Archief van de april, 2011

Apr 13 2011

Beantwoording Kamervragen optietermijn 2e JSF testtoestel

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Ter voorbereiding van het geplande Algemeen Overleg op woensdat 20 april 2011 (18.00 tot 20.00 uur) van de Vaste Commissie voor Defensie van de Tweede Kamer inzake het Project Vervanging F-16 (cq. de aanschaf van de Joint Strike Fighter) ontving de Kamer antwoord op de feitelijke vragen van de vaste commissie voor Defensie inzake de optietermijn voor de aanschaf van het tweede F-35 testtoestel (ingezonden op 5 april 2011 met kenmerk 26488-259/2011D17399).

Vraag 1
Hoe verhoudt zich het in 2009 getekende Memorandum of Understanding (MoU) met betrekking tot de aanschaf van de testtoestellen en de voorgelegde optie tot de aanschaf van het tweede testtoestel?

Vraag 2
In hoeverre is het getekende MoU uit 2009 over de aanschaf van testtoestellen nog van toepassing op de huidige situatie?
Vraag 7
Op welke datum heeft het Pentagon het contract over de LRIP-4 toestellen met inbegrip van een optie voor een Nederlands toestel gesloten met Lockheed Martin?

Antwoorden 1, 2 en 7
Nederland heeft op 30 mei 2008 het Memorandum of Understanding (MoU) getekend voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35. Dit MoU bevat afspraken over onder meer de opzet, de organisatie en de financiering van de operationele testfase. Het MoU regelt niet de aanschaf van de toestellen zelf en Nederland heeft zich met dit MoU niet tot de aanschaf van testtoestellen verplicht. Een MoU-partner kan alleen werkelijk deelnemen aan de operationele testfase als het land minimaal twee testtoestellen inbrengt. Voor de aanschaf van toestellen wordt per productieserie een apart contract gesloten.

De testtoestellen zijn nodig voor zowel de opleidingen van vliegers die vooraf gaan aan de operationele testfase als voor de operationele testfase zelf. In 2009 is Defensie de verplichtingen aangegaan voor het eerste testtoestel uit de LRIP 3 productieserie. Dit toestel is namens Nederland door de Amerikaanse overheid opgenomen in de LRIP 3 contracten met Lockheed Martin (toestel) en Pratt & Whitney (motor). De optie voor het tweede Nederlandse testtoestel is door de Amerikaanse overheid opgenomen in het LRIP 4 contract met Lockheed Martin (toestel) dat op 19 november 2010 is gesloten. De Amerikaanse overheid verwacht midden april het LRIP 4 contract voor de motoren met Pratt & Whitney te zullen sluiten.

Vraag 3
Wat wordt bedoeld met de volgende zin: “Vanwege de voortgaande productie van componenten en onderdelen zijn de productiekosten van dit toestel inmiddels hoger dan de door Nederland aangegane verplichting”? Waarom zijn de kosten van de productie van deze componenten en onderdelen niet correct berekend toen de verplichting werd aangegaan? Wat is de oorzaak van de verhoging van deze productiekosten?

Vraag 4
Wat is de implicatie van de zin “Lockheed Martin heeft tot nog toe de extra kosten voor eigen rekening en risico genomen”? Betekent dit dat de extra kosten vanaf nu of een nader vast te stellen datum wel worden doorgerekend naar Nederland? Waarom draagt de fabrikant hiervoor geen risico?

Vraag 5
Kunt u een overzicht geven van de extra kosten die Lockheed Martin tot nu toe voor zijn rekening heeft genomen als gevolg van de toenemende productiekosten? Zijn hierover afzonderlijke afspraken gemaakt? En zo ja, welke afspraken?

Vraag 11
De komende maanden moeten voor het tweede testtoestel grote en dure constructiedelen en meet- en registratieapparatuur worden besteld. Wat is de oorzaak van deze bestellingen? Geldt dit alleen voor het Nederlandse testtoestel of voor alle toestellen uit de LRIP-serie?

Vraag 12
Vanwege de voortgaande productie van componenten en onderdelen zijn de productiekosten inmiddels hoger dan de door Nederland aangegane verplichtingen. Wat wordt hier bedoeld met voortgaande productie? Eerder werd immers gesteld dat met het voortgaan van de productie de prijzen juist zouden lager zouden worden.

Antwoorden 3, 4, 5, 11 en 12
Defensie is in 2008 voor € 9,1 miljoen aan verplichtingen aangegaan voor de onderdelen met een lange levertijd voor het tweede Nederlandse testtoestel uit de LRIP 4 productieserie. De productie van componenten en onderdelen voor de LRIP 4 toestellen verloopt volgens een planning waarbij sinds het afgelopen najaar ook voor het Nederlandse testtoestel de productie verder is gevorderd dan alleen de onderdelen met een lange levertijd. Daarmee zijn de productiekosten die Lockheed Martin heeft gemaakt voor dit testtoestel ook hoger dan de in 2008 door Nederland aangegane verplichtingen. Het betreft geen verhoging van de totale productiekosten van het tweede testtoestel maar voortschrijdende productiekosten die ontstaan in overeenstemming met de productieplanning. Dit geldt ook voor de grote en dure constructiedelen en de meet- en registratieapparatuur die de komende maanden door Lockheed Martin voor onder meer het tweede Nederlandse testtoestel moeten worden besteld bij toeleveranciers. Behalve het tweede Nederlandse testtoestel maken ook dertig Amerikaanse toestellen en een Brits toestel deel uit van de LRIP 4 productieserie.

Lockheed Martin heeft tot nu toe het verschil tussen de genoemde € 9,1 miljoen en de inmiddels hogere productiekosten voor eigen rekening en risico genomen. Hierover zijn met Nederland geen nadere afspraken gemaakt. Defensie is voor dit verschil geen verplichting aangegaan en beschikt niet over informatie over de exacte hoogte van dit bedrag. Met de definitieve aanschaf van het tweede testtoestel zal Defensie verplichtingen aangaan voor de volledige kosten van het testtoestel conform de LRIP 4 contracten met Lockheed Martin en Pratt & Whitney. Daaronder vallen ook de productiekosten die Lockheed Martin zolang voor eigen rekening heeft genomen.

Vraag 6
Waarom staat er dat de gevolgen van verder uitstel verdere verplichtingen “kunnen” zijn, ofwel aanzienlijke kosten na opschorting van de productie. Zijn de gevolgen van deze keuzes niet zeker? Wie bepaalt of dit gebeurt?
Vraag 10
Bij wie ligt het risico van de oorzaak van de vertraging in de productie van de toestellen uit de LRIP-4 serie waarvan ook het Nederlandse tweede testtoestel deel uitmaakt? Wie is verantwoordelijk voor het mogelijk opschorten van de productie van de LRIP-4 serie? Is het mogelijk opschorten van de productie van de LRIP-4 serie alleen een gevolg van het al dan niet niet-aanschaffen van het ene Nederlandse toestel?

Antwoorden 6 en 10
Een opschorting van de productie van de gehele LRIP 4 productieserie is niet aan de orde. De in de brief van 24 maart jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 259) genoemde mogelijke gevolgen voor Nederland – te weten het aangaan van verplichtingen voor de voortzetting van de productie van het Nederlandse testtoestel, dan wel extra kosten vanwege de opschorting en vervolgens de hervatting van de productie van alleen het Nederlandse testtoestel – kunnen uitsluitend optreden indien Nederland de aanschaf van het tweede testtoestel zou uitstellen tot na 30 april 2011. Zoals echter gemeld in de brief van 8 april jl. (kenmerk BS2011010038) heeft het kabinet besloten de in het regeerakkoord vastgelegde aanschaf van het tweede testtoestel uiterlijk 30 april a.s. te effectueren.

