Okt 06 2009

Onderhandelingen vaste prijs JSF mislukt

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 8:51 onder Aanschaf JSF

Williamtown/ (AUS)/Den Haag - In april 2008 meldde Lockheed Martin dat ze onderhandelingen waren begonnen met de acht internationale JSF partners over een vaste prijs voor een gezamenlijk aantal af te nemen toestellen. Bij deze besprekingen in internationaal verband speelden Nederland en Australië een belangrijke rol, mede vanwege de nationale politieke druk inzake de hoge kosten van toestellen die vroeg in de productie zouden worden afgenomen en het ontbreken van een vast gegarandeerde prijs.

In 2007 was eerst enige tijd gewerkt met het begrip “level line price”, ofwel “horizontale lijn prijs”. Dit hield in dat vroege kopers hun (hogere) prijs gecompenseerd zouden krijgen door de latere kopers die minder zouden betalen. Er werd graag verwezen naar soortgelijke afspraken ten tijde van de eerste F-16 aankopen. Een groot verschil echter: toen was met name de USA een (grote) vroege koper, die baat had bij dit mechanisme van prijs vereffening. Bij de F-35 JSF heeft de USA juist (in april 2007) grote aantallen te kopen toestellen naar een zeer verre toekomst (2028-2034) verschoven en dus geen baat bij een horizontale lijnprijs.

Consortium Buy van de baan, Kamer onwetend gelaten

Nadat begin 2008 duidelijk werd dat zo’n mechanisme voor de lange termijn niet haalbaar was, kwamen de zogeheten “Strategic Initiatives” van de kant van Lokheed Martin. Dit behelsde een “consortium buy”, een gezamenlijk gegarandeerde aankoop van enkele honderden toestellen door meer landen tegelijk in de periode 2011-2016. Deze landen zouden een vaste prijs krijgen voor die toestellen. Vlak voor het belangrijke JSF debat in mei 2008 over het kopen van testtoestellen werd de Tweede Kamer meegedeeld dat Lockheed Martin een aanlokkelijk voorstel had gedaan om een consortium buy in te voeren met een “not-to-exceed” prijs. Gedurende 2008 werd hier druk aan gerekend, maar op de vergadering van de JSF Executive Steering Board in Oslo in november 2008 bleek de steun minimaal. Voorjaar 2009 werd een punt gezet onder de pogingen.

Rekenkamer: onzekerheid consortium buy risico

Diverse (internationale) critici en JSF analisten waarschuwden in 2007 en 2008 herhaaldelijk dat de basis voor de level line price en de consortium buy price uiterst wankel was en dat mislukken financieel slecht zou uitpakken. De Nederlandse Algemene Rekenkamer sloot daar bij aan in het Rapport Monitoring JSF 2008, dat verscheen in februari 2009 met de woorden:
Het is nog niet duidelijk op welke besteljaren een consortium buy zou kunnen worden toegepast. De keuze is voor Nederland belangrijk aangezien de geplande toestellen voor Nederland relatief vooraan in de productiereeks zitten en daarmeer relatief duur zijn. Het moment van (voorziene) invoering van de consortium buy zou dus van invloed kunnen zijn op het verwervingsbudget voor het Project Vervanging F-16”. De Rekenkamer deed nadrukkelijk deze aanbeveling: (zie Rekenkamer JSF rapportage 2008; paragraaf 2.3; blz 18):
Wij bevelen de Staatssecretaris van Defensie aan om de Kamer te informeren omtrent de voortgang rond de evt. invoering van de Consortium Buy en over de mogelijke (financiële) gevolgen hiervan voor het Project Vervanging F-16”.

Toen dit rapport werd uitgebracht, wist men achter de schermen al, dat de Consortium Buy onderhandelingen mislukt waren……. En hoewel de Kamer toen en later dus niet op de hoogte werd gesteld, zoals verzocht, is de consortium buy inmiddels volledig van de baan met alle financiële consequenties, en vooral risico’s, van dien, want totdat rond 2016 de eerste Amerikaanse meerjaren overeenkomst wordt gesloten, zal een vaste prijs nauwelijks denkbaar zijn en de prijs van jaar tot jaar heronderhandeld moeten worden, of, hoger moeten zijn dan de Amerikaanse prijs, conform de regels van het Amerikaanse Congres, die niet van zins is (rijke) andere landen te sponsoren en zelf meer te betalen.

Australisch parlement wel op de hoogte gesteld

Tot voor kort is geen ruchtbaarheid gegeven door Lockheed Martin of het JSF Program Office aan het falen van de pogingen een “consortium buy”. Zij hebben daar ook geen (commercieel) belang bij. Maar tegenover de Australische defensiecommissie heeft de Australische materieelchef Dr, Stephen Gumley (Hoofd Defensie Materieel Organisatie) en bekend als één van de architecten van het “consortium buy”plan, recent bevestigt dat de besprekingen kapot zijn gelopen: “We have not been able to achieve the consortium buys we had hoped a year ago”. “There was not enough interest among the various partners and the US had a problem also, with their congressional rules, about committing a multi-year buy before a certain stage in the technological development”. Dr. Gumley voorzag tevens dat het mislukken van de Consortium Buy een premie betekent op het uitstellen van de aanschaf: “If the partners cannot achieve a consortium buy there is a commercial incentive for countries to buy their fighters at the back of the queue”.

Gumley: uiteindelijke prijs 1,7x “kale kostprijs”

Een andere interessante uitlating van Dr. Gumley tegenover op 21 augustus j.l. in een hoorzitting van hetJoint Standing Committee on Foreign Affairs, Defence and Trade (JSCFADT) van het Australische Parlement betrof de aanschafprijs. Dr. Gumley: “Yes, we are looking at all of those costs. From the unit-recurring fly-away cost to the total cost of the acquisition aircraft you have probably got a 60 or 70 per cent additional cost between the two numbers for spares, technical data, ferry flights across the Pacific, ancillary equipment and all of those other items. We are tracking all of that. When we get project funding from government they give us enough money to do the full picture but for the sake of discussion with committees and everyone else we are using a common basis to start that discussion to track our price movement over time.”
Tot voor kort (2008) hield Dr. Gumley in publieke uitingen, tegen pers en parlement, staande dat de prijs (Unit Recurring Flyaway Price) A$ 75 miljoen (= US$ 69 miljoen) bedroeg. Hij gaf nu echter aan dat tussen deze kale prijs en de uiteindelijke prijs een verschil ligt van 60% tot 70% en dat dus de werkelijke prijs uit kan komen op US$ 117 miljoen (in 2008 prijspeil).
Opmerkelijk genoeg hanteert de Nederlandse Defensie Materieel Organisatie voor een soortgelijk aantal toestellen, maar een opslag van 31%, de helft van hun Australische collega’s. Opgemerkt zij, dat de Australische opslag van 60-70% internationaal gangbaar is. Maar zo blijft men in Nederland voorlopig op creatieve wijze, in theorie, binnen het gestelde budget.

Referenties:
Australisch Parlement; 20-aug-2009; verslag hoorzitting defensie

Zie ook:
Aviation Week; 5-okt-2009; Bill Sweetman; JSF multi-year buy – dead or just resting?

JSFNieuws-091006.SA.JG/jg

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.