Feb 10 2010
Brief herijking informatiebehoefte JSF vooral vaag
Den Haag – Naar aanleiding van de eerdere discussie in de Vaste Commissie voor Defensie in oktober 2009 over de behoefte aan meer adequate informatie over het vervangingsproces van de F-16 heeft de Kamer op 22 januari 2010 een brief gehad waarin de hoofdlijnen worden uiteengezet van deze aangepaste behoefte.
De brief gaat slechts in op “enige aspecten” van deze informatiebehoefte in plaats van, zoals door de Kamer verzocht op een meer integrale en jaarlijks gelijke wijze van rapporteren met aandacht voor aanverwante onderwerpen en een verwijzing naar hoe een en ander gerelateerd wordt aan een lange termijn visie, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in de “Defensie Verkenningen”.
Belangrijke beslissingscondities voor de koop van het tweede testtoestel zijn vastgelegd in de “Motie Hamer” van april 2009 (geluidsrapportage volledig af; businesscase volledig vaststaand; geen prijsoverschrijding eerste twee toestellen ten opzichte van budget voor IOT&E fase). Maar ten aanzien van de geluidsproblematiek met geen woord gerept over het verzoek om een “second opinion” onderzoek gedaan door de Provincie Friesland en gemeenten rond Leeuwarden, wat vrijwel zeker zal leiden tot vertraging van deze rapportage.
En een einddatum wanneer over deze drie aspecten duidelijkheid kan worden gegeven ontbreekt eveneens (dat zou toch pakweg 15 maart moeten zijn, wil men nog kunnen meedoen in de LRIP-4 serie voor het tweede testtoestel).
Wat verder opvalt is dat ondanks het verzoek van de Kamer om, gelet op de voorbereiding van een definitieve beslissing in 2012, op de hoogte te blijven van alternatieve toestellen, dit verzoek feitelijk door Defensie naast zich neer wordt gelegd. Kortom, in plaats van duidelijkheid te geven, lijkt de Brief een poging om rond de JSF zoveel mogelijk in het ongewisse te laten met zoveel mogelijk uitwegen voor een vrije interpretatie. Dat was niet wat de Kamer in oktober 2009 heeft gevraagd. Na commentaar is inmiddels (28 januari 2010) een uitgebreider schrijven gevolgd.
De inhoud van de brief in eerste instantie (22 januari 2010) van de Staatssecretaris van Defensie aan de Kamer:
Op 27 oktober 2009 heeft de vaste commissie voor Defensie in een brief de herijking van de informatiebehoefte inzake de jaarrapportages van het grote project Vervanging F-16 (kenmerk 2009Z19758/2009D52267) aan de orde gesteld. De voorbereiding van de jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over 2009 is inmiddels begonnen en de minister van Economische Zaken en ik streven ernaar de Kamer deze begin april 2010 aan te bieden. Bij de opstelling van de jaarrapportage vormt de herijkte informatiebehoefte zoals beschreven in de bovengenoemde brief van 27 oktober jl. het uitgangspunt. Vooruitlopend op de jaarrapportage zal ik, mede namens de minister van Economische Zaken, in deze brief ingaan op enige aspecten van de herijkte informatiebehoefte.
De Kamer heeft met ingang van de jaarrapportage over het jaar 2009 onder meer gevraagd om standaard informatie op te nemen over de exploitatiekosten van de F-35 en de gerelateerde kosten die buiten de projectdefinitie vallen, een financieel overzicht van de meerjarenplanning en informatie over alternatieven en eventuele uitstap- en uitstelkosten. Aan dit verzoek zal worden voldaan door met geactualiseerde informatie te rapporteren op basis van de opzet van het addendum dat bij de jaarrapportage over 2008 is verstrekt (Kamerstuk 26 488 nrs. 167 en 173). De financiële informatie zal worden weergegeven in het prijspeil van het jaar waarover wordt gerapporteerd. Daarnaast zal ter wille van de vergelijkbaarheid sommige financiële informatie ook in het prijspeil van eerdere jaren worden weergegeven.
In de toelichting op de brief van de vaste commissie voor Defensie wordt verzocht in de jaarrapportages een overzicht op te nemen van de kosten van de Advanced F-16, de Eurofighter, de F-35, de Rafale en de Saab Gripen NG. Aan dit verzoek kan ik om de volgende redenen niet volledig voldoen. In juli 2008 hebben de producenten van de Eurofighter en de Rafale laten weten geen medewerking te zullen verlenen aan de actualisering van de kandidatenevaluatie voor de vervanging van de F-16. De Kamer is daarover geïnformeerd met de brief van 17 juli 2008 (Kamerstuk 26 488 nr. 99).
Tijdens de gesprekken die ik hierover met de fabrikanten heb gevoerd is aan de orde geweest dat een besluit om niet te participeren in de kandidatenevaluatie zou betekenen dat Defensie hun toestellen de facto niet langer als kandidaat zal beschouwen. De fabrikanten waren zich hiervan bewust. Daarom zal ik over deze toestellen informatie uit openbare bronnen in de jaarrapportage opnemen.
Over de kosten van de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG is de Kamer geïnformeerd met deel 4 van het rapport over de kandidatenevaluatie dat de Kamer op 18 december 2008 vertrouwelijk is aangeboden (Kamerstuk 26 488 nr. 129). Op basis van informatie uit openbare bronnen zal in de jaarrapportage over 2009 worden ingegaan op ontwikkelingen rondom de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG op het gebied van onder meer de voortgang in de (door)ontwikkeling van de toestellen en de orderportefeuille. Met betrekking tot de geluidsaspecten van de F-35, de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG zal de jaarrapportage zich beperken tot de hoofdlijnen van de rapporten van het NLR uit 2009.
Voorts verzoekt de commissie in de toekomstige jaarrapportages een overzicht en uiteenzetting van de bevindingen op te nemen uit audits die bij de ministeries zijn uitgevoerd in het kader van het project Vervanging F-16. Zoals elk jaar zal het assurance rapport van de Auditdienst Defensie en de Auditdienst Economische Zaken conform de regeling grote projecten als afzonderlijk document worden aangeboden. Ik streef ernaar de jaarrapportage over 2009 en het bijbehorende assurance rapport net als de afgelopen jaren gelijktijdig aan te bieden. In de jaarrapportage zal daarom alleen worden ingegaan op bevindingen van andere audits, zoals het rapport ‘Monitoring verwerving Joint Strike Fighter’ van de Algemene Rekenkamer.
Daarnaast verzoekt de commissie in de jaarrapportage over 2009 in te gaan op de reden van elke vertraging die is opgetreden in het arbitrageproces van de JSF businesscase. De minister van Economische Zaken heeft de Kamer op 27 november jl. geïnformeerd over de uitkomst van de arbitrage (Kamerstuk 26 488 nr. 207). In deze brief is gemeld dat overleg met de sector gaande is over een ook voor de industrie verantwoorde uitvoering van dit vonnis, waarbij wordt gestreefd naar een goede balans tussen de afdrachtverplichting van de industrie en overige belangen die in het geding zijn. Na voltooiing van dit overleg zal de Kamer afzonderlijk worden geïnformeerd over de resultaten van het overleg en het arbitrageproces. In de jaarrapportage zal derhalve op hoofdlijnen worden gerapporteerd over de arbitrage.
Bron:
Brief Tweede Kamer van Ministerie van Defensie; 22-jan-2010
JSFNIEUWS100210-JG/jg
Reageer ook
Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.