Jun 28 2008

JSF Business Case parameters ontrafeld (deel 2)

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 17:25 onder Aanschaf JSF

Den Haag - In verband met de komende herijking van het afdrachtpercentage in de Business Case geven we u in een korte serie artikelen de dagen die ons resten tot 1 juli een toelichting op belangrijke parameters.

Na gisteren de algemene achtergrond en de belangrijkste documenten voor het voetlicht gehaald te hebben, volgt vandaag een verdere toelichting op het rekenmodel uit het kerndocument Mede Financierings Overeenkomst (MFO) Nederlandse Staat en Industrie inzake ontwikkeling van de JSF uit juni 2002.

Centraal in het JSF Business Case rekenmodel staat de berekening van het Tekort in de Business Case. Dit Tekort is als volgt gedefinieerd: Tekort = Overheidsbijdrage minus afdrachten minus ontwikkelingskostenvoordeel minus royaltyvoordeel minus organisatiekostenvoordeel.

Overheidsbijdrage

Dit is de US$ 800 miljoen die Nederland betaalt aan de USA voor het mogen deelnemen in de ontwikkelingsfase. Dit moet volgens de MFO omgerekend worden naar de Euro tegen een gewogen koers. Per 31 december 2007 rekende het Ministerie van Defensie op een totaal bijdrage omgerekend in Euro’s van € 788,5 miljoen.

Afdrachten

Dit is het bedrag dat de industrie tot 1 juli 2008, na verrekening van valutarisico en rente al betaald heeft of op dat moment verschuldigd is te betalen, rekening houdend met rente en inflatie.

Ontwikkelingskostenvoordeel
De formule voor het ontwikkelingskosten voordeel in de MFO is E x F x G

Parameter E = aantal aan te schaffen toestellen
Dit is het door de Koninklijke Luchtmacht aan te schaffen aantal toestellen, gesteld op 85 stuks. In 2002 was er rekening mee gehouden, dat dit aantal zou kunnen veranderen om politieke of budgettaire redenen, daarom was dit als een variabele in de formule opgenomen. Omdat formeel geen besluit is genomen over een ander aantal ligt deze parameter voor de herberekening van 1 juli 2008 dus vast op 85 stuks.

Parameter F = te verwachten kosten in euro van de op 1 juli 2008 door het JSF Program Office vastgestelde of geraamde totale gemaakte kosten in US$ (omgerekend tegen de koers van 1 juli 2008), gedeeld door het op 1 juli 2008 op basis van de prognose van het Program Office geraamde totaal aantal te produceren JSF toestellen.
Zoals hierna bij Parameter I toegelicht is het verwachte ontwikkelingsbedrag momenteel US$ 49 miljard en 4673 stuks het geraamde aantal.

Parameter G = een “kansfactor”. Misschien was juist dit element wel de reden dat (indertijd) VVD minister Zalm over dit rekenmodel op 2 april 2002 tegen en NRC verslaggever Joost Oranje zei: “Ik vind ‘m fraai, maar dat is een kwestie van smaak”. Want zo als bekend was voormalig minister van Financiën Zalm een enthousiast flipperkast speler, volgens sommigen een gokspel, maar feitelijk een behendigheidsspel.

Maar elke jurist zal u onmiddellijk kunnen vertellen dat een dergelijke bepaling een perfecte opmaat is voor lange discussies en juridische procedures, namelijk: “tenzij de Staat of de Luchtvaartindustrie aantoont dat op 1 juli 2008 de inzichten van de Staat ten tijde van de inwerkingstreding van de Medefinancieringsovereenkomst, dat de kans dat Nederland door de USA zou worden vrijgesteld van betaling van F indien de staat JSF toestellen zou hebben aangeschaft zonder dat de Staat aan de SDD-fase had deelgenomen gelijk is aan 50%, behoren te zijn gewijzigd. In dat geval zal G gelijk zijn aan een ander met deze kans overeenkomend deel”. Er is niet alleen sprake van een zeer complexe bepaling, maar vraag één is “hoe kan een partij dit aantonen” in juridische zin. De direct volgende vraag is hoe bepaal je dat de hoogte van de kans, 10%, 20%, 50% of 80% is? De slimste spelers zullen dit behendigheidsspel, net als bij de flipperkast, winnen.
Feitelijk is er maar één manier om de “kansfactor” vast te stellen en dat is in een officieel regeringsschrijven aan de USA melden van de plank te zullen kopen in 2016 en daarbij tevens direct vragen of Nederland geen ontwikkelingskosten hoeft bij te dragen. Stemt de USA daarmee niet in dan heb je aangetoond dat de kans nihil is en kan de factor op 0% gezet worden. Gaat de USA daarmee akkoord, dan is de kans 100%. Andere mogelijkheden om dit aan te tonen lijken er niet aanwezig, daarmee blijft deze kernparameter in het rekenmodel als een brok “kansrekening” overeind.

