Jul 05 2012

Antwoorden op enkele relevante Kamervragen JSF samengevat

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl om 6:08 onder Ontwikkeling JSF

Kesteren - Op 3 juli 2012 ontving de Tweede Kamer antwoord op de schriftelijke vragen, gesteld door de vaste commissie voor Defensie naar aanleiding van de jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over 2011 (ingezonden op 14 juni jl. met kenmerk 2012Z11307/2012D24609).
Voor het debat van 5 juli 2012 bevat het relevante informatie. Een samenvatting.

Hieronder geven we een selectie van de vragen weer, die met name relevant zijn in het huidige debat; inclusief (ingekort) de kern van de antwoorden. Soms is aan het antwoord een redactioneel commentaar toegevoegd.

Enkele feiten over Nederlandse situatie:
- De overheid investeerde ruim 850 miljoen euro belastinggeld als industriële stimulans
- Hiervoor zijn tot heden 420 voltijdsbanen gecreëerd
- De uitzichten in de toekomst zijn niet veel beter omdat beloofde aantallen onhaalbaar zijn
- Van de beloofde € 800 miljoen omzet in de ontwikkelingsfase (tot 2010 oorspronkelijk) is nog niet de helft gehaald (€ 315 miljoen, $ 410 miljoen).
- Op de ruim € 850 miljoen investering betaalde de industrie in 2011 € 850.000 loyalties terug
- Dit komt overeen met 1/10 procent (zelfs de rente is hoger)
- Van de beloofde industrie omzet van € 8 tot € 12 miljard is tot en met 2011minder dan € 100 miljoen euro als omzet gerealiseerd
- Er zijn raamcontracten en “letters of intent” voor vele miljarden, maar daar zal continu met andere landen op basis van “best value” geconcurreerd moeten worden
- 22 bedrijven/instellingen profiteerden van de € 850 miljoen industriesubsidie in de ontwikkelingsfase en kregen ontwikkelingswerk, het gros hiervan was in buitenlandse handen (Stork/Fokker, Dutch Aero, Thales, etc.)
- Slechts 7 bedrijven/groepen kregen contracten voor de daadwerkelijke productiefase
- De eerste twee testtoestellen worden ondanks beloften in 2010 veel duurder dan gepland
- De operationele test en evalutatiefase start vele jaren later dan in 2008 door De Vries beloofd

Enkele algemene feiten (Amerikaanse Rekenkamer, juni 2012):
Ontwikkelingskosten
2001: US$ 34,4 miljard en ontwikkelfase duurt 10 jaar, tot 2011
2012: US$ 55,2 miljard (plus 61%) en ontwikkelfase duurt minimaal tot 2016

Prijs per toestel (schatting):
2001: US$ 81 miljoen
2012: US$ 161 miljoen (plus 99%, inflatie gecorrigeerd).

Initial Operational Capability (planning, werkelijk operationeel gebruik):
2001: planning 2010-2012
2012: onduidelijk, beslissing moet genomen worden, niet eerder dan in 2019 (7-9 jaar uitstel)

Test vluchten: 21% voltooid en zegt US Rekenkamer: “the most challenging still lies ahead.” “IOT&E of a fully integrated and capable JSF not possible before spring 2017″ .

Eerste vier productiecontracten: overschreden met tussen 7.1% en 14.4%.

INDUSTRIËLE BETROKKENHEID

Vraag 1:
Hoeveel banen zijn op dit moment in Nederland gerelateerd aan of afhankelijk van de Joint Strike Fighter (JSF)?

Antwoord 1:
Volgens recente informatie van de organisatie van bedrijven die betrokken zijn bij het F-35 programma (Netherlands Industrial Fighter Aircraft Replacement Platform, NIFARP) zijn op dit moment binnen de luchtvaartindustrie 420 vte’n rechtstreeks gemoeid met het F-35 programma.

