Search Results for "businesscase"

Feb 01 2013

Opvolging F-16: onafhankelijkheid waarborgen bij nieuwe evaluatie

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF, Ontwikkeling JSF

Gouda – In 2002 werd met kennis en de vooruitzichten van dat moment naar beste inzicht door defensie en politiek een principe keuze gemaakt voor de JSF. Twaalf jaar later blijkt het toestel dubbel zo duur in aanschaf en ruim dubbel zo duur in gebruik; de levertijd is al 9 jaar vertraagd. Een stroom van verontrustende berichten over kinderziektes en ontwerpfouten houdt aan. Bovendien is de wereld sterk veranderd, het defensiebudget is gedaald.
Zoals aangegeven in de uitzending Een Vandaag van 31 januari 2013 is het zinvol de vraag te stellen: is het geen tijd voor een volledig nieuwe kandidatenvergelijking, uitgaande van het perspectief van 2013. Dit opiniestuk van auteur Christiaan Meinen gaat nader in op de afwegingen omtrent die vraag.

Appels met peren vergelijken, kan dat bij project Vervanging F-16 (PV-F16)?

Soms wordt gesteld: “De JSF vergelijken met een ander toestel, is als het vergelijken van appels met peren. De vraag is dan, is dat dan niet mogelijk. In dit opiniestuk geeft defensiespecialist Chris Meinen zijn mening over het antwoord op deze vraag: Ja, dat kan zeker. Het betekent namelijk dat beide vruchten een eigen smaak hebben en aan bepaalde eisen moeten voldoen. Als je appels met peren wilt vergelijken moet je in feite ook open staan voor beide vruchten. Als je bijvoorbeeld niet van peren houdt, kan je geen neutrale vergelijking houden, dan moet je daar ook eerlijk voor uitkomen. Datzelfde is van toepassing op de kandidatenvergelijking in het kader van het project Vervanging F-16.

Achtergrond JSF keuze

Het is door velen al vaker gezegd dat de keuze voor de Joint Strike Fighter (JSF ook wel F-35A genoemd), die het ministerie van Defensie, bepaalde politici en de industrie al in de vorige eeuw gemaakt hebben niet zozeer ingegeven is door strategische noodzaak, maar door de behoefte om het failliet van Fokker te compenseren. Er was dus een economische “noodzaak”.
Gedurende het proces heeft men kunnen zien dat er vreemde dingen gebeurden rondom de JSF. De Key Performance Indicators (KPI ), dat zijn doelen waarop de JSF behoort te worden beoordeeld, werden naar beneden bijgesteld, de aantallen idem dito terwijl het prijskaartje opliep. Kritiek op dit proces, die zelfs in de VS niet gering was, werd in het Nederlandse politieke debat weggewuifd. Men bleef vasthouden aan de businesscase en het “heilige” planningsaantal van 85 JSF voor de Nederlandse luchtmacht. Dit terwijl al jarenlang duidelijk is dat het beschikbare budget niet genoeg is voor dit aantal toestellen. Ook heeft men inmiddels het aantal in gebruik zijnde F-16’s verminderd tot 68 en overwoog men tijdens de Catshuisoverleggen van Rutte I (PVV, VVD en CDA) dit aantal nog verder te verminderen tot 42. Opmerkelijk is, zowel de JSF als Nederlandse ambtenaren, politici en lobbyisten kwamen veelvuldig voor in de ‘geheime Amerikaanse berichten’ beter bekend als Wikileaks. Zie hier en hier (NRC: VS beter ingelicht over JSF dan Kamer).

Overduidelijke tunnelvisie vorige kandidatenevaluatie

Uit bovenstaande voorbeelden blijkt een overduidelijke tunnelvisie ten aanzien van de JSF. Toch tracht de Nederlandse regering c.q. het Ministerie van Defensie, een beeld op te houden van objectiviteit en een eerlijke kandidatenvergelijking . Waar dat bij de eerste kandidatenvergelijking nog enigszins mogelijk was, kwam de 2e er behoorlijk slechter vanaf. Op meerdere gebieden schreef men die kandidatenvergelijking toe naar één winnaar: de JSF. Regelmatig las men in de beoordelingen en in de rapportages aan de Tweede kamer dat informatie over andere kanshebbers uit publieke bronnen kwam. Zo werd de Gripen bijvoorbeeld, de ene keer vermeld als een oud airframe net als onze huidige F-16MLU, dat dus niet aan de ‘tijdseisen’ kan voldoen. De andere keer bestond de Gripen nog niet eens en liep de ontwikkeling ver achter bij de JSF. Feitelijk is het zo dat de teller van een airframe pas ingaat op het moment dat het gebouwd is en de JSF is al even feitelijk een ontwerp uit de jaren 90 van de vorige eeuw. Dus wat dat betreft bestaat er weinig verschil tussen de Gripen C/D, de Rafale en de Eurofighter en de JSF. Men heeft ook letterlijk beweerd dat de JSF het enige toestel is dat over Datalinks, lage RCS, geavanceerde sensoren en wapensystemen beschikt. Dat deze beweringen aantoonbaar volstrekt onjuist zijn lijkt niet veel politici te deren. Maar wat zegt het over de betrouwbaarheid van de politici, ambtenaren, het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen verbonden aan het JSF project? Dat is een vraag van het hoogste belang. In naam zijn al deze partijen, anders dan lobbyisten, neutraal.

Hoe neutraal zijn NLR en TNO werkelijk?

Onderzoeksinstellingen TNO en NLR houden zich naar alle waarschijnlijkheid aan hun neutraliteitsbeginsel. Medewerkers die onderzoek doen specifiek voor de JSF mochten bijvoorbeeld niet geluidsvergelijkende onderzoeken uitvoeren. Maar is daarmee de neutraliteit van het instituut TNO gegarandeerd? In deze tijd van economische krimp is TNO afhankelijk van onderzoek voor de JSF. Een groot gedeelte van hun inkomsten is direct te herleiden tot dit project en dat geldt net zo voor NLR. Zullen de marketingmanagers of financieel directeuren van deze onderzoeksinstellingen het op prijs stellen als er vanuit die onderzoeksinstellingen een kritische notitie komt over de vreemde manier van projectmanagement (zie o.a. JSF perikelen : technische fundament blijft wankel) c.q. het fabriceren van productietoestellen terwijl de test & evaluatiefase nog niet eens volledig op gang is? Of als uit een simulatie (studie RAND, 2008) blijkt dat de JSF niet opgewassen blijkt te zijn tegen de dreiging van de realiteit.
De studie van het Amerikaanse RAND instituut is vervolgens nooit officieel door RAND gepubliceerd en de kritische senior analist John Stillion blijkt vanwege zijn kritische houding ontslagen te zijn.
Iedereen in projectmanagementland weet dat dit tegen alle project management principes ingaat. Ander voorbeeld: het geluidsrapport, waarbij men het geluid van de Gripen E/F berekende aan de hand van de Super Hornet (F/A-18SH). Dit toestel is van een heel ander kaliber (zwaarder, groter vleugeloppervlak etc.) dan de Gripen E/F demonstrator. De voornaamste overeenkomst is dat beide dezelfde GE F414 motor hebben. Maar de Super Hornet heeft er twee, de Gripen is eenmotorig. Toch heeft men beide aan elkaar gelijkgesteld. Waarom? De Gripen E/F demonstrator is beschikbaar voor dergelijke tests zoals deze ook in Zwitserland zijn uitgevoerd.

Politieke realiteit van 2013

Vlak na uitbrengen van een nieuw rapport van de Algemene Rekenkamer over de uitstapkosten van het JSF project is ook de kabinetsformatie tussen VVD en PvdA in zeer korte tijd rondgekomen. Over het PV F-16 staat er het volgende:

De oorspronkelijke voornemens met betrekking tot de vervanging van de F16 zijn niet uitvoerbaar zonder aanpassing hiervan of herprioritering binnen het totale Defensiebudget. De minister van Financiën verzoekt de Algemene Rekenkamer een onderzoek in te stellen naar de ontwikkeling van de financiële perspectieven ten aanzien van de aanschaf en exploitatie van de vervanger van de F16 en de informatievoorziening daarover in de afgelopen periode. …. Mede op basis van beide rapportages zal het kabinet eind 2013 een beslissing nemen over de vervanging van de F16. Gelet op het rapport van de Algemene Rekenkamer ter zake zetten we de ontwikkel- en testprogramma’s conform de MOU’s voort.”

Tijdens de Kamerdebatten en naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer merkte de heer Samsom (PvdA) het volgende op: “Ik was bereid een besluit te nemen: we kopen die krengen wel of niet”. Volgens Samsom was ook de VVD bereid een besluit te nemen en zo een einde te maken aan de jaren slepende discussie. Toen kwam echter het nieuws van het ministerie van Defensie dat het huidige budget slechts genoeg was voor 35 JSF-toestellen, in plaats van de geplande 68. “En dan heb je dus geen volwaardige luchtmacht meer“, zei Samsom. Positief hieraan is dat we kunnen concluderen dat Samsom een luchtmacht met maar 35 toestellen geen luchtmacht waardig vindt.

Financiële realiteit

Nu wil ik u het één en ander aan actuele bedragen voorrekenen. We moeten beseffen dat het budget voor de aanschaf van een vervanger van de huidige F-16’s (PV F-16) een bedrag van €4,5 miljard omvat. Van dat totale bedrag is inmiddels al een flink deel uitgegeven aan de JSF, namelijk €450 miljoen (testprog + 2 toestellen) Dan resteert ons dus nog €4,05 miljard. Het gaat vervolgens nog eens €334 miljoen kosten indien we de huidige F-16’s moeten modificeren in verband met het langer doorvliegen van deze toestellen (tot 2019). Als er vervolgens nog 2 jaar extra langer doorgevlogen moet worden gaat dit een extra €180 miljoen euro kosten (2021). Wat hebben we dan te besteden? Per saldo resteert een bedrag van “slechts” € 3,716 miljard of zelfs € 3,536 miljard voor onze geliefde Next Generation Fighter! Dan komen daar bovenop de kosten voor gebruik gedurende 30, 40 of 50 jaar (Operations &Sustainment, O&S). De ARK rekent het keurig voor maar zelfs bij een aantal van 35 JSF redt de Koninklijke Luchtmacht het al niet binnen het bestaande exploitatie budget. U begrijpt dat beide factoren belemmeringen zijn die de Nederlandse regering mee moet nemen in haar afwegingen. Men zou 35 JSF kunnen kopen mits de kosten daarvoor niet verder oplopen, maar dan komt men in het gedrang met de O&S kosten die niet binnen het huidige budget passen.

