Feb 10 2010
Kamerbrief Vervolgstappen project Vervanging F-16
Den Haag – Met de hevige politieke schermutselingen van april 2009 over de aanschaf van het eerste JSF testtoestel nog in het achterhoofd maakt politiek Den Haag zich langzaam maar zeker op voor de volgende horde: de beslissing over de koop van het tweede JSF testtoestel en toetsing van de condities zoals vastgelegd in de “Motie Hamer” van april 2009. Dit heeft tot gevolg dat de Vaste Commissie voor Defensie van de Kamer met name tijdige informatie wil, zodat de beslissing niet onder grote tijdsdruk hoeft te worden genomen.
In het licht hiervan verzocht de vaste commissie voor Defensie eind januari aan de Staatssecretaris van Defensie uiteen te zetten welke vervolgstappen hij het komende half jaar voorziet met betrekking tot het project Vervanging F-16, wanneer deze stappen plaatshebben en hoe de samenhang is met de motie-Hamer c.s. uit april 2009.
Deze brief is er nu weliswaar, maar interessant gegeven is dat de brief suggereert dat eind maart 2010 alle informatie beschikbaar zal zijn. Dat terwijl uit de USA berichten komen dat de contractuele onderhandelingen over het prijsniveau van een LRIP-4 toestel op zijn vroegst eind april, begin mei zullen zijn afgerond. Hieruit moet de prijs van de volgende Nederlandse F-35A volgen. Het is dus de vraag, hoe deze prijs dan eind maart in Nederland bekend kan zijn.
Geluidskwestie: discussie over “second opinion”
Ten aanzien van het geluid is het eveneens onwaarschijnlijk dat eind maart alle informatie bekend zal zijn. Immers, de Provincie Friesland en de gemeenten rond Leeuwarden hebben om een second opinion gevraagd en op dit moment is zelfs nog niet bekend welke instituut dit moet gaan uitvoeren. Achter de schermen worden daar heftige schermutselingen over gevoerd. Defensie hier wil de nauw met hen verweven instantie TNO (een van de grootste klanten van TNO is defensie) hiervoor inzetten. De Provincie en Gemeenten hadden hier bezwaar tegen vanwege de nauwe relatie tussen Defensie, TNO en tussen TNO en NLR. Van een echte “second opinion” kan in de ogen van de lokale overheid dan ook nauwelijks sprake zijn. Tevens doen geruchten de ronde in Den Haag dat het Rijks Instituut voor Milieu (RVIM) -een duidelijke optie voor een echte “second opinion”- onder druk is gezet om er van af te zien. De RIVM zou vanwege de politieke gevoeligheid het nu niet aandurven de opdracht te aanvaarden. Er zou sprake zijn van de nodige druk vanuit Defensie om, eventueel via de NLR, een zo groot mogelijke vinger in de pap te houden bij deze “onafhankelijke second opinion”. Opmerkelijk hierbij is dat de geluidsinformatie, toch niet commercieel of militair gevoelig, is bestempeld tot “vertrouwelijke informatie”.
Op 28 januari 2010 informeerde de Staatssecretaris van Defensie de Tweede Kamer als volgt:
Besluitvorming F-35-testtoestellen
De Kamer heeft eind mei 2008 ingestemd met het kabinetsbesluit van 29 februari 2008 (Kamerstuk 26 488, nr. 65) inzake de ondertekening van het Memorandum of Understanding (MoU) over de Initiële Operationele Test en Evaluatie (IOT&E) van het JSF-programma en de plaatsing van een opdracht tot verwerving voor twee testtoestellen. Op 16 januari 2009 heeft het kabinet besloten twee F-35- testtoestellen aan te schaffen, met dien verstande dat dit besluit zou worden geëffectueerd na overleg met de Kamer (Kamerstuk 26 488, nr. 134). Na het algemeen overleg van 22 april 2009 en het plenaire debat van 23 april 2009 heeft de Kamer door aanvaarding van de motie-Hamer c.s. ingestemd met het aangaan van de verplichtingen voor de productie van het eerste Nederlandse testtoestel uit de LRIP-3 productieserie.
Vervolgstappen
De motie-Hamer c.s. beschrijft de drie criteria die van belang zijn voor de instemming van de Kamer met het aangaan van de verplichtingen voor de productie van het tweede testtoestel.
