. Nu al is duidelijk dat de prestaties van de motor voldoen aan alle verwachtingen als het gaat om stuwkracht, temperatuur en brandstofverbruik. Die prestaties bevestigen, dat de F136-motor een essentiële rol gaat spelen in de concurrentieslag tussen de beide motoren van het JSF-programma.
Al DiLibero, president van het GE Rolls-Royce Fighter Engine Team: “We zitten goed op koers in de ontwikkeling van de motor en boeken elke dag vooruitgang. Het bereiken van volledige naverbranding in onze nieuwste motor bewijst de kwaliteit en het succes van het F136-team. Het betekent voor het JSF-programma, dat ook het moment dichterbij is gekomen dat het de vruchten kan plukken van de concurrentiestrijd tussen de beide motorenprogramma’s.
Mark Rhodes, senior vice-president van het GE Rolls-Royce Fighter Engine Team over de vooruitgang die geboekt wordt: “Dit jaar wordt het belangrijkste jaar tot nu toe voor de F136-motor, aangezien we ons testprogramma verder gaan uitbreiden en ook vliegtests gaan uitvoeren. De F136-motor is speciaal ontwikkeld voor de F35-toestellen met een concept, dat geschikt is voor zowel de huidige als toekomstige eisen, die aan het toestel gesteld worden”.

Over de F136 motor

De F136 motor wordt geproduceerd door het Fighter Engine Team, een samenwerking tussen GE en Rolls-Royce, twee toonaangevende producenten van vliegtuigmotoren. GE - Aviation, dat verantwoordelijk is voor 60 procent van het F136 programma, ontwikkelt de hoofdcompressor en de gekoppelde hoge druk/lage druk componenten van het turbinesysteem, de controlesystemen en de naverbrander. Rolls-Royce, dat 40 procent van het F136 programma uitvoert, is verantwoordelijk voor de voorste fan, de combustor, de tweede en derde stage van de lage druk turbine en de versnellingsbakken. De internationale partnerlanden leveren ook een bijdrage aan de F136 door hun betrokkenheid in de ontwikkeling van de motor en de productie van componenten.
In Nederland zijn Atkins Nedtech, DutchAero, het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), Sulzer-Eldim en de TU Delft betrokken bij de ontwikkeling van de F136. Onderdeel van de F136 is de zogenaamde “Dutch Fancase”, die zijn naam dankt aan de grote betrokkenheid van de Nederlandse bedrijven Atkins Nedtech en DutchAero bij het ontwerp en de productie van het component.

De F136 is met een enkele configuratie geschikt voor alle drie de versies van de JSF: de STOVL voor de Amerikaanse en Britse marine, de Carrier Variant (CV) voor de Amerikaanse
marine en de CTOL, die door de Amerikaanse en wellicht ook de Nederlandse luchtmacht
zal worden aangeschaft. Dankzij de toepassing van best practices en verbeterde technologie zal de F136 ruimschoots voldoen aan de eisen voor onderhoudsvriendelijkheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid voor alle F-35 varianten.
De motor verbetert bovendien de samenwerking tussen het Amerikaanse leger en zijn internationale partners in gezamenlijke missies.

Bij het F136 programma, dat uitgevoerd wordt in het complex van GE Aviation in Ohio en
de Rolls-Royce vestigingen in Indianapolis en Bristol, zijn zo’n 900 engineers en technici betrokken.

Bron: Persbericht Fighter Engine Team GE-Rolls Royce

JSFNIEUWS100410-MT/nb

Een reactie op dit bericht...

Apr 07 2010

Nieuw Pentagon rapport: JSF nog eens vele miljarden duurder

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Den Haag – Het Amerikaanse InsideDefense heeft het bestaan van een rapport onthuld, waarin wordt gewaarschuwd dat de kosten van de Joint Strike Fighter nog veel hoger uit zullen komen, dan vorige maand door Minister Gates en materieel-chef Ashton Carter in hoorzittingen van de Amerikaanse Senaat is gemeld. Er is sprake van mogelijk nog eens maximaal US$50 tot US $60 miljard extra kostenstijgingen tot een totaal van tussen de US$ 378 en US$388 miljard voor 2443 toestellen. Omgerekend komt dit neer op een prijskaartje van gemiddeld US$ 155 miljoen per stuk (inclusief ontwikkelingskosten).

