Mrt 12 2008

JSF - Rekenkamer USA

Published by JSFNieuws.nl

AMERIKAANSE REKENKAMER
De US Governmental Accountability Office (de Amerikaanse Rekenkamer) heeft als doelstelling toe te zien op de overheidsuitgaven in de USA en rapporteert daarover aan de Amerikaanse regering, de Senaat, het Congres en aan het Amerikaanse publiek.
Elk jaar in maart rapporteert dit Instituut over de JSF ontwikkelingen, voortgang en kosten met een uitgebreid en goed onderbouwd rapport. Deze rapporten kunnen beschouwd worden als onafhankelijk en gedegen; een goede informatiebron voor parlementen, pers en publiek.

Rapport 11 Maart 2008, GAO-08-569T: JSF Impact of recent decisions on program risks.
Rapport 11 Maart 2008, GAO-08-388: Recent decisions of DOD add to program risk.. Deze jongste rapporten geven een toelichting op kostengroei, risico’s in productie en testprogramma en melden een geschatte verdubbeling van de kosten per vlieguur. Belangrijk is de Bijlage met een uiteenzetting over de ontoereikende kostenschattingen, een conclusie die het US Ministerie van Defensie overneemt.

Rapport maart 2007, GAO-07-360, titel “Progress made and challenges remain”. Deze heeft een nogal kritische ondertoon over met name het risico van het reeds starten van de daadwerkelijke productie, terwijl het testprogramma nog voor minder dan 1% is afgerond.

Rapport maart 2007, GAO-07-656T. Een analyse over de kosten van de motoren ontwikkeling voor de JSF. Keuze voor één enkele motor (Pratt & Whitney F135) of daarnaast ook een alternatieve, tweede motor, de General Electric/Rolls Royce F136.

Rapport maart 2006, GAO-06-356, titel “Joint Strike Fighter: DOD plans to enter Production before Testing demonstrates Acceptable Performance”. Meer nog dan eerder in maart 2005 heeft de GAO kanttekeningen over met het risico van het laten overlappen van testfase en productie, gelet op de vele innovatieve concepten die nieuw zijn in de JSF en daarmee bepaalde ontwikkelrisico’s inhouden.

Rapport maart 2006, GAO-06-523T. Doel is om de (naar mening van de GAO gebrekkige) voortgang en daarmee risico’s bij de tijdige vervanging van tactische vliegtuigen binnen de Amerikaanse Defensie te belichten. Het F-22 Raptor en JSF/F-35 Lightning II programma en de voorziene “gaten” in de Amerikaanse defensie in de periode 2015-2020 toegelicht.

Rapport maart 2005, GAO-05-271. Titel: “Opportunity to reduce risk in the JSF program with different acquisition strategy”. Voortgangsrapportage met duidelijk advies om eerst testfase goed af te ronden en dan pas met productie te starten. Toegevoegd in dit document is de reactie van de Amerikaanse Ministerie van Defensie, die het slechts deels eens is met de GAO en dat risico beheersbaar vindt.

Rapport mei 2004, GAO-04-554. Titel “JSF Acquisition, observation on the supplier base”. Analyse van met name de situatie aan leveranciers zijde, onder andere wat betreft de betrokkenheid van producenten uit andere landen dan de USA en de strategische risico’s daarvan.

In een lezing in 2005 op het US Test & Evaluation Forum waarschuwde Robert Levin al tegen de ontwikkelrisico’s en de overlap van ontwerp en prototype-bouw, en de overlap van test en productie.

<

2 Responses to “JSF - Rekenkamer USA”

  1. Jan C Werkmanon 09 Mrt 2009 at 23:33

    Bij alle bespiegelingen over ‘prijs’ mag nooit uit het ook worden verloren dat een belangrijk onderdeel van het totaal bepaald wordt de menselljke arbeid in de samenbouwfasen. De zogenaamde afloopkrommen van Wright tonen de betekenis van het aantal te bouwen vliegtuigen aan. Een vuistregeltje is dat bij een verdubbeld aantal vliegtuigen in de afbouw en installatie van systemen de tweede batch in 80 % van de tijd benodigd voor de eerste kan worden uitgevoerd. Zonder redelijke kennis van het totaal aantal te verkopen vliegtuigen kan geen bouwer een voor hem winstgevende prijs afgeven. Hij zal dat dan ook ten stelligste vermijden.
    Een aandachtspunt hierbij is ook nog dat luchtmachtofficieren alles weten over hun gevechtsdoelstellingen maar weinig of niets over de vliegtuigproductie (zie boven). De werkelijke kostprijs of de koopprijs interesseert hen niet, maar die maakt voor de bouwers en de parlementen heel wat uit.

  2. willemhagemanon 13 Mrt 2009 at 5:23

    Geachte heer Werkman,

    Hoewel ik de zogenaamde afloopkrommen van Wright niet ken dan wel mij niet meer kan herinneren sinds mijn technische studie ben ik het volkomen eens met uw opmerking dat de stuksprijs afneemt naarmate meer assemblage ervaring wordt opgedaan. Die theorie geldt vrijwel voor alle productieprocessen waarbij de te produceren aantallen toenemen, de doorlooptijd korter wordt vanwege meer ervaring, scherpere prijsafspraken met toeleveranciers kunnen worden bedongen vanwege grotere afname, meer ervaring wordt opgedaan etc. Probleem hier is echter dat de ontwikkelingsfase van de JSF door diverse problemen structureel achterloopt waardoor initiële orders negatief worden bijgesteld dan wel ‘on hold’ worden gezet zo niet afgeblazen. Nogal wiedes dat LM dan niet met een vaste stuksprijs kan komen (exploitatiekosten nog maar even daargelaten), maar of Nederland met dit ongewisse verwervingsproject op dit moment moet blijven doorgaan is de hamvraag. Ik denk van niet.

    Ik ben het echter niet eens met uw laatste opmerking richting officieren die zijn betrokken bij de vervanging F-16 of welk materieel project dan ook. Officieren, net als alle andere rangen overigens, hebben allemaal een ding gemeen. Ze zijn allemaal militair en kunnen simpel gezegd op zijn minst de plaatselijke dreiging inschatten, hun eigen schuttersputje graven, zichzelf verdedigen en gezellig samen als team het glas heffen. Maar verder zijn de individuele verschillen in capaciteiten vaak enorm. De kostprijs interesseert planners en verwervers wel degelijk. Als je het vereiste product dat aan de specs. voldoet elders of op een andere manier goedkoper kunt aanschaffen dan loodst je het sneller door de politieke besluitvorming en hou je (meer) geld over voor andere essentiële zaken. Operationele KLu officieren, in dit geval vliegers, weten inderdaad alles (veel, zou ik liever zeggen) over gevechtsdoelstellingen zoals u die eigenschap noemt. Maar vergis u niet, ook in die categorie lopen al decennia lang officieren rond met een of andere academische opleiding. Bij te techneuten is dat nog veel meer het geval. In die categorie bevinden zich officieren die heel veel weten over vliegtuigproductie en wellicht daarop zijn afgestudeerd en via die weg hun Technisch KLu brevet hebben behaald. Dat zij in dit geval het hoger uitgezette beleid blijven volgen moet haast wel te maken hebben met loyaliteit en carriére. Het verbaast mij overigens dat de KLu zelf tot nu toe niet reageert op uw laatste opmerking.

Comments RSS

Reageer ook

Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.