Uitgangspunten nieuwe kandidatenvergelijking

Feitelijk roept de regering op om te komen tot een nieuwe kandidatenvergelijking die past binnen de nieuwe visie die de nieuwe minister van defensie moet ontwikkelen. Maar is het dan mogelijk om zo’n kandidatenvergelijking te maken waarbij appels met peren vergeleken kunnen worden? En daarbij alle kandidaten recht te doen? Volgens mij kan dat mits men de kandidatenvergelijking met open vizier ingaat en als uitgangspunt neemt dat er meerdere wegen naar Rome leiden ieder met geheel eigen karakteristieke eigenschappen, kwaliteiten en wellicht minpunten/nadelen. Met klem wil ik dus benadrukken dat men afmoet, in bepaalde kringen, van de utopie dat de JSF met niks te vergelijken is! Onzin natuurlijk; het is ook maar gewoon een vliegtuig met een vlieger, een motor, vleugels, stuurvlakken, bewapening, avionics; van alles dus wat je ook in een Boeing 747 vindt, inclusief bewapening (laser)! Hieronder volgt een kort stappenplan om te komen tot zo’n vergelijking. Ik baseer dit stappenplan op een uitgebreide studie van de Amerikaanse professor Francois Melese. Dr. Francois Melese is Professor of Economics & Deputy Executive Director van het Defense Resources Management Institute (DRMI). Hij schrijft in de samenvatting op pagina 5:
This study offers a comprehensive set of approaches for procurement officials
to structure public investment decisions. Designed to improve acquisition outcomes, the “Economic Evaluation of Alternatives” (EEoA) addresses a significant weakness in most contemporary military applications of the current methodology—the Analysis of Alternatives (AoAs). While AoAs correctly focus on lifecycle costs and the operational effectiveness of alternatives, “affordability” is an after-thought—at best only implicitly addressed as a weight placed on cost in the final stages of the analysis. In sharp contrast, the EEoA encourages senior analysts and decisionmakers to include affordability explicitly and up-front in structuring an AoA. This requires working with vendors to build alternatives based on a reasonable spectrum of possible funding (budget or affordability) scenarios. A key difference between traditional AoAs and the EEoA approach is that instead of modeling competing vendors as points in cost-effectiveness space, the EEoA solicits vendor proposals as functions of optimistic, pessimistic, and most-likely funding (budget) scenarios.

Algemene Defensie Strategie

Het opstellen van die visie is niet zoveel werk, er ligt namelijk al een zeer gedegen studie: Verkenningen van defensie uit 2008, die in opdracht van voormalig Minister van Defensie, Van Middelkoop (CU) is uitgevoerd. Deze studie was zeer grondig en behelsde ook diverse adviezen om te komen tot een toekomstbestendige krijgsmacht. De bezuinigingen van het laatste kabinet Balkenende en het eerste kabinet Rutte hebben uiteindelijk gedaan wat het adviesrapport juist nadrukkelijk afraadde: meer dan € 1 miljard structurele bezuinigingen afdwingen zonder eerst de vijf strategische vragen op pagina 299 te hebben beantwoord.

Vijf strategische vragen voor de politiek

Politieke besluiten over de toekomst van de krijgsmacht moeten bovenal berusten op een integrale afweging waarin de belangen en de doelstellingen van het Koninkrijk voorop staan. Bij deze afweging doen zich voor de politiek de hieronder gestelde vijf strategische vragen voor:

Vraag 1: Welke militaire bijdrage wil Nederland in internationaal verband en ten opzichte van andere landen leveren? Wat willen we in de wereld betekenen? Voor welke belangen en waarden staan we pal? Wie zijn we?

Vraag 2: Welke defensie-inspanning is nodig of wenselijk in het licht van de omgevingsanalyse van de Verkenningen? Hoe gaan we om met de fundamentele onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen?

Vraag 3: Welke balans moet worden getroffen tussen de bescherming en zo nodig verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied en het optreden bij de bron van bedreigingen van onze veiligheid (al dan niet ter bevordering van de internationale rechtsorde)?

Vraag 4: Welke bijdrage moet de krijgsmacht binnen de landsgrenzen leveren aan de veiligheid van onze samenleving in het licht van de groeiende kwetsbaarheid voor maatschappelijke ontwrichting?

Vraag 5: Welke afhankelijkheden van andere landen kan Nederland op veiligheids- en defensiegebied aanvaarden? Tot welk punt willen we onze autonomie behouden?

Deze vijf vragen hebben allemaal betrekking op de algemene capaciteiten van de krijgsmacht dus zeker ook op de vervanging van al onze huidige straaljagers. Deze vragen zouden leidend moeten zijn voor alle beleid en voor materieelkwesties bij defensie. Toch is gebleken, sinds het uitkomen van het rapport verkenningen, dat daar niets mee is gedaan, behalve af en toe wat selectief gebruik van termen als ”veelzijdig inzetbaar”. Waarbij opgemerkt mag worden dat de woorden niet overeenkomen met de in het rapport omschreven / verwachte / benodigde daden.

Economische Evaluatie van Alternatieven

Het door Nederland gebruikte FELSALDO van TNO hoort bij de normale evaluatiemethoden die veel landen gebruiken (AoAs). Waar de heer Melese en ondergetekende voor pleiten is in dit geval te kiezen voor een andere methode, namelijk de Economic Evaluation of Alternatives (EEoA). Gezien de budgettaire situatie, de voortdurende crisis en tegelijkertijd de noodzaak om toch ook over een capabele krijgsmacht te beschikken, zoals blijkt uit het rapport Verkenningen van defensie, de voortdurende crisis en de noodzaak om toch ook over een capabele krijgsmacht te beschikken, kan het alleen maar goed zijn om een analytische methode te hanteren die rekening houdt met economische factoren en met efficiëntie, ook wel the biggest bang for the buck genoemd.

In de studie The Economic Evaluation of Alternatives (voetnoot 14, o.a. pagina 50 figuur 10) kunnen we 6 manieren om de kandidatenvergelijking uit te voeren terugvinden. Binnen deze 6 manieren past FELSALDO in categorie 1 “Select lowest Buck bid”. Melese adviseert een andere aanpak voor Nederland om een onafhankelijke en neutrale vergelijking te krijgen en wel op basis van zijn methode 3: “Select Bang for the Buck, based on chosen Budget or MOE”. Hierbij gaat hij er van uit dat er nog geen keuze gemaakt is, niet in het openbaar en niet in stilte. Kortom, men zou moeten breken met een voorkeur voor een bepaald toestel, waarbij men er eigenlijk al vanuit gaat dat toestel X het ook gaat worden. Ook moet men niet denken dat omdat men nu 68 F-16’s gebruikt, dat bij het volgende toestel ook zo zal moeten zijn. Breken dus met alle vooringenomen stellingen, emoties en openlijke of verborgen belangen. Men dient in dit soort analyse ook mee te nemen dat er opties zijn die verder gaan dan de aanschaf van alleen maar nieuwe toestellen. De volgende opties staan dan open:
- nieuwe toestellen: enkel type;
- mix van nieuwe en oude vliegtuigen: dubbele vloten;
- mix van meerdere typen nieuw: dubbele vloten;
- alleen maar huidige toestellen;
- mix bemand + onbemand: dubbele vloten;

Bij deze analysemethode moet men er met gezond boerenverstand en helemaal transparant van uitgaan dat er meerdere wegen naar Rome leiden.

Meetbaarheid van effectiviteit

Omdat de Measures of Effectiveness (MOE), de metingen van effectiviteit, bij de verschillende mogelijkheden niet makkelijk zijn om te verfijnen c.q. te meten en omdat er op dit moment geen duidelijk budget is voor de toekomst, adviseert de heer Melese om verschillende (budgettaire) alternatieven uit te laten werken door de verschillende concurrerende fabrikanten. Men kan deze vragen drie budgettaire scenario’s uit te werken. Iedere fabrikant kan dan naar eigen inzicht deze scenario’s uitvoeren. Deze drie scenario’s zijn dan:
- optimistisch scenario;
- meest waarschijnlijk scenario;
- pessimistisch scenario.

Op deze manier kan men voor ieder scenario MOE’s ontwikkelen waaruit het Defensie Materieel Organisatie (DMO) van het Ministerie van Defensie in overleg met het Ministerie van Financiën en laten we dat nu eens niet vergeten, het parlement, een keuze kan maken op basis van deze drietallen MOE’s en een realistisch budget voor het project Vervanging F-16. De eerste stap om deze nieuwe manier van evalueren te realiseren is het opstellen van doelen en benodigde capaciteiten. Deze moeten opgesteld worden door beleidsdeskundigen, militaire strategen en technische experts alsmede experts op het gebied van economische gevolgen etc. Het lijkt me een goede aanbeveling dat deze experts neutraal zijn, dat wil dus zeggen: zowel politiek als wel economisch en sociaal.

Stap 1 - Doel vaststellen

Allereerst zullen aan de hand van de vastgestelde Algemene Defensie Strategie (ADS) bepaalde behoeftes en taken naar boven komen waar de opvolger van de F-16 aan moet voldoen. Wat draagt PV-F16 bij aan de ADS? Aan de hand van de antwoorden op die vraag komen we bij de eerste vraag voor het PV-F16. Wat is het overkoepelende doel van het project? Hoe gaat dit project bijdragen aan de realisatie van de ADS? Hoe past het binnen de Internationale taken en verplichtingen ?

Stap 2 – Meetbaarheid garanderen

Om de doelen van het project te kunnen meten moet de effectiviteit van de verschillende opties in de drie scenario’s meetbaar worden gemaakt. Deze meetbaarheid is in de praktijk op andere gebieden ook mogelijk. Denk aan de vergelijkingsites of computerbladen waarbij zeer verschillende computers toch met elkaar vergeleken kunnen worden. Ook de huis-tuin-en-keuken consumentenbond kan deze vergelijkingen voor tal van producten, diensten zeer goed en duidelijk vormgeven. Denk maar eens aan alle SOORTEN stofzuigers, die de CB dan toch in 1 grafiek weet te zetten! Men kan heel goed meten en vergelijken aan zeer verschillende soorten objecten! Op basis van deze scenario’s kunnen de verschillende mogelijkheden / kanshebbers / kandidaten worden doorgerekend op prestaties gedurende een vooraf vastgestelde tijdsperiode.

Stap 3 - Drie Scenario’s uitwerken

Wat zijn de meest waarschijnlijke, optimistische en pessimistische scenario’s voor het budget van dit project en wat zijn de verschillende faseringen voor invoering van PV-F16? De resultaten zullen zijn dat verschillende fabrikanten met binnen de scenario’s passende biedingen komen waarbij verschillende aantallen, support en dergelijke factoren met elkaar op effectiviteit vergeleken kunnen worden.

Stap 4 - Biedingen fabrikanten per scenario

Biedt de fabrikanten voldoende gelegenheid om hun biedingen per scenario uitgewerkt in te leveren. Vervolgens moet de MOE op de volledige biedingen (totale pakketten, aantal toestellen, reservedelen, motoren, training, wapens etc.) worden doorgerekend en vergeleken. Hierbij moeten we rekening houden met compensatie, productie (banen) en toekomstige MLU plannen.
Als men uiteindelijk een bepaalde voorkeur heeft voor een bepaalde fabrikant, bijvoorbeeld Lockheed Martin met JSF, dan zullen de kosten die voortkomen uit die voorkeur, daarvoor van het budget afgetrokken moeten worden. Formuleer dan pas een aanbeveling aan de regering en het parlement en doe dit op de meest transparante manier.

Stap 5 - Feitelijke beslissing

Het kabinet legt een voorstel aan de Tweede Kamer voor op basis waarvan gekozen kan worden. De Kamer controleert dan of de keuze die gemaakt is op open, eerlijke en transparante vergelijkingen berust. Dan kan er echt gekozen worden. Blijkt aan een van deze eisen niet voldaan te zijn, dan stuurt de Kamer het geheel terug naar het kabinet en eventueel zelfs terug de selectieprocedure in. Alleen op basis van dit proces met navenante uitkomsten kan het PV-F16 worden uitgevoerd en kunnen de daadwerkelijke onderhandelingen met de fabrikanten beginnen.