De onderzoekers van InsideDefense kregen inzicht in een niet eerder onthuld rapport. In het 53 bladzijden tellend rapport geeft het Pentagon aan tegenover leden van het Congres dat er rekening mee moet worden gehouden dat deze zomer een nieuwe prijsstijging zal worden gerapporteerd.
Het rapport laat zien hoe de kosten zich ontwikkelen:

Overzicht totale projectkosten:
In 2002: US$ 231 miljard (voor 2852 toestellen)
In 2007: US$ 276 miljard (voor 2443 toestellen)
In 2008: US$ 298 miljard (idem)
In 2009: US$ 328 miljard (idem; rapportage maart 2010)
In 2010: US$ 380 miljard (te rapporten juni 2010)

Gemiddelde aanschafprijs per toestel (exclusief ontwikkelingskosten):
In 2002: US$ 69 miljoen
In 2007: US$ 95 miljoen
In 2008: US$ 103 miljoen
In 2009: US$ 112 miljoen
In 2010: US$ 130 miljoen

Kosten sinds 2008 met US$ 90 miljard gestegen

Vorige week is formeel een nieuw onafhankelijk kostenonderzoek van het F-35 programma begonnen, dat in juni 2010 moet leiden tot een nieuwe rapportage over de prijs per stuk en de operationele kosten. In het rapport staat “The department expects this analysis will result in increases” van nog eens 18,4% (US$ 60,4 miljard) bovenop de laatste kostenschatting van US$ 328,2 miljard voor het totale JSF programma. Hiermee komt de totale kostengroei sinds 2008 op liefst US$ 90 miljard. In april 2008 werd nog uitgegaan van US$ 298 miljard. Toen al werden daar door Aviation Week vraagtekens bijgezet als zijnde “creatief boekhouden” en in onze Tweede Kamer werden daar vragen over gesteld.
Doel van het rapport is te komen met een definitieve en betrouwbare kostenschatting van de gemiddelde aanschafprijs als basis voor toekomstige defensiebegrotingen.

Rapportage Gates in maart gebaseerd op “onorthodoxe rekenmethode”

Vorige week zei Robert Gates nog tegenover leden van het Congres dat hij uitging van US$ 328,2 miljard. Maar ingewijden bij het Pentagon zeggen dat er een wat “onorthodoxe” rekenmethode is gebruikt door nieuwe hogere kostenschattingen van de komende vijf jaar te mengen met de (oude) lage kostenschattingen voor de resterende 24 jaar. Wordt deze oneigenlijke rekenmethode losgelaten en een zuivere calculatie gebruikt, dan komen de bedragen veel hoger uit. In 2009 voerde een Joint Estimate Team (JET) van accountants en deskundigen een herberekening uit van de kosten. Zij kwamen op veel hogere bedragen uit dan het JSF Program Office (JPO) en de fabrikant. De hogere JET kosten zijn maar voor 5 jaar gebruikt, de lage JPO schattingen wogen mee voor de overige 24 jaar. In het nu onthulde rapport zijn de hogere kosten doorgerekend voor de hele periode. Het rapport meldt: “Production costs reported in the SAR beyond the FYDP are currently based on Joint Program Office estimates and will be updated pending the department’s ongoing cost review”.

De enorme kostenstijgingen moeten gefinancierd worden door andere grote projecten te vertragen of geheel te schrappen. Daarnaast zal het vrijwel zeker – net als indertijd bij de F-22 Raptor – leiden tot lagere aantallen per jaar. Dit roept echter grote vragen op vanwege de dringende noodzaak tot vervanging van grote aantallen gemiddeld bijna 30 jaar oude F-15, F-16 en F-18 toestellen.

Materieel chef Ashton Carter wilde gisteren niet reageren tegen InsideDefense die het bestaan van het rapport met de veel hogere cijfers naar buiten bracht.

Bron: INSIDE DEFENSE 06 april 2010

JSFNIEUWS100407-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!