Uit Antwoord 34 blijkt: Inmiddels zijn de opgaven van de industrie ontvangen en daaruit blijkt dat de bedrijven over 2011 een afdrachtplichtige productieomzet hebben gerealiseerd van $ 55.609.222,53 (circa €42 miljoen). Dat leidt tot een afdracht van de Nederlandse industrie aan de Staat ter waarde van $ 1.112.184 (ca € 850.000 ). In de jaarrapportage over 2012 zal aan de hand van de door de bank gehanteerde omrekenkoers de tegenwaarde in euro’s van de afdrachtplichtige omzet en de afgedragen bedragen worden opgenomen.

Vraag 2:
Hoeveel bedrijven in Nederland hebben orders of contracten binnengehaald in verband met de JSF?

Antwoord 2:
22 (combinaties van) bedrijven en instellingen.

Commentaar redactie:
Inderdaad in de ontwikkelingsfase kregen 22 bedrijven en instellingen werk toebedeeld, overigens (in euro) minder dan de helft van de in 2002 beloofde 800 miljoen euro.
Maar voor de productiefase kregen tot nu toe slechts 8 bedrijven harde contracten. Omdat de totale “global supply chain” is ingericht, is het lastig om nog meer echt productiewerk hieraan toe te voegen.
De bedrijven die veruit het meeste werk kregen:
- Stork/Fokker bedrijven (Eigendom Brits investeringsfonds)
- Brookx Company / Thales Nederland BV (Franse eigenaar)
- Dutch Aero BV (Italiaanse eigenaar, Aviogroup)

Daarnaast nog:
- Axxiflex Turbine Tools BV
- Eurocast BV
- KMWE
-Tecnovia

Vraag 3:
Hoeveel omzet heeft de Nederlandse industrie op dit moment gemaakt met betrekking tot de JSF? Hoeveel omzet wordt nog verwacht?

Antwoord 3:
Eind 2011 bedroeg de omzet van de Nederlandse industrie in de SDD-fase aan ontwikkelingswerk ongeveer $ 410 miljoen. De omzet in de productiefase op basis waarvan de afdracht aan de Staat wordt berekend, bedroeg eind 2011 $ 127,5 miljoen.
(…)
Dit bedrag maakt deel uit van de ongeveer $ 9 miljard die in de jaarrapportage is genoemd als het totaal van de mogelijk door de Nederlandse industrie te behalen opdrachten gedurende de gehele looptijd van het programma. Dit bedrag is de extrapolatie over de gehele productiefase van de reeds verstrekte opdrachten aan de Nederlandse bedrijven.
(…)
Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de Nederlandse industrie gedurende de gehele looptijd van het programma best value kan blijven leveren en dat het totale aantal te produceren F-35’s 4.500 bedraagt.

Vraag 16 en Vraag 25:
Wanneer zal het in de business case gehanteerde aantal van 4.500 toestellen aangepast worden aan de reëel te verwachten verkoopcijfers?
Op welke termijn kan de Kamer een aanpassing van de business case verwachten nu algemeen bekend is dat het planningsaantal van 85 toestellen niet gehaald gaat worden alsmede het totale planningsaantal F-35 toestellen nog lang niet boven de 3.200 uitkomt, waarmee een toch bijna onoverbrugbaar tekort van 1.300 toestellen resteert tot de 4.500 toestellen waarmee men rekent in de businesscase?

Antwoord 16 en 25:
Het aantal van 4.500 F-35 toestellen (in alle varianten) betreft de totale productieverwachting gedurende de komende decennia. Het gaat om het totaal van de geraamde aantallen voor de partnerlanden en die voor derde landen (de ‘kopers van de plank’). Het geraamde aantal toestellen voor partnerlanden alleen bedraagt momenteel 3.103. De belangstelling van derde landen is concreet. Zo hebben Israël en Japan besloten de F-35 aan te schaffen en heeft Israël al een eerste bestelling geplaatst. Andere landen zullen naar verwachting volgen. Er is dan ook geen reden de raming van het aantal toestellen te verlagen..

