Dec 15 2008

Noorse JSF - Gripen prijsvergelijking mistig (deel 2)

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 10:38 onder Aanschaf JSF, Andere JSF landen

UPDATED 16-dec-2008

Oslo (N) – Nadat op 20 november 2008 in Noorwegen de keuze voor de JSF plotseling bekend werd gemaakt, overheerste internationaal al spoedig de verbazing over de gehanteerde prijscalculaties van de JSF tegenover de Gripen NG. Met een onrealistische bijna 200% risico opslag voor de Saab Gripen NG is deze in het eindstadium kansloos gemaakt.

De Noorse regering heeft herhaaldelijk naar buiten toe gesteld dat er drie elementen waren die bepalend zouden zijn voor de keuze van de F-16 opvolger: (1) Operationele capaciteiten specifiek voor de Noorse situatie; (2) Prijs en levensduurkosten en (3) Industriële compensatie. Na het uitbrengen van de offertes in april 2008 kwam al snel naar buiten dat op de punten prijs, levensduurkosten en industriële compensatie de Gripen NG aanzienlijk beter zou scoren dan de JSF. De besluitvorming in het Noorswegen leek dus te zullen gaan om de afweging: welke meerwaarde geeft de JSF operationeel en welke extra prijs willen we daarvoor betalen. Groot was dan ook de verbazing toen de Noorse regering bekendmaakte dat de JSF eveneens in prijs lager uitkwam dan de Gripen NG. Bestudering van de Noorse rapporten leerde al snel dat methodisch gezien het een en ander af te dingen valt op de prijsberekeningen.

Onvergelijkbare aanschafprijzen gehanteerd

In het samenvattende rapport van de evaluatiecommissie (31-okt-2008) stelt Noorwegen dat de JSF NOK 18 miljard zou gaan kosten, vergeleken met NOK 24 miljard voor de Zweedse Gripen NG. Omgerekend zou dit betekenen dat de JSF circa US$ 54 miljoen per stuk zou kosten. Dit bracht de Noorse regering naar buiten in persberichten en werd internationaal zo overgenomen in de pers.
Analyse leert dat voor de JSF de “Unit Recurring Flyaway cost” is gehanteerd (kale kostprijs), met een opslag voor “Ancillary Mission Equiment” (pylons, safety pins, weapon racks e.d.), maar zonder wapens en zonder startpakket reservedelen, opleiding, enzovoorts. Deze JSF prijs ligt dan ook nog eens aan de onderkant van het voor de JSF bekende prijsspectrum. Lockheed Martin zelf hanteerde dit jaar een verwachte “average unit flyaway cost” van de JSF van US$ 63 miljoen. Voor de Gripen NG wordt de all-in prijs gehanteerd.
Verder blijkt de genoemde prijs herrekend te moeten worden naar de koers van de US$ op 1 januari. Dan blijkt de kale kostprijs US$ 68 miljoen te zijn. Dit heeft Majoor Ramskjaer, van het Noorse projectbureau Vervanging F-16 toegegeven tegenover Defense Aerospace.
Daarnaast wekt de lage prijs bevreemding, omdat de planning voor een order van 48 toestellen (evenveel als de hele Noorse order) voor de Amerikaanse luchtmacht in 2013 nog uitgaat van US$ 5,17 miljard (US$ 108 miljoen per stuk) . Het is ongeloofwaardig te denken dat in ongeveer dezelfde tijdsperiode aan Noorwegen 48 toestellen voor US$ 2,57 miljard zouden worden verkocht (US$ 54 miljoen per stuk).

