Dec 22 2010

Selectie van vliegtuigen KLu in historisch perspectief (deel 1)

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 22:22 onder Aanschaf JSF

In een aantal afleveringen publiceert JSFNieuws over de historie van straaljager aankopen in Nederland. De artikelen zijn geschreven door Luitenant-Kolonel b.d. vlieger Peer Dekkers en verschenen eerder in het officersmagazine Carré nr.2 en nr. 3 van 2009 onder onder de titels “JSF, valt er eigenlijk wat te kiezen?” en “Selectie van jachtvliegtuigen, verder met de F-16.”

Inleiding

De Lockheed F-104 Starfighter was een vliegtuig dat tot de verbeelding van velen sprak. Het ontwerp was zonder enig compromis gericht op pure snelheid en het vliegtuig beschikte daardoor over een uitgesproken sexy uiterlijk. Vliegers die ermee gevlogen hebben waren zonder uitzondering lyrisch over de prestaties en de vliegeigenschappen van de kist. Het huilende geluid van een Starfighter lokte vliegtuigspotters en andere liefhebbers van heinde en verre naar de vliegbases Volkel en Leeuwarden. De keerzijde was dat het vliegtuig bij de Amerikaanse luchtmacht (USAF) geen succes was. Om het eigen voortbestaan veilig te stellen begon Lockheed daarop een ongekend harde campagne om een verbeterde versie van de Starfighter aan de NAVO- en andere bondgenoten te slijten. Hierbij zou het gebruik van smeergeld niet worden geschuwd om invloed te verwerven die zou kunnen helpen bij het binnenhalen van orders. De Starfighter werd daarna, in aangepaste vorm als F-104G, een doorslaand exportsucces met meer dan 2000 verkochte exemplaren. Helaas bleek het toestel later ook bij de NAVO bondgenoten nauwelijks te voldoen aan de operationele taakstelling en was het door zijn fysieke beperkingen daar ook niet meer geschikt voor te maken.

Rationele argumenten lang niet altijd doorslaggevend

Wie zou denken dat luchtmachten en naties bij het verwerven van jachtvliegen zuiver rationele argumenten zouden gebruiken, zoals de dreiging van vijandelijke naties of bondgenootschappen, mogelijke scenario’s hierbij, het beschikbare budget en de mogelijkheden om binnen dat budget een voldoende aantal vliegtuigen aan te schaffen om de tegenstander in het verwachte scenario het hoofd te kunnen bieden, zou wel eens bedrogen uit kunnen komen. In het vervolg van dit artikel zal worden betoogd dat niet altijd het meest in aanmerking komende type vliegtuig, voor zover daar al sprake van kan zijn, wordt verworven. Daarbij spelen vaak meerdere argumenten dan alleen het verwachte scenario een rol en veelal is het steunen van de eigen industrie een buitengewoon zwaar wegend argument. In dit verband zal als voorbeeld worden gebruikt de selectie destijds van de Lockheed F-104G Starfighter en de selectie nu van een opvolger voor de F-16. Voorts zal duidelijk worden dat er voor een klein land als Nederland niet altijd iets te kiezen is als er nieuwe vliegtuigen aangeschaft moeten worden.