Economische afwegingen

Omdat de economische voor- en nadelen bij dit project zeer zwaar mee zullen wegen wil ik daarover graag nog een slotopmerking maken. Zeer geregeld tracht de Nederlandse industrie, het ministerie van defensie en economische zaken, evenals bepaalde politieke partijen (CDA, VVD, CU en SGP) te doen geloven dat alleen aan de JSF verdiend kan worden. Dit is een pertinent onjuist weergave van de zaken. Ook het niveau van de mogelijke werkzaamheden verschilt per fabrikant en kan zelfs aanzienlijker en hoogwaardiger werk opleveren dan thans het geval is met de JSF deelname. Voor alle duidelijkheid daarom hier de opmerking dat compensatie bij concurrenten van de JSF echt niet gaat over de fabricage van wasmachines zoals sommige industriëlen willen doen geloven.
Nifarp-woordvoerder Frans van der Grint:
Bij Nifarp denken ze daar anders over. ‘Het JSF-werk is hoogwaardig en is nodig om onze luchtvaartindustrie op niveau te houden’, zegt Van der Grint. ‘De supersterke lichtgewicht wanden in de nieuwe Airbus A380 zijn bijvoorbeeld eigenlijk een militaire vinding van Fokker. Wel iets anders dan een compensatieorder voor wasmachines.’

Potentie van compensatie

Over deze compensatie moet echter wel goed onderhandeld worden, het is bij deelname aan de JSF al meermalen gebleken dat onze deelname economisch geen succes is. De regering die uiteindelijk de keuze maakt voor de opvolger van de F-16 dient zich daar zeer zeker bewust van te zijn. Ook hoeft het dus niet per definitie zo te zijn dat aan de JSF (als enige) veel te verdienen valt. Dit blijkt uit een analyse van de Verenigde Noorse Defensie Industrie, vergelijkbaar met de Nederlandse NIDV. De mening van de Noorse Defensie Industrie Vereniging is als volgt samengevat:

Selecteren van de Gripen biedt een aantal voordelen. Het zal zorgen voor contracten voor een verscheidenheid aan bedrijven en voor werkgelegenheid in de hightech-industrie en grote positieve spill-over-effecten geven voor de civiele industrie. Een keuze voor de Gripen zal leiden tot meer toegevoegde waarde, werkgelegenheid en onderzoek en ontwikkeling activiteit in het hele land.”

Deze analyse (download gehele PDF bestand hier) van de Noorse Defensie Industrie Vereniging concludeert:

New combat aircraft for Norway-The industrial perspective (4 November 2008)

Gripen has the highest score in most areas
- Potential volume
- Committed volume
- Distribution of technology areas
- Contribution to technology and product development
- Number of companies and clusters involved
- Spin-off beyond defence activities

JSF is superior in a few areas
- Market potential for the involved companies may be huge
- Large production volumes
- Prestigious program

JSF is an excellent choice for a few companies but does not:
- cater for the Norwegian defence industry at large
- offer research and development opportunities that broadly strengthen the industry’s core capabilities
- guarantee industrial cooperation

Gripen offers guaranteed opportunities that:
- contribute significantly to strengthen and develop further core capabilities in the Norwegian Defence industry
- create strategic partnerships that may facilitate anindustrial restructuring in a Nordic context.
- The combat aircraft program is a unique opportunity to accelerate Nordic defence cooperation
- and thus enhanced Nordic industrial cooperation

Gripen has the highest score on vital criteria for the Norwegian Defence Industry
- Distribution of projects and companies involved
- Guaranteed Value Added
- Research, development and upgrading of skills
- Overall quality

Hoopvolle toekomst

Dus om op de eerste vraag terug te komen: Kunnen appels met peren vergeleken worden? Wat denkt u? Wat denken de landen om ons heen? In diverse JSF partnerlanden ontstaan twijfels over de noodzaak om de JSF aan te schaffen. Een onafhankelijke vergelijking kan, maar dan op basis van kwaliteiten die echte waarde hebben. Zuid-Korea, Denemarken , Canada, Australië
en, zeer recentelijk, Turkije zijn landen waar steeds kritischere geluiden te horen zijn over de JSF en men zoekt naar eventuele alternatieven. Veel van deze landen hebben aangegeven opnieuw te willen onderzoeken aan welke eisen een nieuw (toekomstbestendig) jachtvliegtuig zou moeten voldoen. Nu maar hopen, dat de verenigde JSF lobbyisten bestaande uit industriëlen, luchtmachtmedewerkers en politici, hun vingers uit de pap kunnen houden en er een echt onafhankelijke kandidatenvergelijking plaats kan vinden. Ik zou de regering en alle politieke partijen willen oproepen om de overwegingen in dit artikel ter harte te nemen, er hangt meer van af dan economisch gewin en internationaal aanzien.

Concluderend:

De keuze voor de vervanger van de huidige F-16 is van grote invloed op de toekomst van de gehele krijgsmacht en moet bovenal berusten op een integrale afweging waarin de belangen en de doelstellingen van het Koninkrijk voorop staan.

Auteur: Christiaan Meinen

U kunt de auteur mailen jcmeinen@hotmail.com

JSFNieuws130201-CM/jb

5 reacties op dit bericht...

Jul 05 2012

Antwoorden op enkele relevante Kamervragen JSF samengevat

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Kesteren - Op 3 juli 2012 ontving de Tweede Kamer antwoord op de schriftelijke vragen, gesteld door de vaste commissie voor Defensie naar aanleiding van de jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over 2011 (ingezonden op 14 juni jl. met kenmerk 2012Z11307/2012D24609).
Voor het debat van 5 juli 2012 bevat het relevante informatie. Een samenvatting.

Hieronder geven we een selectie van de vragen weer, die met name relevant zijn in het huidige debat; inclusief (ingekort) de kern van de antwoorden. Soms is aan het antwoord een redactioneel commentaar toegevoegd.

Enkele feiten over Nederlandse situatie:
- De overheid investeerde ruim 850 miljoen euro belastinggeld als industriële stimulans
- Hiervoor zijn tot heden 420 voltijdsbanen gecreëerd
- De uitzichten in de toekomst zijn niet veel beter omdat beloofde aantallen onhaalbaar zijn
- Van de beloofde € 800 miljoen omzet in de ontwikkelingsfase (tot 2010 oorspronkelijk) is nog niet de helft gehaald (€ 315 miljoen, $ 410 miljoen).
- Op de ruim € 850 miljoen investering betaalde de industrie in 2011 € 850.000 loyalties terug
- Dit komt overeen met 1/10 procent (zelfs de rente is hoger)
- Van de beloofde industrie omzet van € 8 tot € 12 miljard is tot en met 2011minder dan € 100 miljoen euro als omzet gerealiseerd
- Er zijn raamcontracten en “letters of intent” voor vele miljarden, maar daar zal continu met andere landen op basis van “best value” geconcurreerd moeten worden
- 22 bedrijven/instellingen profiteerden van de € 850 miljoen industriesubsidie in de ontwikkelingsfase en kregen ontwikkelingswerk, het gros hiervan was in buitenlandse handen (Stork/Fokker, Dutch Aero, Thales, etc.)
- Slechts 7 bedrijven/groepen kregen contracten voor de daadwerkelijke productiefase
- De eerste twee testtoestellen worden ondanks beloften in 2010 veel duurder dan gepland
- De operationele test en evalutatiefase start vele jaren later dan in 2008 door De Vries beloofd

Enkele algemene feiten (Amerikaanse Rekenkamer, juni 2012):
Ontwikkelingskosten
2001: US$ 34,4 miljard en ontwikkelfase duurt 10 jaar, tot 2011
2012: US$ 55,2 miljard (plus 61%) en ontwikkelfase duurt minimaal tot 2016

Prijs per toestel (schatting):
2001: US$ 81 miljoen
2012: US$ 161 miljoen (plus 99%, inflatie gecorrigeerd).

Initial Operational Capability (planning, werkelijk operationeel gebruik):
2001: planning 2010-2012
2012: onduidelijk, beslissing moet genomen worden, niet eerder dan in 2019 (7-9 jaar uitstel)

Test vluchten: 21% voltooid en zegt US Rekenkamer: “the most challenging still lies ahead.” “IOT&E of a fully integrated and capable JSF not possible before spring 2017″ .

Eerste vier productiecontracten: overschreden met tussen 7.1% en 14.4%.

INDUSTRIËLE BETROKKENHEID

Vraag 1:
Hoeveel banen zijn op dit moment in Nederland gerelateerd aan of afhankelijk van de Joint Strike Fighter (JSF)?

Antwoord 1:
Volgens recente informatie van de organisatie van bedrijven die betrokken zijn bij het F-35 programma (Netherlands Industrial Fighter Aircraft Replacement Platform, NIFARP) zijn op dit moment binnen de luchtvaartindustrie 420 vte’n rechtstreeks gemoeid met het F-35 programma.

Uit Antwoord 34 blijkt: Inmiddels zijn de opgaven van de industrie ontvangen en daaruit blijkt dat de bedrijven over 2011 een afdrachtplichtige productieomzet hebben gerealiseerd van $ 55.609.222,53 (circa €42 miljoen). Dat leidt tot een afdracht van de Nederlandse industrie aan de Staat ter waarde van $ 1.112.184 (ca € 850.000 ). In de jaarrapportage over 2012 zal aan de hand van de door de bank gehanteerde omrekenkoers de tegenwaarde in euro’s van de afdrachtplichtige omzet en de afgedragen bedragen worden opgenomen.

Vraag 2:
Hoeveel bedrijven in Nederland hebben orders of contracten binnengehaald in verband met de JSF?

Antwoord 2:
22 (combinaties van) bedrijven en instellingen.

Commentaar redactie:
Inderdaad in de ontwikkelingsfase kregen 22 bedrijven en instellingen werk toebedeeld, overigens (in euro) minder dan de helft van de in 2002 beloofde 800 miljoen euro.
Maar voor de productiefase kregen tot nu toe slechts 8 bedrijven harde contracten. Omdat de totale “global supply chain” is ingericht, is het lastig om nog meer echt productiewerk hieraan toe te voegen.
De bedrijven die veruit het meeste werk kregen:
- Stork/Fokker bedrijven (Eigendom Brits investeringsfonds)
- Brookx Company / Thales Nederland BV (Franse eigenaar)
- Dutch Aero BV (Italiaanse eigenaar, Aviogroup)

Daarnaast nog:
- Axxiflex Turbine Tools BV
- Eurocast BV
- KMWE
-Tecnovia

Vraag 3:
Hoeveel omzet heeft de Nederlandse industrie op dit moment gemaakt met betrekking tot de JSF? Hoeveel omzet wordt nog verwacht?

Antwoord 3:
Eind 2011 bedroeg de omzet van de Nederlandse industrie in de SDD-fase aan ontwikkelingswerk ongeveer $ 410 miljoen. De omzet in de productiefase op basis waarvan de afdracht aan de Staat wordt berekend, bedroeg eind 2011 $ 127,5 miljoen.
(…)
Dit bedrag maakt deel uit van de ongeveer $ 9 miljard die in de jaarrapportage is genoemd als het totaal van de mogelijk door de Nederlandse industrie te behalen opdrachten gedurende de gehele looptijd van het programma. Dit bedrag is de extrapolatie over de gehele productiefase van de reeds verstrekte opdrachten aan de Nederlandse bedrijven.
(…)
Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de Nederlandse industrie gedurende de gehele looptijd van het programma best value kan blijven leveren en dat het totale aantal te produceren F-35’s 4.500 bedraagt.

Vraag 16 en Vraag 25:
Wanneer zal het in de business case gehanteerde aantal van 4.500 toestellen aangepast worden aan de reëel te verwachten verkoopcijfers?
Op welke termijn kan de Kamer een aanpassing van de business case verwachten nu algemeen bekend is dat het planningsaantal van 85 toestellen niet gehaald gaat worden alsmede het totale planningsaantal F-35 toestellen nog lang niet boven de 3.200 uitkomt, waarmee een toch bijna onoverbrugbaar tekort van 1.300 toestellen resteert tot de 4.500 toestellen waarmee men rekent in de businesscase?