In dit verband verwijs ik ook naar het verzoek van 5 april jl. om deze vragen uiterlijk 15 april a.s. te beantwoorden met het oog op een mogelijk te voeren algemeen overleg inzake deze kwestie nog voor het meireces.

Vraag 8
Waarom heeft Nederland niet eerder besloten tot uitstel van de optietermijn die liep tot en met 31 maart 2011?

Vraag 9
Aan het verlengen van de optie tot en met 30 april 2011 zijn voor Nederland geen extra kosten verbonden. Is de vertraging in de besluitvorming over de aanschaf van het tweede testtoestel (en daarmee het verlengen van de optie tot en met 30 april) een rechtstreeks gevolg van de vertraging in de ontwikkeling en productie van de zijde van de Lockheed Martin, of is de oorzaak voor het verlengen van de optie een gevolg van een keuze van de Nederlandse regering? Hoe luiden de afspraken met de Amerikaanse overheid over de voor Nederland verlengde optie tot en met 30 april 2011 voor het tweede testtoestel? Wat is het verschil tussen de optie die geldig was tot en met 31 maart 2011 en de optie die geldig is tot en met 30 april 2011?

Antwoord 8 en 9
Defensie heeft de Amerikaanse overheid geregeld geïnformeerd over de planning van de besluitvorming over de beleidsbrief van 8 april jl. (kenmerk BS2011011591), waar de besluitvorming over de aanschaf van het tweede testtoestel deel van uitmaakte. Dit heeft geresulteerd in een besluit van de Amerikaanse overheid, met instemming van Lockheed Martin, de optie voor het tweede testtoestel tot en met 30 april 2011 te verlengen. De verlenging heeft niet geleid tot een verandering in de voorwaarden van de optie, anders dan de optietermijn. De optie maakt deel uit van het contract voor de LRIP 4 productieserie tussen de Amerikaanse overheid en Lockheed Martin. Er zijn geen afzonderlijke afspraken gemaakt tussen de Amerikaanse en de Nederlandse overheden.

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 12 2011

US General Schwartz: delay F-35 primarily caused by software

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Airforce Magazine quotes US Air Force Chief of Staff General Norton Schwartz that the US Air Force will reach Initial Operational Capability in Late 2017 at the earliest. General Schwartz told the House Appropriations Committee’s military construction panel last week (April 7, 2011):“That is still not quite firm. We thought before the restructure we would be able to declare initial operational capability in April of 2016. It’s going to be later than that, maybe late in the year in 2017, primarily because of software development issues“.

After the restructure announced in January 2011 by Minister of Defence Robert Gates the US Air Force is still reviewing its effect on the F-35A’s fielding schedule, but service officials have said there could be a delay up to two additional years, meaning as late as 2018. This is 6 years later than originally planned (IOC in 2012). Schwartz told the House Appropriations Committee that the F-35A “is performing actually quite well in testing. But integrating all of the capabilities onto the bird—weapon delivery capabilities and so on—is the current pacing item” caused by software development problems.

Software Development: Most Complex Work Still Ahead

The same concerns were expressed in the US GAO report, released the same day. In a separate paragraph about the software development we may read:

Software providing essential JSF capability is not mature and releases to the test program are behind schedule. Officials underestimated the time and effort needed to develop and integrate the software, substantially contributing to the program’s overall cost and schedule problems and testing delays, while requiring the retention of engineers for longer periods. Significant learning and development work remains before the program can demonstrate the mature software capabilities needed to meet warfighter requirements. Good progress has been made in the writing of software code—about three-fourths of the software has been written and integrated, but testing is behind schedule and the most complex work is still ahead. Program restructuring added a second software integration line which should improve throughput.

Software 4 times more lines than F-22 Raptor

The JSF software development effort is one of the largest and most complex in DOD history, providing 80 percent of JSF’s functionality essential to capabilities such as sensor fusion, weapons and fire control, maintenance diagnostics, and propulsion. JSF has about 8 times more on-board software lines of code than the F/A-18E/F Super Hornet and 4 times more than the F-22A Raptor. Also, the amount of code needed will likely increase as integration and testing efforts intensify. In 2009, officials reported that about 40 percent of the software had completed integration and testing. They did not provide us a progress report through 2010. Integration and test is a lengthy effort and is typically the most challenging phase of software development requiring specialized skills and integration test lines. The program has experienced a growth of 40 percent in total software lines of code since preliminary design review and 13 percent growth since the critical design review. Other recent defense acquisitions have experienced 30 to 100 percent growth in software over time.

All 5 software blocks delayed; up to 4 years

Software capabilities are developed, tested, and delivered in 5 blocks, or increments. Several blocks have grown in size and taken longer to complete than planned. Software defects, low productivity, and concurrent development of successive blocks created inefficiencies, taking longer to fix defects and delaying the demonstration of critical capabilities. In addition, program and prime contractor officials acknowledge they do not include integration as a key tracking metric and have been unable to agree on how to track it. This has made it hard for the program to analyze integration trends and take action to remedy the situation. Instead the program office and prime contractor have made several adjustments to the software development schedule, each time lengthening the time needed to complete work.
Block 0.1 Flight Sciences; delayed from FY2006 to FY2007
Block 0.5 Initial Mission Systems Architecture from FY2008 to FY2010
Block 1.0 Initial Training Capability from FY2008 to FY2011
Block 2.0 Initial Warfighting Capability from FY2010 to FY2014 (current estimate)
Block 3.0 Full Warfighting Capability from FY2011 to FY2015 (current estimate)

Cascading effects, hampering tests and training

Delays in developing, integrating, and releasing software to the test program have cascading effects hampering flight tests, training, and lab accreditation. While progress is being made, a substantial amount of software work remains before the program can demonstrate full warfighting capability. The program released block 0.5 for flight test nearly 2 years later than planned in the 2006 plan, largely due to integration problems. Each of the remaining three blocks—providing full mission systems and warfighting capabilities—are now projected to slip between 2 to 3 years compared to the 2006 plan. Defects and workload bottlenecks delayed the release of full block 1 capabilities; the initial limited release of block 1 software was flown for the first time in November 2010. Software defects increased throughout 2010, but fixing defects did not keep pace.

Capabilities moved to future Blocks

Some capabilities were moved to future blocks in attempts to meet schedule and mitigate risks. For example, full data fusion mission systems were deferred from block 2 to 3. Further trades and deferrals may be needed. Rather than working all blocks concurrently, focusing efforts on a more measured evolutionary approach could result in more timely release of incremental capabilities to the testing, training, and warfighter communities. Development and integration of the most advanced capabilities could be deferred to future increments and delivered to the warfighter at a later date.

Software identified as significant challenge; may influence F-35 CONOPS

The recent technical baseline review identified software as a significant challenge, slowing system development and requiring more time and money. Although officials are confident that such risks can be addressed, the scale and complexity of what is involved remains a technically challenging and lengthy effort. Uncertainties pertaining to critical technologies, including the helmet-mounted display and advanced data links, add to challenges. Deficiencies in the helmet mounted display, especially latency in transmitting sensor data, are causing officials to develop a second helmet while trying to fix the first model. Resolution could result in a major redesign or changes in the JSF’s concept of operations by placing limitations on the operational environment, according to program officials.

