Mrt 25 2009

Onafhankelijke positie NLR inzake JSF betwijfeld

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 9:18 onder Aanschaf JSF

Den Haag – Dinsdagmiddag 24 maart 2009 ontvingen de leden van de Vaste Kamercommissie voor Defensie een officieel schrijven van Saab met hun reactie op het NLR geluidsrapport over de JSF en Gripen NG. Saab heeft de bekende geluidsdeskundige Professor Dr. Sohan Sarin ingeschakeld. Deze noemt de NLR conclusies aanvechtbaar en van een gehalte “die een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoeksinstituut onwaardig zijn”.

Toen vorige week 16 maart 2009 het rapport “Beoordeling geluidsgegevens kandidaat-toestellen VF-16? werd gepubliceerd door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) was er alom verbazing over de uitkomsten. Hoofdconclusie was dat de JSF en de Saab Gripen NG elkaar qua geluidsniveau nauwelijks ontlopen. De bewoners rond Leeuwarden reageerden direct afwijzend vanwege het incomplete karakter. Saab reageerde tamelijk boos, omdat ze van mening waren dat sprake was van een eenzijdige pro-JSF rapportage, en zeiden een contra-expertise te zullen vragen. Deze is gisteren vrijgegeven en is opgesteld door emeritus hoogleraar professor dr. Sohan Sarin in samenwerking met A2Zound/Semcon.
Professor Sarin is een vooraanstaand deskundige op het gebied van geluid in de luchtvaart. Hij heeft een reeks onderzoeken op zijn naam staan, waarvan indertijd een aantal gezamenlijk met deskundigen van de NLR. Professor Sohan Sarin exploiteert het adviesbureau Sarin Aeroacoustical Services in Amsterdam.

Conclusies second opinion inzake geluid en NLR

Het rapport en een begeleidend schrijven werden rondgestuurd aan leden en medewerkers van de Vaste Kamercommisie voor Defensie. Eén van hen stuurde ons het rapport door, zodat wij deze online konden zetten: “Assessment of Report NLR-CR-2009-053”.
Samengevat is de conclusie van de contra expertise:
(1)
De NLR rapportage is gekleurd en schijnbaar bevooroordeeld uitgevoerd, en heeft een niveau dat onwaardig is voor een zich onafhankelijk noemend wetenschappelijk instituut.
(2)
De Saab Gripen NG maakt wel degelijk beduidend minder geluid dan de JSF
(3)
Bij tal van NLR conclusies en rapportagepunten zijn vaktechnisch grote vraagtekens te plaatsen.

Positie NLR als onafhankelijk instituut in geding

Vorige week waren we verbaasd toen we het NLR rapport onder ogen krijgen en stelden in ons artikel “NLR geluidsrapport JSF en Saab direct omstreden” al de nodige vraagtekens. Wij stelden onder andere: “Door zich op te stellen als meetinstituut (wie betaalde de NLR inspanning in Edwards?) en vervolgens als beoordelaar van een collega meetinstituut en als “onafhankelijk” rapporteur een dergelijke incomplete rapportage te brengen diskwalificeert de NLR zichzelf als onderzoeksinstituut in de ogen van veel vakgenoten. Uit wetenschappelijk oogpunt en integriteits oogpunt lijkt dit een volstrekt onverdedigbare beroepshouding te zijn.“
Dit wordt in de contra-expertise van Professor Dr. Sohan Sarin feitelijk onderbouwd bevestigd. De vaststelling dat er “conclusies getrokken worden die een onafhankelijke wetenschappelijk onderzoeksinstituut onwaardig zijn” is verregaand. Te meer wanneer men bedenkt dat ditzelfde NLR een cruciale rol heeft gespeeld bij de opstelling van de offerte aanvragen (Questionnaire), beoordelingscriteria en bij de uitvoering van de Kandidatenevaluatie zelf.
De NLR is gaan functioneren als een commercieel functionerend bureau, officieel door Lockheed Martin genoemd als partner in zijn “F35 Global Supply Team” en voor een aanzienlijk deel van de omzet afhankelijk van defensie, van Stork, van Lockheed Martin. De voorzitter van de Raad van Toezicht van NLR, de heer Kraaijeveld, is gelijktijdig woordvoerder van de organisatie van de bij de JSF betrokken Nederlandse bedrijven, Nifarp. Deze verstrengeling van belangen maakt dat de NLR uit oogpunt van gewenste zuiverheid nauwelijks meer in te zetten is als partner bij beoordeling van de keuze van een opvolger van de F-16. Ook de schijn van belangenverstrengeling moet in dergelijke grote aankoopprocessen uit oogpunt van democratische zuiverheid worden vermeden.

Inhoud second opinion geluid JSF en Saab

Hieronder een vrijwel integrale Nederlandse vertaling van het commentaar. Deze verwijst naar de bladzijden in het NLR rapport van 16 maart 2008 en is tamelijk technisch van aard.