Antwoord 16 en 25:
Het aantal van 4.500 F-35 toestellen (in alle varianten) betreft de totale productieverwachting gedurende de komende decennia. Het gaat om het totaal van de geraamde aantallen voor de partnerlanden en die voor derde landen (de ‘kopers van de plank’). Het geraamde aantal toestellen voor partnerlanden alleen bedraagt momenteel 3.103. De belangstelling van derde landen is concreet. Zo hebben Israël en Japan besloten de F-35 aan te schaffen en heeft Israël al een eerste bestelling geplaatst. Andere landen zullen naar verwachting volgen. Er is dan ook geen reden de raming van het aantal toestellen te verlagen..

Commentaar redactie:
In een hoorzitting voor de Tweede Kamer in april 2009 heeft Johan Boeder stevige en met cijfers onderbouwde kritiek geleverd op het schijnaantal van 4500 waarop alle JSF beloftes en berekeningen zijn gebaseerd. Er is hooguit een markt voor rond 2250-2500 toestellen.
Later in 2009 is dit uitgewerkt in een gedetailleerde marktanalyse. Deze analyse is nooit weersproken en de cijfers zijn sindsdien alleen maar slechter geworden. U kunt dit nalezen in dit artikel “Omzetkansen JSF ruim gehalveerd ten opzichte van 2002“. het is een vorm van bewuste misleiding dat de regering tegenover het publiek vasthoudt aan aantoonbaar onjuiste cijfers.
Download PDF van “JSF Marketanalysis. How many JSF’s will be produced. September 2009“.

Vraag 8;
Zijn er landen die deelnemen aan het JSF-programma, die hebben aangegeven of overwegen hier uit te stappen?

Antwoord 8:
Voor zover bekend overweegt geen van de negen partnerlanden uit het F-35 programma te stappen. Zeven van de negen landen hebben inmiddels besloten de F-35 aan te schaffen als de vervanger van oudere toestellen. Alleen Denemarken en Nederland hebben dat nog niet gedaan. Wel wordt in Canada het aanschafbesluit nader bezien.

De partnerlanden kijken wel kritisch naar het verloop van het programma en zij maken hun eigen afwegingen over het beste bestelmoment.

Commentaar redactie:
Met “afwegen beste bestelmoment” bedoelt minister Hillen: alle landen, geen uitzonderingen, hebben hun bestellingen jaren en jaren uitgesteld. Deels vanwege de gevreesde problemen bij vroege productietoestellen, deels vanwege budget problemen. Hierdoor is circa 70% (!) van de oorspronkelijk geplande productie tot 2017 vervallen. Voor de industrie betekent dit dat de “return on investment” voor deze periode sterk negatief is. Immers, er is ingezet en geïnvesteerd op een bepaalde productiecapaciteit, deze wordt nu niet ten volle benut.
NIFARP en de Nederlandse industrie horen we hier nooit met een woord over spreken.
Veel landen hebben tevens de omvang van de bestelling aanzienlijk teruggebracht, onder andere Italië en Groot-Britannië. Andere landen (zoals Nederland) houden officieel vast aan oorspronkelijke plangetallen om hun onderhandelingspositie niet te schaden, maar er is geen budget voor.

KANDIDATENVERGELIJKING 2008 ACHTERHAALD

Vraag 23 (9, idem):
Is de kandidatenvergelijking uit 2008 als gevolg van continue stijgende kosten, de voortdurende vertragingen in levertijd en problemen in de software ontwikkeling inmiddels niet achterhaald?

Antwoord 23 (9):
In de kandidatenvergelijking van 2008 zijn drie toestellen beoordeeld op kwaliteit (operationele effectiviteit), prijs (levensduurkosten) en levertijd. Ten aanzien van de kwaliteit bleek uit de kandidatenvergelijking dat twee van de drie toestellen, de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG, het door Nederland gewenste operationele niveau niet halen. De productieversie van de F-35 daarentegen zal zonder meer in staat zijn alle zes door Nederland geformuleerde soorten missies uit te voeren.

Na de kandidatenvergelijking heeft Defensie over de Advanced F-16 en de Gripen NG alleen informatie kunnen vergaren uit open bronnen. Er zijn geen aanwijzingen dat de conclusies over deze toestellen ten aanzien van kwaliteit, prijs en levertijd moeten worden herzien. Lockheed Martin heeft eerder dit jaar een nieuwe versie van de F-16 (Viper) op de markt gebracht die licht is gewijzigd ten opzichte van de Block 60-versie. Voor deze nieuwe versie zijn nog geen verkoopcontracten gesloten. Ten aanzien van de Saab Gripen NG geldt dat de uiteindelijke configuratie nog niet is vastgesteld en dat het toestel nog niet in productie is genomen.

Vanwege de nauwe betrokkenheid bij het F-35 programma heeft Nederland de ontwikkeling van dit toestel goed kunnen volgen. Het verloop van het testprogramma sinds 2008 rechtvaardigt de verwachting dat de F-35 kwalitatief zal voldoen aan de Nederlandse eisen. Zowel ten aanzien van prijs als van levertijd is de stand van zaken echter gewijzigd ten opzichte van 2008. Zoals bekend is het aan een volgend kabinet besluiten te nemen over de vervanger van de F-16, het aantal toestellen en het benodigde budget.

KOSTEN EERSTE TWEE TESTTOESTELLEN

De eerste productiecontracten zijn tussen de 7% en 14% hoger uitgevallen. Gemiddeld moet voor de eerste 63 toestellen circa US$ 11 miljoen worden bijbetaald boven het afgesproken bedrag in het contract. Dit kan nog verder stijgen.

Vraag 19:
Kunt u een uitputtend overzicht geven van alle met het LRIP-contract gerelateerde kosten die doorberekend worden?

Antwoord 19:
Alle kosten voor personeel en materieel voor de productie van het LRIP-3 en het LRIP-4 toestel alsmede de bijkomende middelen spelen een rol bij de berekening van de prijs die de afnemer moet betalen. De berekeningswijze volgens het LRIP-4 contract verschilt echter met die van de eerdere contracten.

Het LRIP-3 contract kent een cost plus incentive fee contractvorm. Deze contractvorm houdt in dat alle door de fabrikant gemaakte kosten worden vergoed, en dat de fee (opslag) hoger is naarmate de totale kosten lager zijn dan de geschatte kosten en omgekeerd. In het LRIP-4 contract zijn een richtprijs en een plafondprijs afgesproken. Als de kosten hoger uitvallen dan de richtprijs, neemt de fabrikant de helft van deze extra kosten voor zijn rekening en de afnemer de andere helft. De afnemer – in dit geval ook Nederland – betaalt bovendien ten hoogste de plafondprijs. Eventuele extra kosten boven de plafondprijs komen volledig voor rekening van de fabrikant. Deze contractvorm staat bekend onder de naam fixed price incentive firm target.

Bij volgende LRIP-contracten zal een steeds groter deel van kostenoverschrijdingen voor rekening komen van de fabrikant. Dit zal uiteindelijk moeten leiden tot een firm fixed price contractvorm waarbij het risico van extra kosten volledig bij de fabrikant ligt.

Commentaar redactie:
Al op 22 februari 2011 schreven we over LRIP4, nog voor het contract definitief was op JSFNieuws dit artikel “De prijs van het tweede JSF testtoestel die niet vast is“. En op 8 april 2011 bij het definitief worden van de testfase schreven we dat het gestelde budget “boterzacht is”. U kunt het hier nalezen, ‘Nieuwe lijken in de kast’. Deze waarschuwing blijkt nu meer dan terecht te zijn geweest. Op Defensie (DMO) kon dit indertijd zondermeer ook duidelijk zijn. Het is een nieuw bewijs van hun gebrek aan professionele beroepshouding ten koste van de belastingbetaler. Meest fnuikend is, dat Defensie voor circa € 120 miljoen per stuk een gevechtsvliegtuig koopt, waarin zoveel ontwerpgebreken schuilen door het slechte proces van ontwerp-testen-produceren, dat er halverwege de bouw al bekend is dat er voor miljoenen aan versleuteld moet gaan worden. En dat grotendeels op kosten van de koper! In elke andere industrie zou dit volstrekt ondenkbaar en onacceptabel zijn voor opdrachtgevers

Auteur: Johan Boeder

JSFNieuws/120705

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jan 19 2011

NRC : VS beter ingelicht over JSF dan Kamer

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Kesteren – In een uitgebreid artikel heeft onderzoeksjournalist Steven Derix van de NRC vanmiddag beschreven hoe binnen Defensie al jaren bekend was dat er geen geld was om het plangetal van 85 toestellen aan te schaffen. De Amerikaanse ambassade werd keurig op de hoogte gehouden, de Kamer werd met vage informatie afgescheept.

Lees in NRC Handelsblad een uitgebreider artikel over het diplomatieke verkeer rond de JSF. Hier een samenvatting van het artikel “VS beter ingelicht over JSF dan Kamer

Hieronder vullen we enkele kernpunten uit het NRC artikel aan met commentaar en de originele Wikicable teksten:

In 2005: al bekend dat er maar geld was voor 50-60 toestellen

In juli 2005, liet toenmalig commandant der strijdkrachten Berlijn de Amerikaanse ambassadeur Sobel weten na te denken „over een manier om het Joint Strike Fighter-programma voorrang te geven”. Dit zou moeten door eerst een kleiner aantal te kopen voorafgaand aan de volgende verkiezingen, zodat de JSF bij de verkiezingen geen punt van discussie meer zou zijn. CDS Berlijn zou nadenken over een methode om eerst een veilig en aanvaardbaar “initieel getal” van 50-60 toestellen te kopen. Een sterk staaltje van ongewenste politieke bemoeienis door militairen, buiten de parlementaire democratie om.

Wikicable The Hague - 22-jul-2005

C) Berlijn then turned discussion to the Joint Strike Fighter (JSF), and noted that he was looking for ways to prioritize JSF in the Dutch government. He wished to “”depoliticize”" the issue prior to the May 2007 elections by working to get a commitment from the Dutch government in 2006 for the purchase of an initial, “”acceptably safe”" number of 50-60 JSFs. By depoliticizing the issue with this initial purchase, he suggested that options remained open to eventually buy over 80 JSFs in total. He commented that “”even the leftists agree that this is the best fighter we
could acquire”". Berlijn acknowledged that if the Dutch want to keep their aerospace industry alive, they must be actively involved with both JSF and the Airbus 380.

Gevoelig punt voor Business Case (MFO)

Dit verklaart wellicht waarom toenmalig Staatssecretaris van Defensie Van der Knaap (CDA), nu burgemeester van Ede, de Kamer weliswaar voorhield 85 JSF’s te willen kopen, maar dan in twee “batches”. De volle waarheid kon nog niet gezegd worden, mede vanwege de passage in de Medefinanciering Overeenkomst (MFO) uit 2002 met het bedrijfsleven, waarin 85 als basisgetal stond genoemd, en waarin stond aangegeven dat als er eerder een politiek besluit zou vallen dat het er minder werden, de overheid zou opdraaien voor een correctie op de afdracht in de business case. Een van de redenen om tot na 1 juli 2008 (de meetdatum) strikt aan het getal van 85 vast te houden.
Van der Knaap hield de Kamer voor dat alle opties open waren, terwijl Defensie in 2005 al wist dat 85 toestellen aanschaffen onhaalbaar was. In antwoord op Kamervragen (26488-34, 7-10-2005) meldde Van der Knaap dat “Nog wordt bezien wat de kwantitatieve behoefte aan jachtvliegtuigen is” terwijl de Amerikaanse ambassadeur al meer wist en intern alle verschillende scenario’s al uitgebreid bekeken en vastgelegd waren omdat toen al volstrekt duidelijk was dat er geen budget zou zijn voor de aanschaf van 85 JSF’s.