Hoe Nederland koos voor de Starfighter

Het operationele deel van de KLu bestond sinds de oprichting in 1953 uit twee separate commando’s: het Commando Luchtverdediging (CLV) en het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (CTL). De organisatie van CLV was helemaal op Engelse leest geschoeid en de aankoop van Engelse vliegtuigen zoals de Meteor en de Hunter was ook gunstig voor de Nederlandse vliegtuigindustrie (Fokker). In tegenstelling tot CLV was CTL volledig Amerikaans georiënteerd; er werd uitsluitend met Amerikaanse toestellen gevlogen en ook de vliegers werden in de Verenigde Staten opgeleid. De voornaamste reden hiervoor was dat de vliegtuigen voor de aanvalstaak in NAVO verband door de VS in het kader van de hulp aan bondgenoten, het Mutual Defense Assistance Program (MDAP) gratis ter beschikking werden gesteld. Zo werd de KLu uitgerust met de F-84E, -G en vanaf 1956 de F-84F Thunderstreak. Voor fotoverkenning werden nog eens 25 RF-84F Thunderflash toestellen geleverd. Ook de bijbehorende trainingsvliegtuigen van het type Lockheed T-33A kwamen in grote aantallen naar de Europese NAVO bondgenoten. De productie van de veelbelovende Fokker S-14 Machtrainer werd hierdoor in de gesmoord. Het eerste Amerikaanse toestel voor CLV werd in 1957 de F-86K, de eerste air defence fighter voor de luchtmacht die ook ’s-nachts en bij slecht weer kon worden ingezet. Ook dit toestel werd geheel via het MDAP geleverd. De ontwikkeling van militaire jachtvliegtuigen ging echter in die tijd zo snel dat de levenscyclus van een straaljager niet meer dan enkele jaren bedroeg. Zo kwam het dat er aan het eind van de jaren vijftig al weer behoefte ontstond aan een nieuw jachtvliegtuig ter vervanging van de F-84F, RF-84F, de F-86K en de Hunter. Omwille van de efficiency ging men op zoek naar één enkel type vliegtuig dat deze vier types zou kunnen vervangen. Het nieuwe vliegtuig diende daarom een veelheid aan taken te kunnen utvoeren: luchtverdediging, met name tegen de dreiging van hoogvliegende Sovjet bommenwerpers, aanvalsmissies, passend in de toenmalige nucleaire strategie van de NAVO (massive retaliation), en fotoverkenning. Bovendien moesten deze taken onder alle weersomstandigheden kunnen worden uitgevoerd. Vijf vliegtuigen voldeden min of meer aan de gestelde eisen: de Franse Mirage III, de Amerikaanse Northrop N-156F (de latere F-5A), de Republic F-105 Thunderchief (in Amerika de opvolger van de F-84F) en de Grumman F-11F Tiger II. Deze laatste leek hierbij in eerste instantie de beste papieren te hebben, maar uiteindelijk draaide de keus om de Mirage en de Starfighter. Maar was er eigenlijk wel wat te kiezen?

Bepaald niet de beste keuze …….

Nederland was een van de vele NAVO landen die worstelde met de keus voor een nieuw gevechtsvliegtuig: België, Canada, Denemarken, Duitsland, Italië en Noorwegen zaten allemaal voor de beslissing van wat ook toen al de wapenaankoop van de eeuw werd genoemd. Omdat binnen de NAVO groot belang werd gehecht aan standaardisatie lag het voor de hand dat het winnende ontwerp zou kunnen rekenen op vele honderden, zo niet meer dan duizend orders. Lockheed was er veel aan gelegen om zijn kandidaat, de F-104 Starfighter koste wat kost te verkopen. De F-104 was ontworpen naar aanleiding van de ervaringen die de USAF had opgedaan in Korea en beschikte over een superieur klimvermogen en acceleratie. De voor die tijd fenomenale snelheid van Mach 2+ kon binnen enige minuten worden bereikt en de thrust to weight ratio was ongeveer gelijk aan die van de JSF. Om dit alles mogelijk te maken beschikte het vliegtuig over de krachtigste motor van die tijd en een futuristische aerodynamische vorm en zonder enig compromis ten aanzien van wendbaarheid op snelheid gericht: een bemande raket. Het toestel werd in 1958 als dagjager in gebruik genomen maar tot teleurstelling van Lockheed was de USAF echter niet tevreden over het vliegtuig. De prestaties waren enorm, maar de actieradius werd te klein bevonden, de bewapening was onvoldoende en ook op het gebied van veiligheid had het vliegtuig al snel een minder goede reputatie. De Amerikanen waren dermate ontevreden dat een grote order werd afgezegd en veel minder toestellen dan voorzien werden afgenomen. Het uitbrengen van een verbeterde versie, de F-104C, die ook als jachtbommenwerper kon worden ingezet, kon hierin geen verandering meer brengen. De eerste F-104A vliegtuigen werden al na twee jaar afgedankt ) en de F-104C, waarvan er overigens maar 77 van werden gebouwd, verdween in 1967 van het toneel. De USAF had gekozen voor vliegtuigen met een groter vliegbereik, een grotere capaciteit voor bewapening en met all weather eigenschappen. Dat deze aanzienlijk zwaarder en duurder waren werd voor lief genomen.