Source:
- Air-Force Magazine; Daily Report; April 12, 2011 “Schwartz: F-35A IOC in Late 2017″
- US GAO Report GAO-11-325 (April 2011; page 29-31)

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 12 2011

US-GAO: JSF Not Fully Demonstrated a Stable Design

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Global F35 News

Early April 2011 a new US-GAO report about the JSF program has been released.
US GAO expressed concerns about the progress the fact that the JSF Program has still not fully demonstrated a stable design and mature manufacturing processes as it enters its fifth year of production:
After completing 9 years of system development and 4 years of overlapping production activities, the JSF program has been slow to gain adequate knowledge that its design and manufacturing process are fully mature and ready for greater levels of annual production. The JSF program still lags in achieving critical indicators of success expected from well-performing acquisition programs. Specifically, the program has not yet stabilized aircraft designs—engineering changes continue at higher than expected rates long after critical design reviews and well into procurement, and more changes are expected as testing accelerates. Also, the aircraft and engine manufacturing processes are not yet mature enough to support efficient production at higher annual rates and substantial improvements in the global supply network are needed. Further, the growth in aircraft reliability—crucial for managing life-cycle costs—has not been demonstrated to the extent planned by this time.

JSF Not Yet Stabilized Aircraft Designs

Engineering drawings released since design reviews and the number and rate of design changes are excessive compared to plans and best practices. Critical design reviews were completed on the three aircraft variants in 2006 and 2007 and the designs declared mature, but the program continues to experience numerous changes. Since 2007, the program has produced 20,000 more engineering drawings, a 50-percent increase in total drawings and about 5 times more than best practices suggest. In addition, changes to drawings have not decreased and leveled off as planned. Figure 2 tracks and compares monthly design changes and future forecasts against contractor plans in 2007. The monthly rate in 2009 and 2010 was higher than expected and the program now anticipates more changes over a longer period of time—about 10,000 more changes through January 2016. We expect this number to go up given new forecasts for additional testing and extension of system development until 2018.

Excessive design change rates

A key indicator of a product’s maturity is the stability of its design. The number of engineering drawings released and subsequent changes provide indicators of the maturity of the design. Engineering drawings are critical because they communicate to the manufacturer and suppliers how the part functions, what it looks like, and what materials and critical processes are used to build the product. Best practices suggest 90 percent of a product’s engineering drawings be released by the critical design review. Late engineering drawings and high levels of changes often indicate a lack of understanding about the design, and can cause part shortages and inefficient manufacturing processes as work is performed out of sequence. Some level of design change is expected during the production cycle of any new and highly technical product, but excessive changes raise questions about the JSF’s design maturity and its readiness for higher rates of production.

Impact from required design changes are significant

With most of development testing still ahead for the JSF, the risk and impact from required design changes are significant. Acquisition programs typically encounter higher and more substantive changes as a result of discovery and rework during development flight and ground testing. Future changes may require alterations to the manufacturing process, changes to the supply base, and costly retrofitting of aircraft already produced and fielded. A key cost driver for the program has been the higher than expected effort needed to address design related issues. The contractor has not been able to reduce engineering staff as fast as expected. DOD’s restructuring actions recognize these issues and added time to development, more flight testing, and reduced procurement. Additional changes are likely as development flight testing continues

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 12 2011

Australische rechtszaak vanwege geluidstoename door JSF

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Hoe we ook denken over straaljagergeluid, voor sommigen herrie; voor sommigen de “sound of freedom”, interessant is te zien hoe daar in Nederland mee wordt omgegaan. Lange reeksen Kamervragen, uitgebreide NLR en RIVM rapporten. Alles om te verhullen dat logischerwijze een veel krachtiger motor van een veel zwaarder toestel - al dan niet veel - meer geluid voortbrengt dan een lichtere motor van een wat lichter toestel (de F-16).

In landen met een Brits-Amerikaanse achtergrond pakt men dit anders aan, geen gepolder, maar gewoon een goede advocaat inhuren en op voorhand starten met schade claimen. Zo ook in Australië, en kennelijk beschikt het advocatenkantoor over informatie waardoor ze denken kansrijk te zijn; anders beginnen ze niet aan een dure procedure. Zo kwam de krant The Australian vandaag met het bericht “Noise trigger legal bid to down jetfighter” vanwege de verwachte toename van lawaai rond de Australische basis Williamstown.

The F-35 Lightning II Joint Strike Fighter is a revolutionary, multi-role jet packed with sophisticated radar and other electronics — and, according to the RAAF, it is also very loud.
Details of just how noisy the jet is likely to be emerged when Carol Moxey, a resident of Port Stephens, in NSW, went to Port Stephens Council wanting to rezone a large block of land so housing could be built on it.
Ms Moxey was stunned when the RAAF opposed her application on the basis that the area lay on the flightpath of RAAF Base Williamtown and future residents could be adversely affected by the noise the JSF would make.
Steven Gavagna, of the law firm Goodman Law, has gone to the High Court with a class action on behalf of Ms Moxey and other residents whose building applications have been blocked after the RAAF’s intervention.
Mr Gavagna told The Australian that according to the RAAF’s data, the JSF was likely to be 2 1/2 times noisier than the RAAF’s Super Hornet fighter-bombers now operating from Williamtown. That would be loud enough to deafen anyone close to the aircraft, he said.
(…)Mr Gavagna said they included those with land they were developing or wished to develop in future; those with residential land that might be affected by the excessive noise levels of the JSF and those who experienced damage arising from increased noise levels from increases in flight frequency over existing homes.

Beschikt deze advocaat over materiaal dat door het RIVM of de NLR over het hoofd is gezien; of is het een andere interpretatie van dezelfde meetgegevens?
Hoe we ook over straaljagergeluid denken, het publiek heeft recht op eerlijke en volledige informatie. De Australische advocatenfirma Goodman Law gaat hier in ieder geval naar op zoek.

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 11 2011

The Australian: “Meer Super Hornets vanwege JSF vertraging”

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

De Australische krant The Australian maakt melding van ernstige zorgen binnen Australische defensiekringen over de vertragingen in de levering van de Joint Strike Fighter. Hierdoor dreigt een serieus capaciteitsgat rond 2020, wanneer het momenteel in gebruik zijnde oude type F/A-18 Hornets het einde van de levensduur bereikt.

Australië zou oorspronkelijk in 2012 de eerste F-35A’s afnemen. In 2008 werd duidelijk dat dit onhaalbaar zou zijn en bestelde het land - tamelijk onverwacht - 24 Boeing F/A-18 Super Hornets. Deze werden op tijd en binnen het geplande budget geleverd. De laatste zullen dit jaar afgeleverd worden. Een bewijs dat defensieprojecten wel degelijk conform afspraken kunnen worden uitgevoerd bij een goede planning en budgettering.