Het bezoek van Admiraal Nagtegaal

Op 22 augustus 2005 bezocht Admiraal Nagtegaal de US Ambassade en uit dit bezoek blijkt dat de Amerikanen ook al wisten dat in de USA onderzoek naar een aangepast JSF aantal gaande was, in het kader van de Amerikaanse strategische verkenningen (QDR) zonder dat beslissingen waren genomen. In de MOU-PSFD in 2006 werd echter volgehouden dat de USA het volledige aantal JSF’s zou afnemen. Dat overwogen werd dit aantal te reduceren is nooit gemeld, en direct na het ondertekenen van de MOU-PSFD kwam naar buiten dat de USA de aanschaf van enkele honderden JSF’s naar de toekomst (2028-2035) ging “schuiven”. Wat als dit voorafgaand aan het debat in 2006 aan de Kamer (en andere internationale partners) was gemeld. Defensie wist het in ieder geval.
Hier de Wikicable TheHague 22-aug-2005:
Affect on JSF?
(S) Adm. Nagtegaal asked how the QDR might affect plans for the JSF program. Thomas explained that no decisions have been taken on JSF but that deliberations are ongoing. Multinational participation in the program is a
consideration. He said that QDR deliberations were informed by a long-term strategic framework and the transition over time to unmanned aircraft. In this regard, he noted that JSF would likely be the last major manned tactical aircraft program. A key question would be how JSF and other aircraft programs would fit into such a transition. DoD is looking at a number of options, including reducing the number of JSF variants. Thomas noted that international participation informed deliberations about the program. He noted that on their current timelines some of the studies and analyses that would inform decisions on JSF would not be completed until after the QDR report was submitted. Thus, some decisions might not be made until sometime in 2006. Adm. Nagtegaal said that he would advise his leadership that reducing the number of JSF variants was under consideration although no decisions have been taken.

KRO Reporter september 2009

Onder de titel “De onbetaalbare Joint Strike Fighter” zond KRO Reporter op zondag 6 september 2009 een documentaire uit over de “duurste wapenaankoop uit de Nederlandse geschiedenis: 85 Joint Strike Fighters.” Ze laten staatssecretaris Jack de Vries van defensie aan het woord die verdedigt dat de JSF het beste toestel is voor de beste prijs. Maar uit vertrouwelijke documenten blijkt dat de prijs van de JSF het Nederlandse defensiebudget ver te boven gaat. KRO-Reporter reconstrueert hoe Defensie al in 2005 tot de conclusie kwam dat de JSF onbetaalbaar is, en besloot om dat voorlopig maar even stil te houden. Een defensie woordvoerster reageerde, namens de bewindslieden, indertijd op de uitzending met “Deze aanpak is ook bekend bij de Kamer. Het aantal van 85 is dus altijd overeind blijven staan en in de plannen verwerkt. Dit blijkt nu dus in strijd met de werkelijkheid te zijn

Kamervragen naar aanleiding van KRO uitzending

Naar aanleiding van de toenmalige onthulling in september 2009 van een lager aantal JSF’s, nu dus bevestigd in de Wikicables, stelden de Kamerleden Van Velzen (SP), Brinkman (PVV) en Pechtold (D66) Kamervragen aan de staatssecretaris van defensie en de minister van economische zaken.
De uitgebreide vragen
Vraag 1: <…>Is het juist dat de Kamer niet geïnformeerd is over dit budgettekort? Waarom heeft u er voor gekozen deze belangrijke informatie niet met de Kamer te delen?

Vraag 2 :<…> Deelt u onze mening dat uit deze documenten blijkt dat er doelbewust een te hoog plangetal gehanteerd bleef worden om de Amerikaanse industrie zand in de ogen te strooien? Deelt u onze mening dat dit bedrog is?

Vraag 3: Kent u de formulering in hetzelfde document over het hanteren van een toen irreëel plangetal van 85 ‘Voorts is aangegeven dat dit aantal wordt gehanteerd voor externe communicatie en als planningsaantal voor de PSFD MoU onderhandelingen’ ? Deelt u ons mening dat hier willens en wetens een belangrijk gegeven, namelijk dat u geen mogelijkheden had om 85 JSF toestellen aan te schaffen, verzwegen werd? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4: Waarom bent u in de jaren na 2005, tot op de dag van vandaag, blijven werken met het plangetal 85? Kunt u hardmaken dat er nu wel voldoende geld beschikbaar is om deze enorme hoeveelheid vliegtuigen aan te schaffen?

Vraag 5: Kunt u verklaren waarom u niet in 2005 maar pas jaren later het budget voor de vervanging van de JSF aanzienlijk verhoogd heeft en daarbij niet verwees naar de budgettekorten die al in 2005 bekend blijken te zijn?

Vraag 7: Was de Nederlandse industrie op de hoogte van het feit dat al in 2005 intern bekend was dat het plangetal van 85 JSF’s onhaalbaar was? Deelt u onze mening dat de businesscase aangepast had moeten worden op basis van deze informatie? Wanneer is Lockheed Martin op de hoogte gebracht van de financiële onhaalbaarheid van het aanschaffen van de 85 JSF’s?

Vraag 8: Is het verzwijgen van de onhaalbaarheid van 85 JSF’s onderdeel van de huidige arbitrage tussen de Staat en de industrie over het afdrachtspercentage op basis van de business case?

Het antwoord op vraag 7 moet dus luiden, dat Lockheed Martin in 2005 ook al op de hoogte was, via de Amerikaanse ambassade en daar met het toekennen van werk aan Nederland mogelijk vanaf dat moment rekening gehouden heeft.

Het antwoord uit 2009 op deze vragen

Mogelijk zullen Kamerleden opnieuw vragen gaan opstellen, ze kunnen tijd sparen door de vragen van 2009 te kopiëren. En de ambtenaren bij Defensie kunnen tijd sparen door dezelfde antwoorden uit 2009 bij de hand te houden; scheelt dat in ieder geval weer tijd en belastinggeld. Dat antwoord luidde in 2009 (en is met wat kleine veranderingen zo opnieuw te gebruiken):

In de uitzending van het tv-programma Reporter van 6 september jl. is ingegaan op de gang van zaken in 2005 met betrekking tot het project Vervanging F-16. In het bijzonder is in de uitzending gemeld dat Defensie in 2005 heeft geconcludeerd dat het projectbudget ontoereikend zou zijn en dat Defensie hieraan gevolgen heeft verbonden, zonder de Kamer hierover te informeren. Graag wil ik hierbij een toelichting geven op de werkelijke gang van zaken.

In 1999 en 2002 is de Kamer met respectievelijk de A-brief en de B/C-brief (Kamerstukken 26488-1+8) geinformeerd dat een tentatieve schatting van het budget van het project Vervanging F-16 10 miljard gulden (€ 4,5 miljard) bedroeg in prijspeil 1998. Daarbij is gemeld dat bij dit bedrag nog geen aantallen of prijzen in beschouwing waren genomen. Van een vastgesteld projectbudget was toen nog geen sprake. In 2002 is alleen een besluit genomen over de Nederlandse deelneming aan de ontwikkeling (System Development and Demonstation, SDD-fase) van de Joint Strike Fighter (JSF) en niet over de aanschaf van de JSF zelf. Voor de berekeningen ten behoeve van een afweging tussen wel of niet meedoen aan de SDD-fase is gekozen voor het planningsaantal van 85 toestellen. Zoals in de B/C-brief is uiteengezet, zou dit getal in operationele termen een reëel aantal kunnen zijn, maar het betrof uitdrukkelijk geen kwantitatieve behoeftestelling.

Vanaf 2002 zijn voorbereidingen getroffen voor een aanschafbesluit van de JSF als vervanger van de F-16. Dit besluit was destijds voorzien voor 2006 of 2007.

Als onderdeel van de verwervingsvoorbereidingsfase (D-fase) zijn in 2005 en 2006 ambtelijke studies verricht naar mogelijke vervangingsschema’s. Het planningsgetal van 85 en het tentatieve budget van € 4,5 miljard waren daarbij het uitgangspunt. De mogelijkheid het aantal vervangende toestellen niet in één keer te bestellen maar in batches is in de studies uitgebreid aan de orde gekomen. De Kamer is reeds op 7 maart 2002 (Kamerstuk 26 488 nr. 9) geïnformeerd dat een batch-benadering tot de mogelijkheden behoorde.

In 2005 was nog steeds geen definitief projectbudget vastgesteld. Het tentatieve budget uit 1999 van € 4,5 miljard (prijspeil 1998) bleek in de eerste fase van de studies met de prijsinformatie die begin 2005 beschikbaar was, ontoereikend te zijn voor 85 toestellen. Er is echter nooit sprake geweest van een besluit het planningsaantal van 85 te verlagen.
Dat was pas aan de orde geweest als zou zijn besloten het tentatieve projectbudget niet te verhogen. Evenmin is er een besluit genomen over een aantal voor een eerste batch. Bij het ontbreken van politieke besluitvorming was er geen aanleiding de Kamer over de voortgang van deze ambtelijke studies te informeren. De gebruikelijke gang van zaken van het Defensie Materieelproces is dat de regering de Kamer een verwervingsbesluit voorlegt met een D-brief. In een dergelijke brief wordt tot in detail ingegaan op alle relevante aspecten van de verwerving, waaronder de aantallen en het beschikbare budget. Na de val van het kabinet-Balkenende-2 in juni 2006 was een verwervingsbesluit niet meer aan de orde en is de ambtelijke voorbereiding stopgezet. De Kamer heeft in 2006 dan ook geen D-brief over de vervanging van de F-16 ontvangen. Zoals bekend is in april van dit jaar met de motie-Hamer (Kamerstuk 26 488 nr. 178) besloten het aanschafbesluit uit te stellen tot 2012.

De batch-benadering is in 2007 verder uitgewerkt in de beleidsbrief ‘Wereldwijd dienstbaar’ (Kamerstuk 31 243 nr. 1). Tijdens het wetgevingsoverleg Materieel van 12 november 2007 is de batch-benadering aan de orde geweest, waarbij mijn ambtsvoorganger heeft laten blijken dat werd gedacht aan een eerste batch van tussen de 50 en 60 toestellen.

Uiteindelijk is na de ontvangst van nieuwe kosteninformatie eind 2006 besloten het budget te verhogen tot € 5,5 miljard (prijspeil 2005) op basis van het planningsaantal van 85 toestellen, en het aangepaste projectbudget te verwerken in de defensieplannen voor de langere termijn. De jaarrapportage over 2006 die de Kamer op 11 april 2007 heeft ontvangen (Kamerstuk 26 488 nr. 58) maakt melding van het aangepaste projectbudget. De Algemene Rekenkamer (ARK) heeft in haar rapport ‘Monitoring verwerving Joint Strike Fighter: stand van zaken september 2006’ (Kamerstuk 26 488 nr. 51, 11 oktober 2006), eveneens melding gemaakt van een raming van het projectbudget van € 5,5 miljard. Dit betrof een berekening uit de zomer van 2006 die nadien nog enigszins is aangepast. Het ARK-rapport, inclusief de raming van het projectbudget van € 5,5 miljard, is uitgebreid aan de orde geweest tijdens de plenaire behandeling van de defensiebegroting 2007 op 17 en 18 oktober 2006. Het projectbudget is sindsdien nog twee keer aangepast en bedraagt thans € 6,154 miljard (prijspeil 2008). Ik verwijs hiervoor naar de brief van 29 februari 2008 (Kamerstuk 26 488 nr. 65) en de jaarrapportage over 2008 van 27 maart 2009 (Kamerstuk 26 488 nr. 159). Met de defensiebegroting voor 2010 die de Kamer op Prinsjesdag zal worden aangeboden, wordt het projectbudget aangepast naar prijspeil 2009.