Paragraaf 1 - Introductie

Het Nationaal Lucht-en Ruimtevaart Laboratorium (NLR) heeft een vergelijkende beoordeling gemaakt tussen de F-35 en de Saab Gripen. Het vliegtuig F-16 MLU is daarbij als referentie gebruikt. De vergelijking en bijbehorende conclusies zijn gebaseerd op A-weigthed geluidsniveaus, LAmax. Verscheidene geluidsmeetinstrumenten zijn gebruikt om vliegtuiggeluid te meten. Ter verduidelijking zijn hieronder een aantal veel gebruikt A-weighted geluidsmeetinstrumenten omschreven:

Maximaal Geluidsniveau (Lamax): Maximaal geluidsniveau dat tijdens een individuele gebeurtenis voorkomt, zoals het overvliegen van een vliegtuig. Het gaat om de piekwaarde die gehoord wordt gedurende de gehele vliegbeweging. Lamax kan het best gebruikt worden om geluid te beschrijven dat gedurende een hele korte periode te horen is, zoals een wapenschot of de knal van een uitlaatpijp van een auto.

Geluidsblootstellingsniveau (SEL): De totale geluidsenergie van een individuele gebeurtenis waarin de intensiteit, frequentie en tijdspanne zijn verenigd. In tegenstelling tot Lamax wordt dit meetinstrument genormaliseerd naar een gerefereerde tijdsduur van een seconde, waardoor gebeurtenissen van verschillende tijdsperiodes kunnen worden vergeleken. Voor individuele gebeurtenissen met een langere tijdsduur, zoals een vliegtuigbeweging, kan de piekbelasting beter worden beschreven met de SEL. SEL omschrijft het geluidsniveau dat wordt ervaren als alle geluidsenergie van een overvliegend vliegtuig in één seconde zou plaatsvinden. Aldus maakt SEL een directe vergelijking mogelijke tussen geluidsgebeurtenissen met een verschillende tijdsduur.

Gelijkwaardig geluidsniveau (Leq): Tijdgemiddelde van de totale geluidsenergie van een bepaalde tijdsperiode. In tegenstelling tot LAmax en SEL kan Leq meerdere geluidsgebeurtenissen voor zijn rekening nemen.

Bovengenoemde meetinstrumenten zijn nuttig voor het beschrijven van vliegtuiggeluid. Het meetinstrument Dag-nacht gemiddelde geluidsniveau (DNL), dat een variant is van Leq, wordt voornamelijk gebruikt in studies naar het geluid rondom vliegvelden.

VS Federale wetgeving vereist het gebruik van DNL, boven andere geluidsmeetinstrumenten om vast te kunnen stellen of de impact van het vliegtuig geluid “significant” is. De Federal Aviation Administration (FAA) gebruikt een DNL waarde van 65 decibel om te bepalen of zich activiteiten voordoen die niet passen in de omgeving van een vliegveld.

Paragraaf 2 - Geluidsgegevens

In dit hoofdstuk worden de gegevens nagegaan die door de NLR zijn beoordeeld.
F-16 MLU: Geluidsgegevens gemeten door NLR op de luchtmachtbasis Leeuwarden.
F-35: NLR heeft de gegevens gebruikt die gemeten zijn op de Edwards luchtmachtbasis. Men krijgt de indruk dat de daadwerkelijke metingen zijn uitgevoerd door AFRL (Air Force Research Labaratory) en dat de NLR slechts een “actieve” waarnemer was. De opmerking op pagina 19 in het rapport dat de metingen op zeer professionele wijze zijn uitgevoerd roept verbazing op terwijl er voor de meetactiviteiten van Saab op pagina 20 geen waardering wordt uitgesproken.

Bovendien rijst de vraag waarom ander gegevens die beschikbaar zijn voor de NLR (X-35 en Mineral Wells gegevens), simpelweg terzijde worden geschoven door te stellen dat de gegevens kwalitatief niet voldoende zouden zijn (pagina 19).

Gripen NG: NLR heeft alleen gebruik gemaakt van zeer beperkte gegevens namelijk (1) één fly-over op 1000 ft met een snelheid van 300 kts en (2) één take-off met militaire stuwkracht op 1000 ft met een snelheid van240 kts. In werkelijkheid heeft Saab drie herhaalde fly-over metingen en twee herhaalde take off Mil metingen verricht maar het NLR rapport maakt alleen melding van een set gegevens per vlucht zaak (pagina 22, item 1). De aanvullende Noise Power Distance (NPD) database van de Gripen A-D, beschikbaar gesteld door Saab aan NLR, is niet eens gebruikt terwijl in het A2Zound-meetrapport van november 2008, beschikbaar gesteld aan NLR, werd aangetoond dat de huidig beschikbare NPD database voor de Gripen A-D versies direct toepasbaar zijn op de Gripen NG. NLR stelt zelfs (pagina 26) dat het Gripen demo vliegtuig niet representatief is voor het beoogde Nederlandse doel. Een dergelijke opmerking is niet gemaakt voor de F-35.