Ondanks de aankoop van de Super Hornet bleef de Australische regering vasthouden aan het voornemen F-35A Joint Strike Fighters te zullen kopen. Bedoeling was dat in 2012 de koop bevestigd zou worden van de eerste 14 toestellen voor levering in 2014-2015. Nu duidelijk is geworden dat de Initial Operational Capability door de US Air Force moet worden uitgesteld (met uiteraard gevolgen voor de partnerlanden), is Australië alle opties op een rij aan het zetten. Hierover zijn al enige tijd berichten bekend. Overwogen wordt om voor circa $ 1,5 miljard nog eens 18 Super Hornets aan te schaffen.

Australische defensie experts zijn deze week aanwezig bij een vergadering van de JSF Program Office, waarbij alle landen vertegenwoordigd zijn en bijgepraat worden over de laatste stand van zaken rond de JSF. Zij zullen dan hun zorgen kenbaar maken. The Australian: “Australian defence officials head for the US this week for an update from Lockheed Martin Corporation, which is developing the stealthy, multi-role JSF, now named the F-35 Lightning II. The Australian understands they will raise serious concerns about delays in the project and the possibility of an alarming gap in Australia’s air defences from 2020 onwards.”

Volgens de krant The Australian wordt serieus overwogen nog eens een 18-tal nieuwe Super Hornets te kopen:
“Defence officials are preparing for the government a range of options to fill this looming gap in air defences with the most likely being the purchase of a further 18 Super Hornets for about $80 million each. That would make economic sense, because the $6bn purchase price for the first 24 Super Hornets included the infrastructure to support them and that can be used for the additional aircraft.”

Bron:
The Australian; Brendan Nicholson; 11-apr-2011; “Air Force eyes for 178 more Super Hornets as delays dog JSF”
Reuters Australia; 11-apr-2011; Australia may buy more Super Hornets amid F-35 delays

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 11 2011

Norway: F-35A purchase delayed; first contract proposal

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Andere JSF landen

The Norwegian government is again a step closer in their plans to acquire the F-35 by proposing the Parliament to confirm the purchase of an initial batch of four F-35 jets in 2016. Based on new U.S. cost data the overall cost has increased about 10%.

The government’s proposal of April 6, 2011 needs to be approved by Parliament, is in line with the earlier decision of December 2008 to procure the F-35 for its F-16 replacement.

Minister Grete Faremo said to the Norwegian Aftenposten “Acquisition of the four planes is an important step to maintain a satisfactory operational combat aircraft capacity in the transition phase between the F-16 and F-35″.

However, there are some remarkable changes in comparison with the original plan of 2008:
-
- The first batch of 4 F-35A’s will be based in the U.S. for training purposes.
- The first batch is only 50% of the original planned 8 aircraft
- The second and later batches are postponed two years
- The deliveries are postponed from 2016-2020 into the 2018-2021 timeframe.

The first four jets - to be delivered in 2016 - are expected to cost NOK 4.8 billion (US$ 744 million; US$ 186 million per unit, including related spare parts/equipment). Norwegian Defense has informed the Parliament that later F-35A’s will be less expensive.

The acquisition of all 48 - 56 jets, weapons, logistics and support, training, infrastructure and equipment is estimated now at NOK 52 billion (US$ 8 billion or € 5,75 billion in 2011-value). This means an all-in weapon system price of about US$ 143 million (> € 100 million). The Norwegian MoD says this is based on new information from the manufacturer and the U.S. government, and is about 10% higher than projected estimates from 2008 of NOK 42 billion.

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 09 2011

Hillen: budget voor JSF naar €4,5 miljard; aantal blijft 85

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Rond 2000 had Defensie berekend dat er (omgerekend) € 4,5 miljard nodig was voor de aanschaf van 85 JSF’s kopen. Een paar jaar later werd het budget voorlopig verhoogd naar € 5,5 miljard. In 2009 werd het budget verhoogd naar € 6,1 miljard. Eind 2010 werd - tot sommiger ontsteltenis - duidelijk dat er € 7,6 miljard nodig zou zijn voor 85 JSF toestellen.
Bij al deze getallen was er één constante, het planningsaantal van 85. Welke politicus hier ook zijn scepsis over liet blijken, Defensie was onvermurwbaar: “we blijven uitgaan van het planningsaantal van 85″.

Nu komt de Beleidsbrief van minister Hillen van 8 april 2011. En val je bijna van je stoel van verbazing. Het aantal F-16’s wordt verder gereduceerd van 87 naar 68. En het investeringsbedrag voor de Vervanging van de F-16 wordt teruggebracht van € 7,6 miljard naar € 4,5 miljard; maar het planningsaantal blijft staan op 85.

Voor het geval u dit volstrekt ongeloofwaardige beleidsvoornemen afdoet als een verzinsel van JSFNieuws, volgt hier de letterlijke tekst uit de Beleidsbrief van minister Hillen van 8 april 2011:

Vermindering jachtvliegtuigen

Het aantal F-16 gevechtsvliegtuigen wordt verminderd van 87 tot 68. Ook het aantal jachtvliegers wordt 68. De overtollige negentien toestellen worden afgestoten en gerelateerde projecten zullen proportioneel worden ingekrompen. Er resteren tien toestellen voor opleiding en training in de Verenigde Staten en 58 operationele toestellen die bij vier squadrons worden ondergebracht. Leeuwarden en Volkel blijven in gebruik als jachtvliegbases. Langer doorvliegen met de F-16 zal gepaard gaan met een stijgende onderhoudswerklast. Door de grotere behoefte aan reparaties zal de beschikbaarheid voor oefeningen en operationele inzet afnemen en zullen de exploitatiekosten toenemen. De kosten van het langer doorvliegen met 68 F-16’s worden geschat op € 300 miljoen.

De vermindering van het aantal jachtvliegtuigen betekent dat Nederland minder mogelijkheden heeft om luchtsteun te leveren aan eigen eenheden en die van bondgenoten in operaties. In operationeel opzicht zal de F-16 allengs minder voldoen aan de eisen van de tijd. Twee F-16 gevechtsvliegtuigen blijven 24 uur per dag, zeven dagen per week paraat voor de Quick Reaction Alert in het kader van de nationale veiligheid.

In overeenstemming met het regeerakkoord blijft in deze kabinetsperiode de besluitvorming over de vervanging van het F-16 jachtvliegtuig beperkt tot de aanschaf van twee JSF-testtoestellen met het oog op de deelneming aan het operationele test- en evaluatieprogramma in de Verenigde Staten. Gelijktijdig met deze beleidsbrief is de Tweede Kamer de brief toegegaan over de aanschaf van het tweede testtoestel.

Er zullen geen verplichtingen voor andere toestellen worden aangegaan. Gezien de bestelsystematiek die de Amerikaanse overheid hanteert, heeft dit tot gevolg dat de beoogde opvolger van de F-16 niet voor 2019 bij de luchtstrijdkrachten zal instromen. Met het oog op de financiële staat van Defensie en in afwachting van een vervangingsbesluit in een volgende kabinetsperiode, mogelijk in relatie tot de dan beschikbare onbemande systemen, wordt in het investeringsoverzicht € 4,5 miljard gereserveerd voor de vervanging van de F-16. De betrokkenheid van overheid en bedrijfsleven bij de ontwikkeling en de productie van de JSF blijft ongewijzigd en hetzelfde geldt voor het Nederlandse planningsaantal.