Hiermee hoop ik de gerezen onduidelijkheid te hebben weggenomen. In de uitzending van Reporter kwamen nog enkele onderwerpen aan bod die samenhangen met de vervanging van de F-16. Deze zijn al eerder met de Kamer besproken.

Een soortgelijk antwoord kan anno 2011 volstaan. En daarmee zal ongetwijfeld ook deze onthulling via Wikileaks over Berlijn’s bezoek aan de ambassade in 2005 voor Minister Hillen op bevredigende wijze aflopen. Mits Kamerleden bereid zijn echt antwoord te verlangen.

Later deze week: meer over de andere Wikileaks JSF cables van post “The Hague”.

Auteur: Johan Boeder

JSFNieuws-110119/JB

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Feb 10 2010

Brief herijking informatiebehoefte JSF vooral vaag

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – Naar aanleiding van de eerdere discussie in de Vaste Commissie voor Defensie in oktober 2009 over de behoefte aan meer adequate informatie over het vervangingsproces van de F-16 heeft de Kamer op 22 januari 2010 een brief gehad waarin de hoofdlijnen worden uiteengezet van deze aangepaste behoefte.

De brief gaat slechts in op “enige aspecten” van deze informatiebehoefte in plaats van, zoals door de Kamer verzocht op een meer integrale en jaarlijks gelijke wijze van rapporteren met aandacht voor aanverwante onderwerpen en een verwijzing naar hoe een en ander gerelateerd wordt aan een lange termijn visie, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in de “Defensie Verkenningen”.

Belangrijke beslissingscondities voor de koop van het tweede testtoestel zijn vastgelegd in de “Motie Hamer” van april 2009 (geluidsrapportage volledig af; businesscase volledig vaststaand; geen prijsoverschrijding eerste twee toestellen ten opzichte van budget voor IOT&E fase). Maar ten aanzien van de geluidsproblematiek met geen woord gerept over het verzoek om een “second opinion” onderzoek gedaan door de Provincie Friesland en gemeenten rond Leeuwarden, wat vrijwel zeker zal leiden tot vertraging van deze rapportage.
En een einddatum wanneer over deze drie aspecten duidelijkheid kan worden gegeven ontbreekt eveneens (dat zou toch pakweg 15 maart moeten zijn, wil men nog kunnen meedoen in de LRIP-4 serie voor het tweede testtoestel).

Wat verder opvalt is dat ondanks het verzoek van de Kamer om, gelet op de voorbereiding van een definitieve beslissing in 2012, op de hoogte te blijven van alternatieve toestellen, dit verzoek feitelijk door Defensie naast zich neer wordt gelegd. Kortom, in plaats van duidelijkheid te geven, lijkt de Brief een poging om rond de JSF zoveel mogelijk in het ongewisse te laten met zoveel mogelijk uitwegen voor een vrije interpretatie. Dat was niet wat de Kamer in oktober 2009 heeft gevraagd. Na commentaar is inmiddels (28 januari 2010) een uitgebreider schrijven gevolgd.

De inhoud van de brief in eerste instantie (22 januari 2010) van de Staatssecretaris van Defensie aan de Kamer:

Op 27 oktober 2009 heeft de vaste commissie voor Defensie in een brief de herijking van de informatiebehoefte inzake de jaarrapportages van het grote project Vervanging F-16 (kenmerk 2009Z19758/2009D52267) aan de orde gesteld. De voorbereiding van de jaarrapportage van het project Vervanging F-16 over 2009 is inmiddels begonnen en de minister van Economische Zaken en ik streven ernaar de Kamer deze begin april 2010 aan te bieden. Bij de opstelling van de jaarrapportage vormt de herijkte informatiebehoefte zoals beschreven in de bovengenoemde brief van 27 oktober jl. het uitgangspunt. Vooruitlopend op de jaarrapportage zal ik, mede namens de minister van Economische Zaken, in deze brief ingaan op enige aspecten van de herijkte informatiebehoefte.

De Kamer heeft met ingang van de jaarrapportage over het jaar 2009 onder meer gevraagd om standaard informatie op te nemen over de exploitatiekosten van de F-35 en de gerelateerde kosten die buiten de projectdefinitie vallen, een financieel overzicht van de meerjarenplanning en informatie over alternatieven en eventuele uitstap- en uitstelkosten. Aan dit verzoek zal worden voldaan door met geactualiseerde informatie te rapporteren op basis van de opzet van het addendum dat bij de jaarrapportage over 2008 is verstrekt (Kamerstuk 26 488 nrs. 167 en 173). De financiële informatie zal worden weergegeven in het prijspeil van het jaar waarover wordt gerapporteerd. Daarnaast zal ter wille van de vergelijkbaarheid sommige financiële informatie ook in het prijspeil van eerdere jaren worden weergegeven.

In de toelichting op de brief van de vaste commissie voor Defensie wordt verzocht in de jaarrapportages een overzicht op te nemen van de kosten van de Advanced F-16, de Eurofighter, de F-35, de Rafale en de Saab Gripen NG. Aan dit verzoek kan ik om de volgende redenen niet volledig voldoen. In juli 2008 hebben de producenten van de Eurofighter en de Rafale laten weten geen medewerking te zullen verlenen aan de actualisering van de kandidatenevaluatie voor de vervanging van de F-16. De Kamer is daarover geïnformeerd met de brief van 17 juli 2008 (Kamerstuk 26 488 nr. 99).

Tijdens de gesprekken die ik hierover met de fabrikanten heb gevoerd is aan de orde geweest dat een besluit om niet te participeren in de kandidatenevaluatie zou betekenen dat Defensie hun toestellen de facto niet langer als kandidaat zal beschouwen. De fabrikanten waren zich hiervan bewust. Daarom zal ik over deze toestellen informatie uit openbare bronnen in de jaarrapportage opnemen.

Over de kosten van de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG is de Kamer geïnformeerd met deel 4 van het rapport over de kandidatenevaluatie dat de Kamer op 18 december 2008 vertrouwelijk is aangeboden (Kamerstuk 26 488 nr. 129). Op basis van informatie uit openbare bronnen zal in de jaarrapportage over 2009 worden ingegaan op ontwikkelingen rondom de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG op het gebied van onder meer de voortgang in de (door)ontwikkeling van de toestellen en de orderportefeuille. Met betrekking tot de geluidsaspecten van de F-35, de Advanced F-16 en de Saab Gripen NG zal de jaarrapportage zich beperken tot de hoofdlijnen van de rapporten van het NLR uit 2009.

Voorts verzoekt de commissie in de toekomstige jaarrapportages een overzicht en uiteenzetting van de bevindingen op te nemen uit audits die bij de ministeries zijn uitgevoerd in het kader van het project Vervanging F-16. Zoals elk jaar zal het assurance rapport van de Auditdienst Defensie en de Auditdienst Economische Zaken conform de regeling grote projecten als afzonderlijk document worden aangeboden. Ik streef ernaar de jaarrapportage over 2009 en het bijbehorende assurance rapport net als de afgelopen jaren gelijktijdig aan te bieden. In de jaarrapportage zal daarom alleen worden ingegaan op bevindingen van andere audits, zoals het rapport ‘Monitoring verwerving Joint Strike Fighter’ van de Algemene Rekenkamer.

Daarnaast verzoekt de commissie in de jaarrapportage over 2009 in te gaan op de reden van elke vertraging die is opgetreden in het arbitrageproces van de JSF businesscase. De minister van Economische Zaken heeft de Kamer op 27 november jl. geïnformeerd over de uitkomst van de arbitrage (Kamerstuk 26 488 nr. 207). In deze brief is gemeld dat overleg met de sector gaande is over een ook voor de industrie verantwoorde uitvoering van dit vonnis, waarbij wordt gestreefd naar een goede balans tussen de afdrachtverplichting van de industrie en overige belangen die in het geding zijn. Na voltooiing van dit overleg zal de Kamer afzonderlijk worden geïnformeerd over de resultaten van het overleg en het arbitrageproces. In de jaarrapportage zal derhalve op hoofdlijnen worden gerapporteerd over de arbitrage.
Bron:
Brief Tweede Kamer van Ministerie van Defensie; 22-jan-2010

JSFNIEUWS100210-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Jan 26 2010

Kamervragen over JSF Business Case

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – Vanuit politiek Den Haag komen vaak alleen de voor een breed publiek interessante hoofdlijnen in de publiciteit. De gangbare media geven vaak een betrekkelijk klein gedeelte weer van datgene wat in de Tweede Kamer en in de achterliggende Vaste Kamercommissies aan werk wordt uitgevoerd. Zo werd recent een lijst vragen ingediend naar aanleiding van de uitkomst van de Arbitrage inzake de JSF Business Case.

Het geeft iets weer van de complexiteit omtrent deze JSF Business Case en het spanningsveld waarbinnen de industrie en overheid op dit punt moet opereren. Een steeds verder naar de toekomst uitgestelde productieomzet met lagere productie aantallen in een situatie waarin heftige concurrentie is op prijs-kwaliteit, waarbij andere JSF partnerlanden meedingen naar orders en waar, als nieuwe mededingers, landen die interesse hebben zoals Zuid-Korea, Singapore, Israël vanuit oogpunt van compensatie orders met hun goedkope industrie eveneens willen meedingen naar een stuk van de JSF omzet.

Vragenlijst JSF Business Case

Hieronder laten we de lijst met gestelde vragen (niet van een enkele politicus, maar van de gezamenlijk Vaste Kamer Commissie van Defensie) letterlijk volgen:

Vraag 1: Bedingen andere partnerlanden ook afdrachtpercentages van hun industrie?
In hoeverre schaadt een afdrachtpercentage van 4,49 over de te behalen omzet de positie van de Nederlandse industrie in het Joint Strike Fighter(JSF)-programma?

Vraag 2: Moet bij een afdrachtpercentage van 4,49 gevreesd worden voor het naar beneden bijstellen van de omzetprognoses door de industrie? Bestaat daardoor niet het risico dat er dus ook minder afgedragen zal worden door de industrie aan de Staat en dat derhalve een gat in de business case ontstaat?

Vraag 3: In hoeverre acht de regering de luchtvaartindustrie in staat om een afdrachtpercentage van 4,49 door te berekenen aan derden?

Vraag 4: Waarom wordt nu een definitief afdrachtpercentage van de industrie geëist over te behalen omzet in de productie van de JSF, terwijl er nog geen aanschafbesluit over de JSF genomen is? Wordt hiermee niet vooruitgelopen op een definitieve keuze voor de JSF?

Vraag 5: Moet uit het feit dat zowel het Scheidsgerecht als de regering aangeven dat er voordelen gemoeid zijn aan de System Design and Demonstration (SDD)-deelname, die niet zijn meegenomen in de business case, worden geconcludeerd dat deelname aan de SDD-fase een voordeel van maar liefst €300 miljoen oplevert voor de belastingbetaler? Was dit de oorspronkelijke bedoeling van de business case en de noodzaak tot afdracht van omzet van de industrie om het gat te dichten? Is de regering bereid om de business case open te breken en de extra voordelen erin te verdisconteren?

Vraag 6: Hoe beoordeelt de regering de toekomstperspectieven voor de Nederlandse luchtvaartindustrie in het licht van de economische crisis en het thans vastgestelde afdrachtpercentage? Heeft de regering bij de herijking van de business case rekening gehouden met de gewijzigde economische omstandigheden?

Vraag 7: Is het waar dat de industrie geen lening kan krijgen bij banken ten behoeve van het JSF-programma, zo lang het politieke besluit tot aanschaf van de JSF nog niet genomen is? Zo ja, is de regering bereid een bankgarantie af te geven?

