Mei 29 2012

Hillen “informeert” Tweede Kamer over Canadese F-35 misleiding

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 18:05 onder Andere JSF landen

Den Haag - Dinsdag 29 mei 2012 heeft de Minister van Defensie antwoord gegeven op vragen van de vaste commissie voor Defensie inzake het Canadese rapport over de Canadese parlementaire misleiding inzake de F-35 keuze.
De vragen werden gesteld naar aanleiding van de brief van 5 april jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 291). De vragen zijn ingezonden op 26 april jl. met kenmerk 26488-291/2012D18974. De vragen en antwoorden zijn door ons integraal weergegeven, inclusief een enkele redactionele toevoeging.

Interessant is overigens dat de Canadese Regering Harper alles op alles zet om verder onderzoek te voorkomen naar de kennelijke misleiding tijdens de evaluatiefase en bij de keuze van de F-35. Hij probeert hiervoor steun te krijgen van de conservatieve partijen in het Parlement (zie CBC nieuws hier) en van buitenaf zet Lockheed Martin de Canadese politici en publieke opinie onder druk met het dreigement (zie Winnipeg Free Press hier) dat alle orders worden ingetrokken als niet snel duidelijk is dat er een definitieve “commitment” richting de F-35 wordt gemaakt.

Antwoorden en commentaar inzake Canada

Hier de antwoorden (inclusief enig redactioneel commentaar) op de feitelijke vragen van de vaste commissie voor Defensie inzake de verstrekte informatie over het Canadese rapport over de F-35 (ingezonden op 26 april 2012 met kenmerk 26488-291/2012D18974)

Vraag 1. Waarom is het Canadese rapport niet als bijlage bij deze brief opgenomen?

Uiteraard ben ik gaarne bereid het rapport op verzoek naar de Kamer te zenden. U treft het rapport in bijlage aan.

Vraag 2. In hoeverre is de Canadese situatie met betrekking tot de vervanging van de jachtvliegtuigen vergelijkbaar met de Nederlandse? Waar zitten de verschillen? Waar zitten de overeenkomsten?

Canada bezit net als Nederland een vloot jachtvliegtuigen waarvan het einde van de operationele levensduur in zicht komt. Bij Canada gaat het om het tweemotorige CF-18 toestel waarvan nog 80 toestellen tot ongeveer 2020 bruikbaar zijn. De Canadese toestellen zijn dan 30 tot 40 jaar oud. Net als Nederland heeft Canada behoefte aan een vijfde generatie jachtvliegtuig en neemt het deel aan het F-35 project. Sinds 2002 is Canada partner bij de ontwikkelingsfase (SDD-fase) en in 2007 heeft Canada het MoU getekend over de productie, instandhouding en doorontwikkeling (PSFD-fase).

Canada is een zeer uitgestrekt land met strenge winters. In vergelijking met Nederland zorgen deze omstandigheden voor aanvullende eisen aan de nieuwe gevechtsvliegtuigen waardoor een grote inspanning op infrastructureel gebied noodzakelijk is. Zo moet het toestel onder meer vaak inzetbaar zijn in omstandigheden waarbij sneeuw en ijs een rol spelen, moet het beschikken over satellietcommunicatie en moet het in de lucht kunnen bijtanken bij Canadese C-130 tankvliegtuigen.

De eerste Canadese bestelling is voorzien voor het LRIP-8 productiecontract van 2014. De eerste Nederlandse bestelling, afgezien van de twee reeds aangeschafte testtoestellen, is voorzien voor het LRIP-11 productiecontract van 2017 met levering in 2019.

Vraag 3. Zijn de door de Canadese regering gebruikte bronnen op basis waarvan zij het parlement informeert dezelfde als de bronnen die de Nederlandse regering gebruikt voor haar informatievoorziening?
Vraag 5. Is het u bekend of het in Canada nu te verschijnen jaarlijkse rapport vergelijkbaar is met het Nederlandse jaarlijkse rapport? Zijn voor Canada dezelfde informatiebronnen beschikbaar als voor Nederland?

Defensie gebruikt voor de jaarrapportage informatie van het Joint Strike Fighter Program Office (JPO) en daarnaast specifieke Nederlandse informatie over onder meer salarissen, brandstofprijzen, kosten van infrastructuur en BTW. Rondom de verzending van het Selected Acquisition Report (SAR) aan het Amerikaanse Congres ontvangt Canada - evenals de overige partners - financiële informatie die is toegespitst op de eigen bestelreeks. Het is mij niet bekend in hoeverre de informatiebronnen van Canada zouden afwijken van de Nederlandse.
In Nederland informeren de ministers van Defensie en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie sinds 2002 jaarlijks de Kamer over de voortgang van het project conform de Regeling Grote Projecten. Daarnaast voert de Algemene Rekenkamer jaarlijks een onderzoek uit waarbij zij ingaat op wisselende deelaspecten. Het is mij niet bekend aan welke eisen het in Canada jaarlijks te verschijnen rapport moet gaan voldoen.

Opmerking redactie: de gegevens over de O&S kosten zijn alleszins bruikbaar; de minister gaat liever voorbij aan het feit dat inmiddels duidelijk is dat de F-35A ruim tweemaal duurder is per vlieguur, dan waarmee gerekend werd tijdens de evaluatie in 2008. Uit zowel Noorse, Amerikaanse, Australische, als Canadese gegevens (die in hoge mate overeenkomen) blijkt dit meer dan duidelijk. De Tweede Kamer moet hier veel dieper over doorvragen.