Royaltyvoordeel
Tegenover de bijdrage van de Nederlandse overheid in de ontwikkeling van JSF zouden opbrengsten staan. Een van de opbrengsten is het royalty voordeel. In een brief van 8 april 2002 aan de Tweede Kamer is hierover een duidelijke toelichting te vinden. In de Business Case is het Royaltyvoordeel dus de winstdeling bij verkoop aan niet-partnerlanden. Dit zijn landen die de JSF van de plank kopen. Ze doen niet mee aan de ontwikkeling en betalen boven op de normale kostprijs dus een bijdrage voor de ontwikkelingskosten. Deze bijdragen die andere landen gaan betalen aan de USA worden volgens een bepaalde verdeelsleutel weer uitgekeerd aan de partnerlanden die meebetalen aan de ontwikkeling van de JSF.

In de Medefinancierings Overeenkomst 2002 staat als definitie:
Royaltyvoordeel = H x I x J

Parameter H = Aantal geproduceerde en te produceren JSF toestellen welke zullen worden verkocht aan anderen (d.w.z. landen die “van de plank” kopen). Dit aantal wordt door de USA (JSF Program Office) sinds 2002 onveranderd geschat op minimaal 1500 stuks.

Parameter I = Totaal gemaakte en te maken kosten voor de ontwikkelingsfase (SDD fase) gedeeld door het op 1 juli 2008 op basis van de prognose van het JSF Program Office geraamde totaal aantal geproduceerde en te produceren toestellen. Hierin zijn dus twee factoren aanwezig, beide onzekere factoren.
Allereerst de factor “hoogte van de ontwikkelingskosten.” Onze regering noemde begin 2002 een bedrag van US$ 30,2 miljard, maar in oktober 2001 werden deze al geschat op US$ 34,4 miljard. De laatst bekende gegevens (Selected Acquisition Report van het Pentagon per 31 december 2007) gecombineerd met de gegevens uit het Rapport van de Amerikaanse Rekenkamer van maart 2008 (GAO-08388 rapport, page 8) geven aan dat deze in ieder geval US$ 49 miljard zullen bedragen.
Tweede aanwezige factor is “aantal te produceren toestellen.” De schattingen van de JSF Program Office uit 2002 was 5123 stuks, namelijk 3002 voor de USA en de UK, 621 voor de andere partnerlanden (Australië, Canada, Denemarken, Italië, Nederland, Noorwegen en Turkije) en 1500 voor andere landen. De officiële schatting is nu totaal 4673 stuks, bestaande uit 3173 stuks voor de gezamenlijke JSF partnerlanden en 1500 JSF’s extra voor export naar niet-partner landen. Het zal blijken dat dit productie aantal een volstrekt onhoudbaar getal is, hierop gaan we in Deel 3 van deze serie uitgebreid in.

Parameter J = een factor die de verhouding bepaalt tussen de investering van Nederland in de ontwikkelingsfase en de totale investering in de ontwikkelingsfase.
De investering van Nederland in US$ is 800 miljoen, een vaste waarde.
De totale investering in de ontwikkelingsfase werd destijds door onze regering (ten onrechte) geschat op US$ 30,2 miljard. Dit leverde een factor op van 0,0265 ofwel 2,65%. Het moet duidelijk zijn, dat bij stijgende ontwikkelingskosten, deze factor verandert in ongunstige zin

Berekeningen royaltyvoordeel
Oorspronkelijk (2002) vulde de regering deze formule in als volgt:
1390 maal $ 6,12 miljoen maal 2,65% met als uitkomst: US$ 232 miljoen. Hierbij werd gerekend op een koers van 1 US$ = 1 Euro.

Feitelijke had de formule ingevuld moeten worden als volgt:
1500 maal $ 6,71 miljoen maal 2,32% met als uitkomst overigens hetzelfde bedrag.
Want ten onrechte ging de Regering in de brief van 8 april 2002 uit van een berekeningsgrondslag van 4500 toestellen, waarvan 1390 voor export. Immers in de MFO staat niet de schatting van de Nederlandse regering, maar de schatting van de Amerikaanse JSF Program Office als grondslag vermeld. De berekeningsgrondslag diende uit te gaan van resp. 5123 en 1500 toestellen. De tweede fout die toen in de berekening stond is het feit dat uitgegaan werd van US$ 30,1 miljard in plaats van US$ 34,4 miljard.

Anno 2008 zijn, na invulling van de harde, bekend zijnde gegevens als volgt:
Parameter H nog steeds 1500 stuks.
Parameter I door stijgende ontwikkelingskosten en dalende productie aantallen verandert het bedrag aan ontwikkelingskosten per JSF van US$ 6,12 miljoen naar US$ 10,48 miljoen.
Parameter J wordt nu berekend door 0,8 miljard gedeeld door 49,0 miljard = 1,63%.
Ingevuld in de formule levert dit op: 1500 maal US$ 10,48 miljoen maal 1,63% = US$ 256 miljoen = € 163 miljoen. Een tegenvaller derhalve van € 70 miljoen.

Volgende aflevering (deel 3) : JSF Business Case, het fictieve productie aantal.

JSFNIEUWS080628-MK/jg

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.