Vraag 8: Welke dollarkoers wordt gehanteerd bij het project vervanging F-16? Wordt dezelfde dollarkoers gehanteerd bij de herziening van de business case? Zo nee, waarom niet?

Vraag 9: Waarom handelt de regering naar de juridische letter van de Medefinancieringsovereenkomst, maar wordt de politieke en economische werkelijkheid buiten beschouwing gelaten?

Vraag 10: Is het waar dat Nederland als SDD-partner geen ontwikkelingskosten hoeft te betalen bij aanschaf van de JSF? Hoe groot is het voordeel van de SDD-deelname in relatie tot kopen van de plank, gezien het feit dat de ontwikkelingskosten gestegen zijn en wel (gedeeltelijk) betaald zullen worden door derde landen die van de plank kopen? In hoeverre is dit meegenomen in de herijking van de business case?

Vraag 11: Acht de regering het denkbaar dat veel bedrijven zullen afhaken in het JSF-project, omdat orders risicovol of zelfs verliesgevend worden bij een afdrachtpercentage van 4,49? Zo ja, welke consequenties kan dit hebben voor (het tekort van) de business case?

Vraag 12: Kunnen alsnog alle uitgangspunten, overwegingen, berekeningen en conclusies in de diverse stadia van de herberekening van de JSF business case en van de arbitrageprocedure daarover openbaar gemaakt worden?
Zo nee, waarom niet en wanneer dan wel?

Vraag 13: Welke (a) productieaantallen en (b) kostprijs van de JSF en welke (c) omzetverwachtingen voor de Nederlandse industrie liggen ten grondslag aan de herberekening van de JSF business case en de arbitrage?
In hoeverre acht u deze drie (a t/m c) nu nog realistisch, en op welke recente informatie baseert u zich daarbij?

Vraag 14: Over welke zaken heeft het Scheidsgerecht vooraf en tijdens de lopende arbitrageprocedure informatie bij en standpunten van de regering (c.q. van de departementen EZ, Financiën en/of Defensie) opgevraagd en/of getoetst, en welke posities zijn daarbij van regeringszijde ingenomen?Vraag 15: Waarom is bij de arbitrage door het Scheidsgerecht vooruit gelopen op het politiek nog te nemen besluit over de eventuele, daadwerkelijke deelname aan de Initial Operational Test and Evaluation (IOT&E) fase met twee testvliegtuigen, conform de motie Hamer c.s.? Wat is het oordeel van de regering daarover?

Vraag 16: Welke gevolgen zal een politiek besluit tot het NIET aanschaffen van twee JSF-testtoestellen hebben voor de arbitrage-uitkomst en het naleven daarvan?

Vraag 17: Daar waar in de brief gesproken wordt over het “bezwaar van de Luchtvaartindustrie” etc. kan precies omschreven worden welke bedrijven etc. tot deze “Luchtvaartindustrie” gerekend moeten worden en hoe de besluitvorming binnen dit cluster bedrijven tot stand kwam en komt?
Kan daarbij tevens per bedrijf aangegeven worden in hoeverre het hier op dit moment nog gaat om een Nederlands bedrijf en in hoeverre het per bedrijf gaat om naar verwachting te realiseren werkgelegenheid in Nederland?

Vraag 18: In hoeverre hebben de betrokken bedrijven ook al ingestemd met de uitkomst van de arbitrage, dan wel op welke termijn is die instemming te verwachten?

Vraag 19: Welke (potentieel) betrokken bedrijven hebben reeds aangegeven niet in te zullen stemmen met de uitkomst van de arbitrage, dan wel daaraan niet te zullen meewerken? Om welk aandeel in de verwachte Nederlandse omzet van de JSF-productie gaat het daarbij?

Vraag 20: In hoeverre zullen Nederlandse bedrijven, die niet willen bijdragen aan een definitief vastgesteld afdrachtpercentage, nog in de gelegenheid gesteld worden om mee te dingen naar opdrachten in het kader van het JSF-project c.q. de JSF-productie in de ruimste zin van het woord?

Vraag 21: Worden Nederlandse bedrijven, die niet willen bijdragen aan een definitief vastgesteld afdrachtpercentage, uitgesloten van iedere nieuwe opdracht in het kader van het JSF-project c.q. de JSF-productie in de ruimste zin van het woord?

Vraag 22: Wat is het oordeel van de regering over de werkwijze van het Scheidsgerecht om niet “de werkelijk betaalde dollarkoers” te hanteren, maar een “gewogen gemiddelde dollarkoers”? Kunt u dit oordeel ook toelichten? Wat is het directe gevolg van deze handelswijze van het Scheidsgerecht voor de Nederlandse “belastingbetaler”?

Vraag 23: Acht de regering de nu gerealiseerde herberekening van het afdrachtpercentage en de wijze van totstandkoming geheel conform alle schriftelijke en mondelinge garanties van de toenmalige minister Zalm van Financiën, o.a. dat de Nederlandse deelname aan de SDD-fase de belastingbetalers geen cent zal kosten?Zo neen, in welke opzichten en in hoeverre is daaraan niet geheel voldaan?

Vraag 24: Is het mogelijk de informatie over deze arbitragezaak die eerder vertrouwelijk aan de Kamer is gestuurd nu deze zaak is afgerond openbaar te maken? Zo nee, welke redenen heeft u nu nog om dit niet te doen?

Vraag 25 Bent u bereid om, gezien het hier gaat om grote bedragen belastinggeld, alle achterliggende stukken openbaar te maken en daar waar dit niet mogelijk is dit richting de Kamer te beargumenteren?

Vraag 26: Kunt u toelichten waarom er in de brief gesproken wordt over de werkelijk betaalde dollarkoers van 1.05587 euro? Herinnert u zich nog uw eerdere brieven in 2002 aan de Kamer waarin gemeld dat het dollarrisico zou worden afgedekt door het kopen van termijndollars tegen een koers van 1,15 euro?

Vraag 27 Kunt u gedetailleerd uitleggen wanneer, en tegen welke koers er termijndollars zijn gekocht om de SDD-bijdrage te betalen?

Vraah 28: Wat is het totale bedrag aan SDD-gelden dat tot nu toe is overgemaakt aan de VS in euro’s 2009?

Vraag 29: Welke balans bedoelde u toen u in november schriftelijk aangaf dat ‘Over de wijze van een ook voor de industrie verantwoorde uitvoering van dit vonnis wordt op korte termijn met de sector overleg gepleegd, waarbij ik streef naar een goede balans tussen de afdrachtverplichting van de industrie en de overige in het geding zijnde belangen’? Welke overige belangen werden hier bedoeld? Op welke wijze zijn deze belangen meegenomen in het uiteindelijke afdrachtpercentage?

Vraag 30: Is het juist dat bij de uitspraak van de arbiters uitspraak is gedaan terwijl geen publiek aanwezig kon zijn?

Vraag 31: Kunt u exact aangeven hoe u de motie Hamer c.s. uit gaat voeren waarin staat dat op basis van de verschillende criteria waaronder de uitkomst van deze arbitragezaak de definitieve keuze voor de deelname aan de testfase gemaakt kan worden?

Vraag 32: Klopt het dat het Tekort met € 50 miljoen is gezakt en dat de industrie bereid is om op termijn een hoger percentage af te dragen?

Vraag 33: Is het mogelijk bestaande innovatieregelingen aan te wenden om het Tekort bij te passen? Immers is een verschil van € 100 miljoen in een sector die cruciaal is voor de kennisontwikkeling en, bij aanschaf van de JSF, er zeker €10 miljard (factor 1000) aan orders opgebracht zal worden wat een veelvoud van € 100 miljoen aan belastinginkomsten zal betekenen?

Vraag 34: Heeft de regering nog overwogen om de JSF nu reeds aan te schaffen vanwege het miljardenvoordeel dat dit de schatkist zal opleveren?

Vraag 35: Kunt u aangeven op basis van welke redenering en berekening het huidige meer dan gehalveerde afdrachtpercentage is vastgesteld?

Vraag 36: Kan de Kamer de exacte onderliggende berekening ontvangen op basis waarvan geconcludeerd wordt dat een afdrachtpercentage van 4.49 volstaat?

Vraag 37: Hebben de bedrijven ingestemd met het vastgestelde afdrachtpercentage? Op welke wijze hebben ze dat gedaan?

Vraag 38: Welke bedrijven gaan dit afdrachtpercentage betalen?

Vraag 39: Wanneer zullen de eerste betalingen plaatsvinden?

Vraag 40: Kunt u een schema aanleveren waaruit duidelijk wordt welke bedrijven in welke termijnen welke bedragen over zullen gaan maken?

Vraag 41: Waarom is het risico dat de dollar in waarde zou verminderen ten opzichte van de euro niet afgedekt c.q. afgeschermd door deze te ‘hatchen’?

Vraag 42: U bevestigd in uw brief het percentage van 4,49. Valt dit afdrachtpercentage te kwalificeren als een ‘omzetbelasting’ die afhankelijk is van daadwerkelijke omzet en dus sterk de marge onder druk zet?

Vraag 43: Wat is de invloed van deze afdracht op het concurrentievermogen van de industrie en wat is het risico dat bedrijven hun werk naar goedkopere, buitenlandse vestigingen brengen?

Vraag 44: Wat is het verdienvermogen van de Nederlandse luchtvaartindustrie? Is dit meegewogen in de oordeelsbepaling van het Scheidsgerecht?

Vraag 45: Is het juist te veronderstellen, gegeven de gebruikelijke marges, dat alles boven de 3% leidt tot productie werken tegen de kostprijs?

Vraag 46: In hoeverre is bij de definitieve vaststelling van het afdrachtpercentage rekening gehouden met de gewijzigde economische omstandigheden en de dollarkoersratio?

Vraag 47: Kan het totale bedrag aan SDD gelden, bij een afdrachtpercentage van 4,49 door de industrie, en rekening houdend met de verwachtingen zoals ze zijn gebruikt bij het vaststellen van het nieuwe afdrachtpercentage in 2008 van 10,1 procent, worden ‘terugverdiend’ door de staat?

Vraag 48 Is het waar dat er, uitgaande van de herberekening van de business case in 2008, een tekort is van 145 miljoen euro?

Vraag 49: Hoe groot is het tekort nu er een afdrachtpercentage van minder dan de helft van het oorspronkelijke percentage is vastgesteld?

Vraag 50: Kunt u aangeven hoe dit nieuwe afdrachtpercentage in de begroting van Economische Zaken en Defensie verwerkt zullen worden?

Vraag 51: Welke extra kosten levert deelname aan de ontwikkeling van de JSF de belastingbetaler op?

Vraag 52 Kunt u toelichten waarom de arbiters het ‘voordeel’ van deelname aan de IOT&E van 200 miljoen euro meewegen in hun oordeel? Deze staat toch totaal los van de onderdelen die het afdrachtpercentage zouden moeten bepalen? Zo nee, op welke wijze zou het vermeende voordeel van de IOT&E fase van invloed zijn op de business case en dus het afdrachtpercentage voor de industrie?

Vraag 53: Deelt u het oordeel dat dit voordeel in zijn geheel zou komen te vervallen, indien Nederland, net als de overgrote meerderheid van de JSF-partners, af zou zien van deelname aan de IOT&E?

Vraag 54: Deelt u de conclusie dat als het ‘ voordeel’ van IOT&E deelname in de business case worden betrokken, ook nadelen van de SDD-deelname, zoals de aanschaf van relatief dure toestellen in LRIP-fase, zouden moeten worden meegewogen?

Vraag 55: Als er nieuwe elementen dienen te worden meegewogen in de business case, waarom is de ‘ eenmalige bijdrage’ van het ministerie Economische Zaken van 42 miljoen euro uit 2002 niet bij de vergelijking betrokken?