Samengevat

- Reductie van aantal F-16’s van 87 tot 68
- Uitstel vervanging van F-16’s naar 2019
- Constructie/bouw werkzaamheden op Leeuwarden en Volkel met vier jaar uitgesteld
- Investeringsreservering Vervanging F-16 gereduceerd tot € 4,5 miljard
- Maar planningsaantal blijft op 85 toestellen staan

Als we bedenken dat de € 4,5 miljard inclusief BTW is, dan blijft er netto circa € 3,8 miljard over; hiervan wordt een deel besteed (cq. deels verspild) aan twee testtoestellen, zodat netto circa € 3,6 miljard resteert. Op basis van actuele en realistische begrotingscijfers van het Pentagon voor de F-35A van de US Air Force moet dan vastgesteld worden, dat indien de JSF niet verder in prijs stijgt er hooguit 40 JSF’s gekocht kunnen worden.

Het besparingspotentieel om 19 F-16’s vroegtijdig buiten gebruik te stellen is € 41 miljoen per jaar; dit staat in schril contrast met de (all-in) circa € 300 miljoen die besteedt wordt aan twee JSF testtoestellen en bijbehorende IOT&E fase. Dit bedrag komt overeen met 7 jaar doorvliegen met deze 19 F-16’s en overeenkomstig behoudt van werkgelegenheid bij de betreffende squadrons.

Nooit eerder in de geschiedenis van de Koninklijke Luchtmacht stond de instandhouding van een geloofwaardig luchtwapen zo onder druk. Het meest tragische is, dat de vernietiging van onze Koninklijke Luchtmacht gestalte krijgt met steun van VVD, CDA en SGP. Partijen die - in theorie in hun partijprogramma’s - zeggen pro-defensie te zijn. Dit blijken volstrekt loze woorden te zijn.

Een reactie op dit bericht...

Apr 08 2011

De prijs van JSF testtoestellen….Nieuwe lijken in de kast?

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Aanschaf JSF

Op 8 april 2011 maakte minister Hillen de prijs bekend van het tweede testtoestel. Wat hij niet vermeld is, dat hij een bezuinigingpotentieel van € 300 miljoen negeert en een nieuw lijk in de kast opbergt. Voor 2014.

Op maandag 20 april 2009 – twee dagen voor het cruciale JSF debat in 2009 - werd de prijs van het eerste JSF testtoestel bekend. “Hierbij informeer ik u over de prijs van het eerste F-35 testtoestel.(….). De huidige prijs in prijspeil 2008 is € 113,2 miljoen. Op alle genoemde prijzen is de plandollarkoers van € 0,83 van toepassing.”

Het budget en wat in de realiteit verwacht kan worden

Op basis van alle beschikbare informatie kan de volgende toetsing worden gedaan aan het in 2009 toegezegde en afgesproken budget plafond van € 274,6 miljoen voor de deelname aan de JSF testfase (IOT&E fase):

Budget voor IOT&E fase:
LRIP-3 unit flywaway cost € 113,2 M ($ 136,3M (zie brief 20 april 2009)
LRIP-3 additioneel € 23,4 M ($ 28,3M (idem)
LRIP-3 reservedelen € 8,8M ($ 10,7M (idem)
Bijdrage MOU IOT&E € 22,8 M ($30 M, zie begroting PV F16, maart 2009)
Extra uitrusting testtoestellen € 5,0 M (zie begroting PV F16, maart 2009)
LRIP-4 unit flyaway cost € 99,2 M ($ 119 M, zie brief 22 februari 2011)
Voorlopig subtotaal € 272,4 Miljoen

Nog onbekende posten

LRIP-4 additioneel € 20 M (20% van de prijs, verschoven post?)
LRIP-4 reservedelen € 8 M (8% van de prijs)
Valutavoordeel: US$ staat op lage stand; bij afsluiten contract kan dit voordeel geven.
Opslag voor risico eerste testtoestel uit serie LRIP3: zogeheten “cost-plus” contracten.
Opslag voor risico tweede testtoestel uit serie LRIP4: meerkosten boven contractplafond.
Upgrade Block 1 naar 3 voor eerste toestel wordt uit ander budget gefinancierd
Upgrade Block 2 naar 3 voor tweede toestel wordt uit ander budget gefinancierd

Verschoven budget posten

Eén budgetpost voor de initiële operationele test- en evaluatie fase is nog niet in deze € 272 miljoen opgenomen, toch ook een post van 32 miljoen; zie brief Defensie 8 april 2011:
De exploitatiekosten voor de deelneming aan de operationele testfase worden geraamd op € 32 miljoen (prijspeil 2010). Daarvan heeft € 25,9 miljoen betrekking op materiële exploitatiekosten die deel uitmaken van het projectbudget Vervanging F-16. Voor bijkomende personele uitgaven wordt een bedrag van € 6,1 miljoen geraamd ten laste van personele exploitatiebudgetten.
En de loerende tegenvallers zijn al vast “netjes gemeld” aan de Kamer:
De raming zal worden geactualiseerd nadat het Pentagon de besluitvorming over de nieuwe planning heeft voltooid en een detailplanning beschikbaar is gekomen.

Conclusie inzake kosten testfase JSF

Zoals we op 22 april 2009 al schreven zal er uiteindelijk een geschat tekort zijn van minimaal € 30 miljoen tot € 40 miljoen. Dat kan nu al bekend zijn, maar de Kamer wordt dit risico niet voorgehouden. Die tegenvaller hoort de volgende generatie Kamerleden wel in 2014 of later.

“De prijs van de testtoestellen”. Welke prijs?

Hieronder een onderbouwing van de waarschijnlijkheid van dit tekort. Als in de defensie organisatie 1 miljard euro bezuinigd moet worden, waarvan 400 miljoen euro vanwege “lijken in de kast” (veroorzaakt en eerder over het hoofd gezien door de nu buiten schot blijvende Haagse defensie bureaucraten), lijkt het zinvol in het totale begrotingsplaatje voor de testfase dit nu eens wel alle risico’s uit te sluiten. Maar nee, vanuit een tunnelvisie – de JSF moet er komen – wordt hard gewerkt aan het volgende “lijk in de kast”.

De prijs blijkt de “kale kostprijs” (Unit Recurring Flyaway Price) te zijn. De prijs is exclusief BTW, omdat (april 2009) “De kans dat deze toestellen ooit operationeel beschikbaar komen op Nederlands grondgebied moet als tamelijk minimaal worden beschouwd.”.
De all-in prijs met training, simulatoren, randapparatuur werd in 2009 niet publiek bekend gemaakt om de onderhandelingspositie niet te schaden. De redenering hier achter luidde heel simpel: er is € 275 miljoen uitgetrokken voor twee testtoestellen. Als Defensie de bijkomende kosten zou laten weten, kon Lockheed Martin uitrekenen wat het resterende bedrag was in onze begroting voor het tweede toestel en daar hun prijsonderhandelingen op afstemmen.
Overigens wordt niet met Lockheed Martin maar met de Amerikaanse regering een contract afgesloten voor de koop van de JSF toestellen. Zoals nu blijkt wordt het bedrag precies tot die € 275 miljoen aangevuld. Toevallig.

