Mrt 28 2008

Intensieve tests beide JSF motortypes

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 14:39 onder Ontwikkeling JSF

Terwijl in het Amerikaanse Congres gediscussieerd wordt over de afweging of er één enkel type motor, of twee concurrerende motortypen moeten worden ontwikkeld, verhevigen de beide motorenleveranciers hun testinspanningen.

General Electric F136

General Electric/Rolls Royce meldde deze week in een persbericht dat voor de F136 alternatieve motor de naverbrander tests voor grote hoogte zijn afgerond. Hiervoor is een pre-ontwikkelingsfase motor gebruikt, met wel diverse productie representatieve onderdelen, zoals fan, verdichter, standaard F35 uitlaat en besturingselementen. Dit om al in een vroege ontwikkelfase met testen van diverse elementen te kunnen beginnen. De tests vonden plaats op het USAF Arnold Engineering Development Center in Tennesse. Een tweede pre-ontwikkelingsfase motor ondergaat testen ten behoeve van de F-35A CTOL en F-35B STOVL op de testsite van General Electric in Peeble, Ohio. De eerste productie representatieve motor moet begin 2009 gaan draaien. De alternatieve F136 motor is van groot belang voor de werkgelegenheid bij de Europese JSF partners, met name door de betrokkenheid van Rolls Royce en andere Europese bedrijven, waaronder Nederlandse. Zo sloot het NLR hiervoor in juni 2007 een belangrijke overeenkomst af, die een impuls geeft aan de Nederlandse kenniseconomie. Het schrappen van deze motor kan hier in Nederland dus gevolgen hebben.

Pratt & Whitney F135

Pratt & Whitney, de primaire leverancier van JSF motoren maakt zich inmiddels op voor kritieke tests in hun F135 motor ontwikkelingsproject. In April staan tests gepland van een volledig, van (test-) instrumenten voorziene, F135 motor om de diepste oorzaak te achterhalen van de sinds mei 2007 herhaaldelijk opgetreden motorproblemen , zoals JSFNIEUWS eerder dit jaar al berichtte.
Pratt & Whitney denkt nu dat de materiaal moeheid optreedt door bepaalde, elkaar beïnvloedende, vibraties van turbinebladen in de derde turbinekrans van de motor. De tests in april moeten uitwijzen of het fenomeen opgewekt kan worden en onder welke omstandigheden het optreedt. Dezelfde tests met dezelfde parameters zullen worden herhaald dit najaar, wanneer het herontwerp van de turbinebladen voor de derde turbinekrans klaar zal zijn. In het herontwerp wordt gebruik gemaakt van verschillende afstanden tussen de turbinebladen om de vibratie patronen te doorbreken. Pas na de tests van herfst 2008 kan dus bekend zijn of de motorproblemen definitief zijn opgelost.

Risico vertraging door motorproblemen

Pratt & Whitney hoopt door de testen in april een validatie te krijgen of een beperkt, maar bruikbaar, vluchtpatroon mogelijk is om al in september met de niet-gemodificeerde motor STOVL tests (verticale start/landingen) te beginnen. Komt die validatie er niet, dat moet dit uitgesteld worden tot december 2008, na validatie van de herontworpen motordelen. Overigens ziet het er naar uit dat de CTOL testen (conventioneel starten/landen) van de F-35B versie zullen starten in juni. Lang was nog uitgegaan van een eerste vlucht op 19 mei aanstaande. De oorspronkelijk planning voor de eerste vlucht van dit tweede JSF toestel was eind september 2007, dit uitstel betekent dus 9 maanden vertraging.
In hoeverre er door de motorproblemen nu beperkingen zijn in het testprogramma van het enige vliegende pre-prototype, de AA-1, is onbekend. Deze heeft nu 37 vluchten gemaakt, daarmee een achterstand in het testprogramma voor dit toestel van circa 11 maanden markerend. Oorspronkelijk zouden, afhankelijk van de resultaten analyses, 100 tot 150 vluchten plaats hebben tussen augustus 2006 en maart 2008. Nadat de eerste vlucht vier maanden was uitgesteld, trad na mei 2007 nieuwe vertraging op door ontwerpproblemen met de besturing en vervolgens met de motor en kwam het toestel 7 maanden aan de grond te staan.
Met name de motorproblemen zijn binnen het JSF Program Office en het Amerikaanse Ministerie van Defensie een grote bron van verontrusting. Eigenlijk zou het toestel al naar Edwards Testcenter verhuisd moeten zijn om te gaan testen met gesimuleerde motoruitval en motorherstarts op grote hoogte.

Debat Congres

Inmiddels wordt in het Congres heftig gediscussieerd over het wel of niet wenselijk zijn van een tweede motortype. De ontwikkeling, die deels al betaald is, kost US$ 10 miljard. Daar staat tegenover, dat door competitie tussen beide fabrikanten er meer prikkel aanwezig is om later in de productie “best value, best price” te bieden. Dit leidt tot besparingen. De top van het Ministerie is tegen het plan van twee motortypen en heeft voor het derde achtereenvolgende jaar het budget geschrapt. Twee keer eerder, in 2006 en 2007, is dit door het Congres ongedaan gemaakt. Of dat dit jaar weer lukt is afwachten. In Engeland met name is telkens verontwaardigd gereageerd op het schrappen van de tweede motor, vanwege de grote betrokkenheid van Rolls Royce (40%) in deze motor. De top van de Amerikaanse luchtmacht is sterk voor een tweede motor. Zijn er later structurele problemen met één type motor, die leiden tot (tijdelijke) vliegverboden, dan zou de hele vloot JSF’s wereldwijd stil komen te liggen. Een ernstig veiligheids risico. Bij twee motortypen, zou bij motorproblemen, een beperkter deel van de JSF vloot beïnvloed worden. Tevens zal door de competitie de prijs van onderdelen e.d. lager blijven, dan bij een feitelijke monopolie van één fabrikant. Deze argumenten voor en tegen zal het Congres in haar afwegingen mee moeten nemen.

Bron o.a. : Bron: Flight International, Graham Warwick

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.