Vraag 4. Wat zijn de gevolgen van het bevriezen van het Canadese investeringsbudget voor het JSF-programma? Wat zijn de indirecte gevolgen van het bevriezen van het Canadese investeringsbudget voor Nederland?
Vraag 6. Is u bekend welke opties Canada onderzoekt? Wat zijn de mogelijke gevolgen voor het JSF-programma? Wat zijn de mogelijk indirecte gevolgen voor Nederland?

De Canadese besluitvorming over de vervanging van de huidige vloot gevechtsvliegtuigen is nog niet voltooid. Zodra besluiten zijn genomen, zal ik de Kamer informeren over de gevolgen voor het F-35 programma in het algemeen en voor Nederland in het bijzonder.

Opmerking: de vraag 6 wordt domweg niet beantwoord………

Vraag 7. Bent u net als het Canadese ministerie van Financiën van plan om een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de gehanteerde aannames voor de investerings- en exploitatiekosten?
Vraag 9. Welke waarde hecht u aan een onafhankelijk onderzoek naar de gehanteerde aannames voor de investerings- en exploitatiekosten?
Vraag 11. Overweegt u binnen afzienbare tijd een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de gehanteerde aannames voor de investerings- en exploitatiekosten?

In de jaarrapportages van het project Vervanging F-16 worden zowel de investerings- als de exploitatiekosten inzichtelijk gemaakt. Deze kosten worden berekend door het projectteam Vervanging F-16 van de Defensie Materieel Organisatie. Naast andere beleidsverantwoordelijken van Defensie, zoals de Commandant der Strijdkrachten en de Hoofddirectie Financiën en Control, zijn nog andere instanties binnen en buiten Defensie betrokken bij dit onderwerp: de kennisinstituten Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium en TNO, de auditdiensten van de ministeries van Defensie en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I), het ministerie van Financiën en de Algemene Rekenkamer.

TNO heeft in 2004 een model voor de investerings- en exploitatiekosten ontwikkeld. Dit model wordt regelmatig in samenwerking tussen Defensie en TNO geactualiseerd aan de hand van nieuwe informatie. Deze actualiseringen van het TNO-model worden telkens gevalideerd door de Auditdienst Defensie. Daarnaast wordt elke jaarrapportage beoordeeld door de auditdiensten van Defensie en van EL&I die hierover een Assurance rapport opstellen. Verder publiceert de Algemene Rekenkamer jaarlijks haar Monitoringrapport waarvoor zij toegang heeft tot alle informatie die zij nodig acht.
Gezien deze regelmatige interne en externe toetsing acht ik een onafhankelijk onderzoek naar de situatie in Nederland niet nodig.

Opmerking redactie: het is volstrekt duidelijk dat de door de Nederlandse PV F-16 gehanteerde en aan de Kamer verstrekte gegevens niet overeenkomen met Noorse, Canadese, Australische en Amerikaanse gegevens. In april 2009 is hier door Johan Boeder in een hoorzitting van de Tweede Kamer al op gewezen. De minister en zijn ambtenaren gaan dus willens en wetens – al jaren - voorbij aan voorhanden zijnde gegevens. Dit is misleiding van de Kamer en de Nederlandse belastingbetaler en gaat ten koste van onze Luchtmacht. Zie Rapport Exploitatiekosten verdubbeld, april 2009. Sindsdien zijn er nog veel meer duidelijke gegevens boven tafel gekomen, waar we inmiddels over beschikken en die ook bekend (kunnen) zijn bij MinDef PV F-16.

Vraag 8. Gaat u de (openbare) uitkomsten van het Canadese onafhankelijke onderzoek naar de gehanteerde aannames voor de investerings- en exploitatiekosten gebruiken?

Ik zal met belangstelling kennis nemen van dit Canadese onderzoek. Indien de resultaten van belang zijn voor Nederland, zal ik daarmee uiteraard rekening houden. Zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 2 zijn er echter verschillen tussen de situatie in Canada en die in Nederland. De resultaten van het onderzoek zullen in dat licht moeten worden bezien.

Vraag 10. In hoeverre is het raadzaam dat in Nederland voorafgaand aan een aanschafbesluit, dat een volgende regering pas zou moeten gaan nemen, een onafhankelijk onderzoek naar de investerings- en exploitatiekosten zou worden uitgevoerd?

Zoals uiteengezet in het antwoord op de vragen 7, 9 en 11 acht ik, gezien de reeds aanwezige regelmatige interne en externe toetsing van de kostenberekeningen door Defensie, een onafhankelijk onderzoek niet nodig. Ik onthoud mij verder van uitspraken over de mogelijke handelwijze van een volgend kabinet.

Opmerking redactie: het is in het belang van de Nederlandse belastingbetaler en van de operationele mensen in de KLU om incompetente, bevooroordeelde en onprofessionele mensen, die kennelijk willens en wetens informatie achterhouden, te ontheffen van hun taak. Het wordt tijd dat de Kamer hier meer op aandringt in het belang van de belastingbetaler.

Vraag 12. De Algemene Rekenkamer heeft voor het monitoringsrapport toegang tot ‘vrijwel’ alle informatie waarover Defensie beschikt. Tot welke bij Defensie beschikbare informatie heeft de Algemene Rekenkamer geen toegang?

Conform de Comptabiliteitswet heeft de Algemene Rekenkamer toegang tot alle informatie die zij nodig acht voor het uitoefenen van haar taak. Voor het Monitoringrapport 2011 heeft de Algemene Rekenkamer, evenals bij de eerdere rapporten, de beschikking gekregen over alle informatie waar om was verzocht. Er hebben zich dan ook geen gevallen voorgedaan waarbij Defensie gevraagde informatie niet ter beschikking heeft gesteld.

JSFNIEUWS120529-JB/jb

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.