Apr 08 2011

De prijs van JSF testtoestellen….Nieuwe lijken in de kast?

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 19:51 onder Aanschaf JSF

Op 8 april 2011 maakte minister Hillen de prijs bekend van het tweede testtoestel. Wat hij niet vermeld is, dat hij een bezuinigingpotentieel van € 300 miljoen negeert en een nieuw lijk in de kast opbergt. Voor 2014.

Op maandag 20 april 2009 – twee dagen voor het cruciale JSF debat in 2009 - werd de prijs van het eerste JSF testtoestel bekend. “Hierbij informeer ik u over de prijs van het eerste F-35 testtoestel.(….). De huidige prijs in prijspeil 2008 is € 113,2 miljoen. Op alle genoemde prijzen is de plandollarkoers van € 0,83 van toepassing.”

Het budget en wat in de realiteit verwacht kan worden

Op basis van alle beschikbare informatie kan de volgende toetsing worden gedaan aan het in 2009 toegezegde en afgesproken budget plafond van € 274,6 miljoen voor de deelname aan de JSF testfase (IOT&E fase):

Budget voor IOT&E fase:
LRIP-3 unit flywaway cost € 113,2 M ($ 136,3M (zie brief 20 april 2009)
LRIP-3 additioneel € 23,4 M ($ 28,3M (idem)
LRIP-3 reservedelen € 8,8M ($ 10,7M (idem)
Bijdrage MOU IOT&E € 22,8 M ($30 M, zie begroting PV F16, maart 2009)
Extra uitrusting testtoestellen € 5,0 M (zie begroting PV F16, maart 2009)
LRIP-4 unit flyaway cost € 99,2 M ($ 119 M, zie brief 22 februari 2011)
Voorlopig subtotaal € 272,4 Miljoen

Nog onbekende posten

LRIP-4 additioneel € 20 M (20% van de prijs, verschoven post?)
LRIP-4 reservedelen € 8 M (8% van de prijs)
Valutavoordeel: US$ staat op lage stand; bij afsluiten contract kan dit voordeel geven.
Opslag voor risico eerste testtoestel uit serie LRIP3: zogeheten “cost-plus” contracten.
Opslag voor risico tweede testtoestel uit serie LRIP4: meerkosten boven contractplafond.
Upgrade Block 1 naar 3 voor eerste toestel wordt uit ander budget gefinancierd
Upgrade Block 2 naar 3 voor tweede toestel wordt uit ander budget gefinancierd

Verschoven budget posten

Eén budgetpost voor de initiële operationele test- en evaluatie fase is nog niet in deze € 272 miljoen opgenomen, toch ook een post van 32 miljoen; zie brief Defensie 8 april 2011:
De exploitatiekosten voor de deelneming aan de operationele testfase worden geraamd op € 32 miljoen (prijspeil 2010). Daarvan heeft € 25,9 miljoen betrekking op materiële exploitatiekosten die deel uitmaken van het projectbudget Vervanging F-16. Voor bijkomende personele uitgaven wordt een bedrag van € 6,1 miljoen geraamd ten laste van personele exploitatiebudgetten.
En de loerende tegenvallers zijn al vast “netjes gemeld” aan de Kamer:
De raming zal worden geactualiseerd nadat het Pentagon de besluitvorming over de nieuwe planning heeft voltooid en een detailplanning beschikbaar is gekomen.

Conclusie inzake kosten testfase JSF

Zoals we op 22 april 2009 al schreven zal er uiteindelijk een geschat tekort zijn van minimaal € 30 miljoen tot € 40 miljoen. Dat kan nu al bekend zijn, maar de Kamer wordt dit risico niet voorgehouden. Die tegenvaller hoort de volgende generatie Kamerleden wel in 2014 of later.

“De prijs van de testtoestellen”. Welke prijs?