1. De prijs voor het tweede testtoestel uit de LRIP-4 productieserie. Deze prijs is nog niet bekend. Met de brief van 15 december 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 209) is gemeld dat de contractondertekening voor de LRIP-4 toestellen, waarvan het Nederlandse tweede testtoestel deel uitmaakt, naar verwachting niet eerder dan eind maart 2010 zal plaatshebben. Gedurende de onderhandelingen ontstaat meer inzicht in de datum van de contractondertekening.
Zodra er duidelijkheid is over de prijs van het tweede Nederlandse testtoestel zal ik de Kamer hierover informeren, met inbegrip van de dan actuele planning van de contractondertekening.
2. De F-35 geluidscontouren. De Kamer is met de brief van 10 juli 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 192) geïnformeerd over de F-35 geluidscontouren op basis van berekeningen van de geluidsbelasting die zijn uitgevoerd door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR). Uit het NLR-rapport blijkt dat ook met toepassing van voorzichtige uitgangspunten de F-35 geluidsbelasting goed inpasbaar zal zijn binnen de bestaande 35Ke geluidszones van de vliegbases Leeuwarden en Volkel. Met de brief van 7 januari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 211) is de Kamer geïnformeerd dat ik heb ingestemd met het verzoek van Gedeputeerde Staten van Friesland om gezamenlijk een onafhankelijke validatie te laten uitvoeren naar het NLR–rapport en de beantwoorde vragen over dit rapport. Het uitgangspunt is dat deze validatie in maart 2010 klaar zal zijn. De resultaten zal ik de Kamer toezenden.
3. Uitkomst arbitrage JSF-business case. De minister van Economische Zaken heeft de Kamer op 27 november 2009 geïnformeerd over de uitkomst van de arbitrage (Kamerstuk 26 488, nr. 207). In deze brief is gemeld dat overleg met de sector gaande is over een ook voor de industrie verantwoorde uitvoering van dit vonnis, waarbij wordt gestreefd naar een goede balans tussen de afdrachtverplichting van de industrie en overige belangen die in het geding zijn. Na voltooiing van dit overleg zal de Kamer worden geïnformeerd over de resultaten van het overleg en het arbitrageproces.
Voorts overweegt de motie-Hamer c.s. dat deelneming aan het JSF-project van belang is voor de werkgelegenheid van het Nederlandse bedrijfsleven. De minister van Economische Zaken zal de Kamer informeren over de stand van zaken van de orders voor de Nederlandse industrie en de daarmee samenhangende prognose voor de omzet gedurende het JSF-programma. Zoals gemeld in de brief van 29 september 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 199) zal dit plaatshebben nadat de Kamer is geïnformeerd over de uitkomst van de arbitrage van de business case en over de prijs van het LRIP-4 toestel.
Planning
Gelet op de voorgaande uiteenzetting van vervolgstappen, waarover de Kamer - eventueel met afzonderlijke brieven - zal worden geïnformeerd zodra de resultaten beschikbaar zijn, ga ik er thans vanuit dat de Kamer eind maart 2010 de beschikking heeft over de benodigde informatie in relatie tot de drie criteria van de motie-Hamer. Op basis daarvan kan de Kamer vervolgens besluiten over instemming met het kabinetsbesluit om twee F-35 testtoestellen aan te schaffen. Voor deze besluitvorming zal voldoende tijd beschikbaar zijn. Indien zich ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op de genoemde planning zal ik de Kamer hierover informeren.
Overige brieven
In relatie tot het project Vervanging F-16 zal de Kamer de komende maanden ook de volgende informatie ontvangen.
• Met de beantwoording van schriftelijke vragen op 22 december 2009 (Handelingen TK 2009-2010, aanhangsel 1093) is de Kamer geïnformeerd dat de besluitvorming door het Pentagon over het geactualiseerde rapport van het Joint Estimating Team en van rapportages van het JSF Program Office, Lockheed Martin, de motorfabrikanten en andere deskundigen nog niet was voltooid. Naar verwachting maakt het Pentagon begin februari de besluiten bekend, waarna ik de Kamer zal informeren.
• De jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over het jaar 2009 wordt begin april 2010 aangeboden aan de Kamer. Met de brief van 22 januari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 212) heb ik u hierover meer in detail geïnformeerd.
Bron: Brief Tweede Kamer van Ministerie van Defensie; 28-jan-2010
JSFNIEUWS100210-JG/jg
Reageer ook
Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.