…….maar wel de door Amerika opgedrongen keuze

Door al deze ontwikkelingen stond het voortbestaan van Lockheed op het spel en besloten werd om de Starfighter op alle mogelijke legale en soms iets minder legale manieren in ieder geval een exportsucces te laten worden. Een verbeterde versie werd ontwikkeld, de F-104G, en in maart 1959 maakte de Duitse Bondsrepubliek bekend dat besloten was tot de aankoop van meer dan 900 Starfighters voor de Luftwaffe en de Bundesmarine. Toen Canada bekend maakte ook voor de F-104 te hebben gekozen, viel de bodem onder de Mirage weg. Er viel dus niet veel meer te kiezen en op 20 april 1960 plaatste Nederland een order voor 200 toestellen. In totaal zouden er 2578 Starfighters worden gebouwd, niet alleen bij Lockheed in Burbank, maar ook in Nederland, België, Italië, Canada en Duitsland. Bij het Starfighter project was Nederland uitgegaan van een gratis levering door de VS in het kader van MDAP van 80 Starfighters. Toen uiteindelijk maar 25 MDAP vliegtuigen beschikbaar kwamen werd duidelijk dat voor twee F-84F squadrons naar een goedkoper vliegtuig moest worden gezocht.

Volgende aflevering

In de volgende aflevering zal ik deze week nader ingaan op de Starfighter en de opvolger daarvan, de F-16. in Nederlandse dienst en de selectie van een opvolger van de F-16.

Auteur:
Lt.Kol. Peer Dekkers, voormalig jachtvlieger

Achtergrondinformatie:
Lt.Kol. Peer Dekkers heeft een lange loopbaan gehad als (jacht-)vlieger bij onze KLu. Deze loopbaan begon in de Fokker S-11 op Woensdrecht. Daarna volgde achtereenvolgend de Fouga Magister in België, de T-33 op Woensdrecht, de F-84F en de F-104G op Volkel. Daarna werd Peer instructeur Close Air Support bij het Tactical Leadership Program, een oefening die tegenwoordig meerdere keren per jaar op Albacete, Spanje wordt gehouden. Na zijn laatste F-104 vlucht werd Peer commandant van 314-squadron op Eindhoven, waar men vloog met de NF-5. Peer heeft zijn vliegende carrière in Amerika afgesloten, met 2 jaar F-16 en 3 jaar als instructeur op de T-37 te Sheppard AFB

JSFNIEUWS101222

3 Responses to “Selectie van vliegtuigen KLu in historisch perspectief (deel 1)”

  1. Hendrikson 23 Dec 2010 at 0:22

    Het kan best zijn dat er vroeger ook iets te kiezen viel maar er is een groot verschil tussen toen en nu.
    De F-104 zou toch nooit gebruikt hoeven te worden en als dat wel het geval zou zijn dan zou dat zijn in het kader van de 3e wereldoorlog en maakte het uiteindelijk toch niet uit wie de conventionele oorlog zou winnen. De verliezer zo hoogstwaarschijnlijk naar kernwapens grijpen en de zaak zou escaleren. Einde verhaal.
    Ik geloof niet dat de F-104 trouwens veel had bij te zetten in een luchtgevecht met een MiG-21. Ze zouden hun (toen nog) waardeloze Sidewinders verschieten en daarna zouden ze in een gunfight met de MiG’s worden neergehaald. In tegenstelling tot de F-104 wil die wel de bocht om.

    De toekomst is nu veel anders. Het is bijna 100% zeker dat het nieuwe toestel in actie zal moeten komen. Tegen wie dat de komende 30 jaar zal zijn is onbekend maar het valt aan te nemen met schaarser wordende grondstoffen dat dat niet per definitie stenentijdperk landen zullen zijn zoals Afghanistan.
    Het falen van de luchtmacht kan serieuze gevolgen hebben voor onze economie als essentiële grondstoffen niet meer beschikbaar zijn.