Hieronder een onderbouwing van de waarschijnlijkheid van dit tekort. Als in de defensie organisatie 1 miljard euro bezuinigd moet worden, waarvan 400 miljoen euro vanwege “lijken in de kast” (veroorzaakt en eerder over het hoofd gezien door de nu buiten schot blijvende Haagse defensie bureaucraten), lijkt het zinvol in het totale begrotingsplaatje voor de testfase dit nu eens wel alle risico’s uit te sluiten. Maar nee, vanuit een tunnelvisie – de JSF moet er komen – wordt hard gewerkt aan het volgende “lijk in de kast”.

De prijs blijkt de “kale kostprijs” (Unit Recurring Flyaway Price) te zijn. De prijs is exclusief BTW, omdat (april 2009) “De kans dat deze toestellen ooit operationeel beschikbaar komen op Nederlands grondgebied moet als tamelijk minimaal worden beschouwd.”.
De all-in prijs met training, simulatoren, randapparatuur werd in 2009 niet publiek bekend gemaakt om de onderhandelingspositie niet te schaden. De redenering hier achter luidde heel simpel: er is € 275 miljoen uitgetrokken voor twee testtoestellen. Als Defensie de bijkomende kosten zou laten weten, kon Lockheed Martin uitrekenen wat het resterende bedrag was in onze begroting voor het tweede toestel en daar hun prijsonderhandelingen op afstemmen.
Overigens wordt niet met Lockheed Martin maar met de Amerikaanse regering een contract afgesloten voor de koop van de JSF toestellen. Zoals nu blijkt wordt het bedrag precies tot die € 275 miljoen aangevuld. Toevallig.

Amerikaanse “commercieel vertrouwelijke” prijs eerste testtoestel

Toch blijft het vreemd - en onwaarschijnlijk - dat de Amerikanen ooit toestellen aan een ander partnerland zullen verkopen voor een lager bedrag dan in de eigen begroting. Simpelweg omdat de wetgeving in de USA dit verbiedt.
Hoe was de prijsopbouw (“commercieel vertrouwelijk”) nu precies voor een LRIP-3 toestel in de USA met prijspeil 2008:
Airframe /CFE $ 99.668
CFE Electronics $ 32.034
Engines/Eng ACC $ 12.524
ECO (Flyaway) $ 5.644
Subtotaal Non-Recurring Cost $ 149.890

De Nederlandse prijs was in april 2009 omgerekend $ 136.385. Hieruit was in 2009 op te maken dat de prijs zo’n 12 miljoen meeviel ten opzichte van de eerste berekeningen in 2008. Dit gaf Staatssecretaris De Vries in april 2009 ook aan in het debat, “de prijs blijkt lager uit te komen dan oorspronkelijk gedacht”. Maar er is een nacalculatieclausule, en die kan later roet in het eten gooi van deze keurige “meevaller”. Zie hieronder. .

Zelfde toestel een jaar later in US begroting

De zelfde begrotingspost (F-35A LRIP3 serie) stond een jaar (februari 2010) in de US begroting voor FY2011 aanzienlijk hoger te boek (dat bedrag is zover bekend niet gecommuncieerd met de Kamer):
Airframe /CFE $ 104.709
CFE Electronics $ 34.020
Engines/Eng ACC $ 15.511
ECO (Flyaway) $ 6.015
Subtotaal Non-Recurring Cost $ 160.255 ofwel circa $ 11 miljoen hoger.

De vraag is, komt dit bedrag er nu bij de Nederlandse eindafrekening bij - en weten we dit officieel zogenaamd nog niet?

Bijkomende kosten in Amerikaanse begroting.

