Mrt 20 2009

Amerikaanse Rekenkamer: prijsverhogingen en consortium buy (deel 2)

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 20:57 onder Ontwikkeling JSF

Arlington, VA (USA)/Den Haag – De Amerikaanse Rekenkamer (US-GAO) bracht vorige week het vijfde rapport uit inzake het JSF Programma. Met name de overlap tussen testen en productie wordt als risico gezien; de US GAO verwacht dat de ontwikkelfase twee jaar extra, tot 2016, zal vergen. Tevens dringt de Rekenkamer aan op het snel realiseren van vaste prijs contracten om de voor de belastingbetaler risicovolle niet bindende prijs contracten niet te lang te laten voortduren. In dit tweede artikel in een serie van drie gaan we in detail in op dit US-GAO rapport wat betreft de kostenverhogingen en de mogelijke basis voor een “consortium buy”.

Ontwikkelingskosten 50% hoger

Voor het vijfde achtereenvolgende jaar rapporteert de US GAO een stijging van de ontwikkelingskosten: “JSF development will cost more and take longer than reported to the Congress last year, and DOD wants to accelerate procurement. Two recent estimates project additional costs ranging from $2.4 billion to $7.4 billion and 1 to 3 more years to complete development.”
Zelfs het JSF Program Office denkt dat het jaar extra, tot 2014 en een extra bedrag van US$ 2,4 miljard, voor de ontwikkelingsfase voldoende is. Zowel het Joint Estimate Team (JET), een team calculators van het Pentagon dat het hele JSF project in 2008 opnieuw doorrekende, als de US GAO denken dat de JSF Program Office te optimistisch is over het testen en over de kosten van de ontwikkelingsfase (SDD fase). Het Joint Estimate Team (JET) meent dat minstens 2, mogelijk 3 jaar extra nodig zijn en een bedrag van US$ 7,4 miljard. Het US GAO steunt deze berekeningen. Hierdoor komen de ontwikkelingskosten op US$ 51,8 miljard, 17% hoger dan vorig jaar april begroot en ruim 50% hoger dan ooit begroot. Het verschil wordt verklaard doordat JET uit gaat van de ontwikkeling van een tweede motor (de F136), en uitgaat van hogere personeelskosten voor testen en ontwikkeling, hogere arbeidstijden in de productie en toename van de kosten voor software ontwikkeling.

Hoge ontwikkelkosten bedreigen commerciële kansen

De financiële buffer voor de SDD fase is nu al tot een minimum geslonken. Deze toename van de ontwikkelingskosten heeft een prijsverhogend effect voor niet-JSF partnerlanden die de F-35 willen kopen. Bij een productie van 2.500 toestellen bedragen alleen de het element ontwikkelingskosten in de prijs al ruim US$ 20 miljoen per toestel. Dit bemoeilijkt de exportkansen.
De JSF Program Office denkt dat het Pentagon (JET) en de US GAO te pessimistisch zijn, omdat de JSF enorm zal profiteren van de ervaringen opgedaan met het testen van de F-22. Dit wordt al jaren volgehouden, maar enige basis in de realiteit is hier niet voor. Zo zou de F135 motor een afgeleide zijn van de al beproefde F119 motor. In de praktijk zijn er enorme problemen, juist dit “beproefde” onderdeel is een van de hoofdoorzaken voor aanzienlijke vertragingen en recent bleek dat zelfs een aanzienlijk herontwerp nodig zal zijn van deze F135 motor. De optimistische verwachting van het JSF Program Office lijkt dus niet meer te zijn dan “wishfull thinking”.

Aanschafkosten inmiddels 55% hoger

Hoewel de US GAO dus wel een doorrekening heeft gedaan van de eerste productiejaren, heeft dit jaar een doorrekening van het totale aanschafbedrag voor 2443 Amerikaanse toestellen (nog) niet plaats gevonden. Omdat de Pentagon nog geen actuele gegevens kon verstrekken van de situatie per december 2008 voor dit in maart verschijnende rapport, is het cijfermateriaal nog gebaseerd op de situatie van december 2007 (dus loopt een jaar achter op de realiteit).
Die realiteit in december 2008 laat zien dat het totale project US$ 314 miljard gaat kosten voor 2443 Amerikaanse toestellen. Dat betekent dat de Program acquisition unit cost (totale prijs per stuk van de JSF) gemiddeld uitkomt op US$ 128 miljoen (schatting in 2001 was US$ 81 miljoen, een stijging van 58%). De gemiddelde prijs exclusief ontwikkelingskosten komt op US$ 107 miljoen per stuk (schatting in 2001 was US$ 69 miljoen, een stijging van 55%).