Amerikaanse “commercieel vertrouwelijke” prijs eerste testtoestel

Toch blijft het vreemd - en onwaarschijnlijk - dat de Amerikanen ooit toestellen aan een ander partnerland zullen verkopen voor een lager bedrag dan in de eigen begroting. Simpelweg omdat de wetgeving in de USA dit verbiedt.
Hoe was de prijsopbouw (“commercieel vertrouwelijk”) nu precies voor een LRIP-3 toestel in de USA met prijspeil 2008:
Airframe /CFE $ 99.668
CFE Electronics $ 32.034
Engines/Eng ACC $ 12.524
ECO (Flyaway) $ 5.644
Subtotaal Non-Recurring Cost $ 149.890

De Nederlandse prijs was in april 2009 omgerekend $ 136.385. Hieruit was in 2009 op te maken dat de prijs zo’n 12 miljoen meeviel ten opzichte van de eerste berekeningen in 2008. Dit gaf Staatssecretaris De Vries in april 2009 ook aan in het debat, “de prijs blijkt lager uit te komen dan oorspronkelijk gedacht”. Maar er is een nacalculatieclausule, en die kan later roet in het eten gooi van deze keurige “meevaller”. Zie hieronder. .

Zelfde toestel een jaar later in US begroting

De zelfde begrotingspost (F-35A LRIP3 serie) stond een jaar (februari 2010) in de US begroting voor FY2011 aanzienlijk hoger te boek (dat bedrag is zover bekend niet gecommuncieerd met de Kamer):
Airframe /CFE $ 104.709
CFE Electronics $ 34.020
Engines/Eng ACC $ 15.511
ECO (Flyaway) $ 6.015
Subtotaal Non-Recurring Cost $ 160.255 ofwel circa $ 11 miljoen hoger.

De vraag is, komt dit bedrag er nu bij de Nederlandse eindafrekening bij - en weten we dit officieel zogenaamd nog niet?

Bijkomende kosten in Amerikaanse begroting.

Wat komen hier volgens de Amerikaanse begroting voor kosten bij voor een toestel uit de LRIP3 serie, de serie van ons eerste “testtoestel”? De gemiddeld kosten per toestel, die voor Nederland mogelijk ondergebracht zijn in andere posten, zoals exploitatiekosten, en daardoor versluierd als zijnde kosten “testfase”.
Ancillary Equipment $ 3.282
Airframe PGSE $ 3.048
Engine PGSE $ 324
Avionics PGSE $ 884
Peculiar Training Equipment $ 8.712
Pubs/Technical Documentation $ 1.311
Other ILS $ 1.901
Support kosten/Extra engineering $ 8.889
Bijkomende kosten $ 28.351

Daarnaast is nog begroot:
Initieel pakket reservedelen $ 10.711

Totaal bijkomende kosten $ 39.062

De prijs van een toestel uit LRIP4, zelfde toestel als ons tweede testtoestel

In de US begroting voor FY2012 (februari 2011) is te vinden wat een F-35A uit LRIP4, dus de equivalent van ons tweede “testtoestel” kost voor de US Air Force:
Airframe /CFE $ 87,437 M
CFE Electronics $ 28,803 M
Engines/Eng ACC $ 17,485 M
ECO (Flyaway) $ 2,755 M
Subtotaal Non-Recurring Cost $ 136,480 miljoen (bij afname 10 stuks)

Minister Hillen meldde op 22 februari 2011 aan de Tweede Kamer dat wij US$ 119 miljoen betalen bij afname van een enkel exemplaar. Conclusie: Nederland betaalt kennelijk US$ 17 miljoen minder dan de Amerikanen voor hetzelfde toestel. Of is een Nederlandse F-35A minder geavanceerd dan een Amerikaanse? Of zit er een verborgen verschuiving?
Los hiervan kopen de Amerikanen voor 10 F-35A’s voor US$ 220 miljoen “spare parts” in; in de Nederlandse budgetopstelling vinden we daarvan niets terug. En zo zijn er nog meer dergelijke posten. Veel vragen dus. Misschien moet in ieder geval ook hier de vraag gesteld worden, komt dit bedrag er nu bij de Nederlandse eindafrekening bij - en weten we dit officieel zogenaamd nog niet?

Upgrade kosten van Block 1 naar Block 3

De Staatssecretaris schreef op 16 januari 2009 aan de Tweede Kamer (brief DMO/DB/2009000225 Besluit aanschaf twee F-35 testtoestellen): “Het eerste Nederlandse testtoestel is van een technische standaard die wordt aangeduid als Block 1. Het tweede testtoestel van 2012 is van Block 2. De F-35 toestellen aan het einde van de SDD-fase die loopt tot en met 2014, worden aangeduid als Block 3. Voor deelneming aan de IOT&E zullen alle toestellen op deze Block 3 standaard worden gebracht. De kosten daarvan zijn inbegrepen in het budget van het project Vervanging F-16. Indien in 2010 definitief wordt besloten dat de F-35 de opvolger wordt van de F-16, zullen de twee testtoestellen na de IOT&E als operationele toestellen in dienst blijven. Zo niet, dan zal worden gepoogd ze door te verkopen aan een ander partnerland.”
Er wordt al aangegeven dat de mogelijkheid bestaat dat het geen operationele toestellen zullen worden. Maar een zinvolle vraag is of de Nederlandse IOT&E toestellen sowieso ooit nog operationeel gebruikt kunnen worden. Er moet rekening mee worden gehouden dat vanwege de combinatie van vroeg gebouwd (Block 1) toestel en inbouwen van vliegtest instrumentatie operationele inzet vrijwel zeker heel moeilijk wordt. Allerlei bedrading/antennes/sensoren voor vliegtest zijn redelijk lastig te verwijderen van een straaljager, dit kost tijd en geld).
En de kosten voor update van Block 1 naar Block 3 worden uit de rest van het budget betaald, terwijl ze feitelijk te maken hebben met het vroeg kopen van toestellen voor deelname aan de IOT&E fase. Niet bekend is hoe groot deze kosten zijn, bovendien is dit moeilijk te voorspellen. Ze behoren echter thuis in een berekening van de kosten voor de testtoestellen.

De nacalculatieclausule voor eerste testtoestel; plafond voor tweede testtoestel?

Het is bekend dat in de Amerikaanse contracten voor aanloopproductie LRIP3 (Low Rate Initial Production) sprake is van een contract op nacalculatiebasis. Hiervan zei het Amerikaanse Congreslid Hartung in april 2009 al in een hoorzitting in het Congres: “These planes [JSFs] will be purchased on cost-plus contracts, which means that for the most part the manufacturer will receive more money for running over budget than it would for coming in on time and on budget. With no incentive to cut costs, further overruns are inevitable.”.
En hoewel voor het tweede testtoestel zogenaamd een vaste prijs is afgesproken, geldt dat indien er meerkosten zijn boven een bepaald plafond, die meerkosten voor 50% doorberekend mogen worden aan de afnemer.

Kans op bijkomende kosten groot

Wie enigszins de financiële publicaties inzake de JSF contracten, ziet daar dat er geregeld aanvullende kosten zijn op eenmaal afgesloten contracten. Zo werden sinds 2009 herhaaldelijk aanvullende contracten inzake de LRIP-3 serie afgesloten, voor vele honderden miljoen dollars.

Enkele voorbeelden van aanvullingen op het overkoepelende oorspronkelijke LRIP3 contract voor 17 toestellen, nadat Nederland in 2009 de handtekening heeft gezet:

2-juli-2009: extra $ 442 miljoen
4-dec-2009: extra $ 328 miljoen
28-dec-2009: extra $ 98 miljoen
enzovoorts.
In totaal is er na ondertekening in 2009 al voor ruim US$ 900 miljoen nagekomen contracten voor de 17 toestellen uit de 3e productieserie (dat is dus ruim 52 miljoen extra kosten per toestel dan eerst begroot !!), waarin ons eerste testtoestel valt. De vraag is in hoeverre en wanneer deze rekening duidelijk wordt; het toestel is namelijk pas in 2012 gepland om opgeleverd te worden. Daarna volgt de eindafrekening.