Commentaar redactie:
In een hoorzitting voor de Tweede Kamer in april 2009 heeft Johan Boeder stevige en met cijfers onderbouwde kritiek geleverd op het schijnaantal van 4500 waarop alle JSF beloftes en berekeningen zijn gebaseerd. Er is hooguit een markt voor rond 2250-2500 toestellen.
Later in 2009 is dit uitgewerkt in een gedetailleerde marktanalyse. Deze analyse is nooit weersproken en de cijfers zijn sindsdien alleen maar slechter geworden. U kunt dit nalezen in dit artikel “Omzetkansen JSF ruim gehalveerd ten opzichte van 2002“. het is een vorm van bewuste misleiding dat de regering tegenover het publiek vasthoudt aan aantoonbaar onjuiste cijfers.
Download PDF van “JSF Marketanalysis. How many JSF’s will be produced. September 2009“.

Vraag 8;
Zijn er landen die deelnemen aan het JSF-programma, die hebben aangegeven of overwegen hier uit te stappen?

Antwoord 8:
Voor zover bekend overweegt geen van de negen partnerlanden uit het F-35 programma te stappen. Zeven van de negen landen hebben inmiddels besloten de F-35 aan te schaffen als de vervanger van oudere toestellen. Alleen Denemarken en Nederland hebben dat nog niet gedaan. Wel wordt in Canada het aanschafbesluit nader bezien.

De partnerlanden kijken wel kritisch naar het verloop van het programma en zij maken hun eigen afwegingen over het beste bestelmoment.

Commentaar redactie:
Met “afwegen beste bestelmoment” bedoelt minister Hillen: alle landen, geen uitzonderingen, hebben hun bestellingen jaren en jaren uitgesteld. Deels vanwege de gevreesde problemen bij vroege productietoestellen, deels vanwege budget problemen. Hierdoor is circa 70% (!) van de oorspronkelijk geplande productie tot 2017 vervallen. Voor de industrie betekent dit dat de “return on investment” voor deze periode sterk negatief is. Immers, er is ingezet en geïnvesteerd op een bepaalde productiecapaciteit, deze wordt nu niet ten volle benut.
NIFARP en de Nederlandse industrie horen we hier nooit met een woord over spreken.
Veel landen hebben tevens de omvang van de bestelling aanzienlijk teruggebracht, onder andere Italië en Groot-Britannië. Andere landen (zoals Nederland) houden officieel vast aan oorspronkelijke plangetallen om hun onderhandelingspositie niet te schaden, maar er is geen budget voor.

KANDIDATENVERGELIJKING 2008 ACHTERHAALD

Vraag 23 (9, idem):
Is de kandidatenvergelijking uit 2008 als gevolg van continue stijgende kosten, de voortdurende vertragingen in levertijd en problemen in de software ontwikkeling inmiddels niet achterhaald?

Antwoord 23 (9):
In de kandidatenvergelijking van 2008 zijn drie toestellen beoordeeld op kwaliteit (operationele effectiviteit), prijs (levensduurkosten) en levertijd. Ten aanzien van de kwaliteit bleek uit de kandidatenvergelijking dat twee van de drie toestellen, de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG, het door Nederland gewenste operationele niveau niet halen. De productieversie van de F-35 daarentegen zal zonder meer in staat zijn alle zes door Nederland geformuleerde soorten missies uit te voeren.

Na de kandidatenvergelijking heeft Defensie over de Advanced F-16 en de Gripen NG alleen informatie kunnen vergaren uit open bronnen. Er zijn geen aanwijzingen dat de conclusies over deze toestellen ten aanzien van kwaliteit, prijs en levertijd moeten worden herzien. Lockheed Martin heeft eerder dit jaar een nieuwe versie van de F-16 (Viper) op de markt gebracht die licht is gewijzigd ten opzichte van de Block 60-versie. Voor deze nieuwe versie zijn nog geen verkoopcontracten gesloten. Ten aanzien van de Saab Gripen NG geldt dat de uiteindelijke configuratie nog niet is vastgesteld en dat het toestel nog niet in productie is genomen.