Defensiebegrotingen rekenen met oude, ongecorrigeerde prijs

In de defensiebegrotingen van de diverse partnerlanden wordt veelal nog met de oude prijs gewerkt. Nederland is daarvan een goed voorbeeld. In de Nederlandse defensiebegroting wordt nog steeds gewerkt met de al die jaren nauwelijks door het JSF Program Office gecorrigeerde prijzen van 2001 en wordt geen rekening gehouden met deze 55% prijsstijging. Reden: JSF Program Office heeft dit tot nu toe nooit “officieel” aan ons gemeld, en tot die tijd houden we eraan vast dat het zal kloppen. Zelfs deze week meldt defensie aan de Kamer nog dat de “kale kostprijs” van de F-35A US$ 49,5 miljoen zal bedragen (prijspeil 2002, dus exclusief inflatie). Er wordt dus gerekend met slechts 33% stijging, in plaats 55%. De gegevens van de US-GAO en Pentagon gegevens wil staatssecretaris van defensie Jack de Vries niet gebruiken omdat ze “uitgaan van de Amerikaanse situatie”. Alsof Nederland die zou kunnen negeren.
Twee denkfouten maken de opstellers van de defensiebegroting hierbij, al dan niet bewust. Allereerst moet gewerkt worden met de juiste prijs. De gemiddelde F-35A “kale kostprijs” (Unit Recurring Flyaway) was in 2001 US$ 37 miljoen, dat was 45% van de gemiddelde prijs (PAUC). Waar de PAUC nu US$ 128 miljoen bedraagt en de kale kostprijs percentagegewijs statistisch gezien door de jaren heen tamelijk constant is gebleven, moet als gemiddelde kale kostprijs voor de F-35A nu dus US$ 57,6 miljoen gelden (inclusief inflatie). De actuele gemiddelde all-in prijs bedraagt dient dan, op basis van historische gegevens voor een F-35A met een factor 1,7 vermenigvuldigd te worden en komt uit op US$ 100 miljoen (prijspeil 2008).

Consortium buy: F35A’s gemiddeld US$ 128 miljoen in 2012-2017

De tweede denkfout is het gebruik van een gemiddelde prijs. Deze is bepaald over de hele levensduur van het project, tot 2034. In de eerste jaren is de prijs echter aanzienlijk hoger. In dit licht is een tabel op bladzijde 11 van het rapport verhelderend. In de voor de KLu relevantie tijdsperiode van bestellen van de eerste series (Fiscaal jaar 2010-fiscaal jaar 2015) is sprake van een totaal bedrag van US$ 93 miljard voor 654 F-35’s bij verhoogde aankopen, zonder bezuinigingen. De gemiddelde prijs komt uit op US$ 142 miljoen per F-35 JSF, all-in. Nadere bestudering van cijfers leert dat specifiek voor de (goedkopere) F-35A een gemiddeld prijs geldt van US$ 128 miljoen (ruim € 95 miljoen per F-35A). Dit kan een indicatie zijn voor een prijs die zal gelden wanneer Nederland 37 stuks koopt in de voorgestane “consortium buy” met 8 andere landen.
Daarbij is het onduidelijk volgens de US-GAO wanneer een vaste prijs kan worden gegeven en hoe een dergelijke vaste prijs vastgesteld moet worden. De US-GAO denkt dat pas ergens tussen 2011-2013 de overgang naar vaste prijs contracten kan plaats vinden, als het ontwerp zich bewezen heeft door voldoende testen en de productie plaats kan vinden tegen voorgecalculeerde kostendoelen.

Zie tevens:
Donderdag, 19-mar-2009; Deel 1 “Risico overlap testen en productie”
Zaterdag 21-mar-2009: Deel 3 “Inefficientiës in de productie; software risico’s”

Bron:
US-GAO; 12-maart-2009; “Accelerating Procurement before Completing Development Increases the Government’s Financial Risk

JSFNIEUWS090318-Redactieteam

One Response to “Amerikaanse Rekenkamer: prijsverhogingen en consortium buy (deel 2)”

  1. willemhagemanon 21 Mrt 2009 at 20:41

    Wat een heisa over de alsmaar oplopende stuksprijs. Het budget voor de PV F-16 is bekend; inflatie en valuta koersverschillen terecht buiten beschouwing gelaten. Als de stuksprijs alsmaar oploopt met een nog steeds open einde dan koop je er toch gewoon steeds minder. Initiëel vernam ik het getal 85, later 55 en nu is eerst sprake van een “consortium buy” van 37 stuks. Ja, om welke batch het gaat weet ik niet; wellicht hoopt men dat later extra fondsen beschikbaar komen. Zou kunnen, maar men moet ook gedeeltelijk nieuwe bewapening kopen, omdat veel van de huidige inventaris niet is geschikt voor de F35A. Dat aspect heeft men wijselijk buiten beschouwing gelaten. Een v.w.b. jachtvliegtuigen gedecimaliseerde Klu zie ik in het vooruitzicht. Erg jammer.

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.