Kortom: een aanvullende nacalculatie van tientallen miljoenen dollars voor “special tooling”, “modificaties” en “technische assistentie” is te verwachten. Het is namelijk zeer de vraag hoe dit in het contract tussen Nederland en de USA wordt afgedekt

Een boeteclausule voor de fabrikant wanneer – en dat is zeer waarschijnlijk – niet op tijd wordt geleverd is er in ieder geval niet. Het eerste testtoestel wordt daarom met een jaar vertraging geleverd………..

Bij genegeerd 300 miljoen bezuinigingspotentieel is excuus hypocriet

De “witte boorden” bij DMO weten dit alles; minister Hillen dekt ze; de Kamerleden van de Vaste Kamercommissie van VVD, CDA, PVV en SGP stemmen klakkeloos in met deze potentiële lijken in de kast. Zij werken zo actief mee aan de ontmanteling van een fatsoenlijke defensie organisatie. Ondanks alle rode vlaggen die telkens worden gehesen. En de operationele mensen in de squadrons draaien dagelijks op voor de gevolgen; of nog cynischer – ze komen thuis te zitten. Een excuus van minister Hillen de avond voorafgaand aan de bekendmaking van de bezuinigingen inzake de gevolgen van de bezuinigingen voor het personeel, komt dan ook over als een toppunt van hypocrisie. Schrappen van JSF testfase had € 300 miljoen opgeleverd, circa een derde van de noodzakelijke bezuinigingen.

Gebruikte bronnen:
Diverse Kamebrieven 2009, 2010, 2011 inzake JSF testfase/testtoestellen.
Aircraft Procurement Air Force Budget Activity 01, FY 2009 (febr.2008).
Aircraft Procurement Air Force Budget Activity 01, FY 2011 (febr.2010).
Aircraft Procurement Air Force Budget Activity 01, FY 2012 (febr.2011).

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 08 2011

Kabinet vandaag: €275 miljoen voor JSF testfase definitief

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Ontwikkeling JSF

Cynischer kan het bijna niet. Op dezelfde middag dat duizenden treurende militairen huiswaarts keren vanaf hun bases en kazernes in de wetenschap dat ze hun eigen baan verliezen of afscheid zullen moeten nemen van collega’s, laat hun grote baas Minister Hillen weten definitief € 250 tot € 275 miljoen te zullen investeren in de testfase van de JSF door de aanschaf van het tweede testtoestel definitief door te zetten.

Van een bezuiniging van circa 1 miljard, waarbij de witte boorden bureaucraten, en de mede-verantwoordelijken voor desastreuze materieelbeslissingen de afgelopen jaren buiten schot blijven, had gemakkelijk een kwart ingevuld kunnen worden, wanneer Nederland (net als Canada, Australië, Italië, Denemarken en Noorwegen) niet had willen deelnemen aan een initiële testfase. Een testfase, waarin de Nederlandse belastingbetaler en het defensiepersoneel opdraait voor het vervolmaken van een product dat straks af fabriek na 15 jaar ontwikkelen nog verre van “operationeel gereed” zal zijn.

Een bedrag dat kan oplopen tot € 275 miljoen (twee testtoestellen, plus bijkomende contractkosten), dat verder kan oplopen als de productiekosten van het eerste testtoestel en tweede testtoestel uiteindelijk hoger zullen uitpakken omdat voor het eerste testtoestel een boterzacht nacalculatiecontract van kracht is en voor het tweede testtoestel een “plafond” is afgesproken dat wanneer het overschreden wordt tot 50% bijbetaling van de meerkosten leidt.

Een bedrag van meer dan € 250 miljoen, dat wanneer ooit circa 50 F-35A toestellen worden gekocht een investering in “operationele test- en evaluatie” betekent van circa € 5 miljoen per operationeel te maken F-35A betekent. Een nooit eerder vertoond bedrag per operationeel toestel. Bovendien zullen de twee JSF testtoestellen (special geïnstrumenteerd) daarna in de USA blijven en definitief onttrokken worden aan de werkelijke operationele sterkte.

Een cynischer moment had Minister Hillen niet kunnen kiezen. En dat om nog een reden, vandaag kwam de Amerikaanse Rekenkamer opnieuw naar buiten met - het zoveelste - rapport vol concrete waarschuwingen over de tegenvallende ontwikkelingstijd, kosten en prestaties van de F-35A Joint Strike Fighter. Maar Nederland negeert alle waarschuwingen. En het operationele personeel bij de squadrons betaalt de uiteindelijke rekening.

De beleidsbrief aan de Tweede Kamer heeft onderstaande inhoud:

Inleiding

Heden ontvangt de Kamer de beleidsbrief van Defensie. Ten aanzien van het project Vervanging F-16 zet Nederland de deelneming voort aan het internationale F-35 programma in overeenstemming met de gesloten Memoranda of Understanding (MoU’s). Met de voorliggende brief wordt de Kamer geïnformeerd over het kabinetsbesluit, op grond van het regeerakkoord, tot aanschaf van het tweede F-35 testtoestel ten behoeve van de deelneming – samen met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk – aan de operationele testfase van de F-35. De commercieel vertrouwelijke bijlage bij deze brief (kenmerk BS2011010894) bevat aanvullende financiële informatie.

Achtergrond

Nederland heeft op 30 mei 2008 het MoU getekend voor de deelneming aan de operationele testfase van de F-35. Voor de Nederlandse deelneming aan het MoU geldt – los van de aanschaf van de twee benodigde testtoestellen – een kostenplafond van $ 30 miljoen (lopende prijzen), wat overeenkomt met € 22,8 miljoen in prijspeil 2010 (plandollarkoers $ 1,00 = € 0,83). Verder is Nederland in 2008 voor beide toestellen verplichtingen aangegaan voor de aanschaf van onderdelen met een lange levertijd (long lead items). Over de achtergronden van de operationele testfase en de twee testtoestellen is de Kamer geïnformeerd met onder meer de brieven van 29 februari 2008 en van 16 januari, 16 februari en 31 maart 2009 (Kamerstukken 26 488, nrs. 65, 134, 142 en 158). In deze brief wordt kort op deze achtergronden ingegaan.

Met de brief van 16 januari 2009 is de Kamer een besluit voorgelegd om over te gaan tot de definitieve aanschaf van twee testtoestellen. Op grond van de motie-Hamer van 23 april 2009 (Kamerstuk 26 488, nr. 178) is vervolgens de besluitvorming beperkt tot het aangaan van verplichtingen voor het eerste testtoestel uit de LRIP 3 productieserie. Op grond van het regeerakkoord ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’ van 30 september 2010 neemt het kabinet nu het besluit tot aanschaf van het tweede testtoestel. Zoals gemeld in de brief van 7 januari jl. (Kamerstuk 26 448, nr. 252) heeft Nederland de Verenigde Staten inmiddels laten weten dat de beëindiging van de deelneming aan de operationele testfase en de annulering van de bestelling van het eerste testtoestel niet langer aan de orde zijn.