Noorse prijs niet bindend

De Noorse JSF prijs is verre van bindend, het is een voorlopige prijs. De Noorse prijs wordt geformuleerd als “a budgetary estimate in 2008 US dollars”. Na een definitieve keuze voor de JSF en tegen de Gripen NG moet de Noorse regering in 2012-2014 nader onderhandelen over de definitieve prijs. Dit moet pas in 2014 uitmonden in een definitief contract. Lockheed Martin kan er op speculeren dat tegen die tijd (mede door in dit stadium vaag te blijven over de prijs) de Gripen uit de markt gedrukt is en er geen Westers alternatief meer is voor de F-16 vervanging. Vanuit de da feitelijk ontstane monopolie positie is het niet moeilijk meer te onderhandelen over de werkelijk bindende contractprijs, wat voor Noorwegen alsnog duur kan uitpakken. De Gripen NG prijs is voor 95% bindend.
De JSF offerte kent dan ook een clausule voor prijsescalatie “to update the price for rising cost of materials and labor at the delivery of the aircraft when payments are due”. Oftewel, we offreren u deze prijs, maar als straks arbeid en materiaal duurder uitpakt, dan berekenen we het u door. Van boeteclausules voor te late levering is in het Lockheed Martin aanbod geen plaats ingeruimd.
De Lockheed Martin JSF prijs geldt alleen als er samen met partner landen een gezamenlijke aankoop van ruim 300 toestellen gecontracteerd wordt de komende paar jaar, dus als Nederland, Denemarken e.d. eveneens spoedig de JSF kiezen. De zogeheten “level line price”. De zekerheid dat dit gebeurt wordt zodanig geacht, dat een analyse van alternatieven ontbreekt in de rapportages.

Vertaling en distributie Noors rapport door Nederlandse defensie

Opmerkelijk genoeg vertaalde het Nederlandse Projectteam Vervanging F-16 het rapport van de Noorse Luchtmacht vanuit het Noors in het Nederlands en distribueerde dit onder journalisten van diverse kranten, waaronder de Telegraaf. Ze gaven aan dat ze de Noorse JSF keuze onderschreven. Voor een defensie organisatie, betrokken in een “onafhankelijke” kandidatenevaluatie een actie die moet gelden als “not done”, ongewenste ambtelijke inmenging in een lopend, toch al delicaat, verwervingsproces.
Deze actie komt in nog een ander daglicht te staan als we bedenken dat het bijgaande rapport van de externe Noorse auditor niet vertaald werd. Kennelijk stonden daar zaken in, die het Nederlandse Projectteam Vervanging F-16 liever niet gedistribueerd zag.

Wat de Noorse auditors schrijven

Opvallend is dat het rapport van de externe auditor op een aantal punten aanzienlijk afwijkt.
Het geeft aan dat er gerekend wordt in “2008-Norsk Kroner”, uitgaat van 30 jaar levensduur en liefst 260 vlieguren per jaar. In paragraaf 5.2.5 van dit rapport vinden we een onzekerheidsanalyse van de JSF prijs. Uit Figuur 5.6 blijkt that “het programma heeft een aankoopbedrag van rond NOK 50 miljard, met afgerond een onzekerheidsbereik van NOK 40 miljard tot NOK 60 billion. Een Pareto grafiek (figuur 5.7) geeft aan dat ruim 62% van het onzekerheidsbereik wordt uitgemaakt door valutarisico’s, bijna 22% door kosten van aan te schaffen wapens en 5,6% door het risico van kostenstijgingen. Andere factoren hebben minder effect.
Dit rapport van de externe Noorse auditor houdt dus nogal wat in. De originele prijs zoals genoemd door Lockheed Martin voor de JSF van 18 miljard NOK en gebruikt door het Projectteam Vervanging F16 van de Noorse luchtmacht wordt verdubbeld tot verdrievoudigd door de externe auditor. Omgerekend betekent dit een dat de externe Noorse auditor een prijs hanteert van tussen de US$ 119 miljoen en US$ 177 miljoen per JSF in plaats van de door de Noorse luchtmacht naar buiten gebrachte US$ 54 miljoen.
Voor de totale levensduur kosten zijn de verschillen eveneens enorm. Hier blijkt door variatie in onzekerheidspercentage een bereik mogelijk van miljarden. Maar bij herrekening naar een 85% zekerheid is sprake van US$ 23 miljard lifecycle cost voor 30 jaar. Vergeleken met de door Saab voor de Gripen NG aangeboden 95% gegarandeerde exploitatiekosten van US$ 8 miljard levert dit een voordeel op van US$ 15 miljard in 30 jaar voor 48 toestellen. Dit betekent een jaarlijks verschil op de defensiebegroting van US$ 500 miljoen op de exploitatie van gevechtsvliegtuig squadrons. Miljoenen die welkom zouden zijn bij andere luchtmachtonderdelen, bij de marine en bij de landmacht om hun krimpende investeringsbudgetten op te vijzelen.