Vraag 56: Heeft u inmiddels overleg gehad met de sector zoals u in november aangaf?

Vraag 57 Ging dit overleg slechts over de uitvoering van de uitspraak van de arbiter of ook over de inhoud van de uitspraak?

Vraag 58: Welke bedrijven hebben niet ingestemd met de uitspraak van de arbiter? Waarom niet? Welk effect heeft dit op de afdracht van de anderen? Welk effect heeft dit op de businesscase? Hoeveel geld schiet de belastingbetaler er hier bij in?

Vraag 59 Het Scheidsgerecht geeft aan dat er additionele voordelen zijn van deelname aan de ontwikkelingsfase ten opzichte van een eigen uitgevoerde testfase te waarde van ongeveer € 200 miljoen. Zou dit concrete voordeel voor de overheidsfinanciën meegenomen moeten worden in de business case?

Vraag 60: De contante waarde van de bijkomende voordelen wordt door u geschat op € 150 miljoen. Op welk bedrag en percentage zou het Tekort uitkomen als deze voordelen en de gewogen gemiddelde dollarkoers beide zouden worden meegewogen in de business case?

Bron: Tweede Kamer, Vaste Commissie voor Defensie; Jan-2010; vragen JSF Business Case

JSFNIEUWS100125-JG/jg

9 reacties op dit bericht...

Dec 04 2009

Kamerbrief JSF Business Case afdracht

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – Op 2 december 2009 heeft de Tweede Kamer een brief gehad van de Minister van Economische Zaken mevrouw M. J.A. van der Hoeven met een uitleg over het lagere afdrachtpercentage inzake de JSF Business Case.

Samengevat komt de brief er op neer dat het tekort van € 157 miljoen wordt verrekend met het niet toepassen van de clausule in de oorspronkelijke overeenkomst inzake de dollarkoers. De vraag is wat gedaan zou zijn wanneer de koers in het voordeel van de industrie veranderd zou zijn. Tevens wordt een voordeel van deelname aan de IOT&E fase als bijzondere bate aangemerkt en dat er (in tegenstelling tot 2002) nu wordt gesproken over een “compensatiekosten” nadeel dat men nu bespaart. Tot slot is een opvallend punt dat in een vrije democratische rechtsstaat er een Scheidgerecht uitspraak doet, terwijl geen publiek aanwezig kan zijn, noch hoogte kan nemen van de achterliggende stukken. Deze zijn, zoals inmiddels gebruikelijk “vertrouwelijk ter inzage” gegeven aan Kamerleden. Het kan als een inbreuk op de Nederlandse democratie worden beschouwd, dat een puur economische kwestie waar honderden miljoenen belastinggeld in om gaat niet door vrije journalisten en burgers gecontroleerd kan worden op argumenten en onderliggende feiten.

De inhoud van de Kamerbrief is als volgt:
In antwoord op de vragen van het lid Van Velzen met betrekking tot de JSF business case en het daaruit voortvloeiende afdrachtpercentage voor de luchtvaartindustrie kan ik u mede namens de Staatssecretaris van Defensie het volgende mededelen.

Bij de herberekening van de JSF Businesscase op 1 juli 2008 is het verschil tussen deelname aan de ontwikkeling van de JSF en het kopen van de plank, zoals nader gedefinieerd in de Medefinancieringsovereenkomst (MFO), door de Staat berekend op € 308 miljoen (Prijspeil 2001, netto contante waarde). Na bezwaar van de Luchtvaartindustrie tegen de berekeningswijze heeft de Staat dit verschil (het “Tekort”) op 28 november 2008 vervolgens vastgesteld op € 302 miljoen. Dit Tekort komt overeen met een afdrachtpercentage van 10,1. In 2002 was het Tekort nog becijferd op € 191 miljoen, met een afdrachtpercentage van 3,5.

De Luchtvaartindustrie heeft op 15 december 2008 een arbitrageprocedure aangespannen, waarin zij heeft gevorderd dat het afdrachtpercentage op nul gesteld zou worden. Bij gedeeltelijk eindvonnis van 25 juni 2009 heeft het Scheidsgerecht het Tekort op € 157,1 miljoen (prijspeil 2001, NCW) vastgesteld. Afgezet tegen de daarnaast in opdracht van het Scheidsgerecht opnieuw berekende omzet heeft het Scheidsgerecht op vrijdag 27 november 2009 het afdrachtpercentage vastgesteld op 4,49.

De wijze waarop het Scheidsgerecht het Tekort van € 157,1 miljoen heeft vastgesteld staat in het gedeeltelijk arbitraal eindvonnis van 25 juni 2009. Dit is u op 30 juni 2009 lopende de arbitrage vertrouwelijk ter inzage gegeven (Kamerstuk 26 488, nr. 190). Het Scheidsgerecht heeft bepaald dat voor de SDD-bijdragen van de Staat tot de herijking van juli 2008 niet de werkelijk betaalde dollarkoers van € 1,05587 op basis van het termijnvalutacontract moet worden gehanteerd, maar een gewogen gemiddelde dollarkoers van € 0,8239. Dat had tot gevolg dat het Tekort met € 145 miljoen is verlaagd.
Het Scheidsgerecht wijst in het vonnis op een voordeel voor de belastingbetaler van Nederlandse deelname aan de ontwikkelingsfase van de JSF dat los staat van de berekening van de business case. Als gevolg van het feit dat Nederland als partnerland kan participeren in de IOT&E fase en derhalve geen eigen testfase hoeft uit te voeren kan het een bedrag aan meerkosten voor een nationaal testprogramma van ongeveer € 200 miljoen (nominaal bedrag) besparen (gemeld aan uw Kamer op 29 februari 2008, Kamerstuk 26 488 nr. 65). Daarvan overweegt het Scheidsgerecht dat dit voordeel geen onderdeel is van de business case en voor de berekening van het Tekort niet relevant is, maar dat het wel “een uit de deelname aan de SDD-fase voortvloeiend voordeel is dat de overheidsfinanciën - of in de termen van de in 2002 gegeven toelichtingen: de belastingbetaler - ten goede komt”.

Ik wijs er ten slotte op dat de deelname aan de SDD-fase voordelen voor de belastingbetaler oplevert die door partijen bewust niet zijn meegenomen in de business case. Te denken valt aan het vermijden van zogenaamde compensatiekosten. Normaal worden bij Nederlandse opdrachten aan een buitenlandse leverancier compensatie-orders voor de Nederlandse industrie ter waarde van de opdrachtsom bedongen. Eventuele kosten die die buitenlandse leveranciers maken om een pakket met compensatieorders te realiseren worden veelal doorberekend naar de klant. Bij de Nederlandse participatie in de JSF is dit niet aan de orde. Voor de aanschaf van de JSF is het daaruit resulterende compensatiekosten-voordeel te becijferen op ongeveer € 100 miljoen (nominaal bedrag).

De contante waarde van deze twee voordelen komt in prijspeil 2001 uit in de orde van grootte van ongeveer €150 miljoen. De hiervoor genoemde verlaging van het Tekort in de business case met € 145 miljoen moet derhalve mede tegen deze achtergrond worden beschouwd.”

JSFNIEUWS091203-JG/jg

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Nov 21 2009

Prijsmeevaller eerste Nederlandse F-35A IOT&E toestel

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – Goed nieuws over de JSF deze week uit Den Haag. Door de val van de dollar valt de prijs van de eerste F-35A voor onze Koninklijke Luchtmacht lager uit. En nadat begin november gemeld was dat er geen uitzicht was op een uitspraak in de voortslepende arbitragezaak rond de JSF Business Case, wordt ook op dit punt vooruitgang gemeld.

Prijsmeevaller eerste JSF

Deze week (19 november 2009) liet Staatssecretaris van Defensie De Vries de Tweede Kamer het volgende weten: “Met de brief van 17 april 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 171) is de Kamer geïnformeerd over de prijs van het eerste F-35 testtoestel: € 113,2 miljoen in prijspeil 2008, op basis van de plandollarkoers van € 0,83. Voor de aangegane verplichtingen voor het eerste F-35 testtoestel is een termijnvalutacontract afgesloten (koers € 0,71). Hierdoor komt de prijs van het eerste testtoestel uit op € 99,7 miljoen in prijspeil 2009, een daling met € 13,5 miljoen. Een deel van dit bedrag heeft betrekking op het begrotingsjaar 2010.”

Uitspraak Business Case

Eerder deze week kreeg de Tweede Kamer een brief van de Minister van Economische Zaken mevrouw Van der Hoeven met een ander positief bericht: “Naar aanleiding van de in het debat op 9 november jl. aan de staatssecretaris van Defensie gestelde vragen over de afronding van de arbitrage inzake de JSF Businesscase kan ik u het volgende mededelen. De arbiters zien af van de geplande nieuwe zitting, die eerder met de brief van 9 november jl. aan uw Kamer was gemeld, en hebben aangekondigd einduitspraak te zullen doen. Zij streven ernaar uiterlijk 4 december [2009] in deze vonnis te wijzen. Zoals toegezegd zal ik uw Kamer hiervan direct op de hoogte stellen.”

JSFNIEUWS091121-JG/jg

3 reacties op dit bericht...

Apr 01 2009

“Noorwegen trekt zich terug uit JSF project”

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

Oslo (N)- “Noorwegen trekt zich terug uit het JSF project. Vrijdag zal de Noorse regering de motieven aan het parlement bekendmaken waarom het besluit tot aankoop van de Joint Strike Fighter wordt teruggedraaid”.

Volgens het nieuwsbericht: “De Noorse regering heeft hiertoe besloten vanwege het dreigende enorme JSF begrotingsgat en het niet kunnen geven van zekerheid omtrent de prijs door Lockheed Martin. Dit heeft geleid tot deze sensationele ontwikkeling in de Noorse strijd omtrent de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen.”

Parlementair bezoek Verenigde Staten

Vandaag rondt een Noorse parlementaire delegatie het bezoek af aan de Verenigde Staten, waar ze een soortgelijk werkbezoek brachten als recent de Nederlandse Vaste Commissie voor Defensie van de Tweede Kamer.
En precies op dit actuele tijdstip plaatste het JSF-kritische opinieblad Klassekampen dit opvallende en nationaal de aandacht trekkende bericht dat de Noorse regering voornemens zou zijn zich terug te trekken uit het JSF project. Tal van kranten namen het bericht over en zorgden voor veel publiciteit.

Het bleek een 1 april grap te zijn.

Niettemin heeft de zaak een serieuze ondertoon, gelet op de nog lopende stevige discussie tussen parlement en regering in de kwestie rond de opvolging van de Noorse F-16.

Zie achtergrondartikelen:
15-aug-2008 “Noorse businesscase : actueel voor Nederland
12-dec-2008 “Hoe kwam Noorse JSF selectie tot stand?
15-dec-2008 ”Noorse JSF – Gripen prijsvergelijking mistig
27-feb-2009:“Noorwegen: eerst zekerheid over JSF, dan pas kopen

JSFNIEUWS090401-EH/nb

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Okt 31 2008

Debat JSF: uitstel aanschaf testtoestellen?

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Gisteravond, donderdag 30 oktober is in de Tweede Kamer een plenair debat gevoerd over de JSF naar aanleiding van de uitzending van KRO reporter op 7 september jl.

Een korte weergave van de uiteindelijk ingediende moties naar aanleiding van het debat:
Lees verder »

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Okt 16 2008

Onderhandeling afdracht JSF Business Case vastgelopen

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Den Haag – De onderhandelingen tussen de vaderlandse luchtvaartindustrie en het Ministerie van Economische Zaken over de hoogte van het afdrachtspercentage in de JSF Business Case lijkt vastgelopen te zijn.
Lees verder »

Een reactie op dit bericht...

Volgende »