    Ik geloof dat momenteel voorkomt dat nog maar 1/3 van de F-16 inzetbaar is. Als dat over 30 jaar ook met de JSF het geval is dan betekent dat 1/3 van 58 dus 19 toestellen die inzetbaar zijn.

    19 toestellen die beschikbaar zijn voor training, luchtverdediging en wat blijft er dan over voor uitzendingen?

    Het bestaansrecht van de luchtmacht is in gevaar.

    Als we ons neerleggen (zoals hier indirect betoogd wordt) bij de aankoop van veel te weinig ook nog eens slechte toestellen dan schaf ik de luchtmacht liever af en hoop er niets zal gebeuren en als dat wel gebeurd dan moeten we maar vertrouwen op de slijmkwaliteiten van onze politici om ons uit de shit te halen. Vechten heeft dan toch geen zin.

    T. Hendriks

  2. willemhagemanon 23 Dec 2010 at 21:19

    Beste heer Hendriks,

    U zegt: het kan best zijn dat er vroeger ook iets te kiezen viel…..etc., maar de auteur probeeert een link te leggen tussen vroeger en nu door op te merken ‘valt er eigenlijk wel wat te kiezen? Even goed lezen, maar dit terzijde.

    Ja, de toenmalige Sidewinder (AIM9B) had zo zijn beperkingen evenals de toenmalige Sovjet Atol. Een bijna 1:1 situatie qua IR capaciteiten. En ja, in een close dogfight zou de F-104 qua turning performance het onderspit hebben gedolven, maar let op het volgende. In de NAVO vlogen ook andere kisten rond dan de F-104G, ondermeer de F4F Phantom en andere Britse en USAF vliegtuigen. Verder is de totale slagkracht een mix van aircraft performance, percentage inzetbaarheid, betrouwbaarheid en vlieger skills. Op al deze aspecten was de NAVO in het voordeel. Daar komt nog bij dat die Mig 21 ver van de thuisbasis boven vijandelijk terrein met G-A missiles zou moeten opereren (het WP zou immers ons toch aanvallen en niet wij het WP), terwijl de endurance van die kist zeer beperkt was.

    Inderdaad moet het toekomstige KLU vliegtuig alle aspecten van air warfare aankunnen en niet alleen goed zijn voor inzet tegen een Taliban met een AK 45 op een bromfiets zoals een landmacht generaal onlangs de oorlog in Afghanistan uitdrukte. First entry, tot voor kort en mogelijk nu nog een vurige politieke wens lijkt mij te hoog gegrepen voor Nederland. De JSF kan dat zeker niet waarmaken. Eerlijk gezegd weet ik niet eens wat ie wel kan waarmaken.

    De ruwweg 30% inzetbaarheid van de F-16 baart echt zorgen. Voor de JSF zal dat niet hoger zijn gelet op ervaringen met het grote broertje de F-22. Daarvan was de inzetbaarheid de eerste jaren slechts 20% en nu 60% , maar vergeet niet dat die Yanks indien nodig 24 uur rond de klok werken en evt. industrie inhuren. In Nederland een utopie. Ik heb hierover al eens wat uitgebreider geschreven op deze site.

    Je zin: het falen van de luchtmacht kan serieuze gevolgen hebben voor onze industrie als essentiële grondstoffen niet meer beschikbaar zijn snap ik niet. Gaarne een toelichting.

    Dat het bestaansrecht van de KLu, althans zeker qua jachtvliegpoot, in gevaar is onderschrijf ik met de volle 100%.

    En ja, van politici kun je zo het een en ander denken, net als van beroeps gedeformeerde militairen en de defensie industrie met boter op hun hoofd. Ik noem ze maar alle drie omdat er een onderling verband is. Maar mij beperkend tot uw opmerking aangaande politici wil ik opmerken dat Colijn toch ook al zei ‘ga maar rustig slapen’

    Bergum, Willem Hageman

  3. Hendrikson 24 Dec 2010 at 16:03

    Sorry, ik heb mijn eigen betoog nog eens gelezen en ik bedoel NIETS te kiezen.