Wat komen hier volgens de Amerikaanse begroting voor kosten bij voor een toestel uit de LRIP3 serie, de serie van ons eerste “testtoestel”? De gemiddeld kosten per toestel, die voor Nederland mogelijk ondergebracht zijn in andere posten, zoals exploitatiekosten, en daardoor versluierd als zijnde kosten “testfase”.
Ancillary Equipment $ 3.282
Airframe PGSE $ 3.048
Engine PGSE $ 324
Avionics PGSE $ 884
Peculiar Training Equipment $ 8.712
Pubs/Technical Documentation $ 1.311
Other ILS $ 1.901
Support kosten/Extra engineering $ 8.889
Bijkomende kosten $ 28.351

Daarnaast is nog begroot:
Initieel pakket reservedelen $ 10.711

Totaal bijkomende kosten $ 39.062

De prijs van een toestel uit LRIP4, zelfde toestel als ons tweede testtoestel

In de US begroting voor FY2012 (februari 2011) is te vinden wat een F-35A uit LRIP4, dus de equivalent van ons tweede “testtoestel” kost voor de US Air Force:
Airframe /CFE $ 87,437 M
CFE Electronics $ 28,803 M
Engines/Eng ACC $ 17,485 M
ECO (Flyaway) $ 2,755 M
Subtotaal Non-Recurring Cost $ 136,480 miljoen (bij afname 10 stuks)

Minister Hillen meldde op 22 februari 2011 aan de Tweede Kamer dat wij US$ 119 miljoen betalen bij afname van een enkel exemplaar. Conclusie: Nederland betaalt kennelijk US$ 17 miljoen minder dan de Amerikanen voor hetzelfde toestel. Of is een Nederlandse F-35A minder geavanceerd dan een Amerikaanse? Of zit er een verborgen verschuiving?
Los hiervan kopen de Amerikanen voor 10 F-35A’s voor US$ 220 miljoen “spare parts” in; in de Nederlandse budgetopstelling vinden we daarvan niets terug. En zo zijn er nog meer dergelijke posten. Veel vragen dus. Misschien moet in ieder geval ook hier de vraag gesteld worden, komt dit bedrag er nu bij de Nederlandse eindafrekening bij - en weten we dit officieel zogenaamd nog niet?

Upgrade kosten van Block 1 naar Block 3

De Staatssecretaris schreef op 16 januari 2009 aan de Tweede Kamer (brief DMO/DB/2009000225 Besluit aanschaf twee F-35 testtoestellen): “Het eerste Nederlandse testtoestel is van een technische standaard die wordt aangeduid als Block 1. Het tweede testtoestel van 2012 is van Block 2. De F-35 toestellen aan het einde van de SDD-fase die loopt tot en met 2014, worden aangeduid als Block 3. Voor deelneming aan de IOT&E zullen alle toestellen op deze Block 3 standaard worden gebracht. De kosten daarvan zijn inbegrepen in het budget van het project Vervanging F-16. Indien in 2010 definitief wordt besloten dat de F-35 de opvolger wordt van de F-16, zullen de twee testtoestellen na de IOT&E als operationele toestellen in dienst blijven. Zo niet, dan zal worden gepoogd ze door te verkopen aan een ander partnerland.”
Er wordt al aangegeven dat de mogelijkheid bestaat dat het geen operationele toestellen zullen worden. Maar een zinvolle vraag is of de Nederlandse IOT&E toestellen sowieso ooit nog operationeel gebruikt kunnen worden. Er moet rekening mee worden gehouden dat vanwege de combinatie van vroeg gebouwd (Block 1) toestel en inbouwen van vliegtest instrumentatie operationele inzet vrijwel zeker heel moeilijk wordt. Allerlei bedrading/antennes/sensoren voor vliegtest zijn redelijk lastig te verwijderen van een straaljager, dit kost tijd en geld).
En de kosten voor update van Block 1 naar Block 3 worden uit de rest van het budget betaald, terwijl ze feitelijk te maken hebben met het vroeg kopen van toestellen voor deelname aan de IOT&E fase. Niet bekend is hoe groot deze kosten zijn, bovendien is dit moeilijk te voorspellen. Ze behoren echter thuis in een berekening van de kosten voor de testtoestellen.