Levensduurkosten grotendeel gebaseerd op aannames

Uit een debriefing, inzake de offertes, zo bleek vorige week tijdens een perspresentatie van Saab, blijkt dat slechts 20% van de kostenschattingen die het Noorse evaluatieteam heeft gehanteerd rechtstreeks van door Saab aangeleverde gegevens is overgenomen. Vijf voorbeelden hiervan In veel gevallen heeft men zich gebaseerd op eigen (Noorse) aannames en schattingen vanuit de ervaringen met de F-16. Op tal van punten verschilt echter het onderhoudsconcept van de Gripen ten opzichte van de F-16. De uitkomsten zijn vervolgens niet teruggekoppeld, noch bevestigd door Saab. Methodisch en procedureel een aanvechtbare gang van zaken.
Tweede voorbeeld. Saab blijkt gevraagd te zijn om een offerte voor 48 toestellen. In de berekeningen wordt nu uitgegaan van 58 toestellen. Uiteraard heeft een andere omvang een aantal gevolgen op tal van punten. Deel argument hierbij is onder andere de ervaring met vredesverliezen van de F-16, het getal hiervan wordt geëxtrapoleerd naar de Gripen, ondanks de uiterst goede veiligheidsscores voor dit toestel de afgelopen jaren in de Zweedse luchtmacht. Gemakshalve gaat men uit van een verlies door crashes van de helft van de vloot gedurende de 35 jaar levensduur. Nog meer: Saab was gevraagd om offerte uit te brengen voor een levenscyclus van 25 jaar, deze is herrekend, inclusief een aantal schattingen naar 35 jaar. Hierover is geen contact geweest met Saab. Tevens is in de eindbeoordeling gewerkt met een aantal vlieguren van 260 uur per jaar (bijna 1,5 maal meer dan in de aanvraag en nu gangbaar in Noorwegen). En laatste voorbeeld: gebaseerd op 120.000 Gripen vlieguren heeft Saab een indicatie gegeven van de brandstofkosten, deze zijn lager dan van de F-16. Niettemin is Noorwegen uitgegaan van de F-16 gegevens, past deze toe op de Gripen en hanteert daar bovenop zelfs een opslag. Een onderbouwing hiervan is niet terug te vinden.

Voor Gripen 300% van de totale levensduur kosten genomen

De levensduurkosten voor 48 JSF’s werden gerapporteerd op een niveau van NOK 145 miljard (US$ 20,7 miljard). Inclusief herrekening naar meer (58 stuks) Gripens voor de langere periode van 35 jaar en 260 vlieguren per jaar komt de Saab Gripen uit op NOK 60 tot NOK 65 miljard (US$ 9,3 miljard) ofwel 46% van de totale levensduurkosten van de JSF. Niettemin rapporteert Noorwegen dat de totale levensduurkosten voor de Gripen uitkomen op NOK 195 miljard. Het verschil blijkt te zitten in een risico opslag van NOK 130 miljard (US$ 18,7 miljard), ofwel voor de Gripen wordt 300% genomen van het geoffreerde bedrag. En zo komt de JSF goedkoper uit.
Ondanks verzoeken van diverse journalisten om opheldering, heeft Noorwegen geen opheldering gegeven op tal van vragen. Zo gaat men er vanuit dat voor de JSF dat bij een verkocht aantal dat 50% lager is de prijs slechts 20% zal dalen. Voor Saab gaat men er daarentegen vanuit dat nog hooguit 60 tot 100 Gripens verkocht zullen worden en dat daarom de upgrade kosten in de toekomst extreem hoog zullen zijn. Een goede onderbouwing van deze aannames ontbreekt in de rapporten. De kosten voor de noodzakelijke aanschaf van wapens, op welke aannames de aankoopprijs van de JSF is gebaseerd, welke valutafactoren en risico’s zijn gehanteerd. Het is volstrekt onduidelijk en deels “commercieel vertrouwelijk”.