Operationele testfase

Tijdens de operationele testfase opereert de F-35 in een representatieve dreigingomgeving en worden alle missies, het onderhoud en de logistieke ondersteuning uitgevoerd zoals die voor de toekomst zijn voorzien. Er worden toekomstige tactieken, technieken en procedures ontwikkeld waarbij ook veel aandacht wordt besteed aan interoperabiliteit. Daartoe zal er tijdens de operationele testfase met meer dan 45 andere militaire platforms samen worden geopereerd waaronder het Nederlandse Luchtverdedigings- en Commandofregat, de F-16 en de Apache-helikopter.

De deelneming aan de operationele testfase geeft Defensie veel inzicht in het operationele gebruik en de instandhouding van de F-35. Er worden ook testen uitgevoerd die zijn gericht op specifiek Nederlandse aspecten van het ontwerp zoals ondersteunende systemen, procedures en regelgeving. Een belangrijk onderdeel daarvan is de koppeling van het F-35 Autonomic Logistics Information System (ALIS) met Nederlandse informatiesystemen.

Voordat de operationele testfase kan beginnen moeten eerst de vliegers en de technici worden opgeleid. Dat gebeurt onder meer met behulp van een opleidingspool van Amerikaanse, Britse en Nederlandse testtoestellen. Daarnaast kent de operationele testfase nog een voorbereidende fase (spin up). Om te voldoen aan de verplichtingen van het MoU moet Nederland beschikken over beide testtoestellen voor zowel de opleidingspool als de operationele testfase zelf, inclusief spin up.

Na de herstructurering van het F-35 programma in het voorjaar van 2010 is de Kamer geïnformeerd dat de operationele testfase begin 2015 zou aanvangen. De Amerikaanse minister van Defensie Gates heeft op 6 januari jl. aanvullende maatregelen voor het F-35 programma bekendgemaakt waarover de Kamer met de brief van 7 januari jl. is geïnformeerd. Als gevolg daarvan heeft het JSF Program Office (JPO) een nieuwe planning opgesteld voor het testprogramma met inbegrip van de operationele testfase. De besluitvorming over de nieuwe planning is nog niet voltooid, maar volgens deze nieuwe planning zal de operationele testfase nog in 2014 beginnen, met aanvankelijk een overlap met de technische testfase. Naar verwachting beginnen de eerste opleidingen van Nederlandse vliegers midden 2012, omstreeks de voor augustus 2012 voorziene levering van het eerste Nederlandse testtoestel. Met de voor maart 2013 voorziene levering van het tweede testtoestel komt de benodigde trainingscapaciteit beschikbaar voor de training van alle Nederlandse vliegers die deelnemen aan de operationele testfase.

Financiële informatie

Op 22 februari jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 257) is de Kamer geïnformeerd over de target price van het tweede testtoestel inclusief de motor van € 99,2 miljoen in prijspeil 2010 (plandollarkoers $ 1,00 = € 0,83). De dollarkoers die geldt wanneer een termijnvalutacontract wordt aangegaan is van invloed op de door Nederland uiteindelijk te betalen prijs in euro’s. De genoemde target price wordt voor de verwerving van het tweede testtoestel als planmatig uitgangspunt gehanteerd. De Amerikaanse overheid zal binnenkort met motorenfabrikant Pratt & Whitney het contract sluiten voor de LRIP 4 motoren, waarna de ceiling price (plafondprijs) van de motor en daarmee ook de ceiling price van het toestel inclusief motor kunnen worden bekendgemaakt. Met de commercieel vertrouwelijke bijlage wordt de Kamer geïnformeerd over de ceiling price van het tweede testtoestel inclusief de motor en tevens over de raming voor de verwerving van de bijkomende middelen waarvoor de onderhandelingen tussen de Amerikaanse overheid en Lockheed Martin nog niet zijn voltooid. Bij de bijkomende middelen gaat het onder meer om reservedelen, middelen voor de uitvoering van onderhoud, meet- en registratieapparatuur, wapenrekken en vliegeruitrusting. De uitgaven voor de verwerving van het tweede testtoestel en van de bijkomende middelen maken deel uit van het budget van het project Vervanging F-16 en komen ten laste van de defensiebegroting.

De exploitatiekosten voor de deelneming aan de operationele testfase worden geraamd op € 32 miljoen (prijspeil 2010). Daarvan heeft € 25,9 miljoen betrekking op materiële exploitatiekosten die deel uitmaken van het projectbudget Vervanging F-16. Voor bijkomende personele uitgaven wordt een bedrag van € 6,1 miljoen geraamd ten laste van personele exploitatiebudgetten. De raming zal worden geactualiseerd nadat het Pentagon de besluitvorming over de nieuwe planning heeft voltooid en een detailplanning beschikbaar is gekomen.

Optie

De Amerikaanse overheid heeft in het najaar van 2010 een contract met Lockheed Martin voor de toestellen uit de LRIP 4 productieserie gesloten. In het contract is een optie opgenomen voor het tweede Nederlandse testtoestel met een optietermijn tot en met 31 maart 2011. Met de brief van 24 maart jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 259) is de Kamer gemeld dat overleg met de Amerikaanse overheid heeft geresulteerd in een verlenging van de optie voor het tweede testtoestel tot en met 30 april 2011. De productie van componenten en onderdelen voor dit toestel is intussen verder gevorderd dan alleen de onderdelen met een lange levertijd. Inmiddels zijn de productiekosten dan ook hoger dan de in 2008 door Nederland aangegane verplichting voor de onderdelen met een lange levertijd. Lockheed Martin heeft tot nog toe dit verschil voor eigen rekening en risico genomen. De komende maanden moeten echter voor het tweede testtoestel onder meer grote en dure constructiedelen worden besteld. De gevolgen van verder uitstel van de aanschaf van het toestel tot na 30 april kunnen naar verwachting zijn dat ofwel Nederland verplichtingen moet aangaan om de productie van het toestel na 30 april voort te laten zetten, ofwel dat aanzienlijke kosten in rekening zullen worden gebracht als de productie na 30 april wordt opgeschort om vervolgens later weer te worden hervat.

Ten slotte

Gelet op het bovenstaande heeft het kabinet besloten de in het regeerakkoord vastgelegde aanschaf van het tweede testtoestel uiterlijk 30 april a.s. te effectueren.

Bron: Brief Defensie inzake aanschaf tweede JSF testtoestel, 8 april 2011

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

Apr 08 2011

Senator John McCain: JSF cost overruns a disgrace

Gepubliceerd door JSFNieuws.nl onder Global F35 News

The well known senator and former president-candidate John McCain (R-Ariz.) recently described in colorful language his opinion about the Joint Strike Fighter in an interview with Christian Science Monitor:

“The F-35, the next generation fighter jet, I mean it is a disgrace. It is an absolute disgrace, the cost overruns. It’s been now something like 18 months behind schedule and already double the original cost. You just cannot sustain such behavior in these days of economic hard times. I am incredibly frustrated and angry at Army procurement procedures. They screw up a contract beyond belief. We decide not to buy the product and yet we’re still paying for the product. Where else in America is that kind of deal available? I mean it’s nuts.”

Senator McCain had a clear message for the Pentagon about projects like the Texas-made fighter: “They’re going to have to clean up this procurement act.”

Source: MySanAntonio blog.

Nog geen reacties op dit bericht. Vragen of opmerkingen zijn welkom!

« Vorige - Volgende »