De nacalculatieclausule voor eerste testtoestel; plafond voor tweede testtoestel?

Het is bekend dat in de Amerikaanse contracten voor aanloopproductie LRIP3 (Low Rate Initial Production) sprake is van een contract op nacalculatiebasis. Hiervan zei het Amerikaanse Congreslid Hartung in april 2009 al in een hoorzitting in het Congres: “These planes [JSFs] will be purchased on cost-plus contracts, which means that for the most part the manufacturer will receive more money for running over budget than it would for coming in on time and on budget. With no incentive to cut costs, further overruns are inevitable.”.
En hoewel voor het tweede testtoestel zogenaamd een vaste prijs is afgesproken, geldt dat indien er meerkosten zijn boven een bepaald plafond, die meerkosten voor 50% doorberekend mogen worden aan de afnemer.

Kans op bijkomende kosten groot

Wie enigszins de financiële publicaties inzake de JSF contracten, ziet daar dat er geregeld aanvullende kosten zijn op eenmaal afgesloten contracten. Zo werden sinds 2009 herhaaldelijk aanvullende contracten inzake de LRIP-3 serie afgesloten, voor vele honderden miljoen dollars.

Enkele voorbeelden van aanvullingen op het overkoepelende oorspronkelijke LRIP3 contract voor 17 toestellen, nadat Nederland in 2009 de handtekening heeft gezet:

2-juli-2009: extra $ 442 miljoen
4-dec-2009: extra $ 328 miljoen
28-dec-2009: extra $ 98 miljoen
enzovoorts.
In totaal is er na ondertekening in 2009 al voor ruim US$ 900 miljoen nagekomen contracten voor de 17 toestellen uit de 3e productieserie (dat is dus ruim 52 miljoen extra kosten per toestel dan eerst begroot !!), waarin ons eerste testtoestel valt. De vraag is in hoeverre en wanneer deze rekening duidelijk wordt; het toestel is namelijk pas in 2012 gepland om opgeleverd te worden. Daarna volgt de eindafrekening.

Kortom: een aanvullende nacalculatie van tientallen miljoenen dollars voor “special tooling”, “modificaties” en “technische assistentie” is te verwachten. Het is namelijk zeer de vraag hoe dit in het contract tussen Nederland en de USA wordt afgedekt

Een boeteclausule voor de fabrikant wanneer – en dat is zeer waarschijnlijk – niet op tijd wordt geleverd is er in ieder geval niet. Het eerste testtoestel wordt daarom met een jaar vertraging geleverd………..

Bij genegeerd 300 miljoen bezuinigingspotentieel is excuus hypocriet

De “witte boorden” bij DMO weten dit alles; minister Hillen dekt ze; de Kamerleden van de Vaste Kamercommissie van VVD, CDA, PVV en SGP stemmen klakkeloos in met deze potentiële lijken in de kast. Zij werken zo actief mee aan de ontmanteling van een fatsoenlijke defensie organisatie. Ondanks alle rode vlaggen die telkens worden gehesen. En de operationele mensen in de squadrons draaien dagelijks op voor de gevolgen; of nog cynischer – ze komen thuis te zitten. Een excuus van minister Hillen de avond voorafgaand aan de bekendmaking van de bezuinigingen inzake de gevolgen van de bezuinigingen voor het personeel, komt dan ook over als een toppunt van hypocrisie. Schrappen van JSF testfase had € 300 miljoen opgeleverd, circa een derde van de noodzakelijke bezuinigingen.

Gebruikte bronnen:
Diverse Kamebrieven 2009, 2010, 2011 inzake JSF testfase/testtoestellen.
Aircraft Procurement Air Force Budget Activity 01, FY 2009 (febr.2008).
Aircraft Procurement Air Force Budget Activity 01, FY 2011 (febr.2010).
Aircraft Procurement Air Force Budget Activity 01, FY 2012 (febr.2011).

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.