Ook is de gemiddelde LAmax waarde zoals gepresenteerd voor de Gripen NG op T/O Mil in het A2Zound-meetrapport van november 2008 buiten beschouwing gelaten met de opmerking het correcter is om de maximale waarde van de gebruikte microfoons te nemen (pagina 23. item 3). Uiteraard heeft NLR later de maximale LAmax van de Gripen NG, 109 dB (A) gebruikt in plaats van het gemiddelde 108 dB (A), in de vergelijking tussen de vliegtuigen. Als gevolg daarvan zou het van groot belang zijn om te weten hoe de LAmax niveaus voor het andere vliegtuig zijn afgeleid. Dit is niet duidelijk.

NLR heeft de metingen van Saab zwaar bekritiseerd, zowel het gebruik als de nauwkeurigheid (pagina’s 20-26). In het licht hiervan zou het logisch en eerlijk zijn geweest als NLR het huidige vergelijkende onderzoek niet zou hebben voortgezet. In plaats van om relevante testen te verzoeken hebben ze toch de gegevens van Saab gebruikt om tot een conclusie te komen. Bovendien roept het verbazing op dat vertegenwoordigers van NLR die aanwezig waren tijdens de metingen in november 2008 geen issues aangaven met betrekking tot de metingen.

Paragraaf 3 - Concluderende opmerkingen

Conclusie 1: NLR heeft op basis van extreem beperkte gegevens van Gripen (MIL Power) en afgeleidde AB Power van de F-18 E/F (pagina 43) conclusies getrokken die een onafhankelijke wetenschappelijk onderzoeksinstituut onwaardig zijn. Verder wordt in het NLR rapport (pagina 19) gesteld dat het 3 maanden duurt om de gegevens van de Edward luchtmacht basis te analyseren. Daarnaast was de beschikbare informatie over de Gripen NG niet compleet zoals dat wel zou moeten zijn. Men vraagt zich af wat het nut is van het maken van deze vergelijkende studie op dit moment, met als gevolg dubieuze resultaten tot gevolg.

Conclusie 2: De gevolgtrekking van AB power voor Gripen (1 motor) van de F-18 (2 motoren) is bedenkelijk en behoeft verdere verklaring.

Conclusie 3: LAmax zoals gebruikt door NLR in de vergelijking tussen F-35/Gripen NG beschrijft op geen enkele wijze de geluidsimpact in de omgeving van het vliegveld. De SEL en de DNL voor take-off moeten worden bepaald evenals voorwaarden voor alle vliegtuigen. Als er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor vergelijkingsdoeleinden moeten er aanvullende metingen worden gepland.

Conclusie 4: In het Eglin BRAC rapport (oktober 2008), tabel E-7, staat dat de SEL onder de vliegbaan van een F-35 die een T/O MIL is 121 dB op 1000 ft. Het is mogelijk om de SEL van de Gripen te benaderen op basis van de informatie in dit rapport door LAmax en tijdsduur te gebruiken, zie figuur 4 in het Z2Zound rapport van november 2008, waar de variatie of LAS (overall A-weighted sound level, time weighting slow) is gegeven voor de herhaalde T/O MIL met Gripen NG. De tijdsperiode lijkt 8 seconde te zijn voor de take offs. Op basis van de rekenformulers uit de “Handbook of Aircraft Noise Metrics (NASA)” komt de SEL bij benadering uit op 114 dB voor Gripen NG op t/O Mil, wat substantieel lager is dan de voor de F-35 gestelde 121 dB in het Eglin BRAC rapport (oktober 2008).
Dit is opmerkelijk. Zou het kunnen zijn dat de F-35 verhoudingsgewijs lage LAmax waarden geeft als deze ook op SEL wijze wordt vergeleken? Als dit het geval zou zijn, zou dat betekenen (1) dat de duur van de F-35 veel langer is dan de duur van de Gripen NG en/of (2) dat de geluidsgebeurtenis van de F-35A er heel anders uitziet in vergelijking met de Gripen NG (geen driehoekige vorm zoals in het geval van Gripen NG) en/of (3) dat de geluidsgegevens gebruikt in het Eglin BRAC rapport (oktober 2008) niet representatief zijn voor de versie van de F-35 die voor Nederland is bestemd?

Conclusie 5: De scatter getoond in figuren 1,3 en 4 van het NLR rapport maart 2009 is niet gebaseerd op statistische analyses maar op zogenaamde fysieke aannames. Het effect dat individuele aannames hebben op het geluid zelf is niet transparant gemaakt.

Referenties:
NLR; 16-mrt-2009; Geluidsproductie JSF en Gripen NG nagenoeg gelijk
Ministerie Defensie; 16-mrt-2009; Kamerbrief Geluid kandidaattoestellen vervanging F-16
Rapport A2Zound; november 2008; inzake geluidsniveau Saab Gripen NG
Rapport; 24-mrt-2009; Contra-expertise A2Zound/Professor Dr. Sohan Sarin

JSFNIEUWS090325-JG/jg

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.