Jul 28 2009

Schrappen F136 motor slag voor onze JSF Business Case

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 9:21 onder Ontwikkeling JSF

Den Haag - De jarenlange strijd om de alternatieve motor voor de Joint Strike Fighter lijkt spoedig tot een climax te komen. Al vier jaar lang probeert het Pentagon, tegen de zin van het Congres, de financiering te schrappen. Dit jaar lijken de pogingen succes te hebben. De gevolgen voor de JSF omzetkansen in de Europese luchtvaartindustrie, in het bijzonder in Nederland, zullen bij het schrappen van de F136 groot zijn.

De alternatieve “Europese” motor voor de JSF ligt al jaren onder vuur van het Pentagon. Drie achtereenvolgende jaren – 2006, 2007 en 2008 – werd het budget geschrapt. Even zo vaak werd het budget hersteld door het Amerikaanse Congres.
Toen het Amerikaanse Ministerie van Defensie dit voorjaar voor de vierde achtereenvolgende jaar een streep haalde door het budget, was dit nauwelijks verrassend nieuws. Toen de Senaat vervolgens eind mei voorstelde alsnog US$ 600 miljoen budget toe te kennen was dit evenmin verrassend. Spannender werd het toen minister van defensie Robert Gates meldde dat president Obama over dit voorstel een veto zou uitspreken, indien aangenomen.

Senaat stemt nu ook tegen F136

Vorige week kwam het tot stemming in de Senaat. En de Senatoren kozen eieren voor hun geld, het voorstel om geld voor de verdere ontwikkeling van de General Electric/Rolls Royce F136 motor beschikbaar te stellen werd weggestemd. Opnieuw een overwinning voor de regering, die enkele dagen eerder een voorstel om definitief de productie van de F-22 Raptor te stoppen veilig door de Senaat loodste. Dit levert een besparing van US$ 1,75 miljard op. Een voorstel dat gunstig lijkt uit te pakken voor de JSF, die als enige in productie zijnde straaljager overblijft voor de US Air Force. De enige kans voor de financiering van de F136 motor ligt nu bij het Huis van Afgevaardigden. Wanneer echter ook hier de financieringsvoorstellen weggestemd worden, dan ziet het er slecht uit voor de F136 motor. Deze zal dan te maken krijgen met een bevriezing van de ontwikkelingsbudgetten, juist op het moment dat de ontwikkeling in een eindstadium is gekomen.
De beschikbaarheid van een alternatieve motor is bij grote productie aantallen besparend vanwege de competitie. Maar bij een geringer aantal af te nemen toestellen voor de Amerikaanse strijdkrachten, zoals verwacht moet worden gelet op de krimpende budgetten, de nieuwe prioriteiten en stijgende stuksprijs, is het minder voor de hand liggend om twee motoren beschikbaar te hebben.

Over de F136 motor

De F136 motor wordt geproduceerd door het Fighter Engine Team, een samenwerkingsverband tussen GE en Rolls-Royce, twee toonaangevende producenten van vliegtuigmotoren. GE - Aviation, dat verantwoordelijk is voor 60 procent van het F136 programma, ontwikkelt de hoofdcompressor en de gekoppelde hoge druk/lage druk componenten van het turbinesysteem, de controlesystemen en de naverbrander. Rolls-Royce, dat 40 procent van het F136 programma uitvoert, is verantwoordelijk voor de voorste fan, de combustor, de tweede en derde stage van de lage druk turbine en de versnellingsbakken.
De internationale partnerlanden leveren ook een bijdrage aan de F136 door hun betrokkenheid in de ontwikkeling van de motor en de productie van componenten. De F136 is met een enkele configuratie geschikt voor alle drie de versies van de JSF: de STOVL voor de Amerikaanse en Britse marine, de Carrier Variant (CV) voor de Amerikaanse marine en de CTOL, die door de Amerikaanse en wellicht ook de Nederlandse luchtmacht zal worden aangeschaft. Dankzij de toepassing van best practices en verbeterde technologie zal de F136 ruimschoots voldoen aan de eisen voor onderhoudsvriendelijkheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid voor alle F-35 varianten. De motor verbetert bovendien de samenwerking tussen het Amerikaanse leger en zijn internationale partners in gezamenlijke missies.

F136 projectverloop succesvol

Bij het F136 programma, dat uitgevoerd wordt in het complex van GE Aviation in Ohio en
de Rolls-Royce vestigingen in Indianapolis en Bristol, zijn zo’n 900 engineers en technici betrokken. Het programma loopt sinds de start vrijwel op schema en binnen budget hetgeen vrij uniek is voor een militair ontwikkelingsprogramma. Het GE Rolls-Royce Fighter Engine Team heeft daarvoor van het JSF Program Office al tal van uitstekende beoordelingen gekregen.
Het F136 programma heeft nu ruim 800 testuren achter de rug in zowel de pre-SDD
als de SDD-fase, die tot in 2013 doorloopt. De Critical Design Review werd in 2008 afgerond, waarna vele tests plaatsvonden op de nieuwe testfaciliteit in Peebles (Ohio) en een volledige naverbrander test op het Arnold Engineering Development Center (AEDC) van de Amerikaanse Luchtmacht. De eerste tests met de complete F136 motor werden begin van dit jaar succesvol uitgevoerd. Begin 2010 zullen er diverse, andere F136 motoren bij het testprogramma betrokken zijn. De eerste testvluchten van een JSF met een F136 staan voor begin 2011 gepland, licht achter op schema. Afhankelijk van de verdere budgetaire ontwikkelingen in de Verenigde Staten, zouden de eerste F136 motoren voor de F-35 Lightning II in 2013 kunnen worden geleverd.

Nederlandse betrokkenheid F136 veel groter dan voor F135

Aanzienlijk meer dan de Pratt & Whitney F135 motor is de General Electric/Rolls Royce F136 motor van belang voor de Nederlandse luchtvaartcluster. Het schrappen van deze motor is een aanzienlijke tegenvaller voor de Nederlandse JSF business case. Directe actie vanuit de NIFARP en het Ministerie van Economische Zaken, in samenwerking met onder andere de Britse regering lijkt voor de hand te liggen. In het ontwikkelingsstadium werden vanuit Pratt & Whitney slechts een beperkt aantal kleine ontwikkelorders gegund aan de Nederlandse industrie. En ondanks dat de eerste Nederlandse F-35 uitgerust zal worden met een P&W F135 motor, zijn er voor de voorproductiefase (LRIP) tot en met 2008 nul komma nul order geplaatst in Nederland vanuit Pratt & Whitney.
Voor de F136 ligt dit totaal anders. Want in Nederland zijn Atkins Nedtech, DutchAero, het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), Sulzer-Eldim en de TU Delft intensief betrokken bij de ontwikkeling van de F136. Uiterst innovatief onderdeel van de F136 is de zogenaamde “Dutch fancase”, die zijn naam dankt aan de grote betrokkenheid van de Nederlandse bedrijven Atkins Nedtech en DutchAero bij het ontwerp en de productie van het component. Kortom schrappen van de F136 motor is een slag voor deze Nederlandse bedrijven. Met spanning wordt binnen de industrie afgewacht wat het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden zal besluiten.

Bronnen en achtergrond:
Informatie F136 motor en Fighter Engine Team

Flight International; 23-jul-2009; Stephen Trimble “US Senate axes F-35 alternate engine

JSFNieuws; 25-jul-2009; “Studie GE/RR naar onderhoud Nederlandse JSF

JSFNIEUWS090728-JG.TS/jg

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.