Samenvatting verschillen Saab aanbod vs. Noorse Luchtmacht

Gebaseerd op documenten waarover we konden beschikken is vast te stellen:
Originele offerte Saab, bindend aanbod, bevat deze gegevens:
NOK 24 miljard : Aankoopbedrag
NOK 12 miljard : Support kosten 5 aanloopjaren en daarna 20 jaar
NOK 19 miljard : 10 toestellen extra, 5 jaar extra service, inclusief brandstofkosten
NOK 5 miljard : Extra support (tot 35 jaar) en dubbele vlieguren
Totaal NOK 60 miljard, bindend aanbod Saab

Dit is de weergave in de Noorse rapportage:
NOK 24 miljard : Aankoopbedrag uit Saab offerte
NOK 44 miljard : Toevoeging op aankoopbedrag (wapens, infrastructuur, onbekend)
NOK 10 miljard : Support kosten uit Saab offerte (5 aanloopjaren en daarna 30 jaar)
NOK 31 miljard : Toevoeging op aankoopbedrag op basis F-16 ervaringen en onbekend
NOK 45 miljard : Toevoeging voor brandstof, vredesverliezen, organisatie en overige
NOK 17 miljard : Extra risicofactor
NOK 24 miljard : Onzekerheids variatie (tussen NOK 171 en NOK 195 miljard)
Totaal NOK 195 miljard, herrekening Projectteam Vervanging F16 Noorse Luchtmacht

Request for Binding Information: nieuw begrip

Normaal gesproken wordt na een Request for Information (RFI, eerste globale offerte aanvraag), eventueel aangevuld met extra informatie (Supplemental RFI) aan regeringen een bindende definitieve offerte uitgebracht op een Request for Proposal. Omdat Lockheed Martin hierin begin 2008 niet kon voorzien, introduceerde Noorwegen speciaal om Lockheed Martin tegemoet te komen een nieuw begrip “Request for Binding Information”. Omdat in dit stadium, zeven jaar na aanvang van de ontwikkeling van de JSF, nog op geen enkele wijze duidelijkheid is over de werkelijke prijs en werkelijke levensduurkosten, accepteren regeringen en parlementen dit van Lockheed Martin en passen hun verwervingsprocedures en eisen aan om een individuele kandidaat tegemoet te komen. Pas in 2014 is echte prijsvergelijking mogelijk, lang nadat de keuze al gemaakt is. Dit alleen al geeft aan hoezeer de objectiviteit van de selectie voor de F-16 opvolger op ongewenste wijze wordt beïnvloed.

De “Wat als Saab failliet gaat?” vraag

De Noorse regering stelt de vraag “Wat als Saab failliet gaat?”. Het bedrijf bestaat sinds 1938 en is een succesvolle systeemintegrator in de wapenindustrie gebleken. Het zou correct geweest zijn deze vraag direct te stellen in 2005 en Saab vooraf mee te delen dat een 200% opslag gehanteerd zou worden vanwege dit risico. Het achteraf communiceren van dit soort zaken wekt terecht de indruk dat deze riscio opslag achteraf dient om de prijsslag na uitbrengen van de offertes alsnog in het voordeel van de JSF te beslissen. Tevens kan men zich afvragen hoe reëel deze vraag is in het licht van onderhoudscontinuïteit. Anders gezegd: Vliegen er geen Fokkers meer, omdat Fokker failliet is gegaan? En zijn niet veel componenten, waaronder motoren (zelfde als Super Hornet) en boordelectronica breder gangbare en te onderhouden componenten? Een bedrijf dat het onderhoud wil overnemen van een dergelijke vloot toestellen is snel gevonden. Daarnaast kan als een gegeven worden aangenomen dat de Zweedse overheid uit strategische overwegingen Saab steun zal blijven geven.
En anno 2008 komt bij sommigen de vraag naar boven “Wat als de USA failliet gaat?”. Toekomstige torenhoge inflatie in de USA, zoals verwacht door vele economen, gepaard gaande met economisch protectionisme zijn risico factoren die in de Noorse rapporten dan eveneens afweging verdienden, naast de opgeworpen vraag naar een eventueel, onwaarschijnlijk, faillissement van Saab.

Bronnen en gerelateerde informatie:

Defense-Aerospace; 06-dec-2008; Giovanni de Briganti “Norway’s JSF Price Tag is $3.2 Billion and Rising
Aviation Week; 09-dec-2008; Bill Sweetman; “Gripen Norwegian’s Blues
Flight International, 10-dec-2008 “Saab launches attack on Norways faulty fighter analysis
Persverklaring Saab, 10-dec-2008 “Incomplete and faulty; a comment to the Norwegian aircraft procurement
Powerpoint presentatie bij persconferentie Saab 10-dec-2008

Dit is deel 2 in een serie over de Noorse competitie tussen JSF en Gripen voor vervanging F16.

JSFNIEUWS081215-EH/jg

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.