    Ja, het WP zou aanvallen en initieel zou de strijd boven ons grondgebied plaats kunnen vinden. Maar dan nog zijn er meerdere scenario’s. Het WP kan niet zonder meer aanvallen. Zij zouden eerst grote troepen moeten verzamelen en in slagopstelling brengen. Ik ben niet op de hoogte van de NAVO doctrine van toen maar het kan zijn dat er een scenario bestaat waarin de NAVO (die dit zou weten) er voor kiest om niet af te wachten maar aan te vallen voordat deze samenkomst klaar is en een grootscheepse WP aanval te voorkomen.

    Een andere scenario is dat de aanval wel komt. De NAVO zal dan ook haar vliegtuigen inzetten voor interdictie en dus boven WP gebied de aanvoerlijnen trachten te ontregelen. Gevechten vinden dan plaats boven vijandelijk gebied.

    Dan bestaat er nog de mogelijkheid dat het WP aanvalt, wij de aanval pareren en wat dan? In de eerste dagen van de oorlog zal de NAVO veel gebied verloren hebben. Waarschijnlijk zelfs het grootste deel van Duitsland. Na het pareren moet worden terug gevochten tot aan de oorspronkelijke grenzen waarna in de meest gunstige omstandigheden pas de besprekingen voor een wapenstilstand kunnen beginnen. Ook dan vecht men boven vijandelijk gebied.

    Je opmerking over de aanwezigheid van de F-4F stelt me niet echt gerust :) De Amerikaanse en Britse Phantoms hadden in ieder geval nog de beschikking over de krakkemikkige AIM-7. Die stelde hen in staat om om een vloot bommenwerpers van grotere afstand aan te vallen. Duitse Phantoms beschikten alleen over AIM-9’s en een boordkanon. We hebben boven Viet-Nam gezien hoe “geweldig”de score van de Phantom in luchtgevechten was. En dat was hoofdzakelijk tegen “inferieure / lager energieniveau” Mig-17 en Mig-19.

    Trouwens de meest succesvolle jachtvlieger aller tijden (Erich Hartmann) is uit de naoorlogse Luftwaffe gezet wegens zijn kritiek op de aanschaf van de F-104. Hij zou vast ook geen fan geweest zijn van de F-4F.

    Mijn opmerking over het falen van de luchtmacht en de gevolgen voor de economie betreffen mijn verwachting dat wij (de westerse landen) in de komende 4 decennia hoogstwaarschijnlijk ergens ter wereld in conflict zullen komen met andere mogendheden die ons de toegang tot grondstoffen zullen willen ontzeggen. Met al die landen die nu opkomen in Azië en Zuid Amerika die met gigantische bevolkingsgroei te maken krijgen en de wens voor welvaart van hun mensen zullen politici daar nopen tot acties om dat mogelijk te maken. Wij zijn in competitie met deze landen voor de toegang tot deze grondstoffen.

    Als wij er niet in slagen die toegang tot en de aanvoer van deze grondstoffen veilig te stellen zal er in het westen schaarste optreden. Denk aan olie maar ook voedsel. Het westen is al lang niet meer in staat om op eigen gebied voldoende voedsel te verbouwen om iedereen te eten te geven. Vooral in Europa wordt neer gekeken op de agrarische sector en is het prijspeil zo laag dat in het westen niet meer te concurreren valt met landen in Zuid Amerika en Noordelijk Afrika.

    Voor wat betreft de risico’s die kunnen volgen uit het falen van de westerse militaire macht en op termijn de economische macht, bedenk ook dit: De rechten van de mens die wereldwijd gelden worden niet universeel door alle landen van harte gedragen. Deze rechten zijn een uitvloeisel van onze normen en waarden en die hebben wij gedicteerd aan de wereld en aangezien wij het machtigst waren praatte iedereen ons naar de mond. Als wij militair en economisch voorbij gestreefd worden en in ons hemd gezet, wat weerhoud China / India / Brazilië etc. ervan om deze rechten aan te passen?

    Hoeveel vrouwen en homo’s zitten er in het Chinese Politbureau?

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.