Vanwege de nauwe betrokkenheid bij het F-35 programma heeft Nederland de ontwikkeling van dit toestel goed kunnen volgen. Het verloop van het testprogramma sinds 2008 rechtvaardigt de verwachting dat de F-35 kwalitatief zal voldoen aan de Nederlandse eisen. Zowel ten aanzien van prijs als van levertijd is de stand van zaken echter gewijzigd ten opzichte van 2008. Zoals bekend is het aan een volgend kabinet besluiten te nemen over de vervanger van de F-16, het aantal toestellen en het benodigde budget.

KOSTEN EERSTE TWEE TESTTOESTELLEN

De eerste productiecontracten zijn tussen de 7% en 14% hoger uitgevallen. Gemiddeld moet voor de eerste 63 toestellen circa US$ 11 miljoen worden bijbetaald boven het afgesproken bedrag in het contract. Dit kan nog verder stijgen.

Vraag 19:
Kunt u een uitputtend overzicht geven van alle met het LRIP-contract gerelateerde kosten die doorberekend worden?

Antwoord 19:
Alle kosten voor personeel en materieel voor de productie van het LRIP-3 en het LRIP-4 toestel alsmede de bijkomende middelen spelen een rol bij de berekening van de prijs die de afnemer moet betalen. De berekeningswijze volgens het LRIP-4 contract verschilt echter met die van de eerdere contracten.

Het LRIP-3 contract kent een cost plus incentive fee contractvorm. Deze contractvorm houdt in dat alle door de fabrikant gemaakte kosten worden vergoed, en dat de fee (opslag) hoger is naarmate de totale kosten lager zijn dan de geschatte kosten en omgekeerd. In het LRIP-4 contract zijn een richtprijs en een plafondprijs afgesproken. Als de kosten hoger uitvallen dan de richtprijs, neemt de fabrikant de helft van deze extra kosten voor zijn rekening en de afnemer de andere helft. De afnemer – in dit geval ook Nederland – betaalt bovendien ten hoogste de plafondprijs. Eventuele extra kosten boven de plafondprijs komen volledig voor rekening van de fabrikant. Deze contractvorm staat bekend onder de naam fixed price incentive firm target.

Bij volgende LRIP-contracten zal een steeds groter deel van kostenoverschrijdingen voor rekening komen van de fabrikant. Dit zal uiteindelijk moeten leiden tot een firm fixed price contractvorm waarbij het risico van extra kosten volledig bij de fabrikant ligt.

Commentaar redactie:
Al op 22 februari 2011 schreven we over LRIP4, nog voor het contract definitief was op JSFNieuws dit artikel “De prijs van het tweede JSF testtoestel die niet vast is“. En op 8 april 2011 bij het definitief worden van de testfase schreven we dat het gestelde budget “boterzacht is”. U kunt het hier nalezen, ‘Nieuwe lijken in de kast’. Deze waarschuwing blijkt nu meer dan terecht te zijn geweest. Op Defensie (DMO) kon dit indertijd zondermeer ook duidelijk zijn. Het is een nieuw bewijs van hun gebrek aan professionele beroepshouding ten koste van de belastingbetaler. Meest fnuikend is, dat Defensie voor circa € 120 miljoen per stuk een gevechtsvliegtuig koopt, waarin zoveel ontwerpgebreken schuilen door het slechte proces van ontwerp-testen-produceren, dat er halverwege de bouw al bekend is dat er voor miljoenen aan versleuteld moet gaan worden. En dat grotendeels op kosten van de koper! In elke andere industrie zou dit volstrekt ondenkbaar en onacceptabel zijn voor opdrachtgevers

Auteur: Johan Boeder

JSFNieuws/120705

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.